Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-01-28
ECLI:NL:GHARL:2026:484
Strafrecht
Hoger beroep
3,969 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:484 text/xml public 2026-05-15T15:16:29 2026-01-28 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-01-28 21-005177-24 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:484 text/html public 2026-05-15T15:16:07 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:484 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 28-01-2026 / 21-005177-24 Vernietiging van het vonnis van de rechtbank. Bewezenverklaring van het handelen in strijd met artikel 26 lid 1 WWM. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken. Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005177-24 Uitspraakdatum: 28 januari 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 4 oktober 2024 met parketnummer 18-001137-24 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] , ingeschreven te [adres] . Hoger beroep Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland. Onderzoek van de zaak Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 14 januari 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank van 4 oktober 2024 besproken is. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de politierechter. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat de raadsman van verdachte, mr. N.E. Koelemaij, namens verdachte heeft aangevoerd. Het vonnis Bij vonnis van 4 oktober 2024, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de politierechter verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes weken. Hoewel het hof tot hetzelfde oordeel komt als de rechtbank zal het vonnis toch worden vernietigd en zal het hof opnieuw recht doen omdat de rechtbank de eigen zitting alleen verkort heeft uitgewerkt. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 21 oktober 2023 te [plaats 1] , gemeente [gemeente] , althans [plaats 2] , althans Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen, van het merk BBM, type Mini Gap, kaliber 8mm K zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overweging met betrekking tot het bewijs en bewijsmiddelen Het hof komt op grond van de hierna te noemen bewijsmiddelen tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde. Aangezien verdachte het ten laste gelegde feit tijdens zijn verhoor bij de politie heeft bekend, nadien geen (andersluidende) verklaring heeft afgelegd en geen vrijspraak is bepleit, zal het hof ingevolge artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, zoals hieronder weergegeven: 1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 oktober 2023, opgenomen op pagina 16 e.v. van het dossier van de Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2023282886, genummerd PL0100-2023282886-7, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] . 2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 24 november 2023, opgenomen op pagina 24 e.v. van het voornoemde dossier, genummerd PL0100-2023282886-17, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte. 3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van onderzoek wapen d.d. 8 november 2023, opgenomen op pagina 19 e.v. van het voornoemde dossier, genummerd PL0100-2023282886-16, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 2] . Bewezenverklaring Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op 21 oktober 2023 te [plaats 1] een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen, van het merk BBM, type Mini Gap, kaliber 8mm K zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, voorhanden heeft gehad. Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Strafbaarheid van verdachte Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is. Oplegging van straf Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Verdachte heeft zich op 21 oktober 2023 schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen. Verdachte heeft een vuurwapen verstopt in zijn kleding meegenomen naar een afspraak met een voormalige zakenpartner in het restaurant van hotel Van der Valk. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens brengt grote risico’s met zich voor de veiligheid van personen. Het bezit daarvan leidt maar al te vaak tot het gebruik daarvan, met alle mogelijke gevolgen van dien. Het hof heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 15 december 2025, waaruit blijkt dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. Het hof neemt dit niet in strafverhogende zin mee nu het gaat om een aantal zaken die ofwel nog niet onherroepelijk zijn afgedaan danwel zijn afgedaan met een sepot. Verdachte is daarnaast eenmaal een boete opgelegd in verband met een verkeersfeit. Ook is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing. Het hof houdt bij de strafoplegging daarnaast rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals door zijn raadsman naar voren gebracht tijdens de zitting in hoger beroep. De raadsman verklaart dat verdachte uit paniek heeft gehandeld. Hij is zeer ernstig bedreigd en heeft besloten zichzelf te beschermen door zich te bewapenen. Het betreft nog altijd een serieuze bedreiging waardoor verdachte niet is verschenen tijdens de zitting van het hof en zijn hele gezin nog steeds in angst leeft. Gelet op het voorgaande – in onderlinge samenhang bezien – acht het hof, net als de politierechter en de advocaat-generaal, een gevangenisstraf van zes weken, passend en geboden. Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, ziet het hof geen andere passende mogelijkheid dan verdachte een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Het hof gaat daarom voorbij aan het verzoek van de verdediging tot oplegging van een geldboete in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf. Wetsartikelen De straf is gebaseerd op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) weken . Dit arrest is gewezen door mr. L.J. Hofstra, mr. A.J. Rietveld en mr. L. Pieters, in aanwezigheid van de griffier mr. L. Kiemel en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 28 januari 2026.
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:484 text/xml public 2026-05-15T15:16:29 2026-01-28 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-01-28 21-005177-24 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:484 text/html public 2026-05-15T15:16:07 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:484 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 28-01-2026 / 21-005177-24 Vernietiging van het vonnis van de rechtbank. Bewezenverklaring van het handelen in strijd met artikel 26 lid 1 WWM. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken. Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005177-24 Uitspraakdatum: 28 januari 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 4 oktober 2024 met parketnummer 18-001137-24 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] , ingeschreven te [adres] . Hoger beroep Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland. Onderzoek van de zaak Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 14 januari 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank van 4 oktober 2024 besproken is. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de politierechter. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat de raadsman van verdachte, mr. N.E. Koelemaij, namens verdachte heeft aangevoerd. Het vonnis Bij vonnis van 4 oktober 2024, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de politierechter verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes weken. Hoewel het hof tot hetzelfde oordeel komt als de rechtbank zal het vonnis toch worden vernietigd en zal het hof opnieuw recht doen omdat de rechtbank de eigen zitting alleen verkort heeft uitgewerkt. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 21 oktober 2023 te [plaats 1] , gemeente [gemeente] , althans [plaats 2] , althans Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen, van het merk BBM, type Mini Gap, kaliber 8mm K zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overweging met betrekking tot het bewijs en bewijsmiddelen Het hof komt op grond van de hierna te noemen bewijsmiddelen tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde. Aangezien verdachte het ten laste gelegde feit tijdens zijn verhoor bij de politie heeft bekend, nadien geen (andersluidende) verklaring heeft afgelegd en geen vrijspraak is bepleit, zal het hof ingevolge artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, zoals hieronder weergegeven: 1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 oktober 2023, opgenomen op pagina 16 e.v. van het dossier van de Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2023282886, genummerd PL0100-2023282886-7, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] . 2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 24 november 2023, opgenomen op pagina 24 e.v. van het voornoemde dossier, genummerd PL0100-2023282886-17, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte. 3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van onderzoek wapen d.d. 8 november 2023, opgenomen op pagina 19 e.v. van het voornoemde dossier, genummerd PL0100-2023282886-16, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 2] . Bewezenverklaring Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op 21 oktober 2023 te [plaats 1] een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen, van het merk BBM, type Mini Gap, kaliber 8mm K zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, voorhanden heeft gehad. Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Strafbaarheid van verdachte Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is. Oplegging van straf Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Verdachte heeft zich op 21 oktober 2023 schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen. Verdachte heeft een vuurwapen verstopt in zijn kleding meegenomen naar een afspraak met een voormalige zakenpartner in het restaurant van hotel Van der Valk. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens brengt grote risico’s met zich voor de veiligheid van personen. Het bezit daarvan leidt maar al te vaak tot het gebruik daarvan, met alle mogelijke gevolgen van dien. Het hof heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 15 december 2025, waaruit blijkt dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. Het hof neemt dit niet in strafverhogende zin mee nu het gaat om een aantal zaken die ofwel nog niet onherroepelijk zijn afgedaan danwel zijn afgedaan met een sepot. Verdachte is daarnaast eenmaal een boete opgelegd in verband met een verkeersfeit. Ook is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing. Het hof houdt bij de strafoplegging daarnaast rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals door zijn raadsman naar voren gebracht tijdens de zitting in hoger beroep. De raadsman verklaart dat verdachte uit paniek heeft gehandeld. Hij is zeer ernstig bedreigd en heeft besloten zichzelf te beschermen door zich te bewapenen. Het betreft nog altijd een serieuze bedreiging waardoor verdachte niet is verschenen tijdens de zitting van het hof en zijn hele gezin nog steeds in angst leeft. Gelet op het voorgaande – in onderlinge samenhang bezien – acht het hof, net als de politierechter en de advocaat-generaal, een gevangenisstraf van zes weken, passend en geboden. Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, ziet het hof geen andere passende mogelijkheid dan verdachte een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Het hof gaat daarom voorbij aan het verzoek van de verdediging tot oplegging van een geldboete in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf. Wetsartikelen De straf is gebaseerd op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) weken . Dit arrest is gewezen door mr. L.J. Hofstra, mr. A.J. Rietveld en mr. L. Pieters, in aanwezigheid van de griffier mr. L. Kiemel en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 28 januari 2026.