Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-01-27
ECLI:NL:GHARL:2026:441
Civiel recht
Hoger beroep
4,064 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:441 text/xml public 2026-02-05T17:00:08 2026-01-27 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-01-27 200.356.398 Uitspraak Hoger beroep Beschikking NL Arnhem Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:441 text/html public 2026-01-29T12:12:45 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:441 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 27-01-2026 / 200.356.398 Vervangende toestemming voor verhuizing verleend, artikel 1:253a lid 1 BW, gelet op de algehele situatie van de moeder heeft het hof er begrip voor dat de moeder de keuze heeft gemaakt om te verhuizen. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.356.398 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 584883) beschikking van 27 januari 2026 inzake [appellante] , wonende te [woonplaats1] , verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de moeder, advocaat: mr. S. Köller, en [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats2] , verweerder in hoger beroep, verder te noemen: de vader, advocaat: mr. R.F. Vonk. 1 Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 10 april 2025, hersteld bij beschikking van 25 juni 2025, uitgesproken onder zaaknummer 584883, verder ook te noemen: de bestreden beschikking. 2 Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met producties, ingekomen op 3 juli 2025; - het verweerschrift met producties; - een journaalbericht van mr. Köller van 18 november 2025 met producties. 2.2 De minderjarige [minderjarige1] is in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt. 2.3 De mondelinge behandeling heeft op 3 december 2025 te Zwolle plaatsgevonden. Aanwezig waren: - de moeder en haar advocaat; - de vader en zijn advocaat; - een vertegenwoordiger namens de raad voor de kinderbescherming (verder te noemen: de raad). 3 De feiten 3.1 Het huwelijk van de partijen is ontbonden door echtscheiding. 3.2 Partijen zijn de ouders van: - [minderjarige1] , geboren [in] 2017 in [geboorteplaats1] , en - [minderjarige2] , geboren [in] 2018 in [geboorteplaats1] , over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. 3.3 In de beschikking van 18 januari 2024 heeft dit gerechtshof een zorgregeling vastgesteld die inhoudt dat de kinderen op maandag en dinsdag bij de moeder en op woensdag en donderdag bij de vader zijn en dat de kinderen de weekenden (vrijdag, zaterdag en zondag) afwisselend bij ene en de andere ouder doorbrengen. Verder is de beslissing van de rechtbank dat de kinderen staan ingeschreven op het adres van de moeder in deze beschikking van het hof bekrachtigd. 4 De omvang van het geschil 4.1 Tussen partijen is in geschil de verhuizing van de moeder met de kinderen naar [woonplaats1] . De moeder heeft de rechtbank verzocht haar vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen te verhuizen naar de [adres] in [woonplaats1] en voor alle handelingen en het aanvragen en ondertekenen van documenten die noodzakelijk zijn voor deze verhuizing. De rechtbank heeft geoordeeld dat een verhuizing van de kinderen naar [woonplaats1] niet in het belang van de kinderen is en daarom heeft de rechtbank deze verzoeken van de moeder afgewezen. 4.2 De moeder is het niet eens met de beslissing van de rechtbank om geen toestemming voor de verhuizing te verlenen en zij komt daarom in hoger beroep. De moeder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen ten aanzien van de beslissing over de vervangende toestemming voor een verhuizing naar [woonplaats1] en alsnog vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen te verhuizen naar de [adres] te [woonplaats1] en voor alle handelingen en het aanvragen en documenten in de ruimste zin van het woord die noodzakelijk zijn om de verhuizing mogelijk te maken. 4.3 De vader voert verweer en hij vraagt het hof het verzoek van de moeder af te wijzen. 5 De motivering van de beslissing Juridisch kader 5.1 In artikel 1:253a lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechter kunnen worden voorgelegd. Op grond van de wet dient het hof in een geschil als dit, waarbij de ouders met het gezamenlijk gezag over de kinderen belast zijn en er een verschil van mening bestaat over de verhuizing van een verzorgende ouder samen met de kinderen, een zodanige beslissing te nemen als het hof in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Het hof moet een belangenafweging maken en daarbij alle omstandigheden van het geval betrekken. 5.2 Het hof is van oordeel dat de vervangende toestemming voor de verhuizing naar [woonplaats1] alsnog aan de moeder moet worden verleend. Het hof legt hierna uit op grond waarvan het hof tot dit oordeel komt. 5.3 De moeder had de woning in [woonplaats1] aan de [adres] al gekocht toen de procedure bij de rechtbank over de vervangende toestemming voor de verhuizing werd gevoerd. Gebleken is dat de moeder na de bestreden beschikking is verhuisd naar de woning in [woonplaats1] , ondanks dat zij hiervoor geen vervangende toestemming heeft gekregen. Het hof vindt het bedenkelijk dat de moeder handelt in strijd met de beslissing van de rechtbank, maar de verhuizing heeft een relatief korte reisafstand en reisduur tot gevolg. In dat opzicht is deze zaak een uitzondering ten opzichte van veel uitspraken van rechters over vervangende toestemming voor een ouder om met de kinderen te mogen verhuizen. In een ideale situatie voor een co-ouderschap zijn de woonplekken van de ouders met de kinderen en de school op korte afstand van elkaar gelegen. Toch acht het hof het niet onoverkomelijk dat de kinderen een paar dagen per week met de moeder een reisafstand van ongeveer 15 kilometer en een reisduur van circa 20 minuten moeten overbruggen. Uit de toelichtingen van de ouders en hun advocaten leidt het hof af dat de moeder het reizen naar school en de sportactiviteiten van en naar [woonplaats1] volledig voor haar rekening neemt en dat de moeder zich ook inspant om ervoor te zorgen dat de kinderen buiten school nog met vriendjes en vriendinnetjes kunnen spelen. De vader heeft naar het oordeel van het hof onvoldoende nader toegelicht dat de flexibiliteit van de kinderen in de huidige situatie flink wordt beperkt. Daarbij komt dat de rol van de vader in het leven van [minderjarige1] en [minderjarige2] op geen enkele manier wordt ingeperkt of belemmerd door de verhuizing met de moeder. Het hof hoort in de stellingen van de ouders ook niet dat de kinderen zich op dit moment niet goed ontwikkelen of dat zij hinder ervaren van de verhuizing met de moeder. Dat de kinderen vanaf de moeder niet, dan wel pas op veel latere leeftijd, zelfstandig op de fiets naar school, vrienden of sportactiviteiten in [woonplaats2] kunnen reizen, is voor het hof niet doorslaggevend. De kinderen kunnen dat immers wel op de dagen dat zij bij de vader verblijven en dat is gedurende de helft van de tijd het geval. De verhuizing van de moeder naar [woonplaats1] staat naar het oordeel van het hof op grond van de hiervoor beschreven redenen niet in de weg aan de uitvoering van de huidige co-ouderschapsregeling. 5.4 De moeder heeft verder naar het oordeel van het hof goed uitgelegd hoe haar zoektocht naar eigen woonruimte is verlopen en waarom dit heeft geleid tot de aankoop van de “kluswoning” in [woonplaats1] . Zij heeft na de echtscheiding een lange periode, op basis van de financiële middelen die zij op dat moment had, serieus gezocht naar een woning dichterbij de school van de kinderen, maar zonder succes. De moeder stelt dat deze periode waarin zij in een tijdelijke woning verbleef haar veel onzekerheid gaf. Mede vanwege de sterk stijgende huizenprijzen heeft de moeder besloten om met een inmiddels wat ruimer financieel budget ook te gaan bieden op woningen die niet helemaal aan haar eisen voldeden. De woning die zij nu heeft gekocht betrof de eerste woning waarover zij serieus in onderhandeling kwam met de verkoper.
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:441 text/xml public 2026-02-05T17:00:08 2026-01-27 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-01-27 200.356.398 Uitspraak Hoger beroep Beschikking NL Arnhem Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:441 text/html public 2026-01-29T12:12:45 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:441 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 27-01-2026 / 200.356.398 Vervangende toestemming voor verhuizing verleend, artikel 1:253a lid 1 BW, gelet op de algehele situatie van de moeder heeft het hof er begrip voor dat de moeder de keuze heeft gemaakt om te verhuizen. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.356.398 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 584883) beschikking van 27 januari 2026 inzake [appellante] , wonende te [woonplaats1] ,verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de moeder, advocaat: mr. S. Köller, en [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats2] , verweerder in hoger beroep, verder te noemen: de vader, advocaat: mr. R.F. Vonk. 1 Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 10 april 2025, hersteld bij beschikking van 25 juni 2025, uitgesproken onder zaaknummer 584883, verder ook te noemen: de bestreden beschikking. 2 Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met producties, ingekomen op 3 juli 2025; - het verweerschrift met producties; - een journaalbericht van mr. Köller van 18 november 2025 met producties. 2.2 De minderjarige [minderjarige1] is in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt. 2.3 De mondelinge behandeling heeft op 3 december 2025 te Zwolle plaatsgevonden. Aanwezig waren: - de moeder en haar advocaat; - de vader en zijn advocaat; - een vertegenwoordiger namens de raad voor de kinderbescherming (verder te noemen: de raad). 3 De feiten 3.1 Het huwelijk van de partijen is ontbonden door echtscheiding. 3.2 Partijen zijn de ouders van: - [minderjarige1] , geboren [in] 2017 in [geboorteplaats1] , en - [minderjarige2] , geboren [in] 2018 in [geboorteplaats1] , over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. 3.3 In de beschikking van 18 januari 2024 heeft dit gerechtshof een zorgregeling vastgesteld die inhoudt dat de kinderen op maandag en dinsdag bij de moeder en op woensdag en donderdag bij de vader zijn en dat de kinderen de weekenden (vrijdag, zaterdag en zondag) afwisselend bij ene en de andere ouder doorbrengen. Verder is de beslissing van de rechtbank dat de kinderen staan ingeschreven op het adres van de moeder in deze beschikking van het hof bekrachtigd. 4 De omvang van het geschil 4.1 Tussen partijen is in geschil de verhuizing van de moeder met de kinderen naar [woonplaats1] . De moeder heeft de rechtbank verzocht haar vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen te verhuizen naar de [adres] in [woonplaats1] en voor alle handelingen en het aanvragen en ondertekenen van documenten die noodzakelijk zijn voor deze verhuizing. De rechtbank heeft geoordeeld dat een verhuizing van de kinderen naar [woonplaats1] niet in het belang van de kinderen is en daarom heeft de rechtbank deze verzoeken van de moeder afgewezen. 4.2 De moeder is het niet eens met de beslissing van de rechtbank om geen toestemming voor de verhuizing te verlenen en zij komt daarom in hoger beroep. De moeder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen ten aanzien van de beslissing over de vervangende toestemming voor een verhuizing naar [woonplaats1] en alsnog vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen te verhuizen naar de [adres] te [woonplaats1] en voor alle handelingen en het aanvragen en documenten in de ruimste zin van het woord die noodzakelijk zijn om de verhuizing mogelijk te maken. 4.3 De vader voert verweer en hij vraagt het hof het verzoek van de moeder af te wijzen. 5 De motivering van de beslissing Juridisch kader 5.1 In artikel 1:253a lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechter kunnen worden voorgelegd. Op grond van de wet dient het hof in een geschil als dit, waarbij de ouders met het gezamenlijk gezag over de kinderen belast zijn en er een verschil van mening bestaat over de verhuizing van een verzorgende ouder samen met de kinderen, een zodanige beslissing te nemen als het hof in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Het hof moet een belangenafweging maken en daarbij alle omstandigheden van het geval betrekken. 5.2 Het hof is van oordeel dat de vervangende toestemming voor de verhuizing naar [woonplaats1] alsnog aan de moeder moet worden verleend. Het hof legt hierna uit op grond waarvan het hof tot dit oordeel komt. 5.3 De moeder had de woning in [woonplaats1] aan de [adres] al gekocht toen de procedure bij de rechtbank over de vervangende toestemming voor de verhuizing werd gevoerd. Gebleken is dat de moeder na de bestreden beschikking is verhuisd naar de woning in [woonplaats1] , ondanks dat zij hiervoor geen vervangende toestemming heeft gekregen. Het hof vindt het bedenkelijk dat de moeder handelt in strijd met de beslissing van de rechtbank, maar de verhuizing heeft een relatief korte reisafstand en reisduur tot gevolg. In dat opzicht is deze zaak een uitzondering ten opzichte van veel uitspraken van rechters over vervangende toestemming voor een ouder om met de kinderen te mogen verhuizen. In een ideale situatie voor een co-ouderschap zijn de woonplekken van de ouders met de kinderen en de school op korte afstand van elkaar gelegen. Toch acht het hof het niet onoverkomelijk dat de kinderen een paar dagen per week met de moeder een reisafstand van ongeveer 15 kilometer en een reisduur van circa 20 minuten moeten overbruggen. Uit de toelichtingen van de ouders en hun advocaten leidt het hof af dat de moeder het reizen naar school en de sportactiviteiten van en naar [woonplaats1] volledig voor haar rekening neemt en dat de moeder zich ook inspant om ervoor te zorgen dat de kinderen buiten school nog met vriendjes en vriendinnetjes kunnen spelen. De vader heeft naar het oordeel van het hof onvoldoende nader toegelicht dat de flexibiliteit van de kinderen in de huidige situatie flink wordt beperkt. Daarbij komt dat de rol van de vader in het leven van [minderjarige1] en [minderjarige2] op geen enkele manier wordt ingeperkt of belemmerd door de verhuizing met de moeder. Het hof hoort in de stellingen van de ouders ook niet dat de kinderen zich op dit moment niet goed ontwikkelen of dat zij hinder ervaren van de verhuizing met de moeder. Dat de kinderen vanaf de moeder niet, dan wel pas op veel latere leeftijd, zelfstandig op de fiets naar school, vrienden of sportactiviteiten in [woonplaats2] kunnen reizen, is voor het hof niet doorslaggevend. De kinderen kunnen dat immers wel op de dagen dat zij bij de vader verblijven en dat is gedurende de helft van de tijd het geval. De verhuizing van de moeder naar [woonplaats1] staat naar het oordeel van het hof op grond van de hiervoor beschreven redenen niet in de weg aan de uitvoering van de huidige co-ouderschapsregeling. 5.4 De moeder heeft verder naar het oordeel van het hof goed uitgelegd hoe haar zoektocht naar eigen woonruimte is verlopen en waarom dit heeft geleid tot de aankoop van de “kluswoning” in [woonplaats1] . Zij heeft na de echtscheiding een lange periode, op basis van de financiële middelen die zij op dat moment had, serieus gezocht naar een woning dichterbij de school van de kinderen, maar zonder succes. De moeder stelt dat deze periode waarin zij in een tijdelijke woning verbleef haar veel onzekerheid gaf. Mede vanwege de sterk stijgende huizenprijzen heeft de moeder besloten om met een inmiddels wat ruimer financieel budget ook te gaan bieden op woningen die niet helemaal aan haar eisen voldeden. De woning die zij nu heeft gekocht betrof de eerste woning waarover zij serieus in onderhandeling kwam met de verkoper.