Rechtspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-01-07
ECLI:NL:GHARL:2026:48
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.355.383/01 CJIB-nummer : 257572704 Uitspraak d.d. : 7 januari 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 25 maart 2025, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling 1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 160,- voor: “N515 - als best. van een voertuig rijden, terw. verlichting/retroreflecterende voorzieningen niet aan vereiste kleur voldoen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 2 mei 2023 om 9:55 uur op de Rijksweg A15 met het voertuig met het kenteken [kenteken] . 2. De gemachtigde voert aan dat de ambtenaar verklaart dat de verlichting aan de voorzijde niet is toegestaan en dat de retroreflectoren niet aan de gestelde eisen voldoen. Aan de bijbehorende feitcodes N517 en N550 is een lager sanctiebedrag gekoppeld. De ambtenaar heeft een sanctie opgelegd met feitcode N515, terwijl deze feitcode niet bij de gedraging past nu het gaat om voorzieningen die niet aanwezig mochten zijn. De gemachtigde voert tevens aan dat de kantonrechter ten onrechte uit de aanvullende verklaring van de ambtenaar heeft afgeleid dat feitcode N650 niet van toepassing is. 3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft. 4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Ik, verbalisant, zag dat de verlichting boven op de cabine van de betrokken vrachtauto amberkleurig licht uitstraalde. Oranje (amberkleur) licht aan de voorzijde van een voertuig is niet toegestaan. Overtreden artikel: 5.3.51-59 en 5.6.95 RV. (…) Verklaring betrokkene: ik ben eigenaar van de vrachtauto. Ik heb de vrachtauto zo gekocht.” 5. Verder bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal van 22 augustus 2023, waarin de ambtenaar onder meer verklaart: “Feiten en omstandigheden overtreding: Op dinsdag 2 mei 2023, om 09:55 uur, zag ik, de betrokken vrachtauto, voorzien van kenteken [kenteken] , rijden op een voor het openbaar verkeer openstaande weg de autosnelweg A15 ter hoogte van Andelst. (…) Bij controle van de betrokken vrachtauto zag ik dat de verlichting op het dak aan de voorzijde van de vrachtauto voorzien was van amberkleurige (oranje) verlichting. Het betrof de stadslichten in de verstralers die geplaatst waren op het dak van de vrachtauto. Ik heb de betrokkene een proces-verbaal aangezegd genoemd feitnummer N515. Het artikel wat hieraan gekoppeld zegt: Artikel 5.3.53 van de Regeling Voertuigen (permanente eisen) 1. De grote lichten, dimlichten, stadslichten en achteruitrij