Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-01-20
ECLI:NL:GHARL:2026:318
Civiel recht
Hoger beroep
16,311 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:318 text/xml public 2026-01-29T14:34:03 2026-01-21 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-01-20 200.341.786 Uitspraak Hoger beroep Tussenuitspraak NL Arnhem Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:318 text/html public 2026-01-29T14:33:14 2026-01-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:318 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 20-01-2026 / 200.341.786 Schadevergoeding in verband met opzegging duurovereenkomst zonder inachtneming opzegtermijn; behoefte aan deskundige voorlichting omvang schade. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof: 200.341.786 zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht: 562040 arrest van 20 januari 2026 in de zaak van Mobiel Sport- en Institutionele Reklame B.V. die is gevestigd in Utrecht die hoger beroep heeft ingesteld en bij de rechtbank optrad als eiseres in conventie, gedaagde in reconventie hierna: Mobiel Reklame advocaat: mr. A.J. van der Duijn Schouten tegen [geïntimeerde] B.V. die is gevestigd in [vestigingsplaats] die ook hoger beroep heeft ingesteld en bij de rechtbank optrad als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie hierna: [geïntimeerde] advocaat: mr. M.P. Vink 1 Het verloop van de procedure in hoger beroep Mobiel Reklame heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de rechtbank Midden Nederland, zittingsplaats Utrecht (hierna: de rechtbank) op 1 mei 2024 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; de memorie van grieven, met producties; de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep en vermeerdering van eis, met producties; de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep, met producties; het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 7 oktober 2025 is gehouden. 2 De kern van de zaak 2.1. Tussen partijen was sprake van een duurovereenkomst. In geschil is of Mobiel Reklame deze overeenkomst heeft opgezegd en in verband daarmee tegenover [geïntimeerde] schadeplichtig is. Het hof is van oordeel dat Mobiel Reklame de duurovereenkomst heeft opgezegd en daarbij ten onrechte geen opzeggingstermijn in acht heeft genomen. [geïntimeerde] heeft daarom recht op een schadevergoeding van Mobiel Reklame. Het hof beschikt over onvoldoende informatie om de omvang daarvan vast te stellen en heeft behoefte aan deskundige voorlichting. Deze beslissing wordt hierna onder 3 toegelicht. Het hof zal eerst de achtergrond van de zaak en de vorderingen van partijen weergeven. 2.2. Mobiel Reklame stelt kosteloos auto’s die van reclame-uitingen zijn voorzien aan instellingen ter beschikking. Na verloop van vijf jaar worden de auto’s door Mobiel Reklame ingenomen en verkocht. [geïntimeerde] houdt zich bezig met de handel in en reparatie van auto’s. Tussen Mobiel Reklame en [geïntimeerde] bestond een langdurige samenwerking, waarbij [geïntimeerde] auto’s kocht die Mobiel Reklame eerder aan instellingen ter beschikking had gesteld. [geïntimeerde] handelde daarbij met de instellingen of hun verzekeraars schades aan de auto’s af en verrichtte verschillende werkzaamheden aan de auto’s, waarna zij deze weer verkocht. De praktijk was dat [geïntimeerde] vaak laat de facturen van Mobiel Reklame betaalde. De afspraken over de samenwerking hebben partijen niet schriftelijk vastgelegd. In 2022 is er discussie tussen partijen ontstaan over de invulling van die afspraken en in het bijzonder het betalingsgedrag van [geïntimeerde] . Volgens [geïntimeerde] heeft Mobiel Reklame de duurovereenkomst vervolgens in 2023 onrechtmatig beëindigd. Zij heeft Mobiel Reklame aansprakelijk gesteld voor de schade die daarvan het gevolg is. Mobiel Reklame heeft daarop betwist dat zij de samenwerking heeft beëindigd, alle verkochte auto’s gefactureerd, [geïntimeerde] in gebreke gesteld voor de betaling van alle verkochte auto’s, ontbinding van de duurovereenkomst aangezegd als niet wordt nagekomen en deze opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van één jaar. Ook heeft zij (bank)beslag laten leggen. Daarna zijn zeven koopovereenkomsten voor auto’s die al waren verkocht, maar nog niet geleverd, door Mobiel Reklame ontbonden. 2.3. Mobiel Reklame heeft bij de rechtbank in conventie betaling van € 177.560,67 gevorderd ter zake van openstaande facturen, met vergoeding van de door haar gemaakte beslagkosten. 2.4. [geïntimeerde] heeft in reconventie betaling gevorderd van (i) € 358.570,- aan gemiste brutowinst als gevolg van de beëindiging van de duurovereenkomst, (ii) € 38.030,16 aan gemiste brutowinst als gevolg van de ontbinding van de zeven koopovereenkomsten en (iii) € 45.000,- aan doorlopende kosten voor een boventallige monteur. Daarnaast heeft zij aanspraak gemaakt op een schadevergoeding voor de gelegde conservatoire beslagen. [geïntimeerde] beroept zich op verrekening met het bedrag dat zij nog aan Mobiel Reklame verschuldigd is vanwege de openstaande facturen. 2.5. De rechtbank heeft het beroep van [geïntimeerde] op verrekening gehonoreerd en de vorderingen van Mobiel Reklame in conventie afgewezen, met veroordeling van Mobiel Reklame in de proceskosten. In reconventie heeft de rechtbank Mobiel Reklame veroordeeld tot betaling van € 46.515,58 aan [geïntimeerde] , te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, en de door Mobiel Reklame gelegde conservatoire beslagen opgeheven. De proceskosten zijn gecompenseerd. In conventie en reconventie zijn de veroordelingen en de beslissing tot opheffing van de beslagen uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is het meer of anders gevorderde afgewezen. 2.6. De bedoeling van het principaal hoger beroep van Mobiel Reklame is dat haar vordering ter zake de openstaande facturen alsnog wordt toegewezen, met afwijzing van het verrekeningsverweer van [geïntimeerde] . Zij vordert tevens terugbetaling van hetgeen zij uit hoofde van het vonnis aan [geïntimeerde] heeft betaald, te vermeerderen met wettelijke rente. In het incidenteel hoger beroep vordert [geïntimeerde] een additionele schadevergoeding van €235.550,75, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3 De toelichting op de beslissing van het hof Waarvan het hof uitgaat 3.1. Het hof gaat uit van de feiten zoals vastgesteld in rechtsoverweging 3.1 tot en met 3.21 van het vonnis van de rechtbank, omdat partijen daartegen geen bezwaren (grieven) hebben geformuleerd. Onder de vaststaande feiten is aangenomen dat Mobiel Reklame en [geïntimeerde] sinds 1991 hebben samengewerkt. In haar overwegingen heeft de rechtbank tot uitgangspunt genomen dat partijen op het moment van opzegging in 2023 al 22 jaar intensief samenwerkten. Dat lijkt niet goed met elkaar verenigbaar, maar tegen beide vaststellingen is niet gegriefd. In haar memorie van grieven stelt Mobiel Reklame wel dat, voor zover zij kan terughalen , de start van de samenwerking in 2009 is geweest. Daaraan verbindt zij vervolgens geen consequenties. Het lijkt erop dat de eigen administratie van Mobiel Reklame niet verder teruggaat. Mobiel Reklame heeft aangevoerd dat [geïntimeerde] pas sinds 2019 bestaat, maar dat neemt niet weg dat de samenwerking met eerst de rechtsvoorganger en daarna met [geïntimeerde] al 22 jaar bestaat 3.2. Ook in hoger beroep betwist [geïntimeerde] niet dat zij gehouden is de openstaande facturen voor de 22 auto’s ten bedrage van in totaal € 177.560,67 aan Mobiel Reklame te betalen. Dat is daarom uitgangspunt. Het gaat uitsluitend om de vraag of [geïntimeerde] een (daarmee te verrekenen) vordering heeft ter zake van door Mobiel Reklame veroorzaakte schade. Duurovereenkomst 3.3. De rechtbank heeft overwogen dat tussen partijen sprake was van een bestendige handelsrelatie die moet worden gekwalificeerd als een duurovereenkomst. De eerste grief van Mobiel Reklame heeft daarop betrekking. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Mobiel Reklame verduidelijkt dat de kwalificatie als duurovereenkomst niet wordt betwist. Dat neemt het hof dan ook tot uitgangspunt. 3.4.
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:318 text/xml public 2026-01-29T14:34:03 2026-01-21 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-01-20 200.341.786 Uitspraak Hoger beroep Tussenuitspraak NL Arnhem Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:318 text/html public 2026-01-29T14:33:14 2026-01-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:318 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 20-01-2026 / 200.341.786 Schadevergoeding in verband met opzegging duurovereenkomst zonder inachtneming opzegtermijn; behoefte aan deskundige voorlichting omvang schade. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof: 200.341.786 zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht: 562040 arrest van 20 januari 2026 in de zaak van Mobiel Sport- en Institutionele Reklame B.V. die is gevestigd in Utrecht die hoger beroep heeft ingesteld en bij de rechtbank optrad als eiseres in conventie, gedaagde in reconventie hierna: Mobiel Reklame advocaat: mr. A.J. van der Duijn Schouten tegen [geïntimeerde] B.V. die is gevestigd in [vestigingsplaats] die ook hoger beroep heeft ingesteld en bij de rechtbank optrad als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie hierna: [geïntimeerde] advocaat: mr. M.P. Vink 1 Het verloop van de procedure in hoger beroep Mobiel Reklame heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de rechtbank Midden Nederland, zittingsplaats Utrecht (hierna: de rechtbank) op 1 mei 2024 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; de memorie van grieven, met producties; de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep en vermeerdering van eis, met producties; de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep, met producties; het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 7 oktober 2025 is gehouden. 2 De kern van de zaak 2.1. Tussen partijen was sprake van een duurovereenkomst. In geschil is of Mobiel Reklame deze overeenkomst heeft opgezegd en in verband daarmee tegenover [geïntimeerde] schadeplichtig is. Het hof is van oordeel dat Mobiel Reklame de duurovereenkomst heeft opgezegd en daarbij ten onrechte geen opzeggingstermijn in acht heeft genomen. [geïntimeerde] heeft daarom recht op een schadevergoeding van Mobiel Reklame. Het hof beschikt over onvoldoende informatie om de omvang daarvan vast te stellen en heeft behoefte aan deskundige voorlichting. Deze beslissing wordt hierna onder 3 toegelicht. Het hof zal eerst de achtergrond van de zaak en de vorderingen van partijen weergeven. 2.2. Mobiel Reklame stelt kosteloos auto’s die van reclame-uitingen zijn voorzien aan instellingen ter beschikking. Na verloop van vijf jaar worden de auto’s door Mobiel Reklame ingenomen en verkocht. [geïntimeerde] houdt zich bezig met de handel in en reparatie van auto’s. Tussen Mobiel Reklame en [geïntimeerde] bestond een langdurige samenwerking, waarbij [geïntimeerde] auto’s kocht die Mobiel Reklame eerder aan instellingen ter beschikking had gesteld. [geïntimeerde] handelde daarbij met de instellingen of hun verzekeraars schades aan de auto’s af en verrichtte verschillende werkzaamheden aan de auto’s, waarna zij deze weer verkocht. De praktijk was dat [geïntimeerde] vaak laat de facturen van Mobiel Reklame betaalde. De afspraken over de samenwerking hebben partijen niet schriftelijk vastgelegd. In 2022 is er discussie tussen partijen ontstaan over de invulling van die afspraken en in het bijzonder het betalingsgedrag van [geïntimeerde] . Volgens [geïntimeerde] heeft Mobiel Reklame de duurovereenkomst vervolgens in 2023 onrechtmatig beëindigd. Zij heeft Mobiel Reklame aansprakelijk gesteld voor de schade die daarvan het gevolg is. Mobiel Reklame heeft daarop betwist dat zij de samenwerking heeft beëindigd, alle verkochte auto’s gefactureerd, [geïntimeerde] in gebreke gesteld voor de betaling van alle verkochte auto’s, ontbinding van de duurovereenkomst aangezegd als niet wordt nagekomen en deze opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van één jaar. Ook heeft zij (bank)beslag laten leggen. Daarna zijn zeven koopovereenkomsten voor auto’s die al waren verkocht, maar nog niet geleverd, door Mobiel Reklame ontbonden. 2.3. Mobiel Reklame heeft bij de rechtbank in conventie betaling van € 177.560,67 gevorderd ter zake van openstaande facturen, met vergoeding van de door haar gemaakte beslagkosten. 2.4. [geïntimeerde] heeft in reconventie betaling gevorderd van (i) € 358.570,- aan gemiste brutowinst als gevolg van de beëindiging van de duurovereenkomst, (ii) € 38.030,16 aan gemiste brutowinst als gevolg van de ontbinding van de zeven koopovereenkomsten en (iii) € 45.000,- aan doorlopende kosten voor een boventallige monteur. Daarnaast heeft zij aanspraak gemaakt op een schadevergoeding voor de gelegde conservatoire beslagen. [geïntimeerde] beroept zich op verrekening met het bedrag dat zij nog aan Mobiel Reklame verschuldigd is vanwege de openstaande facturen. 2.5. De rechtbank heeft het beroep van [geïntimeerde] op verrekening gehonoreerd en de vorderingen van Mobiel Reklame in conventie afgewezen, met veroordeling van Mobiel Reklame in de proceskosten. In reconventie heeft de rechtbank Mobiel Reklame veroordeeld tot betaling van € 46.515,58 aan [geïntimeerde] , te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, en de door Mobiel Reklame gelegde conservatoire beslagen opgeheven. De proceskosten zijn gecompenseerd. In conventie en reconventie zijn de veroordelingen en de beslissing tot opheffing van de beslagen uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is het meer of anders gevorderde afgewezen. 2.6. De bedoeling van het principaal hoger beroep van Mobiel Reklame is dat haar vordering ter zake de openstaande facturen alsnog wordt toegewezen, met afwijzing van het verrekeningsverweer van [geïntimeerde] . Zij vordert tevens terugbetaling van hetgeen zij uit hoofde van het vonnis aan [geïntimeerde] heeft betaald, te vermeerderen met wettelijke rente. In het incidenteel hoger beroep vordert [geïntimeerde] een additionele schadevergoeding van €235.550,75, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3 De toelichting op de beslissing van het hof Waarvan het hof uitgaat 3.1. Het hof gaat uit van de feiten zoals vastgesteld in rechtsoverweging 3.1 tot en met 3.21 van het vonnis van de rechtbank, omdat partijen daartegen geen bezwaren (grieven) hebben geformuleerd. Onder de vaststaande feiten is aangenomen dat Mobiel Reklame en [geïntimeerde] sinds 1991 hebben samengewerkt. In haar overwegingen heeft de rechtbank tot uitgangspunt genomen dat partijen op het moment van opzegging in 2023 al 22 jaar intensief samenwerkten. Dat lijkt niet goed met elkaar verenigbaar, maar tegen beide vaststellingen is niet gegriefd. In haar memorie van grieven stelt Mobiel Reklame wel dat, voor zover zij kan terughalen , de start van de samenwerking in 2009 is geweest. Daaraan verbindt zij vervolgens geen consequenties. Het lijkt erop dat de eigen administratie van Mobiel Reklame niet verder teruggaat. Mobiel Reklame heeft aangevoerd dat [geïntimeerde] pas sinds 2019 bestaat, maar dat neemt niet weg dat de samenwerking met eerst de rechtsvoorganger en daarna met [geïntimeerde] al 22 jaar bestaat 3.2. Ook in hoger beroep betwist [geïntimeerde] niet dat zij gehouden is de openstaande facturen voor de 22 auto’s ten bedrage van in totaal € 177.560,67 aan Mobiel Reklame te betalen. Dat is daarom uitgangspunt. Het gaat uitsluitend om de vraag of [geïntimeerde] een (daarmee te verrekenen) vordering heeft ter zake van door Mobiel Reklame veroorzaakte schade. Duurovereenkomst 3.3. De rechtbank heeft overwogen dat tussen partijen sprake was van een bestendige handelsrelatie die moet worden gekwalificeerd als een duurovereenkomst. De eerste grief van Mobiel Reklame heeft daarop betrekking. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Mobiel Reklame verduidelijkt dat de kwalificatie als duurovereenkomst niet wordt betwist. Dat neemt het hof dan ook tot uitgangspunt. 3.4.
Volledig
Mobiel Reklame benadrukt dat partijen geen exclusiviteit zijn overeengekomen en dat op haar niet de verbintenis rustte om haar auto’s aan [geïntimeerde] te verkopen. Evenmin rustte op [geïntimeerde] de verplichting aangeboden auto’s te kopen. Dat is juist. De rechtbank heeft onder 5.2 evenwel overwogen dat Mobiel Reklame haar auto’s (in elk geval sinds 2018) exclusief aan [geïntimeerde] verkocht en dat [naam1] namens Mobiel Reklame eenzijdig de koopprijs voor auto’s bepaalde die [geïntimeerde] steeds accepteerde. Die overweging is door Mobiel Reklame in zoverre niet bestreden. Dat deze praktijk bij continuering van de duurovereenkomst niet zou zijn voortgezet, is door Mobiel Reklame niet gesteld, laat staan onderbouwd met relevante feiten en omstandigheden. Opzegging 3.5. Of en, zo ja, onder welke voorwaarden een duurovereenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan, opzegbaar is, wordt bepaald door de inhoud daarvan en door de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen. Als wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van opzegging, geldt dat de overeenkomst in beginsel opzegbaar is. Op grond van art. 6:248 lid 1 BW kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is als daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat. Die eisen kunnen voorts in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding. 3.6. Partijen houdt onder meer verdeeld of [geïntimeerde] , dan wel Mobiel Reklame de duurovereenkomst heeft opgezegd. 25 april 2023 3.7. Mobiel Reklame stelt dat [geïntimeerde] de duurovereenkomst zelf heeft opgezegd in een e-mail van 25 april 2023. Daarin volgt het hof Mobiel Reklame niet. 3.8. Op 21 april 2023 heeft [naam2] (hierna: [naam2] ) namens Mobiel Reklame een e-mail aan [geïntimeerde] gestuurd met de mededeling dat er een update moet worden gegeven van de aan hem verkochte auto’s en dat voor deze auto’s een factuur zal worden opgemaakt die binnen 3 maanden moet worden betaald. In de door Mobiel Reklame bedoelde e-mail van 25 april 2023 heeft de heer [naam4] (bestuurder van [geïntimeerde] ) vervolgens geschreven dat hij voelt dat er een enorme druk op hem wordt gezet. Daarbij heeft hij uiteengezet wat hij allemaal voor Mobiel Reklame doet en geschreven dat een en ander anders zal moeten gaan: er moet een modus worden gevonden voor de termijn van betaling van de facturen voor de auto’s en [geïntimeerde] zal verschillende kosten moeten gaan doorberekenen. [naam4] sluit de e-mail af met de zin: “Graag ontvang ik een reactie, zodat we op een goede manier verder kunnen.” Mobiel Reklame heeft deze e-mail van [geïntimeerde] in redelijkheid niet als een opzegging van de duurovereenkomst kunnen beschouwen. [geïntimeerde] wilde de samenwerking voortzetten, maar wel spreken over de voorwaarden daarvan. Uit de eerste reactie van Mobiel Reklame blijkt dat zij deze e-mail ook in die zin en niet als opzegging heeft begrepen. Op 28 april 2023 bevestigde [naam3] (hierna: [naam3] ) namens Mobiel Reklame de ontvangst van de e-mail van 25 april 2023. Zij schreef daarbij dat niet akkoord wordt gegaan met eenzijdige wijzigingen van de voorwaarden en dat intern wordt nagedacht over en nog zal worden teruggekomen op de toekomstige afhandeling van de voertuigen. De strekking van de e-mail van [naam4] is daarna door [naam1] (hierna: [naam1] ) - die voor Mobiel Reklame bij de verkoop van de auto’s als vertegenwoordiger optrad - toegelicht. Op 12 mei 2023 is hem door de Duitse directie van Mobiel Reklame gevraagd om een toelichting op de samenwerking met [geïntimeerde] . Die toelichting heeft [naam1] gegeven, waarbij hij meegedeeld heeft dat in goed overleg het hele systeem wordt teruggebracht naar de basis en een voorstel heeft gedaan voor nieuwe afspraken. Dat voorstel heeft Mobiel Reklame afgewezen. Ook de berichten daarna van Mobiel Reklame maken duidelijk dat Mobiel Reklame niet ervan uitging dat [geïntimeerde] op 25 april 2023 had opgezegd. Kort gezegd, is namens Mobiel Reklame meegedeeld en nadien bevestigd dat de verkoop van auto’s aan [geïntimeerde] uiteindelijk gaat stoppen. Deze berichten heeft [geïntimeerde] opgevat als een opzegging door Mobiel Reklame. De raadsman van Mobiel Reklame heeft naderhand in e-mails van 10 juli 2023 en 18 juli 2023 onder meer geschreven dat Mobiel Reklame haar verplichtingen tot voorzetting van de samenwerking opschort en de duurovereenkomst tussen partijen (voorwaardelijk) opzegt. Een dergelijke opschorting en opzegging door Mobiel Reklame is met een eerdere opzegging door [geïntimeerde] niet goed verenigbaar. 15 mei 2023 3.9. De door [naam3] toegezegde terugkoppeling van Mobiel Reklame is op 15 mei 2023 gekomen. [naam1] heeft op die dag, voor zover hier van belang, het volgende aan [geïntimeerde] bericht: “ik heb afgelopen vrijdag een meeting gehad in Duitsland die me niet goed is bevallen. Het kwam er uiteindelijk op neer dat ze alles in eigen hand willen nemen en dat houd in dat ze voortaan de auto’s laten ophalen en opkopen door Duitse handelaren. Niet zo zeer voor de prijs maar omdat ze dan meer grip hebben op het geheel.. Wat uiteindelijk betekend dat ik geen auto’s meer aan jou kan verkopen. De auto’s die al aan jou zijn verkocht lopen natuurlijk nog wel door maar daarna zal het uiteindelijk gaan stoppen. De import van de nieuwe auto’s willen ze voortaan door import auto’s laten regelen.” Volgens de rechtbank heeft [geïntimeerde] dit bericht terecht opgevat als een opzegging van de tussen hem en Mobiel Reklame bestaande duurovereenkomst en mocht [geïntimeerde] ervan uitgaan dat [naam1] daarbij namens de directie van Mobiel Reklame sprak. Daartegen grieft Mobiel Reklame in hoger beroep tevergeefs. 3.10. Mobiel Reklame stelt dat [naam1] niet tot opzegging bevoegd was. Daarmee miskent zij dat het hier niet gaat om een beslissing van [naam1] . Mobiel Reklame heeft [naam1] opdracht gegeven [geïntimeerde] te informeren over de uitkomst van het overleg. Dat heeft [naam1] gedaan. Het is juist dat in de e-mail van [naam1] het woord ‘opzegging’ niet staat, zoals Mobiel Reklame benadrukt, maar de formulering (‘voortaan’ ‘gaan stoppen’) heeft een onmiddellijk en definitief karakter en wijst niet op een opschorting van verbintenissen door Mobiel Reklame. Uit de e-mail die [naam1] op 3 juli 2023 aan de directie van Mobiel Reklame heeft gestuurd, volgt dat hij de beslissing van 12 mei 2023 ook in die zin heeft begrepen. Vertaald van het Duits naar het Nederlands staat daarin: “Ik was dus ook verbaasd dat in de vergadering van mei besloten werd om de samenwerking abrupt te beëindigen. (…) En ter plekke werd besloten niet verder te gaan met [geïntimeerde] en er konden meteen geen auto’s meer aan hen verkocht worden.” 3.11. Voor zover Mobiel Reklame aan [geïntimeerde] verwijt dat zij niet heeft gevraagd om een expliciete beslissing van een vertegenwoordigingsbevoegd persoon en geen reactie heeft afgewacht, doet zij geen recht aan de inspanningen die [geïntimeerde] heeft verricht om duidelijkheid te verkrijgen omtrent de beslissing van Mobiel Reklame. Op 6 juni 2023 heeft [geïntimeerde] aan [naam3] gevraagd of hij het goed begrijpt dat Mobiel Reklame de al 15-20 jaren bestaande samenwerking wil beëindigen. [naam3] heeft daarop op 7 juni 202 gereageerd dat zij dit bericht heeft vertaald en heeft doorgezet naar de directie. Op 12 juni 2023 heeft [geïntimeerde] aan [naam3] laten weten dat hij nog niets heeft gehoord, maar van [naam1] heeft begrepen dat Mobiel Reklame met haar gaat stoppen en nogmaals gevraagd of dit kan worden bevestigd. Daarop is geen reactie gekomen. Op 14 juni 2023 heeft [geïntimeerde] aan [naam2] gevraagd of er nu echt geen auto’s meer aan haar gaan worden verkocht. Daarop heeft [naam2] gereageerd: “Hier is het e.e.a. besloten ivm de nog openstaande facturen en de auto’s die in de toekomst verkocht gaan worden.
Volledig
Mobiel Reklame benadrukt dat partijen geen exclusiviteit zijn overeengekomen en dat op haar niet de verbintenis rustte om haar auto’s aan [geïntimeerde] te verkopen. Evenmin rustte op [geïntimeerde] de verplichting aangeboden auto’s te kopen. Dat is juist. De rechtbank heeft onder 5.2 evenwel overwogen dat Mobiel Reklame haar auto’s (in elk geval sinds 2018) exclusief aan [geïntimeerde] verkocht en dat [naam1] namens Mobiel Reklame eenzijdig de koopprijs voor auto’s bepaalde die [geïntimeerde] steeds accepteerde. Die overweging is door Mobiel Reklame in zoverre niet bestreden. Dat deze praktijk bij continuering van de duurovereenkomst niet zou zijn voortgezet, is door Mobiel Reklame niet gesteld, laat staan onderbouwd met relevante feiten en omstandigheden. Opzegging 3.5. Of en, zo ja, onder welke voorwaarden een duurovereenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan, opzegbaar is, wordt bepaald door de inhoud daarvan en door de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen. Als wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van opzegging, geldt dat de overeenkomst in beginsel opzegbaar is. Op grond van art. 6:248 lid 1 BW kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is als daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat. Die eisen kunnen voorts in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding. 3.6. Partijen houdt onder meer verdeeld of [geïntimeerde] , dan wel Mobiel Reklame de duurovereenkomst heeft opgezegd. 25 april 2023 3.7. Mobiel Reklame stelt dat [geïntimeerde] de duurovereenkomst zelf heeft opgezegd in een e-mail van 25 april 2023. Daarin volgt het hof Mobiel Reklame niet. 3.8. Op 21 april 2023 heeft [naam2] (hierna: [naam2] ) namens Mobiel Reklame een e-mail aan [geïntimeerde] gestuurd met de mededeling dat er een update moet worden gegeven van de aan hem verkochte auto’s en dat voor deze auto’s een factuur zal worden opgemaakt die binnen 3 maanden moet worden betaald. In de door Mobiel Reklame bedoelde e-mail van 25 april 2023 heeft de heer [naam4] (bestuurder van [geïntimeerde] ) vervolgens geschreven dat hij voelt dat er een enorme druk op hem wordt gezet. Daarbij heeft hij uiteengezet wat hij allemaal voor Mobiel Reklame doet en geschreven dat een en ander anders zal moeten gaan: er moet een modus worden gevonden voor de termijn van betaling van de facturen voor de auto’s en [geïntimeerde] zal verschillende kosten moeten gaan doorberekenen. [naam4] sluit de e-mail af met de zin: “Graag ontvang ik een reactie, zodat we op een goede manier verder kunnen.” Mobiel Reklame heeft deze e-mail van [geïntimeerde] in redelijkheid niet als een opzegging van de duurovereenkomst kunnen beschouwen. [geïntimeerde] wilde de samenwerking voortzetten, maar wel spreken over de voorwaarden daarvan. Uit de eerste reactie van Mobiel Reklame blijkt dat zij deze e-mail ook in die zin en niet als opzegging heeft begrepen. Op 28 april 2023 bevestigde [naam3] (hierna: [naam3] ) namens Mobiel Reklame de ontvangst van de e-mail van 25 april 2023. Zij schreef daarbij dat niet akkoord wordt gegaan met eenzijdige wijzigingen van de voorwaarden en dat intern wordt nagedacht over en nog zal worden teruggekomen op de toekomstige afhandeling van de voertuigen. De strekking van de e-mail van [naam4] is daarna door [naam1] (hierna: [naam1] ) - die voor Mobiel Reklame bij de verkoop van de auto’s als vertegenwoordiger optrad - toegelicht. Op 12 mei 2023 is hem door de Duitse directie van Mobiel Reklame gevraagd om een toelichting op de samenwerking met [geïntimeerde] . Die toelichting heeft [naam1] gegeven, waarbij hij meegedeeld heeft dat in goed overleg het hele systeem wordt teruggebracht naar de basis en een voorstel heeft gedaan voor nieuwe afspraken. Dat voorstel heeft Mobiel Reklame afgewezen. Ook de berichten daarna van Mobiel Reklame maken duidelijk dat Mobiel Reklame niet ervan uitging dat [geïntimeerde] op 25 april 2023 had opgezegd. Kort gezegd, is namens Mobiel Reklame meegedeeld en nadien bevestigd dat de verkoop van auto’s aan [geïntimeerde] uiteindelijk gaat stoppen. Deze berichten heeft [geïntimeerde] opgevat als een opzegging door Mobiel Reklame. De raadsman van Mobiel Reklame heeft naderhand in e-mails van 10 juli 2023 en 18 juli 2023 onder meer geschreven dat Mobiel Reklame haar verplichtingen tot voorzetting van de samenwerking opschort en de duurovereenkomst tussen partijen (voorwaardelijk) opzegt. Een dergelijke opschorting en opzegging door Mobiel Reklame is met een eerdere opzegging door [geïntimeerde] niet goed verenigbaar. 15 mei 2023 3.9. De door [naam3] toegezegde terugkoppeling van Mobiel Reklame is op 15 mei 2023 gekomen. [naam1] heeft op die dag, voor zover hier van belang, het volgende aan [geïntimeerde] bericht: “ik heb afgelopen vrijdag een meeting gehad in Duitsland die me niet goed is bevallen. Het kwam er uiteindelijk op neer dat ze alles in eigen hand willen nemen en dat houd in dat ze voortaan de auto’s laten ophalen en opkopen door Duitse handelaren. Niet zo zeer voor de prijs maar omdat ze dan meer grip hebben op het geheel.. Wat uiteindelijk betekend dat ik geen auto’s meer aan jou kan verkopen. De auto’s die al aan jou zijn verkocht lopen natuurlijk nog wel door maar daarna zal het uiteindelijk gaan stoppen. De import van de nieuwe auto’s willen ze voortaan door import auto’s laten regelen.” Volgens de rechtbank heeft [geïntimeerde] dit bericht terecht opgevat als een opzegging van de tussen hem en Mobiel Reklame bestaande duurovereenkomst en mocht [geïntimeerde] ervan uitgaan dat [naam1] daarbij namens de directie van Mobiel Reklame sprak. Daartegen grieft Mobiel Reklame in hoger beroep tevergeefs. 3.10. Mobiel Reklame stelt dat [naam1] niet tot opzegging bevoegd was. Daarmee miskent zij dat het hier niet gaat om een beslissing van [naam1] . Mobiel Reklame heeft [naam1] opdracht gegeven [geïntimeerde] te informeren over de uitkomst van het overleg. Dat heeft [naam1] gedaan. Het is juist dat in de e-mail van [naam1] het woord ‘opzegging’ niet staat, zoals Mobiel Reklame benadrukt, maar de formulering (‘voortaan’ ‘gaan stoppen’) heeft een onmiddellijk en definitief karakter en wijst niet op een opschorting van verbintenissen door Mobiel Reklame. Uit de e-mail die [naam1] op 3 juli 2023 aan de directie van Mobiel Reklame heeft gestuurd, volgt dat hij de beslissing van 12 mei 2023 ook in die zin heeft begrepen. Vertaald van het Duits naar het Nederlands staat daarin: “Ik was dus ook verbaasd dat in de vergadering van mei besloten werd om de samenwerking abrupt te beëindigen. (…) En ter plekke werd besloten niet verder te gaan met [geïntimeerde] en er konden meteen geen auto’s meer aan hen verkocht worden.” 3.11. Voor zover Mobiel Reklame aan [geïntimeerde] verwijt dat zij niet heeft gevraagd om een expliciete beslissing van een vertegenwoordigingsbevoegd persoon en geen reactie heeft afgewacht, doet zij geen recht aan de inspanningen die [geïntimeerde] heeft verricht om duidelijkheid te verkrijgen omtrent de beslissing van Mobiel Reklame. Op 6 juni 2023 heeft [geïntimeerde] aan [naam3] gevraagd of hij het goed begrijpt dat Mobiel Reklame de al 15-20 jaren bestaande samenwerking wil beëindigen. [naam3] heeft daarop op 7 juni 202 gereageerd dat zij dit bericht heeft vertaald en heeft doorgezet naar de directie. Op 12 juni 2023 heeft [geïntimeerde] aan [naam3] laten weten dat hij nog niets heeft gehoord, maar van [naam1] heeft begrepen dat Mobiel Reklame met haar gaat stoppen en nogmaals gevraagd of dit kan worden bevestigd. Daarop is geen reactie gekomen. Op 14 juni 2023 heeft [geïntimeerde] aan [naam2] gevraagd of er nu echt geen auto’s meer aan haar gaan worden verkocht. Daarop heeft [naam2] gereageerd: “Hier is het e.e.a. besloten ivm de nog openstaande facturen en de auto’s die in de toekomst verkocht gaan worden.
Volledig
[naam1] was hierbij en zou alles overbrengen aan jou.” Vervolgens heeft [geïntimeerde] nogmaals gevraagd of dit nu betekent dat geen nieuwe overeenkomsten meer zullen worden gestuurd. [naam2] antwoordde: “Dat klopt.” Op 26 juni 2023 heeft [geïntimeerde] aan [naam3] geschreven: “Aangezien ik niets meer van jou heb vernomen. Wel van [naam1] , dat jullie dus echt definitief met ons gaan stoppen. Wil ik toch nog even melden dat wij het als zeer jammer ervaren dat onze jarenlange durende samenwerking hierbij stopt.” Daarbij is [naam5] , directeur van Mobiel Reklame, door [geïntimeerde] in de cc geplaatst. Het was de directie van Mobiel Reklame dus al vanaf 7 juni 2023 genoegzaam bekend dat [geïntimeerde] in de veronderstelling verkeerde dat de samenwerking was beëindigd. Pas op 10 juli 2023 - toen zij al door [geïntimeerde] aansprakelijk was gesteld - is Mobiel Reklame het standpunt gaan innemen dat de duurovereenkomst door haar niet is opgezegd. 3.12. Alle omstandigheden in aanmerking genomen, is ook het hof van oordeel dat [geïntimeerde] de e-mail van 15 mei 2023 - in samenhang met de verdere berichten en het uitblijven van een toelichting van de directie van Mobiel Reklame - heeft mogen opvatten als een opzegging van de duurovereenkomst door Mobiel Reklame. Opzegtermijn 3.13. Mobiel Reklame neemt aan dat de rechtbank heeft geoordeeld dat zij de duurovereenkomst niet mocht opzeggen zonder zwaarwegende grond. Dat leest het hof niet in het bestreden vonnis. Het hof begrijpt dat de rechtbank van oordeel is dat de eisen van redelijkheid en billijkheid hier meebrengen dat de duurovereenkomst alleen zonder inachtneming van een opzegtermijn mocht worden beëindigd als daarvoor een voldoende zwaarwegende grond aanwezig was. Daaraan ontbrak het hier volgens de rechtbank. Mobiel Reklame heeft bij haar opzegging geen opzegtermijn in acht genomen. Naar het oordeel van de rechtbank is Mobiel Reklame daarom schadeplichtig. In het kader van de schadevaststelling heeft de rechtbank de redelijke opzegtermijn vervolgens bepaald op 15 maanden. Beide partijen kunnen zich met deze opzegtermijn niet verenigen. Mobiel Reklame stelt in hoger beroep dat de duurovereenkomst zonder inachtneming van een opzegtermijn mocht worden beëindigd. [geïntimeerde] stelt dat een opzegtermijn van twee jaar in acht had moeten worden genomen. 3.14. Uitgangspunt is dat de onderhavige duurovereenkomst door Mobiel Reklame mocht worden opgezegd omdat die voor onbepaalde tijd was aangegaan, over opzegging niets was afgesproken en de wet daarover niets regelt. Naar het oordeel van het hof brengen de eisen van redelijkheid en billijkheid hier evenwel mee dat een opzegtermijn in acht had moeten worden genomen. Daartoe zijn de hierna te noemen omstandigheden redengevend. 3.15. Op het moment van opzegging werkten (de rechtsvoorganger van) [geïntimeerde] en Mobiel Reklame in ieder geval al 22 jaar samen. Partijen zijn het erover eens dat die samenwerking in 2018 intensiever werd, doordat Mobiel Reklame vanaf dat jaar (zonder overeengekomen exclusiviteit) al haar voertuigen aan [geïntimeerde] verkocht. De praktijk was daarbij dat [naam1] namens Mobiel Reklame eenzijdig de prijs bepaalde en dat [geïntimeerde] die koopprijs steeds accepteerde. Beide partijen hebben daarbij de situatie laten ontstaan dat betaling steeds later plaatsvond. Tot april 2023 waren er voor [geïntimeerde] geen aanwijzingen dat Mobiel Reklame de samenwerking zou willen beëindigen. In de periode voor de opzegging zijn er nog zeven koopovereenkomsten tussen Mobiel Reklame en [geïntimeerde] gesloten. Partijen waren in gesprek om een oplossing te vinden voor de facturering aan en betaling door [geïntimeerde] . [geïntimeerde] was voor zijn bedrijfsvoering in hoge mate afhankelijk van deze samenwerking met Mobiel Reklame. De rechtbank heeft aangenomen dat [geïntimeerde] de brutowinst voor meer dan de helft (51,4%) behaalde door de samenwerking met Mobiel Reklame. In hoger beroep is verduidelijkt dat het daarbij gaat om meer dan de helft van de brutomarge op tweedehands auto’s, met de kanttekening dat de verkoop van nieuwe auto’s voor [geïntimeerde] bijna nul is. Mobiel Reklame was het belangrijkste inkoopkanaal voor tweedehands auto’s en op haar auto’s konden (omdat het om goedkopere modellen ging en door schadeafhandeling) de hoogste marges worden behaald. Onweersproken is gesteld dat het niet eenvoudig is het weggevallen aanbod te compenseren in de huidige markt, waarin de vraag naar tweedehands auto’s veel groter is dan het aanbod. [geïntimeerde] had (heeft) dus tijd nodig om haar bedrijfsvoering te kunnen aanpassen. Uit een door [geïntimeerde] overgelegde impactanalyse volgt dat het met de onderneming niet goed gaat. Dat heeft verschillende oorzaken, maar onderstreept het belang van de samenwerking met Mobiel Reklame. 3.16. Daartegenover staat dat [geïntimeerde] geen investeringen in verband met de duurovereenkomst heeft hoeven doen die moesten worden terugverdiend. Ook heeft zij in belangrijke mate bijgedragen aan de reden van de opzegging door Mobiel Reklame. Door stelselmatig late betaling zag Mobiel Reklame zich geconfronteerd met een groeiende debiteurenpost. [geïntimeerde] was weinig transparant over de voortgang van de (schade)afwikkeling en doorverkoop, waardoor onduidelijk was wanneer er mocht worden gefactureerd en moest worden betaald. In april 2023 heeft Mobiel Reklame gevraagd om een update ten aanzien van de aan [geïntimeerde] verkochte auto’s. [geïntimeerde] heeft die update ten aanzien van deze met kenteken gespecificeerde auto’s gegeven. Na opzegging is uit informatie die [geïntimeerde] in verband met de schadevaststelling heeft verstrekt gebleken dat de update ten aanzien van sommige auto’s onjuist was. Meerdere auto’s waren - anders dan door [geïntimeerde] was meegedeeld - al doorverkocht, zodat in ieder geval daarvoor met Mobiel Reklame had moeten worden afgerekend. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [geïntimeerde] toegelicht dat deze auto’s ‘er doorheen zijn geslipt’ omdat het een hectische periode was. Dat is geen afdoende verklaring. Zeker tegen de achtergrond van de bij [geïntimeerde] bekende onvrede van Mobiel Reklame over de facturering en betaling, had van [geïntimeerde] een zorgvuldiger handelswijze mogen worden verwacht. Deze gang van zaken maakt duidelijk dat de onvrede van Mobiel Reklame over de samenwerking niet ongegrond was. 3.17. Alle omstandigheden in aanmerking genomen is het hof voorshands van oordeel dat Mobiel Reklame een opzegtermijn in acht had moeten nemen en dat 6 maanden hier een redelijke opzegtermijn is. Het gaat om een voorshands oordeel, omdat het hof voornemens is een deskundige te benoemen, wat hierna nader zal worden toegelicht. Het kan zijn dat de uitkomst van het deskundigenbericht een ander licht werpt op de door [geïntimeerde] gestelde afhankelijkheid van de samenwerking met Mobiel Reklame en noodzaakt tot heroverweging van de lengte van de opzegtermijn. Schadevergoeding 3.18. Omdat geen opzegtermijn in acht is genomen waar dat op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid wel had gemoeten, is Mobiel Reklame in haar verplichtingen jegens [geïntimeerde] tekortgeschoten en heeft [geïntimeerde] recht op schadevergoeding. Ook het hof zal voor het bepalen van de hoogte daarvan aansluiten bij de redelijke opzegtermijn. De tussen partijen bestaande praktijk, als omschreven onder 3.4, zou in dat geval tussen partijen gedurende deze termijn zijn voortgezet. De rechtbank is uitgegaan van een opzegtermijn van 15 maanden. Het hof gaat uit van een opzegtermijn van 6 maanden. Al daarom kan het hof niet aansluiten bij de schadevaststelling door de rechtbank. Daarbij komt dat Mobiel Reklame - terecht - grieft dat deze schadevaststelling is gebaseerd op door [geïntimeerde] verstrekte cijfers die eenzijdig zijn opgesteld en niet controleerbaar zijn en dat [geïntimeerde] haar eis in hoger beroep heeft gewijzigd. Het hof zal opnieuw moeten vaststellen wat de hoogte is van de door Mobiel Reklame aan [geïntimeerde] te betalen schadevergoeding. 3.19. [geïntimeerde] heeft in hoger beroep een nieuw schaderapport van [naam6] (hierna: [naam6] ) overgelegd.
Volledig
[naam1] was hierbij en zou alles overbrengen aan jou.” Vervolgens heeft [geïntimeerde] nogmaals gevraagd of dit nu betekent dat geen nieuwe overeenkomsten meer zullen worden gestuurd. [naam2] antwoordde: “Dat klopt.” Op 26 juni 2023 heeft [geïntimeerde] aan [naam3] geschreven: “Aangezien ik niets meer van jou heb vernomen. Wel van [naam1] , dat jullie dus echt definitief met ons gaan stoppen. Wil ik toch nog even melden dat wij het als zeer jammer ervaren dat onze jarenlange durende samenwerking hierbij stopt.” Daarbij is [naam5] , directeur van Mobiel Reklame, door [geïntimeerde] in de cc geplaatst. Het was de directie van Mobiel Reklame dus al vanaf 7 juni 2023 genoegzaam bekend dat [geïntimeerde] in de veronderstelling verkeerde dat de samenwerking was beëindigd. Pas op 10 juli 2023 - toen zij al door [geïntimeerde] aansprakelijk was gesteld - is Mobiel Reklame het standpunt gaan innemen dat de duurovereenkomst door haar niet is opgezegd. 3.12. Alle omstandigheden in aanmerking genomen, is ook het hof van oordeel dat [geïntimeerde] de e-mail van 15 mei 2023 - in samenhang met de verdere berichten en het uitblijven van een toelichting van de directie van Mobiel Reklame - heeft mogen opvatten als een opzegging van de duurovereenkomst door Mobiel Reklame. Opzegtermijn 3.13. Mobiel Reklame neemt aan dat de rechtbank heeft geoordeeld dat zij de duurovereenkomst niet mocht opzeggen zonder zwaarwegende grond. Dat leest het hof niet in het bestreden vonnis. Het hof begrijpt dat de rechtbank van oordeel is dat de eisen van redelijkheid en billijkheid hier meebrengen dat de duurovereenkomst alleen zonder inachtneming van een opzegtermijn mocht worden beëindigd als daarvoor een voldoende zwaarwegende grond aanwezig was. Daaraan ontbrak het hier volgens de rechtbank. Mobiel Reklame heeft bij haar opzegging geen opzegtermijn in acht genomen. Naar het oordeel van de rechtbank is Mobiel Reklame daarom schadeplichtig. In het kader van de schadevaststelling heeft de rechtbank de redelijke opzegtermijn vervolgens bepaald op 15 maanden. Beide partijen kunnen zich met deze opzegtermijn niet verenigen. Mobiel Reklame stelt in hoger beroep dat de duurovereenkomst zonder inachtneming van een opzegtermijn mocht worden beëindigd. [geïntimeerde] stelt dat een opzegtermijn van twee jaar in acht had moeten worden genomen. 3.14. Uitgangspunt is dat de onderhavige duurovereenkomst door Mobiel Reklame mocht worden opgezegd omdat die voor onbepaalde tijd was aangegaan, over opzegging niets was afgesproken en de wet daarover niets regelt. Naar het oordeel van het hof brengen de eisen van redelijkheid en billijkheid hier evenwel mee dat een opzegtermijn in acht had moeten worden genomen. Daartoe zijn de hierna te noemen omstandigheden redengevend. 3.15. Op het moment van opzegging werkten (de rechtsvoorganger van) [geïntimeerde] en Mobiel Reklame in ieder geval al 22 jaar samen. Partijen zijn het erover eens dat die samenwerking in 2018 intensiever werd, doordat Mobiel Reklame vanaf dat jaar (zonder overeengekomen exclusiviteit) al haar voertuigen aan [geïntimeerde] verkocht. De praktijk was daarbij dat [naam1] namens Mobiel Reklame eenzijdig de prijs bepaalde en dat [geïntimeerde] die koopprijs steeds accepteerde. Beide partijen hebben daarbij de situatie laten ontstaan dat betaling steeds later plaatsvond. Tot april 2023 waren er voor [geïntimeerde] geen aanwijzingen dat Mobiel Reklame de samenwerking zou willen beëindigen. In de periode voor de opzegging zijn er nog zeven koopovereenkomsten tussen Mobiel Reklame en [geïntimeerde] gesloten. Partijen waren in gesprek om een oplossing te vinden voor de facturering aan en betaling door [geïntimeerde] . [geïntimeerde] was voor zijn bedrijfsvoering in hoge mate afhankelijk van deze samenwerking met Mobiel Reklame. De rechtbank heeft aangenomen dat [geïntimeerde] de brutowinst voor meer dan de helft (51,4%) behaalde door de samenwerking met Mobiel Reklame. In hoger beroep is verduidelijkt dat het daarbij gaat om meer dan de helft van de brutomarge op tweedehands auto’s, met de kanttekening dat de verkoop van nieuwe auto’s voor [geïntimeerde] bijna nul is. Mobiel Reklame was het belangrijkste inkoopkanaal voor tweedehands auto’s en op haar auto’s konden (omdat het om goedkopere modellen ging en door schadeafhandeling) de hoogste marges worden behaald. Onweersproken is gesteld dat het niet eenvoudig is het weggevallen aanbod te compenseren in de huidige markt, waarin de vraag naar tweedehands auto’s veel groter is dan het aanbod. [geïntimeerde] had (heeft) dus tijd nodig om haar bedrijfsvoering te kunnen aanpassen. Uit een door [geïntimeerde] overgelegde impactanalyse volgt dat het met de onderneming niet goed gaat. Dat heeft verschillende oorzaken, maar onderstreept het belang van de samenwerking met Mobiel Reklame. 3.16. Daartegenover staat dat [geïntimeerde] geen investeringen in verband met de duurovereenkomst heeft hoeven doen die moesten worden terugverdiend. Ook heeft zij in belangrijke mate bijgedragen aan de reden van de opzegging door Mobiel Reklame. Door stelselmatig late betaling zag Mobiel Reklame zich geconfronteerd met een groeiende debiteurenpost. [geïntimeerde] was weinig transparant over de voortgang van de (schade)afwikkeling en doorverkoop, waardoor onduidelijk was wanneer er mocht worden gefactureerd en moest worden betaald. In april 2023 heeft Mobiel Reklame gevraagd om een update ten aanzien van de aan [geïntimeerde] verkochte auto’s. [geïntimeerde] heeft die update ten aanzien van deze met kenteken gespecificeerde auto’s gegeven. Na opzegging is uit informatie die [geïntimeerde] in verband met de schadevaststelling heeft verstrekt gebleken dat de update ten aanzien van sommige auto’s onjuist was. Meerdere auto’s waren - anders dan door [geïntimeerde] was meegedeeld - al doorverkocht, zodat in ieder geval daarvoor met Mobiel Reklame had moeten worden afgerekend. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [geïntimeerde] toegelicht dat deze auto’s ‘er doorheen zijn geslipt’ omdat het een hectische periode was. Dat is geen afdoende verklaring. Zeker tegen de achtergrond van de bij [geïntimeerde] bekende onvrede van Mobiel Reklame over de facturering en betaling, had van [geïntimeerde] een zorgvuldiger handelswijze mogen worden verwacht. Deze gang van zaken maakt duidelijk dat de onvrede van Mobiel Reklame over de samenwerking niet ongegrond was. 3.17. Alle omstandigheden in aanmerking genomen is het hof voorshands van oordeel dat Mobiel Reklame een opzegtermijn in acht had moeten nemen en dat 6 maanden hier een redelijke opzegtermijn is. Het gaat om een voorshands oordeel, omdat het hof voornemens is een deskundige te benoemen, wat hierna nader zal worden toegelicht. Het kan zijn dat de uitkomst van het deskundigenbericht een ander licht werpt op de door [geïntimeerde] gestelde afhankelijkheid van de samenwerking met Mobiel Reklame en noodzaakt tot heroverweging van de lengte van de opzegtermijn. Schadevergoeding 3.18. Omdat geen opzegtermijn in acht is genomen waar dat op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid wel had gemoeten, is Mobiel Reklame in haar verplichtingen jegens [geïntimeerde] tekortgeschoten en heeft [geïntimeerde] recht op schadevergoeding. Ook het hof zal voor het bepalen van de hoogte daarvan aansluiten bij de redelijke opzegtermijn. De tussen partijen bestaande praktijk, als omschreven onder 3.4, zou in dat geval tussen partijen gedurende deze termijn zijn voortgezet. De rechtbank is uitgegaan van een opzegtermijn van 15 maanden. Het hof gaat uit van een opzegtermijn van 6 maanden. Al daarom kan het hof niet aansluiten bij de schadevaststelling door de rechtbank. Daarbij komt dat Mobiel Reklame - terecht - grieft dat deze schadevaststelling is gebaseerd op door [geïntimeerde] verstrekte cijfers die eenzijdig zijn opgesteld en niet controleerbaar zijn en dat [geïntimeerde] haar eis in hoger beroep heeft gewijzigd. Het hof zal opnieuw moeten vaststellen wat de hoogte is van de door Mobiel Reklame aan [geïntimeerde] te betalen schadevergoeding. 3.19. [geïntimeerde] heeft in hoger beroep een nieuw schaderapport van [naam6] (hierna: [naam6] ) overgelegd.
Volledig
Daarin wordt gerekend met de volgende negen schadeposten: “A. Gemiste marge op de verkoop van auto’s (auto’s die zijn ingekocht van Mobiel reclame) B. Gemiste marge van de schadereparaties van auto’s(Auto’s die zijn ingekocht van Mobiel Reclame) C. Gemiste marge voor het verkoop klaar maken van auto’s(auto’s die zijn ingekocht van Mobiel Reclame) D. Gemiste marge van de schadereparaties van auto’s, die “opnieuw” worden in gezet door Mobiel Reclame E. Gemiste marge voor het ontstickeren/poetsen en aflever klaar maken van auto’s die “opnieuw” worden ingezet door Mobiel Reclame. F. Gemiste marge op de verkoop van auto’s die [geïntimeerde] aan Mobiel Reclame verkoopt. G. Gemiste marge van de importhandelingen. H. 7 Geannuleerde overeenkomsten. I. Financiële Impact beslag.” 3.20. De in het schaderapport opgenomen schadeposten D tot en met G komen niet voor vergoeding in aanmerking. Het gaat daarbij om overeenkomsten en werkzaamheden van incidentele aard. Soms besloot Mobiel Reklame auto’s opnieuw in te zetten, omdat er onvoldoende sponsoring was voor de bekostiging van nieuwe auto’s, en liet zij [geïntimeerde] werkzaamheden aan deze auto’s verrichten (schadepost D en E). Daarnaast heeft [geïntimeerde] in de periode 2020 tot en met 2022 enkele auto’s aan Mobiel Reklame verkocht (schadepost F) en verschillende auto’s voor Mobiel Reklame ingevoerd (schadepost G). [geïntimeerde] heeft onvoldoende onderbouwd dat ook deze incidentele overeenkomsten en werkzaamheden onderdeel waren van de duurzame samenwerking tussen partijen en zij daarover omzet is misgelopen doordat geen opzegtermijn in acht is genomen. 3.21. Schadepost H is evenmin toewijsbaar. Op 6 september 2023 heeft Mobiel Reklame de koopovereenkomsten voor zeven auto’s ontbonden die al wel waren verkocht aan [geïntimeerde] , maar nog niet waren geleverd en betaald. In de schadeopstelling van [geïntimeerde] is ook een bedrag opgenomen ter zake de voor deze zeven auto’s gemiste marge. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat Mobiel Reklame geen schade hoeft te vergoeden voor het ontbinden van deze koopovereenkomsten. [geïntimeerde] heeft zelf om beëindiging van de koopovereenkomsten gevraagd. Op 27 juli 2023 schrijft [geïntimeerde] : “In mijn optiek is het verstandiger gezien de situatie dat deze auto, maar ook de andere auto’s in de bijlage’s (deze zijn ook nog niet bij ons) door jullie verder worden opgepakt en dat deze betreffende koopovereenkomsten worden beëindigd.” Dat [geïntimeerde] de beëindiging van de koopovereenkomsten heeft voorgesteld vanwege alles wat er tot op dat moment tussen hem en Mobiel Reklame is voorgevallen, zoals zij in hoger beroep stelt, maakt dat niet anders. 3.22. De door [geïntimeerde] gederfde marge, berekend over de periode van de redelijke opzegtermijn, moet wel worden vergoed. [geïntimeerde] onderscheidt in het schaderapport onder de schadeposten A tot en met C een marge op verkoop van de auto’s (inkoopprijs minus verkoopprijs), een marge op schadereparaties aan de auto’s (door de verzekeraar uitgekeerd schadebedrag minus daadwerkelijke herstelkosten) en een marge verkoopklaar maken van de auto’s (intern doorbelaste kosten die ten laste van het verkoopresultaat worden gebracht). Het is het hof op voorhand niet duidelijk hoe de marge verkoopklaar maken een zelfstandige schadepost is naast de marge op verkoop en de marge op schadereparaties. Daarnaast geldt voor alle drie de schadeposten dat de door [naam6] gebruikte cijfers niet inzichtelijk en verifieerbaar zijn. Er zijn geen onderliggende jaarstukken verstrekt en een voldoende onderbouwing ontbreekt. In het schaderapport wordt verder uitgegaan van cijfers over de jaren 2020 tot en met 2022. Dat geeft hier naar het oordeel van het hof een onvoldoende volledig beeld. In deze periode had ook de coronapandemie plaats. Die gebeurtenis heeft ook impact gehad op de aanvoer van tweedehands auto’s. De cijfers over deze periode zijn daarom niet zonder meer representatief voor de samenwerking van partijen. Dat is voor het hof aanleiding te kijken naar een langere periode. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat beide partijen stellen dat de samenwerking in 2018 is gewijzigd, in die zin dat [geïntimeerde] feitelijke exclusiviteit verkreeg. 3.23. Gelet op het voorgaande heeft het hof behoefte aan deskundige voorlichting, gebaseerd op de boekhouding van [geïntimeerde] over de periode 2018 tot en met 2022. Het hof is voornemens een deskundige te benoemen ter beantwoording van de volgende vragen, waarbij met [geïntimeerde] ook steeds haar rechtsvoorganger wordt bedoeld: a. Wat was, gebaseerd op de boekhouding van [geïntimeerde] , de omzet van [geïntimeerde] over de jaren 2018 tot en met 2022? b. Welk deel van deze omzet is te relateren aan door Mobiel Reklame aan [geïntimeerde] verkochte auto’s (per jaar weergegeven en uitgedrukt in een bedrag en in een percentage van de totale omzet)? c. Is het juist dat door [geïntimeerde] in de jaren 2018 tot en met 2022 op de door Mobiel Reklame aan [geïntimeerde] verkochte auto’s een marge werd gerealiseerd voor: ( i) schadereparaties aan de auto’s (het verschil tussen het door de verzekeraar uitgekeerde schadebedrag en de daadwerkelijke kosten van herstel); (ii) verkoop van de auto’s (het verschil tussen de inkoopprijs en bij verkoop door [geïntimeerde] gerealiseerde verkoopprijs), en; (iii) het verkoopklaar maken van de auto’s? Kunt u dat antwoord toelichten? d. Wat was over de jaren 2018 tot en met 2022 de door [geïntimeerde] gerealiseerde bruto marge op de door Mobiel Reklame aan [geïntimeerde] verkochte auto’s? Wilt u dat antwoord per auto en in totalen per jaar weergeven, met een toelichting op de berekening? e. Wat was over de jaren 2018 tot en met 2022 de door [geïntimeerde] gerealiseerde netto marge op de door Mobiel Reklame aan [geïntimeerde] verkochte auto’s? Wilt u dat antwoord per auto en in totalen per jaar weergeven, met een toelichting op de berekening? f. Wilt u bij het antwoord op de beide vorige vragen (d en e) een onderscheid maken tussen de door [geïntimeerde] gerealiseerde bruto en netto marge op (i) schadereparaties, (ii) verkoop en (iii) verkoopklaar maken, voor zover daarvan sprake is? g. Zijn er volgens u meer gegevens nodig dan door u vermeld in uw antwoord op de voorgaande vragen om de gederfde bruto en netto marge als gevolg van het staken van de verkoop van auto’s door Mobiel Reklame aan [geïntimeerde] te berekenen? Zo ja, welke gegevens en wilt u die op basis van uw onderzoek in de boekhouding van [geïntimeerde] vaststellen? h. Wat is, aan de hand van de gegevens vermeld in uw antwoord op de voorgaande vragen, berekend over de jaren 2018 tot en met 2022, gemiddeld per maand de bruto en netto marge van [geïntimeerde] geweest op de door Mobiel Reklame aan [geïntimeerde] verkochte auto’s? Wilt u bij het antwoord op deze vraag opnieuw een onderscheid maken tussen de door [geïntimeerde] gerealiseerde bruto en netto marge op (i) schadereparaties, (ii) verkoop en (iii) verkoopklaar maken, voor zover daarvan sprake is? 3.24. Het hof zal Mobiel Reklame en [geïntimeerde] in de gelegenheid stellen om tegelijkertijd een akte te nemen om vragen aan de deskundige voor te stellen en om zich uit te laten over de door het hof voorgestelde vragen, over de persoon, hoedanigheid en relevante kwaliteiten van de te benoemen deskundige, zijn of haar bereikbaarheid (adressen, telefoonnummers en e-mailadressen), de marges waarbinnen het loon van de deskundige mag of moet liggen (waaronder de maximale hoogte daarvan) en de verdere (algemene) voorwaarden waaronder de opdracht aan de deskundige zou moeten worden verstrekt. Het hof verzoekt aan partijen tijdig met elkaar in overleg te treden over in ieder geval de persoon van de te benoemen deskundige en zo mogelijk gezamenlijk een persoon voor te dragen. Indien partijen niet slagen in een gezamenlijke voordracht, verzoekt het hof aan partijen in hun tevoren over en weer aan elkaar toe te zenden akten in te gaan op de door de wederpartij voor te dragen personen en op eventuele bezwaren tegen benoeming van bepaalde personen, dan wel mee te delen dat partijen zich op dit punt refereren aan het oordeel van het hof.
Volledig
Daarin wordt gerekend met de volgende negen schadeposten: “A. Gemiste marge op de verkoop van auto’s (auto’s die zijn ingekocht van Mobiel reclame) B. Gemiste marge van de schadereparaties van auto’s(Auto’s die zijn ingekocht van Mobiel Reclame) C. Gemiste marge voor het verkoop klaar maken van auto’s(auto’s die zijn ingekocht van Mobiel Reclame) D. Gemiste marge van de schadereparaties van auto’s, die “opnieuw” worden in gezet door Mobiel Reclame E. Gemiste marge voor het ontstickeren/poetsen en aflever klaar maken van auto’s die “opnieuw” worden ingezet door Mobiel Reclame. F. Gemiste marge op de verkoop van auto’s die [geïntimeerde] aan Mobiel Reclame verkoopt. G. Gemiste marge van de importhandelingen. H. 7 Geannuleerde overeenkomsten. I. Financiële Impact beslag.” 3.20. De in het schaderapport opgenomen schadeposten D tot en met G komen niet voor vergoeding in aanmerking. Het gaat daarbij om overeenkomsten en werkzaamheden van incidentele aard. Soms besloot Mobiel Reklame auto’s opnieuw in te zetten, omdat er onvoldoende sponsoring was voor de bekostiging van nieuwe auto’s, en liet zij [geïntimeerde] werkzaamheden aan deze auto’s verrichten (schadepost D en E). Daarnaast heeft [geïntimeerde] in de periode 2020 tot en met 2022 enkele auto’s aan Mobiel Reklame verkocht (schadepost F) en verschillende auto’s voor Mobiel Reklame ingevoerd (schadepost G). [geïntimeerde] heeft onvoldoende onderbouwd dat ook deze incidentele overeenkomsten en werkzaamheden onderdeel waren van de duurzame samenwerking tussen partijen en zij daarover omzet is misgelopen doordat geen opzegtermijn in acht is genomen. 3.21. Schadepost H is evenmin toewijsbaar. Op 6 september 2023 heeft Mobiel Reklame de koopovereenkomsten voor zeven auto’s ontbonden die al wel waren verkocht aan [geïntimeerde] , maar nog niet waren geleverd en betaald. In de schadeopstelling van [geïntimeerde] is ook een bedrag opgenomen ter zake de voor deze zeven auto’s gemiste marge. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat Mobiel Reklame geen schade hoeft te vergoeden voor het ontbinden van deze koopovereenkomsten. [geïntimeerde] heeft zelf om beëindiging van de koopovereenkomsten gevraagd. Op 27 juli 2023 schrijft [geïntimeerde] : “In mijn optiek is het verstandiger gezien de situatie dat deze auto, maar ook de andere auto’s in de bijlage’s (deze zijn ook nog niet bij ons) door jullie verder worden opgepakt en dat deze betreffende koopovereenkomsten worden beëindigd.” Dat [geïntimeerde] de beëindiging van de koopovereenkomsten heeft voorgesteld vanwege alles wat er tot op dat moment tussen hem en Mobiel Reklame is voorgevallen, zoals zij in hoger beroep stelt, maakt dat niet anders. 3.22. De door [geïntimeerde] gederfde marge, berekend over de periode van de redelijke opzegtermijn, moet wel worden vergoed. [geïntimeerde] onderscheidt in het schaderapport onder de schadeposten A tot en met C een marge op verkoop van de auto’s (inkoopprijs minus verkoopprijs), een marge op schadereparaties aan de auto’s (door de verzekeraar uitgekeerd schadebedrag minus daadwerkelijke herstelkosten) en een marge verkoopklaar maken van de auto’s (intern doorbelaste kosten die ten laste van het verkoopresultaat worden gebracht). Het is het hof op voorhand niet duidelijk hoe de marge verkoopklaar maken een zelfstandige schadepost is naast de marge op verkoop en de marge op schadereparaties. Daarnaast geldt voor alle drie de schadeposten dat de door [naam6] gebruikte cijfers niet inzichtelijk en verifieerbaar zijn. Er zijn geen onderliggende jaarstukken verstrekt en een voldoende onderbouwing ontbreekt. In het schaderapport wordt verder uitgegaan van cijfers over de jaren 2020 tot en met 2022. Dat geeft hier naar het oordeel van het hof een onvoldoende volledig beeld. In deze periode had ook de coronapandemie plaats. Die gebeurtenis heeft ook impact gehad op de aanvoer van tweedehands auto’s. De cijfers over deze periode zijn daarom niet zonder meer representatief voor de samenwerking van partijen. Dat is voor het hof aanleiding te kijken naar een langere periode. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat beide partijen stellen dat de samenwerking in 2018 is gewijzigd, in die zin dat [geïntimeerde] feitelijke exclusiviteit verkreeg. 3.23. Gelet op het voorgaande heeft het hof behoefte aan deskundige voorlichting, gebaseerd op de boekhouding van [geïntimeerde] over de periode 2018 tot en met 2022. Het hof is voornemens een deskundige te benoemen ter beantwoording van de volgende vragen, waarbij met [geïntimeerde] ook steeds haar rechtsvoorganger wordt bedoeld: a. Wat was, gebaseerd op de boekhouding van [geïntimeerde] , de omzet van [geïntimeerde] over de jaren 2018 tot en met 2022? b. Welk deel van deze omzet is te relateren aan door Mobiel Reklame aan [geïntimeerde] verkochte auto’s (per jaar weergegeven en uitgedrukt in een bedrag en in een percentage van de totale omzet)? c. Is het juist dat door [geïntimeerde] in de jaren 2018 tot en met 2022 op de door Mobiel Reklame aan [geïntimeerde] verkochte auto’s een marge werd gerealiseerd voor: ( i) schadereparaties aan de auto’s (het verschil tussen het door de verzekeraar uitgekeerde schadebedrag en de daadwerkelijke kosten van herstel); (ii) verkoop van de auto’s (het verschil tussen de inkoopprijs en bij verkoop door [geïntimeerde] gerealiseerde verkoopprijs), en; (iii) het verkoopklaar maken van de auto’s? Kunt u dat antwoord toelichten? d. Wat was over de jaren 2018 tot en met 2022 de door [geïntimeerde] gerealiseerde bruto marge op de door Mobiel Reklame aan [geïntimeerde] verkochte auto’s? Wilt u dat antwoord per auto en in totalen per jaar weergeven, met een toelichting op de berekening? e. Wat was over de jaren 2018 tot en met 2022 de door [geïntimeerde] gerealiseerde netto marge op de door Mobiel Reklame aan [geïntimeerde] verkochte auto’s? Wilt u dat antwoord per auto en in totalen per jaar weergeven, met een toelichting op de berekening? f. Wilt u bij het antwoord op de beide vorige vragen (d en e) een onderscheid maken tussen de door [geïntimeerde] gerealiseerde bruto en netto marge op (i) schadereparaties, (ii) verkoop en (iii) verkoopklaar maken, voor zover daarvan sprake is? g. Zijn er volgens u meer gegevens nodig dan door u vermeld in uw antwoord op de voorgaande vragen om de gederfde bruto en netto marge als gevolg van het staken van de verkoop van auto’s door Mobiel Reklame aan [geïntimeerde] te berekenen? Zo ja, welke gegevens en wilt u die op basis van uw onderzoek in de boekhouding van [geïntimeerde] vaststellen? h. Wat is, aan de hand van de gegevens vermeld in uw antwoord op de voorgaande vragen, berekend over de jaren 2018 tot en met 2022, gemiddeld per maand de bruto en netto marge van [geïntimeerde] geweest op de door Mobiel Reklame aan [geïntimeerde] verkochte auto’s? Wilt u bij het antwoord op deze vraag opnieuw een onderscheid maken tussen de door [geïntimeerde] gerealiseerde bruto en netto marge op (i) schadereparaties, (ii) verkoop en (iii) verkoopklaar maken, voor zover daarvan sprake is? 3.24. Het hof zal Mobiel Reklame en [geïntimeerde] in de gelegenheid stellen om tegelijkertijd een akte te nemen om vragen aan de deskundige voor te stellen en om zich uit te laten over de door het hof voorgestelde vragen, over de persoon, hoedanigheid en relevante kwaliteiten van de te benoemen deskundige, zijn of haar bereikbaarheid (adressen, telefoonnummers en e-mailadressen), de marges waarbinnen het loon van de deskundige mag of moet liggen (waaronder de maximale hoogte daarvan) en de verdere (algemene) voorwaarden waaronder de opdracht aan de deskundige zou moeten worden verstrekt. Het hof verzoekt aan partijen tijdig met elkaar in overleg te treden over in ieder geval de persoon van de te benoemen deskundige en zo mogelijk gezamenlijk een persoon voor te dragen. Indien partijen niet slagen in een gezamenlijke voordracht, verzoekt het hof aan partijen in hun tevoren over en weer aan elkaar toe te zenden akten in te gaan op de door de wederpartij voor te dragen personen en op eventuele bezwaren tegen benoeming van bepaalde personen, dan wel mee te delen dat partijen zich op dit punt refereren aan het oordeel van het hof.