Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-01-29
ECLI:NL:GHARL:2026:508
Civiel recht; Insolventierecht
Hoger beroep
2,039 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHARL:2026:508 text/xml public 2026-02-20T15:15:35 2026-01-29 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-01-29 200.358.453 Uitspraak Hoger beroep NL Arnhem Civiel recht; Insolventierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:508 text/html public 2026-02-20T15:12:52 2026-02-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:508 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 29-01-2026 / 200.358.453 Eindarrest. Faillissementsverzoek ingetrokken. Proceskostenveroordeling omdat niet summierlijk is gebleken dat de aanvrager van het faillissement een vordering had op appellant en zij haar verzoek zonder relevante reden en kort voor de geplande mondelinge behandeling heeft ingetrokken. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.358.453 zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen 453314 beschikking van 29 januari 2026 in de zaak van [appellant] die woont in [woonplaats] hierna: [appellant] advocaat: mr. J. van de Worp tegen Kiel Pinball B.V. die is gevestigd in Nijmegen hierna: Kiel Pinball advocaat: mr. Y.J.M. Alkema (onttrokken) 1 De procedure bij de rechtbank 1.1. Kiel Pinball heeft bij de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, (hierna: de rechtbank) op 24 juni 2025 een verzoek ingediend om [appellant] in staat van faillissement te verklaren. Namens [appellant] is een verweerschrift ingediend. De mondelinge behandeling bij de rechtbank stond gepland op 12 augustus 2025. 1.2. Op 11 augustus 2025 heeft Kiel Pinball haar verzoek ingetrokken. [appellant] heeft zijn verzoek om veroordeling van Kiel Pinball in de kosten van het geding, opgenomen in zijn verweerschrift, gehandhaafd. De rechtbank heeft dat verzoek in de beschikking van 12 augustus 2025 afgewezen. 2 De procedure bij het hof 2.1. In het op 20 augustus 2025 bij het hof binnengekomen beroepschrift heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van 12 augustus 2025. [appellant] verzoekt die beschikking te vernietigen en Kiel Pinball alsnog te veroordelen in de (volledige) proceskosten van [appellant] in de procedure bij de rechtbank en in deze procedure in hoger beroep. Het beroepschrift is door het hof aan de voormalig advocaat van Kiel Pinball gestuurd met de mededeling dat er uiterlijk op 24 september 2025 een verweerschrift kon worden ingediend. Kiel Pinball heeft geen verweerschrift ingediend. 2.2. [appellant] heeft afgezien van een mondelinge behandeling en de advocaat van Kiel Pinball heeft het hof op 8 oktober 2025 geïnformeerd niet meer op te treden voor Kiel Pinball. 3 De motivering van de beslissing in hoger beroep 3.1. De bezwaren van [appellant] zijn gericht tegen de afwijzing van de door hem verzochte (volledige) proceskostenveroordeling. In deze zaak gaat het daarom alleen om de vraag of een (volledige) proceskostenveroordeling ten nadele van Kiel Pinball moet worden uitgesproken. 3.2. Het landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbanken (achtste versie, artikel 2.1.2.8.) bepaalt dat als bij het verweer om een kostenveroordeling wordt gevraagd en na de intrekking wordt gehandhaafd, de rechter daarop zal beslissen. Het is daarbij volgens de Hoge Raad aan het inzicht van de rechter die over de feiten oordeelt overgelaten of hij in het gegeven geval tot een proceskostenveroordeling beslist. 3.3. Voor de vraag of een proceskostenveroordeling moet worden uitgesproken weegt het hof mee in hoeverre het faillissementsverzoek kans van slagen zou hebben gehad als dat niet zou zijn ingetrokken. Voor het uitspreken van een faillietverklaring is onder meer vereist dat summierlijk is gebleken van een ten tijde van de faillietverklaring bestaand vorderingsrecht van de aanvrager (Kiel Pinball). Voor een uitgebreid onderzoek is in een faillissementsprocedure geen plaats, zodat van die vordering na een kort, eenvoudig onderzoek moet blijken. 3.4. Kiel Pinball heeft bij de rechtbank aangevoerd dat zij een vordering uit hoofde van een geldlening op [appellant] heeft. Die vordering is aan haar gecedeerd op 1 mei 2022. Zij verwijst naar een ondertekende akte van cessie. [appellant] heeft de vordering van Kiel Pinball in zijn verweerschrift uitvoerig betwist. Volgens hem is de cessieakte niet rechtsgeldig. De vordering is destijds niet overgedragen aan Kiel Pinball, maar aan De Vaan Beheer B.V. (de enig aandeelhouder van Kiel Pinball). [appellant] heeft een brief die dateert van 1 mei 2022 overgelegd die is gericht aan De Vaan Beheer B.V. waarin de vorige rechthebbende van de vordering (hierna: de cedent) schrijft dat die vordering wordt verrekend met de openstaande schuld die de cedent heeft bij De Vaan Beheer B.V. [appellant] heeft daarnaast een verklaring overgelegd van de echtgenoot van de cedent. Hij schrijft dat een akte van cessie met daarop de datum van 1 mei 2022 door zijn echtgenote is ondertekend op 26 maart 2025 en niet op 1 mei 2022. Volgens [appellant] was de vordering uit hoofde van de geldlening in maart 2025 al verrekend met de vordering die De Vaan Beheer B.V. had op de cedent (gelet op de eerder genoemde brief van 1 mei 2022). De cedent was daarom in maart 2025 niet meer bevoegd om over die vordering te beschikken en die te cederen aan Kiel Pinball. Volgens [appellant] heeft Kiel Pinball daarom geen vordering op hem. 3.5. Kiel Pinball heeft haar verzoek tot faillietverklaring de dag voor de geplande mondelinge behandeling ingetrokken. Uit de door [appellant] overgelegde correspondentie blijkt dat Kiel Pinball schrijft dat zij haar verzoek heeft ingetrokken, omdat zij in de veronderstelling was dat de advocaat van [appellant] was verhinderd voor de mondelinge behandeling op 12 augustus 2025. 3.6. Gelet op de uitvoerige betwisting door [appellant] van de vordering van Kiel Pinball en de intrekking door Kiel Pinball van haar verzoek, waardoor zij niet meer op die betwisting heeft gereageerd, is van de vordering van Kiel Pinball niet summierlijk gebleken. Daar komt bij dat niet valt in te zien waarom de eventuele verhindering van de advocaat van [appellant] Kiel Pinball aanleiding gaf haar verzoek in te trekken. Die eventuele verhindering zou immers geen gevolgen hebben voor haar positie in die procedure. Bovendien had het voor de hand gelegen dat Kiel Pinball haar verzoek opnieuw zou hebben ingediend als de enige reden voor intrekking de eventuele verhindering van de advocaat van [appellant] voor de mondelinge behandeling was. Het is het hof niet gebleken dat dit is gebeurd. 3.7. Omdat - op basis van de stukken die het hof heeft - niet summierlijk is gebleken dat Kiel Pinball een vordering had op [appellant] en Kiel Pinball haar verzoek zonder relevante reden en kort voor de geplande mondelinge behandeling heeft ingetrokken, zal het hof Kiel Pinball veroordelen tot betaling van de proceskosten van [appellant] zowel in hoger beroep als in eerste aanleg bij de rechtbank. 3.8. [appellant] heeft verzocht Kiel Pinball te veroordelen in zijn volledige proceskosten. Volgens vaste rechtspraak is een uitzondering op het wettelijke proceskostenregime van de artikelen 237- 240 Rv alleen mogelijk onder buitengewone omstandigheden, zoals wanneer sprake is van misbruik van procesrecht of het onrechtmatig instellen van een procedure. Naar het oordeel van het hof is daarvan geen sprake. Het verzoek van Kiel Pinball is niet evident ongegrond en niet is gebleken dat Kiel Pinball haar verzoek heeft gebaseerd op feiten en omstandigheden waarvan zij wist dat die onjuist zijn. Bij de proceskostenveroordeling zal daarom worden uitgegaan van de liquidatietarieven rechtbanken en gerechtshoven. Onder de proceskosten vallen ook de nakosten. 3.9. Het hoger beroep slaagt. De beschikking waarvan beroep zal worden vernietigd en het hof zal beslissen zoals hierna is vermeld. 3.10. De proceskostenveroordeling in deze uitspraak kan ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad). 4 De beslissing Het hof: 4.1. vernietigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 12 augustus 2025 en beslist als volgt: 4.2.