Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-05-19
ECLI:NL:GHARL:2026:3105
Strafrecht
Hoger beroep
47,867 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:3105 text/xml public 2026-05-19T14:40:00 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-05-19 21-005284-24 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3105 text/html public 2026-05-19T14:39:03 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:3105 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 19-05-2026 / 21-005284-24 Verdachte wordt veroordeeld voor doodslag (het primaire feit). Uit het bewijs volgt dat verdachte ernstig geweld heeft toegebracht bij zijn bijna 12 weken oude zoontje. Dit geweld heeft geleid tot heftige verwondingen, waaraan zijn zoontje uiteindelijk is overleden. Dat is een ernstig strafbaar feit. De straf die de rechtbank heeft opgelegd en die de advocaat-generaal in hoger beroep vraagt, acht het hof een passende en noodzakelijke straf. Het hof weegt mee dat de behandeling van de zaak langer heeft geduurd dan redelijk is; de zogenaamde ‘redelijke termijn’. Dat resulteert in een strafkorting. Het hof legt daarom in hoger beroep voor deze doodslag een gevangenisstraf op van 91 maanden (omgerekend 7,6 jaren). Verdachte blijft in voorlopige hechtenis totdat hij deze straf heeft uitgezeten. Het hof legt niet de door de advocaat-generaal gevraagde 38z-maatregel op. Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005284-24 Uitspraakdatum: 19 mei 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 3 december 2024 met parketnummer 18-261754-22 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] , op dit moment verblijvende in [locatie] te [plaats 1] . Hoger beroep Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van het hof van 14 april en 19 mei 2026 en het onderzoek op de zitting bij de rechtbank. De advocaat-generaal heeft op de zitting van het hof de volgende vordering gedaan: bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit; veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van 8 jaren, met aftrek van de tijd dat verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten; en oplegging van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (Sr) (hierna: de 38z-maatregel). Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. T. van der Goot hebben aangevoerd. Het vonnis De rechtbank heeft in het vonnis de volgende beslissingen genomen: bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit; en oplegging van een gevangenisstraf van 8 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten. Het hof vernietigt het vonnis en doet opnieuw recht. Het hof is het grotendeels eens met het oordeel van de rechtbank over het bewijs en de strafoplegging. Het hof heeft daarom grote delen van het vonnis van de rechtbank, met enige aanpassingen in met name de structuur, overgenomen. Tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage 1 bij dit arrest gevoegd. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, verbetert het hof deze in de bewezenverklaring. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. De verdenking komt erop neer dat verdachte op of omstreeks 6 oktober 2022 zodanig geweld tegen zijn bijna drie maanden oude zoontje [slachtoffer 1] heeft gebruikt dat [slachtoffer 1] een paar dagen later op 9 oktober 2022 is overleden. Dit wordt verdachte op verschillende juridische manieren verweten: primair als doodslag; subsidiair als zware mishandeling de dood ten gevolge hebbend; meer subsidiair als mishandeling de dood ten gevolge hebbend; en meest subsidiair als dood door schuld. Inleiding Op [geboortedatum 2] 2022 wordt de tweeling [slachtoffer 1] en [Dochter verdachte] via een geplande keizersnede in het ziekenhuis geboren, na een zwangerschap van bijna 38 weken. De ouders van [slachtoffer 1] en [Dochter verdachte] zijn verdachte en [getuige 1] (hierna: [getuige 1] ). Zij hebben een relatie en wonen samen in [plaats 2] . De eerste elf weken van het leven van [slachtoffer 1] verlopen ongecompliceerd. [slachtoffer 1] groeit en ontwikkelt zich normaal. Op 28 augustus 2022 komt [getuige 1] in het ziekenhuis te liggen. Daardoor zorgt verdachte sindsdien alleen voor [slachtoffer 1] en [Dochter verdachte] . Hij krijgt daarbij regelmatig hulp van zijn familie en schoonfamilie. In de ochtend van 6 oktober 2022 belt verdachte vanuit de woning naar 112. Hij meldt dat [slachtoffer 1] tijdens het verschonen van de commode is gevallen. [slachtoffer 1] is op dat moment bijna 12 weken oud. Verdachte geeft door dat de ademhaling van [slachtoffer 1] niet normaal is. [slachtoffer 1] huilt niet meer en beweegt ook niet meer. Wanneer verdachte de oogleden van [slachtoffer 1] omhoog trekt, gebeurt er niks. Tijdens het wachten op de hulpdiensten adviseert de centralist verdachte om [slachtoffer 1] te reanimeren, en geeft daar aanwijzingen voor. Bij aankomst van de hulpdiensten bij de woning treffen de ambulancemedewerkers een slappe, bleke en afwezige [slachtoffer 1] aan. Zijn hartslag is te snel, hij ademt onvoldoende en er is bij hem een verschil in pupilgrootte te zien. [slachtoffer 1] wordt vervoerd naar het ziekenhuis en wordt onderweg beademd. Hij wordt vervolgens opgenomen op de kinder-intensive care van het [naam 1] . In het ziekenhuis wordt [slachtoffer 1] uitgebreid medisch onderzocht. Bij dit medische onderzoek van [slachtoffer 1] wordt gezien dat hij ernstig schedelhersenletsel heeft. Een meervoudige schedelbreuk wordt geconstateerd en ook diverse bloedingen in de hersenen. Ook wordt een oude breuk in de rechter onderarm geconstateerd en een verdenking van een oude breuk in het linker onderbeen. Op een aangetroffen foto van [slachtoffer 1] zijn oude bloeduitstortingen op beide kaakranden te zien. Tijdens zijn opname in het ziekenhuis krijgt [slachtoffer 1] vanaf een gegeven moment opeenvolgende en aanhoudende epileptische aanvallen. Ondanks maximale medicatie blijft hij epileptische aanvallen hebben en is er neurologisch gezien geen verbetering. Dit maakt dat uiteindelijk wordt besloten dat verdere medische behandeling van [slachtoffer 1] niet zinvol is. Op 9 oktober 2022 wordt de behandeling gestaakt. Kort daarop overlijdt [slachtoffer 1] . Vanwege de bij [slachtoffer 1] geconstateerde letsels wordt een melding gedaan aan Veilig Thuis, wordt er nader forensisch medisch onderzoek gedaan en wordt een strafrechtelijk opsporingsonderzoek gestart naar verdachte. Kern van dit arrest Verdachte wordt veroordeeld voor doodslag (het primaire feit). Uit het bewijs volgt dat verdachte ernstig geweld heeft toegebracht bij [slachtoffer 1] . Dit geweld heeft geleid tot heftige verwondingen, waaraan [slachtoffer 1] uiteindelijk is overleden. Dat is een ernstig strafbaar feit. De straf die de rechtbank heeft opgelegd en die de advocaat-generaal in hoger beroep vraagt, acht het hof een passende en noodzakelijke straf. Het hof weegt mee dat de behandeling van de zaak langer heeft geduurd dan redelijk is; de zogenaamde ‘redelijke termijn’. Dat resulteert in een strafkorting. Het hof legt daarom in hoger beroep voor deze doodslag een gevangenisstraf op van 91 maanden (omgerekend 7,6 jaren). Verdachte blijft in voorlopige hechtenis totdat hij deze straf heeft uitgezeten. Het hof legt niet de door de advocaat-generaal gevraagde 38z-maatregel op. Standpunten Standpunt verdediging Verdachte ontkent dat hij geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] . Het enige wat er volgens hem is gebeurd, is dat [slachtoffer 1] in de ochtend van 6 oktober 2022 van de commode is gevallen. Hierna leek op het eerste gezicht niets aan de hand met [slachtoffer 1] en functioneerde hij normaal. Verdachte heeft hem, naar eigen zeggen, verschoond, aangekleed, in een maxi-cosi gelegd en een flesje gegeven.
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:3105 text/xml public 2026-05-19T14:40:00 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-05-19 21-005284-24 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3105 text/html public 2026-05-19T14:39:03 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:3105 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 19-05-2026 / 21-005284-24 Verdachte wordt veroordeeld voor doodslag (het primaire feit). Uit het bewijs volgt dat verdachte ernstig geweld heeft toegebracht bij zijn bijna 12 weken oude zoontje. Dit geweld heeft geleid tot heftige verwondingen, waaraan zijn zoontje uiteindelijk is overleden. Dat is een ernstig strafbaar feit. De straf die de rechtbank heeft opgelegd en die de advocaat-generaal in hoger beroep vraagt, acht het hof een passende en noodzakelijke straf. Het hof weegt mee dat de behandeling van de zaak langer heeft geduurd dan redelijk is; de zogenaamde ‘redelijke termijn’. Dat resulteert in een strafkorting. Het hof legt daarom in hoger beroep voor deze doodslag een gevangenisstraf op van 91 maanden (omgerekend 7,6 jaren). Verdachte blijft in voorlopige hechtenis totdat hij deze straf heeft uitgezeten. Het hof legt niet de door de advocaat-generaal gevraagde 38z-maatregel op. Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005284-24 Uitspraakdatum: 19 mei 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 3 december 2024 met parketnummer 18-261754-22 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] , op dit moment verblijvende in [locatie] te [plaats 1] . Hoger beroep Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van het hof van 14 april en 19 mei 2026 en het onderzoek op de zitting bij de rechtbank. De advocaat-generaal heeft op de zitting van het hof de volgende vordering gedaan: bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit; veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van 8 jaren, met aftrek van de tijd dat verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten; en oplegging van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (Sr) (hierna: de 38z-maatregel). Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. T. van der Goot hebben aangevoerd. Het vonnis De rechtbank heeft in het vonnis de volgende beslissingen genomen: bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit; en oplegging van een gevangenisstraf van 8 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten. Het hof vernietigt het vonnis en doet opnieuw recht. Het hof is het grotendeels eens met het oordeel van de rechtbank over het bewijs en de strafoplegging. Het hof heeft daarom grote delen van het vonnis van de rechtbank, met enige aanpassingen in met name de structuur, overgenomen. Tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage 1 bij dit arrest gevoegd. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, verbetert het hof deze in de bewezenverklaring. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. De verdenking komt erop neer dat verdachte op of omstreeks 6 oktober 2022 zodanig geweld tegen zijn bijna drie maanden oude zoontje [slachtoffer 1] heeft gebruikt dat [slachtoffer 1] een paar dagen later op 9 oktober 2022 is overleden. Dit wordt verdachte op verschillende juridische manieren verweten: primair als doodslag; subsidiair als zware mishandeling de dood ten gevolge hebbend; meer subsidiair als mishandeling de dood ten gevolge hebbend; en meest subsidiair als dood door schuld. Inleiding Op [geboortedatum 2] 2022 wordt de tweeling [slachtoffer 1] en [Dochter verdachte] via een geplande keizersnede in het ziekenhuis geboren, na een zwangerschap van bijna 38 weken. De ouders van [slachtoffer 1] en [Dochter verdachte] zijn verdachte en [getuige 1] (hierna: [getuige 1] ). Zij hebben een relatie en wonen samen in [plaats 2] . De eerste elf weken van het leven van [slachtoffer 1] verlopen ongecompliceerd. [slachtoffer 1] groeit en ontwikkelt zich normaal. Op 28 augustus 2022 komt [getuige 1] in het ziekenhuis te liggen. Daardoor zorgt verdachte sindsdien alleen voor [slachtoffer 1] en [Dochter verdachte] . Hij krijgt daarbij regelmatig hulp van zijn familie en schoonfamilie. In de ochtend van 6 oktober 2022 belt verdachte vanuit de woning naar 112. Hij meldt dat [slachtoffer 1] tijdens het verschonen van de commode is gevallen. [slachtoffer 1] is op dat moment bijna 12 weken oud. Verdachte geeft door dat de ademhaling van [slachtoffer 1] niet normaal is. [slachtoffer 1] huilt niet meer en beweegt ook niet meer. Wanneer verdachte de oogleden van [slachtoffer 1] omhoog trekt, gebeurt er niks. Tijdens het wachten op de hulpdiensten adviseert de centralist verdachte om [slachtoffer 1] te reanimeren, en geeft daar aanwijzingen voor. Bij aankomst van de hulpdiensten bij de woning treffen de ambulancemedewerkers een slappe, bleke en afwezige [slachtoffer 1] aan. Zijn hartslag is te snel, hij ademt onvoldoende en er is bij hem een verschil in pupilgrootte te zien. [slachtoffer 1] wordt vervoerd naar het ziekenhuis en wordt onderweg beademd. Hij wordt vervolgens opgenomen op de kinder-intensive care van het [naam 1] . In het ziekenhuis wordt [slachtoffer 1] uitgebreid medisch onderzocht. Bij dit medische onderzoek van [slachtoffer 1] wordt gezien dat hij ernstig schedelhersenletsel heeft. Een meervoudige schedelbreuk wordt geconstateerd en ook diverse bloedingen in de hersenen. Ook wordt een oude breuk in de rechter onderarm geconstateerd en een verdenking van een oude breuk in het linker onderbeen. Op een aangetroffen foto van [slachtoffer 1] zijn oude bloeduitstortingen op beide kaakranden te zien. Tijdens zijn opname in het ziekenhuis krijgt [slachtoffer 1] vanaf een gegeven moment opeenvolgende en aanhoudende epileptische aanvallen. Ondanks maximale medicatie blijft hij epileptische aanvallen hebben en is er neurologisch gezien geen verbetering. Dit maakt dat uiteindelijk wordt besloten dat verdere medische behandeling van [slachtoffer 1] niet zinvol is. Op 9 oktober 2022 wordt de behandeling gestaakt. Kort daarop overlijdt [slachtoffer 1] . Vanwege de bij [slachtoffer 1] geconstateerde letsels wordt een melding gedaan aan Veilig Thuis, wordt er nader forensisch medisch onderzoek gedaan en wordt een strafrechtelijk opsporingsonderzoek gestart naar verdachte. Kern van dit arrest Verdachte wordt veroordeeld voor doodslag (het primaire feit). Uit het bewijs volgt dat verdachte ernstig geweld heeft toegebracht bij [slachtoffer 1] . Dit geweld heeft geleid tot heftige verwondingen, waaraan [slachtoffer 1] uiteindelijk is overleden. Dat is een ernstig strafbaar feit. De straf die de rechtbank heeft opgelegd en die de advocaat-generaal in hoger beroep vraagt, acht het hof een passende en noodzakelijke straf. Het hof weegt mee dat de behandeling van de zaak langer heeft geduurd dan redelijk is; de zogenaamde ‘redelijke termijn’. Dat resulteert in een strafkorting. Het hof legt daarom in hoger beroep voor deze doodslag een gevangenisstraf op van 91 maanden (omgerekend 7,6 jaren). Verdachte blijft in voorlopige hechtenis totdat hij deze straf heeft uitgezeten. Het hof legt niet de door de advocaat-generaal gevraagde 38z-maatregel op. Standpunten Standpunt verdediging Verdachte ontkent dat hij geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] . Het enige wat er volgens hem is gebeurd, is dat [slachtoffer 1] in de ochtend van 6 oktober 2022 van de commode is gevallen. Hierna leek op het eerste gezicht niets aan de hand met [slachtoffer 1] en functioneerde hij normaal. Verdachte heeft hem, naar eigen zeggen, verschoond, aangekleed, in een maxi-cosi gelegd en een flesje gegeven.
Volledig
Kort daarop werd [slachtoffer 1] wit en slap, rochelde hij en had hij geen normale ademhaling. Verdachte heeft eerst [getuige 1] en daarna 112 gebeld. Tijdens het politieonderzoek zijn door verdachte en zijn (schoon-)familie nog verschillende andere mogelijke verklaringen aangedragen voor het letsel van [slachtoffer 1] : de onderhuidse bloeduitstortingen die zichtbaar zijn op de kaakranden van [slachtoffer 1] (foto van 24 augustus 2022) zijn ontstaan doordat [slachtoffer 1] werd opgepakt onder zijn oksels en [slachtoffer 1] hoofdje tegen de duimen botste; op 15 september 2022 zou [slachtoffer 1] ook bijna van de commode zijn gevallen maar kon verdachte hem nog net tegenhouden door hem bij zijn linkerbeentje te grijpen; op 28 september 2022 zou verdachte [slachtoffer 1] in zijn armen hebben gehad en zou [slachtoffer 1] door bewegingen van verdachte tweemaal met zijn hoofd tegen een kozijn in het ziekenhuis zijn gebotst; op 1 oktober 2022 zou er een incident met een boxbodem zijn voorgevallen, waarbij de bodem van de box naar beneden klapte en [Dochter verdachte] bovenop [slachtoffer 1] beland zou zijn; en ook zou mogelijk sprake zijn van een vitamine K gebrek bij [slachtoffer 1] , net als bij de tante van [slachtoffer 1] (de zus van verdachte). De raadsman van verdachte bepleit dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. Het forensische medische bewijs in het dossier geeft onvoldoende bewijskracht voor de conclusie dat sprake was van toegebracht letsel. Dat het letsel per ongeluk (‘accidenteel’) is toegebracht kan niet worden uitgesloten. Omdat dit niet kan worden uitgesloten, kan verdachte niet worden veroordeeld. Verder had verdachte geen opzet, en ook geen voorwaardelijk opzet, op de dood van [slachtoffer 1] , ook dat kan niet worden bewezen. Standpunt advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft schriftelijk in het requisitoir betoogd dat het primair ten laste gelegde feit bewezen kan worden verklaard. Oordeel van het hof Bewijsmiddelen De bewijsmiddelen die het hof gebruikt, zijn als bijlage 2 bij dit arrest gevoegd. Wanneer hierna wordt gesproken over de bewijsmiddelen, worden deze bewijsmiddelen in de bijlage bedoeld. Bewijsoverwegingen Het hof licht hieronder toe waarom het hof bewezen acht dat verdachte het primair ten laste gelegde feit (doodslag op [slachtoffer 1] ) heeft begaan. Het hof bespreekt daarvoor de volgende onderwerpen of deelvragen: Het overlijden van [slachtoffer 1] Als gevolg waarvan is [slachtoffer 1] overleden? 2.1 Welk letsel had [slachtoffer 1] en waaraan is hij overleden? 2.2 Hoe is het letsel bij [slachtoffer 1] ontstaan? 3. Wanneer is het letsel bij [slachtoffer 1] toegebracht? 4. Heeft verdachte het letsel bij [slachtoffer 1] toegebracht? 5. Is sprake van (voorwaardelijk) opzet? 6. Toelichting op de bewezenverklaring 1. Het overlijden van [slachtoffer 1] Zoals hiervoor in de inleiding van dit arrest is beschreven, is [slachtoffer 1] in de middag van 9 oktober 2022 overleden. 2. Als gevolg waarvan is [slachtoffer 1] overleden? Het hof moet de vraag beantwoorden of, en zo ja in welke mate, sprake is van betrokkenheid van verdachte bij het overlijden van [slachtoffer 1] . Om die vraag te kunnen beantwoorden moet het hof eerst vaststellen waaraan [slachtoffer 1] is overleden. 2.1 Welk letsel had [slachtoffer 1] en waaraan is hij overleden? Op 10 oktober 2022 verricht forensisch arts en forensisch patholoog drs. D.J. [deskundige 1] , verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), een gerechtelijke sectie op het lichaam van [slachtoffer 1] . Ook wordt aanvullend onderzoek gedaan zoals radiologisch, lichtmicroscopisch, neuropathologisch, oogpathologisch, microbiologisch, metabool en toxicologisch onderzoek. In het sectierapport van 8 december 2023 heeft [deskundige 1] zijn bevindingen weergegeven. [deskundige 1] constateert dat bij [slachtoffer 1] onder meer het volgende letsel is ontstaan: een bloeduitstorting hoog op het achterhoofd, in de schedelhuid en het onderliggende botvlies; een complexe breuk aan de rechterzijde van de schedel; bloeduitstorting onder het harde hersenvlies, doorlopend tussen de hersenhelften langs de bolling van de hersenen; uitgebreide bloeduitstortingen in het netvlies van beide ogen, verspreid over het hele netvlies en in alle lagen; bloeduitstortingen in het glasvocht van beide ogen; een netvliesplooi (over de gele vlek) in het rechteroog, en bloeduitstortingen rond beide oogzenuwen, met geringe uitbreiding in het omgevende vetweefsel. [deskundige 1] concludeert dat [slachtoffer 1] is overleden aan de gevolgen van ernstig schedelhersenletsel. Het schedelhersenletsel heeft aanleiding gegeven tot hersenfunctiestoornissen, op basis waarvan het ontstaan van een reanimatiebehoeftige toestand, de noodzaak tot ziekenhuisopname en het uiteindelijke overlijden van [slachtoffer 1] worden verklaard. Tijdens de procedure bij de rechtbank is op verzoek van de verdediging een volledig tegenonderzoek uitgevoerd door forensisch arts drs. W.A. [deskundige 2] , verbonden aan Landelijk Onderzoeks- en Expertisebureau FMO (LOEF). [deskundige 2] concludeert over de doodsoorzaak van [slachtoffer 1] dat sprake was van fataal verlopen hersenletsel dat heeft geleid tot een reanimatiesetting met bewustzijnsverlies, ademhalingsproblemen en een onregelmatige hartslag. Het hof stelt op basis van het voorgaande vast dat [slachtoffer 1] door zeer ernstig hersenletsel is overleden. Het hof overweegt nog dat bij [slachtoffer 1] ook ander (ouder) letsel is geconstateerd, namelijk een breuk in zijn rechter onderarm en de op foto’s van 24 augustus 2022 zichtbare bloeduitstortingen langs de kaakranden in zijn gezichtje. Nu niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld op welk moment, op welke wijze en door wiens toedoen deze letsels zijn ontstaan, zijn deze letsels bij de beoordeling van het tenlastegelegde buiten beschouwing gebleven. 2.2 Hoe is het letsel bij [slachtoffer 1] ontstaan? Het hof staat vervolgens voor de vraag hoe het dodelijke letsel bij [slachtoffer 1] is ontstaan. [deskundige 1] concludeert dat het ernstige schedelhersenletsel van [slachtoffer 1] is ontstaan door hevige stomp botsende krachtinwerking op het hoofd, al dan niet in combinatie met dynamische krachtinwerking (repeterende bewegingen met acceleratie-deceleratie en rotatie). Er zijn bij [slachtoffer 1] geen ziekelijke afwijkingen geconstateerd die het overlijden kunnen verklaren of hiervoor van betekenis kunnen zijn geweest. Verder is een forensisch medisch onderzoek verricht door kinderarts en forensisch arts drs. H.C. [deskundige 3] , verbonden aan het NFI. [deskundige 3] constateert dat de combinatie van bevindingen past bij forse krachtsinwerking, waarbij in ieder geval (gezien de schedelbreuk) op enig moment sprake moet zijn geweest van een impact krachtsinwerking op het hoofd, met daarbij mogelijk acceleratie-deceleratiekrachten. De aanhoudende hersenfunctiestoornissen met dodelijke afloop, de bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies en de uitgebreide netvliesbloedingen zijn in combinatie, maar ook afzonderlijk beschouwd, niet passend bij een ongecompliceerde val van de commode. De ernstige epilepsie bij [slachtoffer 1] als gevolg van ernstige hersenschade en het uiteindelijke overlijden van [slachtoffer 1] passen bij een oorzakelijke forse krachtsinwerking juist vóór het ontstaan van de acute klinische verschijnselen. De combinatie van bevindingen is niet het gevolg van een ziekelijke oorzaak bij [slachtoffer 1] en is niet het gevolg van de geboorte of van een vitamine K tekort. In een aanvullende rapportage vult [deskundige 3] aan dat een eventueel rotatiemoment tijdens de val van de commode ook geen verklaring kan geven voor het aangetroffen letsel bij [slachtoffer 1] . Onder die omstandigheden is ook sprake van een te beperkte krachtsinwerking om het letsel dat [slachtoffer 1] had te kunnen veroorzaken. Wat verdachte verklaart over de val, namelijk dat hij het hoofd van [slachtoffer 1] nog met zijn hand heeft aangeraakt tijdens de val, zou juist hebben geleid tot een remming van de snelheid waarmee [slachtoffer 1] op de grond is gevallen.
Volledig
Kort daarop werd [slachtoffer 1] wit en slap, rochelde hij en had hij geen normale ademhaling. Verdachte heeft eerst [getuige 1] en daarna 112 gebeld. Tijdens het politieonderzoek zijn door verdachte en zijn (schoon-)familie nog verschillende andere mogelijke verklaringen aangedragen voor het letsel van [slachtoffer 1] : de onderhuidse bloeduitstortingen die zichtbaar zijn op de kaakranden van [slachtoffer 1] (foto van 24 augustus 2022) zijn ontstaan doordat [slachtoffer 1] werd opgepakt onder zijn oksels en [slachtoffer 1] hoofdje tegen de duimen botste; op 15 september 2022 zou [slachtoffer 1] ook bijna van de commode zijn gevallen maar kon verdachte hem nog net tegenhouden door hem bij zijn linkerbeentje te grijpen; op 28 september 2022 zou verdachte [slachtoffer 1] in zijn armen hebben gehad en zou [slachtoffer 1] door bewegingen van verdachte tweemaal met zijn hoofd tegen een kozijn in het ziekenhuis zijn gebotst; op 1 oktober 2022 zou er een incident met een boxbodem zijn voorgevallen, waarbij de bodem van de box naar beneden klapte en [Dochter verdachte] bovenop [slachtoffer 1] beland zou zijn; en ook zou mogelijk sprake zijn van een vitamine K gebrek bij [slachtoffer 1] , net als bij de tante van [slachtoffer 1] (de zus van verdachte). De raadsman van verdachte bepleit dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. Het forensische medische bewijs in het dossier geeft onvoldoende bewijskracht voor de conclusie dat sprake was van toegebracht letsel. Dat het letsel per ongeluk (‘accidenteel’) is toegebracht kan niet worden uitgesloten. Omdat dit niet kan worden uitgesloten, kan verdachte niet worden veroordeeld. Verder had verdachte geen opzet, en ook geen voorwaardelijk opzet, op de dood van [slachtoffer 1] , ook dat kan niet worden bewezen. Standpunt advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft schriftelijk in het requisitoir betoogd dat het primair ten laste gelegde feit bewezen kan worden verklaard. Oordeel van het hof Bewijsmiddelen De bewijsmiddelen die het hof gebruikt, zijn als bijlage 2 bij dit arrest gevoegd. Wanneer hierna wordt gesproken over de bewijsmiddelen, worden deze bewijsmiddelen in de bijlage bedoeld. Bewijsoverwegingen Het hof licht hieronder toe waarom het hof bewezen acht dat verdachte het primair ten laste gelegde feit (doodslag op [slachtoffer 1] ) heeft begaan. Het hof bespreekt daarvoor de volgende onderwerpen of deelvragen: Het overlijden van [slachtoffer 1] Als gevolg waarvan is [slachtoffer 1] overleden? 2.1 Welk letsel had [slachtoffer 1] en waaraan is hij overleden? 2.2 Hoe is het letsel bij [slachtoffer 1] ontstaan? 3. Wanneer is het letsel bij [slachtoffer 1] toegebracht? 4. Heeft verdachte het letsel bij [slachtoffer 1] toegebracht? 5. Is sprake van (voorwaardelijk) opzet? 6. Toelichting op de bewezenverklaring 1. Het overlijden van [slachtoffer 1] Zoals hiervoor in de inleiding van dit arrest is beschreven, is [slachtoffer 1] in de middag van 9 oktober 2022 overleden. 2. Als gevolg waarvan is [slachtoffer 1] overleden? Het hof moet de vraag beantwoorden of, en zo ja in welke mate, sprake is van betrokkenheid van verdachte bij het overlijden van [slachtoffer 1] . Om die vraag te kunnen beantwoorden moet het hof eerst vaststellen waaraan [slachtoffer 1] is overleden. 2.1 Welk letsel had [slachtoffer 1] en waaraan is hij overleden? Op 10 oktober 2022 verricht forensisch arts en forensisch patholoog drs. D.J. [deskundige 1] , verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), een gerechtelijke sectie op het lichaam van [slachtoffer 1] . Ook wordt aanvullend onderzoek gedaan zoals radiologisch, lichtmicroscopisch, neuropathologisch, oogpathologisch, microbiologisch, metabool en toxicologisch onderzoek. In het sectierapport van 8 december 2023 heeft [deskundige 1] zijn bevindingen weergegeven. [deskundige 1] constateert dat bij [slachtoffer 1] onder meer het volgende letsel is ontstaan: een bloeduitstorting hoog op het achterhoofd, in de schedelhuid en het onderliggende botvlies; een complexe breuk aan de rechterzijde van de schedel; bloeduitstorting onder het harde hersenvlies, doorlopend tussen de hersenhelften langs de bolling van de hersenen; uitgebreide bloeduitstortingen in het netvlies van beide ogen, verspreid over het hele netvlies en in alle lagen; bloeduitstortingen in het glasvocht van beide ogen; een netvliesplooi (over de gele vlek) in het rechteroog, en bloeduitstortingen rond beide oogzenuwen, met geringe uitbreiding in het omgevende vetweefsel. [deskundige 1] concludeert dat [slachtoffer 1] is overleden aan de gevolgen van ernstig schedelhersenletsel. Het schedelhersenletsel heeft aanleiding gegeven tot hersenfunctiestoornissen, op basis waarvan het ontstaan van een reanimatiebehoeftige toestand, de noodzaak tot ziekenhuisopname en het uiteindelijke overlijden van [slachtoffer 1] worden verklaard. Tijdens de procedure bij de rechtbank is op verzoek van de verdediging een volledig tegenonderzoek uitgevoerd door forensisch arts drs. W.A. [deskundige 2] , verbonden aan Landelijk Onderzoeks- en Expertisebureau FMO (LOEF). [deskundige 2] concludeert over de doodsoorzaak van [slachtoffer 1] dat sprake was van fataal verlopen hersenletsel dat heeft geleid tot een reanimatiesetting met bewustzijnsverlies, ademhalingsproblemen en een onregelmatige hartslag. Het hof stelt op basis van het voorgaande vast dat [slachtoffer 1] door zeer ernstig hersenletsel is overleden. Het hof overweegt nog dat bij [slachtoffer 1] ook ander (ouder) letsel is geconstateerd, namelijk een breuk in zijn rechter onderarm en de op foto’s van 24 augustus 2022 zichtbare bloeduitstortingen langs de kaakranden in zijn gezichtje. Nu niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld op welk moment, op welke wijze en door wiens toedoen deze letsels zijn ontstaan, zijn deze letsels bij de beoordeling van het tenlastegelegde buiten beschouwing gebleven. 2.2 Hoe is het letsel bij [slachtoffer 1] ontstaan? Het hof staat vervolgens voor de vraag hoe het dodelijke letsel bij [slachtoffer 1] is ontstaan. [deskundige 1] concludeert dat het ernstige schedelhersenletsel van [slachtoffer 1] is ontstaan door hevige stomp botsende krachtinwerking op het hoofd, al dan niet in combinatie met dynamische krachtinwerking (repeterende bewegingen met acceleratie-deceleratie en rotatie). Er zijn bij [slachtoffer 1] geen ziekelijke afwijkingen geconstateerd die het overlijden kunnen verklaren of hiervoor van betekenis kunnen zijn geweest. Verder is een forensisch medisch onderzoek verricht door kinderarts en forensisch arts drs. H.C. [deskundige 3] , verbonden aan het NFI. [deskundige 3] constateert dat de combinatie van bevindingen past bij forse krachtsinwerking, waarbij in ieder geval (gezien de schedelbreuk) op enig moment sprake moet zijn geweest van een impact krachtsinwerking op het hoofd, met daarbij mogelijk acceleratie-deceleratiekrachten. De aanhoudende hersenfunctiestoornissen met dodelijke afloop, de bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies en de uitgebreide netvliesbloedingen zijn in combinatie, maar ook afzonderlijk beschouwd, niet passend bij een ongecompliceerde val van de commode. De ernstige epilepsie bij [slachtoffer 1] als gevolg van ernstige hersenschade en het uiteindelijke overlijden van [slachtoffer 1] passen bij een oorzakelijke forse krachtsinwerking juist vóór het ontstaan van de acute klinische verschijnselen. De combinatie van bevindingen is niet het gevolg van een ziekelijke oorzaak bij [slachtoffer 1] en is niet het gevolg van de geboorte of van een vitamine K tekort. In een aanvullende rapportage vult [deskundige 3] aan dat een eventueel rotatiemoment tijdens de val van de commode ook geen verklaring kan geven voor het aangetroffen letsel bij [slachtoffer 1] . Onder die omstandigheden is ook sprake van een te beperkte krachtsinwerking om het letsel dat [slachtoffer 1] had te kunnen veroorzaken. Wat verdachte verklaart over de val, namelijk dat hij het hoofd van [slachtoffer 1] nog met zijn hand heeft aangeraakt tijdens de val, zou juist hebben geleid tot een remming van de snelheid waarmee [slachtoffer 1] op de grond is gevallen.
Volledig
Dit zou daarmee de krachtsinwerking van die val juist nog verder hebben beperkt. [deskundige 2] komt tot de volgende conclusies over het ontstaan van het letsel bij [slachtoffer 1] . Hij is het eens met de bevindingen van [deskundige 1] en [deskundige 3] . Gelet op de combinatie van letsels bij [slachtoffer 1] en het dodelijke beloop kan worden vastgesteld dat sprake moet zijn geweest van een zeer forse krachtsinwerking, waarbij de klinische noodsituatie onmiddellijk moet zijn opgetreden. In de verhaalde val van de commode ontbreekt de benodigde complicerende factor om het letsel en de daaruit voorvloeiende klinische noodsituatie te verklaren. Wanneer sprake is van een acute klinische noodsituatie met bewustzijnsvermindering en ademhalingsproblemen bij een tot die tijd normaal functionerend kind en bij een nadien geconstateerd zeer ernstig hersenletsel met hersenweefselversterf, een bloeduitstorting onder het harde hersenvlies en uitgebreide netvliesbloedingen, dan is de krachtsinwerking zo fors geweest dat het na de krachtsinwerking niet mogelijk kan zijn geweest voor [slachtoffer 1] om normaal te functioneren. Het hof heeft geen reden om aan de conclusies van de deskundigen te twijfelen. Die zijn uitgebreid onderbouwd, logisch navolgbaar en bovendien onderling volstrekt in lijn met elkaar. Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat het ernstige hersenletsel bij [slachtoffer 1] niet het gevolg is van een ziekelijke oorzaak, ouder letsel of van de geboorte. Het is ontstaan door forse krachtsinwerking, waarbij in ieder geval (gezien de schedelbreuk) op enig moment sprake moet zijn geweest van een impact krachtsinwerking op het hoofd, met daarbij mogelijk acceleratie-deceleratiekrachten. De deskundigen [deskundige 1] , [deskundige 3] en [deskundige 2] hebben niet uitgesloten dat de geconstateerde combinatie van letsels het gevolg kan zijn geweest van een ongeval, hoewel de specifieke combinatie van letsels van [slachtoffer 1] waarschijnlijker wordt geacht onder de hypothese niet-accidentele oorzaak dan bij een accidentele oorzaak. Als voorbeelden van mogelijke ongelukken die dit letsel zouden kunnen veroorzaken worden genoemd een zwaar auto-ongeluk, waarbij de auto bijvoorbeeld over de kop slaat, of een val van meerdere verdiepingen. [deskundige 1] , [deskundige 3] en [deskundige 2] hebben echter uitgesloten dat de door verdachte beschreven ongecompliceerde val van de commode, dat wil zeggen: een val zonder bijkomende omstandigheden waardoor de krachtsinwerking op het hoofd van [slachtoffer 1] hoger zou zijn geweest dan normaal gesproken, de oorzaak voor het letsel kan zijn geweest. Een ongecompliceerde val van relatief geringe hoogte levert simpelweg niet de krachtsinwerking op die voor het ontstaan van het bij [slachtoffer 1] geconstateerde letsel nodig is. De impact van zo’n eenvoudige val van de commode is volstrekt onvoldoende om zulk hersenletsel te veroorzaken. Anders gezegd: de combinatie van letsels bij [slachtoffer 1] kan in principe wel door een ongeval worden veroorzaakt, maar in ieder geval niet door het ongeval dat verdachte beschrijft. Het hof merkt in dit verband nog op dat de alternatieve verklaringen voor het letsel van [slachtoffer 1] , zoals die door verdachte en zijn omgeving naar voren zijn gebracht, buiten beschouwing worden gelaten. Voor zover deze incidenten hebben plaatsgevonden, geldt dat deze incidenten hebben plaatsgevonden dagen tot weken voorafgaand aan het optreden van de klinische verschijnselen bij [slachtoffer 1] die duiden op een acute noodsituatie. Gelet op de eerder aangehaalde conclusie van de deskundigen dat het letsel zoals dat bij [slachtoffer 1] is geconstateerd vrijwel direct optreedt na de forse krachtsinwerking die het heeft veroorzaakt, kunnen de eerdere incidenten niet hebben bijgedragen aan de dood van [slachtoffer 1] , ook niet indirect. In reactie op het verweer van de verdediging over dit onderwerp merkt het hof op dat de deskundigen bovenstaand oordeel baseren op de combinatie van letsels . Het is juist dat in de rapportages bij de verschillende afzonderlijke letsels wordt gesproken in termen van waarschijnlijkheid. Deze bevindingen zijn evenwel niet op zichzelf staand. Ze passen bij de uiteindelijke conclusies van het hof en worden in samenhang met andere bewijsmiddelen beschouwd en in dat geheel gewogen. Bij het totaal van de bevindingen (letsels) wordt de door verdachte aangedragen oorzaak door de deskundigen uitgesloten. Nu het dossier verder geen enkel aanknopingspunt biedt voor een andere accidentele oorzaak van een zwaarte als de deskundigen hebben benoemd, en verdachte daar op de zitting van het hof ook niet over heeft verklaard, komt het hof tot de conclusie dat het letsel bij [slachtoffer 1] door een niet-accidentele krachtsinwerking is ontstaan, wat betekent dat het letsel door iemand is toegebracht. Het verweer van de raadsman op dit punt wordt dan ook verworpen. 3. Wanneer is het letsel bij [slachtoffer 1] toegebracht? Vervolgens moet het hof de vraag beantwoorden wanneer het letsel bij [slachtoffer 1] is toegebracht. Alle drie de deskundigen ( [deskundige 1] , [deskundige 3] en [deskundige 2] ) hebben aangegeven dat na een krachtsinwerking die zo hevig is geweest dat daardoor (uiteindelijk) fataal letsel is ontstaan, vrijwel direct klinische verschijnselen optreden die duiden op een acute noodsituatie, zoals abnormaal huilen, inadequaat drinken, ademhalingsproblemen, trekkingen en stoornissen in het bewustzijn. Er kan dan geen sprake meer zijn van een periode van normaal functioneren. [deskundige 2] heeft daarbij op de zitting van de rechtbank toegelicht dat bij “vrijwel direct” moet worden gedacht aan seconden en niet aan minuten. In ieder geval kan worden vastgesteld dat sprake was van klinische verschijnselen zoals door de deskundigen bedoeld op het moment dat de ambulanceverpleegkundigen [slachtoffer 1] aantreffen. Zij zien onder meer dat [slachtoffer 1] niet adequaat reageert op prikkels en niet goed zelfstandig kan ademen. Zulke klinische verschijnselen volgen ook al uit de uitwerking van de daaraan voorafgaande 112-melding. Verdachte beschrijft daar immers dat [slachtoffer 1] abnormaal ademt en nauwelijks reageert. [getuige 1] verklaart dat verdachte, al voor aankomst van de ambulanceverpleegkundigen, tegen haar zegt dat [slachtoffer 1] niks meer doet. Vanaf dat moment tot aan zijn overlijden functioneerde [slachtoffer 1] niet meer normaal. Op basis van het voorgaande stelt het hof vast dat het zeer ernstige hersenletsel bij [slachtoffer 1] direct is ontstaan na de forse krachtsinwerking. Dit leidde direct tot een medische noodsituatie (de onwelwording). Het ernstige hersenletsel moet dus vrijwel direct vóór verdachte met [getuige 1] (om 07.42.41 uur) en 112 belde (om 07.43.27 uur) zijn toegebracht. Het hof stelt ook vast dat [slachtoffer 1] daarna niet meer in staat was om normaal te functioneren. 4. Heeft verdachte het letsel aan [slachtoffer 1] toegebracht? Vervolgens moet het hof beoordelen wie het fatale hersenletsel bij [slachtoffer 1] heeft toegebracht. Op 5 oktober 2022 is verdachte nog met [slachtoffer 1] en [Dochter verdachte] bij [getuige 1] in het ziekenhuis geweest. De vader van [getuige 1] verklaart dat het toen goed ging met [slachtoffer 1] . Er was met [slachtoffer 1] “niks bijzonders”. In de avond van 5 oktober 2022 legt verdachte [slachtoffer 1] en [Dochter verdachte] op bed. Hij verklaart, ook op de zitting van het hof, dat hij op 6 oktober 2022 alleen met [slachtoffer 1] en [Dochter verdachte] in de woning was. Er is niemand anders in de woning geweest. Voordat verdachte op 6 oktober 2022 om 07:43 uur 112 belt, belt hij om 07:42 uur eerst [getuige 1] . Volgens [getuige 1] zegt verdachte in dit gesprek: “ [getuige 1] , ik weet niet wat ik moet doen”. [getuige 1] zegt hierop dat verdachte 112 moet bellen. [getuige 1] belt haar eigen moeder. Het enige wat verdachte volgens [getuige 1] zegt, is “hij doet niks meer”. Zoals hiervoor vastgesteld is het ernstige hersenletsel vrijwel direct voor verdachte met [getuige 1] (om 07.42.41 uur) en112 belde (om 07.43.27 uur) toegebracht.
Volledig
Dit zou daarmee de krachtsinwerking van die val juist nog verder hebben beperkt. [deskundige 2] komt tot de volgende conclusies over het ontstaan van het letsel bij [slachtoffer 1] . Hij is het eens met de bevindingen van [deskundige 1] en [deskundige 3] . Gelet op de combinatie van letsels bij [slachtoffer 1] en het dodelijke beloop kan worden vastgesteld dat sprake moet zijn geweest van een zeer forse krachtsinwerking, waarbij de klinische noodsituatie onmiddellijk moet zijn opgetreden. In de verhaalde val van de commode ontbreekt de benodigde complicerende factor om het letsel en de daaruit voorvloeiende klinische noodsituatie te verklaren. Wanneer sprake is van een acute klinische noodsituatie met bewustzijnsvermindering en ademhalingsproblemen bij een tot die tijd normaal functionerend kind en bij een nadien geconstateerd zeer ernstig hersenletsel met hersenweefselversterf, een bloeduitstorting onder het harde hersenvlies en uitgebreide netvliesbloedingen, dan is de krachtsinwerking zo fors geweest dat het na de krachtsinwerking niet mogelijk kan zijn geweest voor [slachtoffer 1] om normaal te functioneren. Het hof heeft geen reden om aan de conclusies van de deskundigen te twijfelen. Die zijn uitgebreid onderbouwd, logisch navolgbaar en bovendien onderling volstrekt in lijn met elkaar. Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat het ernstige hersenletsel bij [slachtoffer 1] niet het gevolg is van een ziekelijke oorzaak, ouder letsel of van de geboorte. Het is ontstaan door forse krachtsinwerking, waarbij in ieder geval (gezien de schedelbreuk) op enig moment sprake moet zijn geweest van een impact krachtsinwerking op het hoofd, met daarbij mogelijk acceleratie-deceleratiekrachten. De deskundigen [deskundige 1] , [deskundige 3] en [deskundige 2] hebben niet uitgesloten dat de geconstateerde combinatie van letsels het gevolg kan zijn geweest van een ongeval, hoewel de specifieke combinatie van letsels van [slachtoffer 1] waarschijnlijker wordt geacht onder de hypothese niet-accidentele oorzaak dan bij een accidentele oorzaak. Als voorbeelden van mogelijke ongelukken die dit letsel zouden kunnen veroorzaken worden genoemd een zwaar auto-ongeluk, waarbij de auto bijvoorbeeld over de kop slaat, of een val van meerdere verdiepingen. [deskundige 1] , [deskundige 3] en [deskundige 2] hebben echter uitgesloten dat de door verdachte beschreven ongecompliceerde val van de commode, dat wil zeggen: een val zonder bijkomende omstandigheden waardoor de krachtsinwerking op het hoofd van [slachtoffer 1] hoger zou zijn geweest dan normaal gesproken, de oorzaak voor het letsel kan zijn geweest. Een ongecompliceerde val van relatief geringe hoogte levert simpelweg niet de krachtsinwerking op die voor het ontstaan van het bij [slachtoffer 1] geconstateerde letsel nodig is. De impact van zo’n eenvoudige val van de commode is volstrekt onvoldoende om zulk hersenletsel te veroorzaken. Anders gezegd: de combinatie van letsels bij [slachtoffer 1] kan in principe wel door een ongeval worden veroorzaakt, maar in ieder geval niet door het ongeval dat verdachte beschrijft. Het hof merkt in dit verband nog op dat de alternatieve verklaringen voor het letsel van [slachtoffer 1] , zoals die door verdachte en zijn omgeving naar voren zijn gebracht, buiten beschouwing worden gelaten. Voor zover deze incidenten hebben plaatsgevonden, geldt dat deze incidenten hebben plaatsgevonden dagen tot weken voorafgaand aan het optreden van de klinische verschijnselen bij [slachtoffer 1] die duiden op een acute noodsituatie. Gelet op de eerder aangehaalde conclusie van de deskundigen dat het letsel zoals dat bij [slachtoffer 1] is geconstateerd vrijwel direct optreedt na de forse krachtsinwerking die het heeft veroorzaakt, kunnen de eerdere incidenten niet hebben bijgedragen aan de dood van [slachtoffer 1] , ook niet indirect. In reactie op het verweer van de verdediging over dit onderwerp merkt het hof op dat de deskundigen bovenstaand oordeel baseren op de combinatie van letsels . Het is juist dat in de rapportages bij de verschillende afzonderlijke letsels wordt gesproken in termen van waarschijnlijkheid. Deze bevindingen zijn evenwel niet op zichzelf staand. Ze passen bij de uiteindelijke conclusies van het hof en worden in samenhang met andere bewijsmiddelen beschouwd en in dat geheel gewogen. Bij het totaal van de bevindingen (letsels) wordt de door verdachte aangedragen oorzaak door de deskundigen uitgesloten. Nu het dossier verder geen enkel aanknopingspunt biedt voor een andere accidentele oorzaak van een zwaarte als de deskundigen hebben benoemd, en verdachte daar op de zitting van het hof ook niet over heeft verklaard, komt het hof tot de conclusie dat het letsel bij [slachtoffer 1] door een niet-accidentele krachtsinwerking is ontstaan, wat betekent dat het letsel door iemand is toegebracht. Het verweer van de raadsman op dit punt wordt dan ook verworpen. 3. Wanneer is het letsel bij [slachtoffer 1] toegebracht? Vervolgens moet het hof de vraag beantwoorden wanneer het letsel bij [slachtoffer 1] is toegebracht. Alle drie de deskundigen ( [deskundige 1] , [deskundige 3] en [deskundige 2] ) hebben aangegeven dat na een krachtsinwerking die zo hevig is geweest dat daardoor (uiteindelijk) fataal letsel is ontstaan, vrijwel direct klinische verschijnselen optreden die duiden op een acute noodsituatie, zoals abnormaal huilen, inadequaat drinken, ademhalingsproblemen, trekkingen en stoornissen in het bewustzijn. Er kan dan geen sprake meer zijn van een periode van normaal functioneren. [deskundige 2] heeft daarbij op de zitting van de rechtbank toegelicht dat bij “vrijwel direct” moet worden gedacht aan seconden en niet aan minuten. In ieder geval kan worden vastgesteld dat sprake was van klinische verschijnselen zoals door de deskundigen bedoeld op het moment dat de ambulanceverpleegkundigen [slachtoffer 1] aantreffen. Zij zien onder meer dat [slachtoffer 1] niet adequaat reageert op prikkels en niet goed zelfstandig kan ademen. Zulke klinische verschijnselen volgen ook al uit de uitwerking van de daaraan voorafgaande 112-melding. Verdachte beschrijft daar immers dat [slachtoffer 1] abnormaal ademt en nauwelijks reageert. [getuige 1] verklaart dat verdachte, al voor aankomst van de ambulanceverpleegkundigen, tegen haar zegt dat [slachtoffer 1] niks meer doet. Vanaf dat moment tot aan zijn overlijden functioneerde [slachtoffer 1] niet meer normaal. Op basis van het voorgaande stelt het hof vast dat het zeer ernstige hersenletsel bij [slachtoffer 1] direct is ontstaan na de forse krachtsinwerking. Dit leidde direct tot een medische noodsituatie (de onwelwording). Het ernstige hersenletsel moet dus vrijwel direct vóór verdachte met [getuige 1] (om 07.42.41 uur) en 112 belde (om 07.43.27 uur) zijn toegebracht. Het hof stelt ook vast dat [slachtoffer 1] daarna niet meer in staat was om normaal te functioneren. 4. Heeft verdachte het letsel aan [slachtoffer 1] toegebracht? Vervolgens moet het hof beoordelen wie het fatale hersenletsel bij [slachtoffer 1] heeft toegebracht. Op 5 oktober 2022 is verdachte nog met [slachtoffer 1] en [Dochter verdachte] bij [getuige 1] in het ziekenhuis geweest. De vader van [getuige 1] verklaart dat het toen goed ging met [slachtoffer 1] . Er was met [slachtoffer 1] “niks bijzonders”. In de avond van 5 oktober 2022 legt verdachte [slachtoffer 1] en [Dochter verdachte] op bed. Hij verklaart, ook op de zitting van het hof, dat hij op 6 oktober 2022 alleen met [slachtoffer 1] en [Dochter verdachte] in de woning was. Er is niemand anders in de woning geweest. Voordat verdachte op 6 oktober 2022 om 07:43 uur 112 belt, belt hij om 07:42 uur eerst [getuige 1] . Volgens [getuige 1] zegt verdachte in dit gesprek: “ [getuige 1] , ik weet niet wat ik moet doen”. [getuige 1] zegt hierop dat verdachte 112 moet bellen. [getuige 1] belt haar eigen moeder. Het enige wat verdachte volgens [getuige 1] zegt, is “hij doet niks meer”. Zoals hiervoor vastgesteld is het ernstige hersenletsel vrijwel direct voor verdachte met [getuige 1] (om 07.42.41 uur) en112 belde (om 07.43.27 uur) toegebracht.
Volledig
Omdat toen naast verdachte geen andere personen dan de tweeling in de woning aanwezig waren, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die het uiteindelijk fatale hersenletsel bij [slachtoffer 1] heeft veroorzaakt. 5. Is sprake van (voorwaardelijk) opzet? Voor een bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde doodslag is ten slotte vereist dat verdachte opzet had op de dood van [slachtoffer 1] . De vraag die hierbij voorligt is of verdachte heeft gehandeld met opzet. Uit de bewijsmiddelen, waaronder de verklaringen van verdachte, kan niet worden afgeleid dat verdachte de intentie heeft gehad om [slachtoffer 1] te doden. Van opzet kan ook sprake zijn als een verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat een bepaald gevolg (in dit geval de dood van [slachtoffer 1] ) zou intreden door te handelen zoals hij heeft gedaan. In het strafrecht is dat voldoende om tot het bewijs van ‘opzet’ te komen. De beantwoording van de vraag of de gedraging van een verdachte deze aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg veroorzaakt, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht. Het zal dan moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Voor de vaststelling dat verdachte zich willens en wetens blootstelt aan zo’n kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedragingen bewust heeft aanvaard. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer te zijn gericht op een bepaald gevolg dat het – behoudens contra-indicaties – niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard. Hevige krachtsinwerkingen op het hoofd vormen voor ieder mens een risico op zwaar lichamelijk letsel of overlijden. Dit geldt te meer voor kwetsbare jonge baby’s. Bij eenieder, en dus ook bij verdachte, mag dit risico als bekend worden verondersteld. Dat verdachte zich ook daadwerkelijk bewust was van deze aanmerkelijke kans blijkt uit zijn eigen verklaringen bij de politie. Verdachte heeft verklaard dat hij voorafgaand aan de bevalling nog van de kraamhulp een lijst had gekregen, waar het ‘shaken baby syndrom’ tussen stond. Aangezien verdachte niet wist wat dit betekende, heeft hij dit toen via Google opgezocht. Verdachte las toen dat wanneer je vermoeid raakt of bent en je het niet meer ziet zitten, je dan niet het kind moet schudden. De schade is dan enorm en is dan zo ontstaan, zo verklaart verdachte. De handelingen die verdachte heeft verricht, moeten naar hun uiterlijke verschijningsvorm dan ook worden aangemerkt als zozeer gericht op de dood van [slachtoffer 1] , dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op het intreden van de dood van [slachtoffer 1] bewust heeft aanvaard. Van contra-indicaties is het hof niet gebleken. De contra-indicaties die de raadsman heeft aangedragen beschouwt het hof niet als zulke contra-indicaties voor het bestaan van het opzet. Dit brengt het hof – in tegenstelling tot wat de verdediging heeft betoogd – tot het oordeel dat verdachte het (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer 1] . Het hof acht de primair ten laste gelegde doodslag dan ook wettig en overtuigend bewezen. Het verweer van de verdediging wordt verworpen. 6. Toelichting op de bewezenverklaring Net als de rechtbank merkt het hof nog op dat in de tenlastelegging verschillende feitelijke handelingen zijn opgenomen. Welke van die handelingen verdachte exact uitgevoerd heeft, kan, nu hij geen inzicht heeft gegeven in de ware feitelijke toedracht, niet met zekerheid worden vastgesteld. Het hof zal daar dus geen keuze in maken. Eén of meer van de omschreven handelingen moet verdachte in ieder geval hebben verricht. Bewezenverklaring Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: hij in de periode van 6 oktober 2022 tot en met 9 oktober 2022 te [plaats 2] en/of [plaats 3] , zijn kind, [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2022), opzettelijk van het leven heeft beroofd, door - meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] (met kracht)(met een hard voorwerp) tegen/op zijn hoofd te slaan en/of te stompen en/of (met zijn hoofd) op een hard oppervlak te laten vallen en/of tegen een hard oppervlak te slaan en/of te stoten, in elk geval (zeer heftig) uitwendig inwerkend botsend en/of stompend geweld uit te oefenen op het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 1] uit te oefenen en/of - meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] (met kracht) vast te pakken en/of (met kracht) (met zijn hoofd) heen en weer en/of door elkaar en/of op en neer te schudden en/of samendrukkend en/of anderszins (zeer heftig) geweld op het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 1] uit te oefenen. Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar. Het primair bewezenverklaarde levert op: doodslag. Strafbaarheid van verdachte Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is. Oplegging van straf Vordering advocaat-generaal De advocaat-generaal vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten. Daarnaast vordert de advocaat-generaal oplegging van de 38z-maatregel. Standpunt verdediging De verdediging verzoekt het hof een fors lagere gevangenisstraf op te leggen dan de door de advocaat-generaal gevorderde en door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf van 8 jaren en ook om de 38z-maatregel niet op te leggen. Oordeel van het hof Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. De aard en de ernst van het feit Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan doodslag op zijn bijna 3 maanden oude zoontje [slachtoffer 1] . Hoewel het hof niet kan vaststellen wat de exacte intenties van verdachte zijn geweest, heeft zijn handelen wel tot gevolg gehad dat [slachtoffer 1] is overleden. Verdachte heeft hevig geweld toegepast waardoor [slachtoffer 1] ernstige en uiteindelijk fatale hersenschade kreeg. Verdachte heeft zijn zeer jonge baby het meest fundamentele recht ontnomen, namelijk het recht op leven. Het staat buiten discussie dat dit een ernstig feit is. [slachtoffer 1] was als jonge baby volledig weerloos en afhankelijk van verdachte die op dat moment voor hem zorgde. [slachtoffer 1] hoorde van verdachte als zijn vader zorg, geborgenheid en bescherming te krijgen. Hierin is verdachte op de meest vergaande wijze die men zich kan voorstellen tekortgeschoten. Naast het onherstelbare leed bij de nabestaanden van [slachtoffer 1] leidt een feit als dit ook tot een schok en gevoelens van afschuw en verontwaardiging in de samenleving. De nabestaanden van [slachtoffer 1] (waaronder zijn tweelingzusje [Dochter verdachte] ) zullen in de toekomst achterblijven met de indringende vraag wat zich precies heeft afgespeeld en waarom. Dit omdat verdachte de enige persoon is die bij [slachtoffer 1] was toen het letsel is ontstaan en hij tot op de dag van vandaag niet heeft verklaard wat de ware toedracht precies is geweest. Verdachte zal verder moeten leven met het feit dat zijn zoontje [slachtoffer 1] door zijn toedoen is overleden. Bij dit ernstige strafbare feit past de oplegging van een gevangenisstraf van langere duur. De persoon van verdachte Het hof heeft verder gelet op het strafblad van verdachte van 11 maart 2026. De inhoud daarvan heeft geen invloed op de strafmaat in deze zaak.
Volledig
Omdat toen naast verdachte geen andere personen dan de tweeling in de woning aanwezig waren, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die het uiteindelijk fatale hersenletsel bij [slachtoffer 1] heeft veroorzaakt. 5. Is sprake van (voorwaardelijk) opzet? Voor een bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde doodslag is ten slotte vereist dat verdachte opzet had op de dood van [slachtoffer 1] . De vraag die hierbij voorligt is of verdachte heeft gehandeld met opzet. Uit de bewijsmiddelen, waaronder de verklaringen van verdachte, kan niet worden afgeleid dat verdachte de intentie heeft gehad om [slachtoffer 1] te doden. Van opzet kan ook sprake zijn als een verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat een bepaald gevolg (in dit geval de dood van [slachtoffer 1] ) zou intreden door te handelen zoals hij heeft gedaan. In het strafrecht is dat voldoende om tot het bewijs van ‘opzet’ te komen. De beantwoording van de vraag of de gedraging van een verdachte deze aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg veroorzaakt, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht. Het zal dan moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Voor de vaststelling dat verdachte zich willens en wetens blootstelt aan zo’n kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedragingen bewust heeft aanvaard. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer te zijn gericht op een bepaald gevolg dat het – behoudens contra-indicaties – niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard. Hevige krachtsinwerkingen op het hoofd vormen voor ieder mens een risico op zwaar lichamelijk letsel of overlijden. Dit geldt te meer voor kwetsbare jonge baby’s. Bij eenieder, en dus ook bij verdachte, mag dit risico als bekend worden verondersteld. Dat verdachte zich ook daadwerkelijk bewust was van deze aanmerkelijke kans blijkt uit zijn eigen verklaringen bij de politie. Verdachte heeft verklaard dat hij voorafgaand aan de bevalling nog van de kraamhulp een lijst had gekregen, waar het ‘shaken baby syndrom’ tussen stond. Aangezien verdachte niet wist wat dit betekende, heeft hij dit toen via Google opgezocht. Verdachte las toen dat wanneer je vermoeid raakt of bent en je het niet meer ziet zitten, je dan niet het kind moet schudden. De schade is dan enorm en is dan zo ontstaan, zo verklaart verdachte. De handelingen die verdachte heeft verricht, moeten naar hun uiterlijke verschijningsvorm dan ook worden aangemerkt als zozeer gericht op de dood van [slachtoffer 1] , dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op het intreden van de dood van [slachtoffer 1] bewust heeft aanvaard. Van contra-indicaties is het hof niet gebleken. De contra-indicaties die de raadsman heeft aangedragen beschouwt het hof niet als zulke contra-indicaties voor het bestaan van het opzet. Dit brengt het hof – in tegenstelling tot wat de verdediging heeft betoogd – tot het oordeel dat verdachte het (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer 1] . Het hof acht de primair ten laste gelegde doodslag dan ook wettig en overtuigend bewezen. Het verweer van de verdediging wordt verworpen. 6. Toelichting op de bewezenverklaring Net als de rechtbank merkt het hof nog op dat in de tenlastelegging verschillende feitelijke handelingen zijn opgenomen. Welke van die handelingen verdachte exact uitgevoerd heeft, kan, nu hij geen inzicht heeft gegeven in de ware feitelijke toedracht, niet met zekerheid worden vastgesteld. Het hof zal daar dus geen keuze in maken. Eén of meer van de omschreven handelingen moet verdachte in ieder geval hebben verricht. Bewezenverklaring Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: hij in de periode van 6 oktober 2022 tot en met 9 oktober 2022 te [plaats 2] en/of [plaats 3] , zijn kind, [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2022), opzettelijk van het leven heeft beroofd, door - meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] (met kracht)(met een hard voorwerp) tegen/op zijn hoofd te slaan en/of te stompen en/of (met zijn hoofd) op een hard oppervlak te laten vallen en/of tegen een hard oppervlak te slaan en/of te stoten, in elk geval (zeer heftig) uitwendig inwerkend botsend en/of stompend geweld uit te oefenen op het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 1] uit te oefenen en/of - meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] (met kracht) vast te pakken en/of (met kracht) (met zijn hoofd) heen en weer en/of door elkaar en/of op en neer te schudden en/of samendrukkend en/of anderszins (zeer heftig) geweld op het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 1] uit te oefenen. Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar. Het primair bewezenverklaarde levert op: doodslag. Strafbaarheid van verdachte Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is. Oplegging van straf Vordering advocaat-generaal De advocaat-generaal vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten. Daarnaast vordert de advocaat-generaal oplegging van de 38z-maatregel. Standpunt verdediging De verdediging verzoekt het hof een fors lagere gevangenisstraf op te leggen dan de door de advocaat-generaal gevorderde en door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf van 8 jaren en ook om de 38z-maatregel niet op te leggen. Oordeel van het hof Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. De aard en de ernst van het feit Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan doodslag op zijn bijna 3 maanden oude zoontje [slachtoffer 1] . Hoewel het hof niet kan vaststellen wat de exacte intenties van verdachte zijn geweest, heeft zijn handelen wel tot gevolg gehad dat [slachtoffer 1] is overleden. Verdachte heeft hevig geweld toegepast waardoor [slachtoffer 1] ernstige en uiteindelijk fatale hersenschade kreeg. Verdachte heeft zijn zeer jonge baby het meest fundamentele recht ontnomen, namelijk het recht op leven. Het staat buiten discussie dat dit een ernstig feit is. [slachtoffer 1] was als jonge baby volledig weerloos en afhankelijk van verdachte die op dat moment voor hem zorgde. [slachtoffer 1] hoorde van verdachte als zijn vader zorg, geborgenheid en bescherming te krijgen. Hierin is verdachte op de meest vergaande wijze die men zich kan voorstellen tekortgeschoten. Naast het onherstelbare leed bij de nabestaanden van [slachtoffer 1] leidt een feit als dit ook tot een schok en gevoelens van afschuw en verontwaardiging in de samenleving. De nabestaanden van [slachtoffer 1] (waaronder zijn tweelingzusje [Dochter verdachte] ) zullen in de toekomst achterblijven met de indringende vraag wat zich precies heeft afgespeeld en waarom. Dit omdat verdachte de enige persoon is die bij [slachtoffer 1] was toen het letsel is ontstaan en hij tot op de dag van vandaag niet heeft verklaard wat de ware toedracht precies is geweest. Verdachte zal verder moeten leven met het feit dat zijn zoontje [slachtoffer 1] door zijn toedoen is overleden. Bij dit ernstige strafbare feit past de oplegging van een gevangenisstraf van langere duur. De persoon van verdachte Het hof heeft verder gelet op het strafblad van verdachte van 11 maart 2026. De inhoud daarvan heeft geen invloed op de strafmaat in deze zaak.
Volledig
Ook heeft het hof gelet op de psychologische rapportages Pro Justitia en rapportages van de reclassering en wat verdachte op de zitting bij het hof en bij de rechtbank heeft verklaard over zijn persoonlijke omstandigheden. Uit de psychologische rapportages volgt dat bij verdachte sprake is van trekken van een vermijdende persoonlijkheidsstoornis. Er is ook sprake van een disharmonisch intelligentieprofiel ten voordele van de (theoretisch) verbale vaardigheden. Deze vermijdende trekken en het disharmonisch intelligentieprofiel waren ook aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde. Een verband tussen deze diagnose van verdachte en het plegen van het tenlastegelegde kan niet worden gelegd, waardoor de psycholoog adviseert om verdachte volledig toerekeningsvatbaar te verklaren. Het hof volgt dit advies en acht verdachte volledig toerekeningsvatbaar. Uit de reclasseringsadviezen volgt dat de reclassering gelet op de ontkennende houding van verdachte geen uitspraak kan doen over het risico op herhaling (recidive). Om diezelfde reden kan geen advies worden geven over de vraag of interventies en toezicht van de reclassering noodzakelijk zijn. Bij de strafoplegging houdt het hof verder rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die naar voren zijn gebracht op de zitting van het hof. Verdachte heeft een relatie met [getuige 1] . Tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis tijdens de procedure in eerste aanleg is het contact tussen verdachte en zijn dochtertje [Dochter verdachte] weer opgebouwd onder begeleiding van Veilig Thuis en de reclassering. Dit hernieuwde contact met [Dochter verdachte] verliep goed, zo volgt ook uit de reclasseringsrapportages in het dossier. Tijdens de schorsing is verdachte bovendien weer begonnen met re-integreren op zijn werk. Bij het eindvonnis van de rechtbank is de schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven, waardoor verdachte tot op dit moment weer in detentie zit. Het verblijf in detentie valt verdachte zwaar. Hij heeft het zwaar met de omstandigheid dat hij [Dochter verdachte] daardoor veel minder kan zien en het leven binnen de gevangenis valt hem ook zwaar. Op het moment dat verdachte in deze zaak zal worden veroordeeld tot een lange gevangenisstraf, verliezen verdachte en [getuige 1] hun koopwoning omdat het inkomen van verdachte dan zal wegvallen omdat hij zijn baan zal verliezen. Oplegging gevangenisstraf Het hof is van oordeel dat vanwege de aard en de ernst van het bewezenverklaarde feit, zoals hiervoor omschreven, en rekening houdend met straffen die in (enigszins) vergelijkbare gevallen door rechters zijn opgelegd, een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige passende en noodzakelijke straf is. Een lange vrijheidsbenemende straf is passend en noodzakelijk vanuit het oogpunt van vergelding, normhandhaving en generale preventie. Ten nadele van verdachte neemt het hof de heftigheid van het uitgeoefende geweld in aanmerking. Met name dit laatste element maakt dat het hof oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 jaren als uitgangspunt in deze zaak passend en geboden acht. De door verdachte en de raadsman naar voren gebrachte omstandigheden en aangehaalde uitspraken geven het hof geen aanleiding om in het voordeel van verdachte van dit uitgangspunt af te wijken. Wel houdt het hof rekening met het feit dat de redelijke termijn voor de afdoening van de strafzaak (hierna: de redelijke termijn) in eerste aanleg en in hoger beroep is overschreden. Verdachte heeft op grond van artikel 6, eerste lid, van het EVRM het recht om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Dit licht het hof als volgt toe. In deze strafzaak is de redelijke termijn aangevangen met de aanhouding en inverzekeringstelling van verdachte op 12 oktober 2022. Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat redelijkerwijs de behandeling ter zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen 2 jaar, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Gelet hierop had uiterlijk op 12 oktober 2024 een vonnis moeten volgen. Op 3 december 2024 heeft de rechtbank vonnis gewezen, wat een overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg met 1 maand en 22 dagen oplevert. Voor de procedure in hoger beroep geldt dat de behandeling op zitting moet zijn afgerond met een eindarrest binnen 16 maanden nadat hoger beroep is ingesteld als de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. In hoger beroep heeft de behandeling van de zaak, terwijl verdachte voorlopig gehecht was, niet binnen 16 maanden plaats gehad. Verdachte heeft op 5 december 2024 hoger beroep ingesteld. Op 19 mei 2026 wijst het hof eindarrest. Dit levert een overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep met 1 maand en 15 dagen op. Deze overschrijdingen van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep leiden in deze zaak tot een strafkorting op de op te leggen gevangenisstraf. Het gaat om een totale overschrijding van 3 maanden en 7 dagen. Naar het oordeel van het hof is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigen. Gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad levert een totale overschrijding van 6 maanden of minder een strafkortingspercentage van 5% op. Zoals hiervoor in de strafmotivering is toegelicht, is het hof van oordeel dat een gevangenisstraf van 8 jaren (omgerekend 96 maanden), met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten, in beginsel een passende en noodzakelijke straf op in deze zaak. Het hof zal hierop 5% (4,8 maanden, in het voordeel van verdachte afgerond naar 5 maanden) in mindering brengen in verband met de overschrijding van de redelijke termijn. Het hof zal aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 91 maanden (7,6 jaren), met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering. Geen 38z-maatregel tot langdurig toezicht op verdachte De advocaat-generaal heeft bij het verzoek tot oplegging van een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking (38z-maatregel) geen recent opgemaakt, met redenen omkleed en ondertekend advies van een reclasseringsinstelling overgelegd, als voorgeschreven in artikel 38z, tweede lid, Sr. De advocaat-generaal heeft het hof erop gewezen dat het hof deze maatregel desondanks op kan leggen door gebruik te maken van de ambtshalve bevoegdheid daarvoor. Het hof ziet daarvoor geen aanleiding. Met de 38z-maatregel wordt de mogelijkheid gecreëerd om verdachte na afloop van het uitzitten van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf onder toezicht te stellen indien dat in verband met dan bestaande risico’s noodzakelijk is. Uit de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel waarbij deze maatregel is ingevoerd volgt dat delinquenten met een hoog recidiverisico met het oog op de veiligheid van de samenleving langdurig – en indien noodzakelijk zelfs levenslang – onder toezicht kunnen blijven staan om dreigende recidive te signaleren. In deze zaak volgt uit de rapportages in het dossier echter dat het huidige recidiverisico niet kan worden ingeschat. Een risicotaxatie ontbreekt zodoende in het geheel. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat er een recent opgemaakt gemotiveerd reclasseringsadvies moet zijn met een dergelijke risicotaxatie. Alles overwegende is het belang en de noodzaak om een dergelijke vergaande maatregel op te leggen niet zonder meer vast komen te staan. Het hof zal de 38z-maatregel dan ook niet opleggen. Voorlopige hechtenis Het hof zal bevelen dat de voorlopige hechtenis wordt opgeheven met ingang van het moment waarop de duur daarvan gelijk is aan de duur van de opgelegde vrijheidsstraf. Wetsartikelen De straf is gebaseerd op artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht. Dit voorschrift is toegepast, zoals het gold op het moment van het bewezenverklaarde.
Volledig
Ook heeft het hof gelet op de psychologische rapportages Pro Justitia en rapportages van de reclassering en wat verdachte op de zitting bij het hof en bij de rechtbank heeft verklaard over zijn persoonlijke omstandigheden. Uit de psychologische rapportages volgt dat bij verdachte sprake is van trekken van een vermijdende persoonlijkheidsstoornis. Er is ook sprake van een disharmonisch intelligentieprofiel ten voordele van de (theoretisch) verbale vaardigheden. Deze vermijdende trekken en het disharmonisch intelligentieprofiel waren ook aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde. Een verband tussen deze diagnose van verdachte en het plegen van het tenlastegelegde kan niet worden gelegd, waardoor de psycholoog adviseert om verdachte volledig toerekeningsvatbaar te verklaren. Het hof volgt dit advies en acht verdachte volledig toerekeningsvatbaar. Uit de reclasseringsadviezen volgt dat de reclassering gelet op de ontkennende houding van verdachte geen uitspraak kan doen over het risico op herhaling (recidive). Om diezelfde reden kan geen advies worden geven over de vraag of interventies en toezicht van de reclassering noodzakelijk zijn. Bij de strafoplegging houdt het hof verder rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die naar voren zijn gebracht op de zitting van het hof. Verdachte heeft een relatie met [getuige 1] . Tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis tijdens de procedure in eerste aanleg is het contact tussen verdachte en zijn dochtertje [Dochter verdachte] weer opgebouwd onder begeleiding van Veilig Thuis en de reclassering. Dit hernieuwde contact met [Dochter verdachte] verliep goed, zo volgt ook uit de reclasseringsrapportages in het dossier. Tijdens de schorsing is verdachte bovendien weer begonnen met re-integreren op zijn werk. Bij het eindvonnis van de rechtbank is de schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven, waardoor verdachte tot op dit moment weer in detentie zit. Het verblijf in detentie valt verdachte zwaar. Hij heeft het zwaar met de omstandigheid dat hij [Dochter verdachte] daardoor veel minder kan zien en het leven binnen de gevangenis valt hem ook zwaar. Op het moment dat verdachte in deze zaak zal worden veroordeeld tot een lange gevangenisstraf, verliezen verdachte en [getuige 1] hun koopwoning omdat het inkomen van verdachte dan zal wegvallen omdat hij zijn baan zal verliezen. Oplegging gevangenisstraf Het hof is van oordeel dat vanwege de aard en de ernst van het bewezenverklaarde feit, zoals hiervoor omschreven, en rekening houdend met straffen die in (enigszins) vergelijkbare gevallen door rechters zijn opgelegd, een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige passende en noodzakelijke straf is. Een lange vrijheidsbenemende straf is passend en noodzakelijk vanuit het oogpunt van vergelding, normhandhaving en generale preventie. Ten nadele van verdachte neemt het hof de heftigheid van het uitgeoefende geweld in aanmerking. Met name dit laatste element maakt dat het hof oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 jaren als uitgangspunt in deze zaak passend en geboden acht. De door verdachte en de raadsman naar voren gebrachte omstandigheden en aangehaalde uitspraken geven het hof geen aanleiding om in het voordeel van verdachte van dit uitgangspunt af te wijken. Wel houdt het hof rekening met het feit dat de redelijke termijn voor de afdoening van de strafzaak (hierna: de redelijke termijn) in eerste aanleg en in hoger beroep is overschreden. Verdachte heeft op grond van artikel 6, eerste lid, van het EVRM het recht om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Dit licht het hof als volgt toe. In deze strafzaak is de redelijke termijn aangevangen met de aanhouding en inverzekeringstelling van verdachte op 12 oktober 2022. Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat redelijkerwijs de behandeling ter zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen 2 jaar, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Gelet hierop had uiterlijk op 12 oktober 2024 een vonnis moeten volgen. Op 3 december 2024 heeft de rechtbank vonnis gewezen, wat een overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg met 1 maand en 22 dagen oplevert. Voor de procedure in hoger beroep geldt dat de behandeling op zitting moet zijn afgerond met een eindarrest binnen 16 maanden nadat hoger beroep is ingesteld als de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. In hoger beroep heeft de behandeling van de zaak, terwijl verdachte voorlopig gehecht was, niet binnen 16 maanden plaats gehad. Verdachte heeft op 5 december 2024 hoger beroep ingesteld. Op 19 mei 2026 wijst het hof eindarrest. Dit levert een overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep met 1 maand en 15 dagen op. Deze overschrijdingen van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep leiden in deze zaak tot een strafkorting op de op te leggen gevangenisstraf. Het gaat om een totale overschrijding van 3 maanden en 7 dagen. Naar het oordeel van het hof is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigen. Gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad levert een totale overschrijding van 6 maanden of minder een strafkortingspercentage van 5% op. Zoals hiervoor in de strafmotivering is toegelicht, is het hof van oordeel dat een gevangenisstraf van 8 jaren (omgerekend 96 maanden), met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten, in beginsel een passende en noodzakelijke straf op in deze zaak. Het hof zal hierop 5% (4,8 maanden, in het voordeel van verdachte afgerond naar 5 maanden) in mindering brengen in verband met de overschrijding van de redelijke termijn. Het hof zal aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 91 maanden (7,6 jaren), met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering. Geen 38z-maatregel tot langdurig toezicht op verdachte De advocaat-generaal heeft bij het verzoek tot oplegging van een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking (38z-maatregel) geen recent opgemaakt, met redenen omkleed en ondertekend advies van een reclasseringsinstelling overgelegd, als voorgeschreven in artikel 38z, tweede lid, Sr. De advocaat-generaal heeft het hof erop gewezen dat het hof deze maatregel desondanks op kan leggen door gebruik te maken van de ambtshalve bevoegdheid daarvoor. Het hof ziet daarvoor geen aanleiding. Met de 38z-maatregel wordt de mogelijkheid gecreëerd om verdachte na afloop van het uitzitten van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf onder toezicht te stellen indien dat in verband met dan bestaande risico’s noodzakelijk is. Uit de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel waarbij deze maatregel is ingevoerd volgt dat delinquenten met een hoog recidiverisico met het oog op de veiligheid van de samenleving langdurig – en indien noodzakelijk zelfs levenslang – onder toezicht kunnen blijven staan om dreigende recidive te signaleren. In deze zaak volgt uit de rapportages in het dossier echter dat het huidige recidiverisico niet kan worden ingeschat. Een risicotaxatie ontbreekt zodoende in het geheel. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat er een recent opgemaakt gemotiveerd reclasseringsadvies moet zijn met een dergelijke risicotaxatie. Alles overwegende is het belang en de noodzaak om een dergelijke vergaande maatregel op te leggen niet zonder meer vast komen te staan. Het hof zal de 38z-maatregel dan ook niet opleggen. Voorlopige hechtenis Het hof zal bevelen dat de voorlopige hechtenis wordt opgeheven met ingang van het moment waarop de duur daarvan gelijk is aan de duur van de opgelegde vrijheidsstraf. Wetsartikelen De straf is gebaseerd op artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht. Dit voorschrift is toegepast, zoals het gold op het moment van het bewezenverklaarde.
Volledig
BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 91 (eenennegentig) maanden . Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Voorlopige hechtenis Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde gevangenisstraf. Dit arrest is gewezen door mr. L.J. Hofstra, mr. L. Pieters en mr. A.J. de Haan, in aanwezigheid van de griffier mr. K.M. Diender en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 19 mei 2026. Bijlage 1: Tenlastelegging Op de zitting bij de rechtbank en het hof is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijzigingen ten laste gelegd dat: primair hij in of omstreeks de periode van 6 oktober 2022 tot en met 9 oktober 2022 te [plaats 2] en/of [plaats 3] , althans in Nederland, zijn kind, [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2022), opzettelijk van het leven heeft beroofd, door - meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] (met kracht)(met een hard voorwerp) tegen/op zijn hoofd te slaan en/of te stompen en/of (met zijn hoofd) op een hard oppervlak te laten vallen en/of tegen een hard oppervlak te slaan en/of te stoten, in elk geval (zeer heftig) uitwendig inwerkend botsend en/of stompend geweld uit te oefenen op het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 1] uit te oefenen en/of - meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] (met kracht) vast te pakken en/of (met kracht) (met zijn hoofd) heen en weer en/of door elkaar en/of op en neer te schudden en/of samendrukkend en/of anderszins (zeer heftig) geweld op het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 1] uit te oefenen; subsidiair hij in op of omstreeks de periode van 6 oktober 2022 tot en met 9 oktober 2022 te [plaats 2] en/of [plaats 3] , althans in Nederland, zijn kind, [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2022), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten hersenletsel en/of een fractuur in de schedel en/of een of meer bloeduitstorting(en) onder het harde hersenvlies en/of bloeduitstortingen in het netvlies van beide ogen en/of rond de oogzenuwen en/of een plooi van het netvlies heeft toegebracht, door - meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] (met kracht) (met een hard voorwerp) tegen/op zijn hoofd te slaan en/of te stompen en/of (met zijn hoofd) op een hard oppervlak te laten vallen en/of tegen een hard oppervlak te slaan en/of te stoten, in elk geval (zeer heftig) uitwendig inwerkend botsend en/of stompend geweld uit te oefenen op het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 1] uit te oefenen en/of - meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] (met kracht) vast te pakken en/of (met kracht) (met zijn hoofd) heen en weer en/of door elkaar en/of op en neer te schudden en/of samendrukkend en/of anderszins (zeer heftig) geweld op het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 1] uit te oefenen terwijl het feit de dood ten gevolge heeft gehad; meer subsidiair hij in of omstreeks de periode van 6 oktober 2022 tot en met 9 oktober 2022 te [plaats 2] en/of [plaats 3] , althans in Nederland, zijn kind, [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2022), heeft mishandeld door - meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] (met kracht) (met een hard voorwerp) tegen/op zijn hoofd te slaan en/of te stompen en/of (met zijn hoofd) op een hard oppervlak te laten vallen en/of tegen een hard oppervlak te slaan en/of te stoten, in elk geval (zeer heftig) uitwendig inwerkend botsend en/of stompend geweld uit te oefenen op het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 1] uit te oefenen en/of - meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] (met kracht) vast te pakken en/of (met kracht) (met zijn hoofd) heen en weer en/of door elkaar en/of op en neer te schudden en/of samendrukkend en/of anderszins (zeer heftig) geweld op het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 1] uit te oefenen terwijl het feit de dood ten gevolge heeft gehad; meest subsidiair hij in of omstreeks de periode van 6 oktober 2022 tot en met 9 oktober 2022 te [plaats 2] en/of [plaats 3] , althans in Nederland, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en/of nalatig heeft gehandeld, door - meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] (met kracht) (met een hard voorwerp) tegen/op zijn hoofd te slaan en/of te stompen en/of (met zijn hoofd) op een hard oppervlak te laten vallen en/of tegen een hard oppervlak te slaan en/of te stoten, in elk geval (zeer heftig) uitwendig inwerkend botsend en/of stompend geweld uit te oefenen op het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 1] uit te oefenen en/of - meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] (met kracht) vast te pakken en/of (met kracht) (met zijn hoofd) heen en weer en/of door elkaar en/of op en neer te schudden en/of samendrukkend en/of anderszins (zeer heftig) geweld op het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 1] uit te oefenen waardoor het aan zijn schuld te wijten is dat zijn kind, [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2022) is overleden. Bijlage 2: Bewijsmiddelen 1. De verklaring van verdachte zoals afgelegd op de zitting van de rechtbank van 5 november 2024, zoals vervat in het proces-verbaal van de zitting en voor zover inhoudende als verklaring van verdachte : Het klopt dat ik in de ochtend van 6 oktober 2022 alleen met [slachtoffer 1] en [Dochter verdachte] thuis was. De avond ervoor heb ik de kinderen op bed gelegd. (…) Toen ik voor [slachtoffer 1] stond zag ik dat hij wit en slap was, rochelde en hij had een niet normale ademhaling. (...) Ik heb toen in paniek [getuige 1] gebeld. [getuige 1] nam niet op. Toen [getuige 1] mij direct daarna terugbelde zei zij dat ik 112 moest bellen. Dat heb ik toen gedaan. 2. De verklaring van verdachte, zoals afgelegd op de zitting van het hof van 14 april 2026, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte : Er was op 6 oktober 2022 niemand anders in de woning. Ik was alleen met [slachtoffer 1] en [Dochter verdachte] . 3. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 19 december 2022, opgenomen op pagina 132 e.v. van het dossier, voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] : Ik heb onderzoek gedaan naar de historische telefoongegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] , in gebruik bij [verdachte] . Op 6 oktober 2022, om 07:42 uur vindt het eerste uitgaande gesprek plaats naar het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Dit telefoonnummer is in gebruik bij [getuige 1] (…) uitgaand GESPREK 06-10-2022 07:42:41 (...) [telefoonnummer 2] (…) inkomend GESPREK 06-10-2022 07:42:46 (...) [telefoonnummer 2] (…) 4. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 19 december 2022, opgenomen op pagina 131 e.v. van het dossier, voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] : Mij werd het 112-gesprek verstrekt van het 112-gesprek van donderdag 6 oktober 2022 welke omstreeks 07.42 uur heeft plaatsgevonden. Het gesprek is zo volledig mogelijk uitgewerkt waarbij de stem van de man welke in eerste aanvang de 112- melding doet voor de volle honderd procent herkend wordt door verbalisant [verbalisant 2] als zijnde verdachte [verdachte] . (...) De opname heeft een lengte van 10 minuten en 59 seconden. C: Centralist Meldkamer [verdachte] : is [verdachte] O: Opmerking verbalisant C: Wat is er aan de hand? [verdachte] : Onze baby van 12 maanden is van de commode gevallen. C: Ok.
Volledig
BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 91 (eenennegentig) maanden . Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Voorlopige hechtenis Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde gevangenisstraf. Dit arrest is gewezen door mr. L.J. Hofstra, mr. L. Pieters en mr. A.J. de Haan, in aanwezigheid van de griffier mr. K.M. Diender en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 19 mei 2026. Bijlage 1: Tenlastelegging Op de zitting bij de rechtbank en het hof is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijzigingen ten laste gelegd dat: primair hij in of omstreeks de periode van 6 oktober 2022 tot en met 9 oktober 2022 te [plaats 2] en/of [plaats 3] , althans in Nederland, zijn kind, [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2022), opzettelijk van het leven heeft beroofd, door - meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] (met kracht)(met een hard voorwerp) tegen/op zijn hoofd te slaan en/of te stompen en/of (met zijn hoofd) op een hard oppervlak te laten vallen en/of tegen een hard oppervlak te slaan en/of te stoten, in elk geval (zeer heftig) uitwendig inwerkend botsend en/of stompend geweld uit te oefenen op het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 1] uit te oefenen en/of - meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] (met kracht) vast te pakken en/of (met kracht) (met zijn hoofd) heen en weer en/of door elkaar en/of op en neer te schudden en/of samendrukkend en/of anderszins (zeer heftig) geweld op het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 1] uit te oefenen; subsidiair hij in op of omstreeks de periode van 6 oktober 2022 tot en met 9 oktober 2022 te [plaats 2] en/of [plaats 3] , althans in Nederland, zijn kind, [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2022), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten hersenletsel en/of een fractuur in de schedel en/of een of meer bloeduitstorting(en) onder het harde hersenvlies en/of bloeduitstortingen in het netvlies van beide ogen en/of rond de oogzenuwen en/of een plooi van het netvlies heeft toegebracht, door - meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] (met kracht) (met een hard voorwerp) tegen/op zijn hoofd te slaan en/of te stompen en/of (met zijn hoofd) op een hard oppervlak te laten vallen en/of tegen een hard oppervlak te slaan en/of te stoten, in elk geval (zeer heftig) uitwendig inwerkend botsend en/of stompend geweld uit te oefenen op het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 1] uit te oefenen en/of - meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] (met kracht) vast te pakken en/of (met kracht) (met zijn hoofd) heen en weer en/of door elkaar en/of op en neer te schudden en/of samendrukkend en/of anderszins (zeer heftig) geweld op het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 1] uit te oefenen terwijl het feit de dood ten gevolge heeft gehad; meer subsidiair hij in of omstreeks de periode van 6 oktober 2022 tot en met 9 oktober 2022 te [plaats 2] en/of [plaats 3] , althans in Nederland, zijn kind, [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2022), heeft mishandeld door - meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] (met kracht) (met een hard voorwerp) tegen/op zijn hoofd te slaan en/of te stompen en/of (met zijn hoofd) op een hard oppervlak te laten vallen en/of tegen een hard oppervlak te slaan en/of te stoten, in elk geval (zeer heftig) uitwendig inwerkend botsend en/of stompend geweld uit te oefenen op het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 1] uit te oefenen en/of - meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] (met kracht) vast te pakken en/of (met kracht) (met zijn hoofd) heen en weer en/of door elkaar en/of op en neer te schudden en/of samendrukkend en/of anderszins (zeer heftig) geweld op het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 1] uit te oefenen terwijl het feit de dood ten gevolge heeft gehad; meest subsidiair hij in of omstreeks de periode van 6 oktober 2022 tot en met 9 oktober 2022 te [plaats 2] en/of [plaats 3] , althans in Nederland, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en/of nalatig heeft gehandeld, door - meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] (met kracht) (met een hard voorwerp) tegen/op zijn hoofd te slaan en/of te stompen en/of (met zijn hoofd) op een hard oppervlak te laten vallen en/of tegen een hard oppervlak te slaan en/of te stoten, in elk geval (zeer heftig) uitwendig inwerkend botsend en/of stompend geweld uit te oefenen op het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 1] uit te oefenen en/of - meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] (met kracht) vast te pakken en/of (met kracht) (met zijn hoofd) heen en weer en/of door elkaar en/of op en neer te schudden en/of samendrukkend en/of anderszins (zeer heftig) geweld op het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 1] uit te oefenen waardoor het aan zijn schuld te wijten is dat zijn kind, [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2022) is overleden. Bijlage 2: Bewijsmiddelen 1. De verklaring van verdachte zoals afgelegd op de zitting van de rechtbank van 5 november 2024, zoals vervat in het proces-verbaal van de zitting en voor zover inhoudende als verklaring van verdachte : Het klopt dat ik in de ochtend van 6 oktober 2022 alleen met [slachtoffer 1] en [Dochter verdachte] thuis was. De avond ervoor heb ik de kinderen op bed gelegd. (…) Toen ik voor [slachtoffer 1] stond zag ik dat hij wit en slap was, rochelde en hij had een niet normale ademhaling. (...) Ik heb toen in paniek [getuige 1] gebeld. [getuige 1] nam niet op. Toen [getuige 1] mij direct daarna terugbelde zei zij dat ik 112 moest bellen. Dat heb ik toen gedaan. 2. De verklaring van verdachte, zoals afgelegd op de zitting van het hof van 14 april 2026, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte : Er was op 6 oktober 2022 niemand anders in de woning. Ik was alleen met [slachtoffer 1] en [Dochter verdachte] . 3. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 19 december 2022, opgenomen op pagina 132 e.v. van het dossier, voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] : Ik heb onderzoek gedaan naar de historische telefoongegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] , in gebruik bij [verdachte] . Op 6 oktober 2022, om 07:42 uur vindt het eerste uitgaande gesprek plaats naar het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Dit telefoonnummer is in gebruik bij [getuige 1] (…) uitgaand GESPREK 06-10-2022 07:42:41 (...) [telefoonnummer 2] (…) inkomend GESPREK 06-10-2022 07:42:46 (...) [telefoonnummer 2] (…) 4. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 19 december 2022, opgenomen op pagina 131 e.v. van het dossier, voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] : Mij werd het 112-gesprek verstrekt van het 112-gesprek van donderdag 6 oktober 2022 welke omstreeks 07.42 uur heeft plaatsgevonden. Het gesprek is zo volledig mogelijk uitgewerkt waarbij de stem van de man welke in eerste aanvang de 112- melding doet voor de volle honderd procent herkend wordt door verbalisant [verbalisant 2] als zijnde verdachte [verdachte] . (...) De opname heeft een lengte van 10 minuten en 59 seconden. C: Centralist Meldkamer [verdachte] : is [verdachte] O: Opmerking verbalisant C: Wat is er aan de hand? [verdachte] : Onze baby van 12 maanden is van de commode gevallen. C: Ok.
Volledig
[verdachte] : En hij ademt heel raar en hij huilt niet meer en hij beweegt niet meer. C: En hoe ademt hij raar? [verdachte] : Hij, zijnes stokes of zo. O: Na raadplegen op Google blijkt dat mogelijk Cheyne-Stokes ademhaling wordt bedoeld. C: Ok, ik ga u helpen. Eeuh ..eeuh 12 maanden, 1 jaar, is het een jongetje? [verdachte] : Ja C: Ok, is hij wakker? Heeft hij zijn oogjes open? [verdachte] : Nee half, als ik zijn oogleden omhoog trek dan gebeurd er verder niks. C: OK, maar hij doet niets uit zichzelf zijn oogjes open? [verdachte] : Nee, nee (...) C: (...) Ik wil even die ademhaling controleren. Elke keer als hij inademt, dan zegt u nu tegen mij. Ja? U mag gelijk beginnen. O: 1.45 van de opname [verdachte] : Nu O: 1.50 van de opname C: Ga door O: 1.51 van de opname C: Duurt het zo lang? O: 1.59 van de opname [verdachte] : Ja nu O: 2.01 van de opname C: Nu pas weer, ok. Luister, we gaan beginnen met reanimeren, (iets overstaanbaars) Luister meneer is ga u helpen, ja ? [verdachte] : ja C: U moet, de ambulance die rijd al, wat ik zei. Ben u daar alleen bij hem? [verdachte] : Ja want mijn vriendin die ligt in het ziekenhuis. 5. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 2] van 24 november 2022, opgenomen op pagina 165 e.v. van het dossier, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 2] : V: Vraag verbalisanten A: Antwoord verdachte V: Je bent uitgenodigd om een verklaring af te leggen over je inzet ( het hof begrijpt: als ambulanceverpleegkundige) bij een melding op 6 oktober 2022 omstreeks 07.42 uur aan de [locatie] . (…) A: We kregen dus een melding van een kind, die van de commode was gevallen. We moesten er met spoed naar toe. Onderweg kregen we te horen dat het mogelijk ook om een kinder-reanimatie zou gaan. Er werd een tweede ambulance meegestuurd en het MMT (mobiel medisch team). (...) Ik stapte als eerste uit de auto. De deur stond open. (...) Ik werd van boven geroepen dat ik boven moest komen. (...) Toen ben ik de trap opgelopen. Ik ben de kamer ingelopen. Er lag een kind op de grond. Met de vader op de knie, bij het hoofd van het kind. Het kind oogde niet goed. Het zag bleek en er was sprake van verminderd bewustzijn. Ik heb het kind direct opgepakt en op de commode gelegd, zodat ik mijn onderzoeken op werkhoogte kon uitvoeren. Daar heb ik direct gekeken hoe het was met zijn ademhaling. Het ademende wel maar het was nog steeds afwezig. Ik heb mijn collega direct de opdracht gegeven om hem aan de monitor aan te sluiten om te zien of het reanimatie behoeftig was. Maar het had een hartfrequentie van rond de 130 a 140 dus ik hoefde niet te reanimeren. Bij een hartslag van 60 of lager dan dient er wel gereanimeerd te worden. Maar de ademfrequentie was niet voldoende. Het kind was slap en een kind hoort te huilen. Een kind hoort adequater te reageren. Ik heb het kind met een beademingsballon licht ondersteund door middel van een ballon. Toen kwam al vrij snel de tweede ambulance. Ik heb tegen mijn collega gezegd dat we een kind hadden die niet oké was. Wat ons toen opviel dat er pupil verschil was. Het linker en het rechterpupil verschilden met elkaar. Dit hebben we allebei geconstateerd. Het rechterpupil was groter. Ik denk dan meteen aan iets neurologisch. (...) Uiteindelijk hebben we besloten het kind te vervoeren naar het [naam 1] . (...) Het MMT ging met mij mee. In de ambulance werd het kind geïntubeerd en beademd. Toen zijn we met spoed naar [naam 1] gegaan. 6. Het in de wettelijke vorm proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 3] van 20 oktober 2022, opgenomen op pagina 209 e.v. van het dossier, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 3] : V: Vraag van de verbalisanten A: Antwoord getuige O: Opmerking verbalisant V: (…) wij gaan vandaag met u in gesprek in verband met het overlijden van uw kleinzoon (…) V: Wanneer heeft u [slachtoffer 1] en of [Dochter verdachte] voor het laatst gezien, fysiek voor de ochtend van de 6de oktober? ( het hof begrijpt: 6 oktober 2022) A: Ik denk dan die woensdag 5 oktober in het ziekenhuis. V: Hoe ging het met [slachtoffer 1] op dat moment? A: Goed, niks bijzonders. (...) 7. Een geschrift, te weten het NFI-rapport Forensisch pathologisch onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet- natuurlijke aard van overlijden (met bijlagen), opgemaakt door [deskundige 1] , Arts en forensisch patholoog, verbonden aan het NFI, van 8 december 2023, opgenomen op pagina 50 e.v. van het forensisch dossier (deel 6 van 7 van het dossier), voor zover inhoudende als bevindingen van [deskundige 1] : Datum sectie: 10 oktober 2022. (…) Overledene: [slachtoffer 1] . (…) Deze bovengenoemde persoon is overleden in het UMC Groningen op 9 oktober 2022. (…) Resultaten (…) B. Postmortale radiologie Voorafgaand aan de sectie werd het lichaam postmortaal radiologisch onderzocht (CT van het hele lichaam en een skeletstatus) via het Groene Hart Ziekenhuis in Gouda. (...) Hierbij werd een complexe breuk gezien aan de rechterzijde van de schedel. Verder was er (mondelinge mededeling voorafgaand aan de sectie) een oudere breuk van de rechteronderarm (spaakbeen) (...). Na de sectie werden uitgenomen botdelen (een deel van het rechterwandbeen, het uiteinde van beide spaakbeenderen (...) verder onderzocht (röntgen) en beoordeeld via het Amsterdam UMC. De breuken van het schedeldak en rechterspaakbeen werden hierbij bevestigd. (...) C. Uit- en inwendige schouwing 1. Het was het lichaam van een normaal ontwikkeld jongetje zonder zichtbare aangeboren afwijkingen. Er was een normale aanleg van de organen. 2. De lichaamsmaten en -gewicht waren rond het gemiddelde voor de leeftijd. 3. Er waren tekenen van en/of passend bij recent medisch handelen waaronder prikletsels aan de ledematen (A en B). Ter hoogte van de neus waren enkele oppervlakkige huidbeschadigingen (C). 4. Hoog aan het achterhoofd was een bloeduitstorting in de schedelhuid en het onderliggende botvlies. Er was een breuk van het rechterslaap- en wandbeen. Onder het harde hersenvlies was vloeibare en gestolde bloeduitstorting van circa 25 ml. (...) 5. Er was een breuk van het rechterspaakbeen (lichtmicroscopische beeld passend bij een ouderdom van circa enkele weken) (…) D. Neuropathologisch onderzoek De conclusie van het neuropathologisch onderzoek is als volgt: Het neuropathologisch onderzoek van de dura [harde hersenvlies] toont een subdurale, goed gevormde neomembraan [resttoestand na bloedophoping onder het harde hersenvlies] met aan de arachnoidale zijde recente bloedmassa’s. Het kan niet met zekerheid worden uitgesloten dat de neomembraan een resttoestand is van een perinataal opgetreden subduraal hematoom [bloedophoping onder het harde hersenvlies in het kader van de geboorte], Histomorfologisch passen de kenmerken echter bij een neomembraan van circa 1 doch niet meer dan 2 weken oud. De verse subdurale bloedmassa’s tonen vrijwel geen temporaire veranderingen. (...) Gelet op het gegeven dat er klinisch reeds sprake was van een subduraal hematoom kunnen de bij de sectie aangetroffen en histologisch beoordeelde subdurale bloedmassa’s zeer wel passen bij het klinisch geconstateerde subdurale hematoom. Het neuropathologisch onderzoek van de hersenen en het ruggenmerg toont het beeld van een peracute hypoxische encefalopathie [hersenschade als gevolg van zuurstoftekort]. E. Oogpathologisch onderzoek De conclusie van het oogpathologisch onderzoek is als volgt: Oogbollen links en rechts: ogen met uitgebreide retinale bloedingen en opticus schede bloedingen [bloeduitstortingen in de netvliezen en rond de oogzenuwen]. De bevindingen kunnen passen in het kader van een acceleratie / deceleratie / impact trauma, indien andere oorzaken voor bloedingen zijn uitgesloten. De aanwezigheid van een perimaculaire plooi rechts [plooi van het netvlies over de gele vlek] past hier eveneens bij. De aanwezigheid van hemosiderine [afzetting van ijzerhoudend pigment] in de retina en nervus opticus duidt op een incident tenminste twee dagen vooraf aan het overlijden.
Volledig
[verdachte] : En hij ademt heel raar en hij huilt niet meer en hij beweegt niet meer. C: En hoe ademt hij raar? [verdachte] : Hij, zijnes stokes of zo. O: Na raadplegen op Google blijkt dat mogelijk Cheyne-Stokes ademhaling wordt bedoeld. C: Ok, ik ga u helpen. Eeuh ..eeuh 12 maanden, 1 jaar, is het een jongetje? [verdachte] : Ja C: Ok, is hij wakker? Heeft hij zijn oogjes open? [verdachte] : Nee half, als ik zijn oogleden omhoog trek dan gebeurd er verder niks. C: OK, maar hij doet niets uit zichzelf zijn oogjes open? [verdachte] : Nee, nee (...) C: (...) Ik wil even die ademhaling controleren. Elke keer als hij inademt, dan zegt u nu tegen mij. Ja? U mag gelijk beginnen. O: 1.45 van de opname [verdachte] : Nu O: 1.50 van de opname C: Ga door O: 1.51 van de opname C: Duurt het zo lang? O: 1.59 van de opname [verdachte] : Ja nu O: 2.01 van de opname C: Nu pas weer, ok. Luister, we gaan beginnen met reanimeren, (iets overstaanbaars) Luister meneer is ga u helpen, ja ? [verdachte] : ja C: U moet, de ambulance die rijd al, wat ik zei. Ben u daar alleen bij hem? [verdachte] : Ja want mijn vriendin die ligt in het ziekenhuis. 5. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 2] van 24 november 2022, opgenomen op pagina 165 e.v. van het dossier, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 2] : V: Vraag verbalisanten A: Antwoord verdachte V: Je bent uitgenodigd om een verklaring af te leggen over je inzet ( het hof begrijpt: als ambulanceverpleegkundige) bij een melding op 6 oktober 2022 omstreeks 07.42 uur aan de [locatie] . (…) A: We kregen dus een melding van een kind, die van de commode was gevallen. We moesten er met spoed naar toe. Onderweg kregen we te horen dat het mogelijk ook om een kinder-reanimatie zou gaan. Er werd een tweede ambulance meegestuurd en het MMT (mobiel medisch team). (...) Ik stapte als eerste uit de auto. De deur stond open. (...) Ik werd van boven geroepen dat ik boven moest komen. (...) Toen ben ik de trap opgelopen. Ik ben de kamer ingelopen. Er lag een kind op de grond. Met de vader op de knie, bij het hoofd van het kind. Het kind oogde niet goed. Het zag bleek en er was sprake van verminderd bewustzijn. Ik heb het kind direct opgepakt en op de commode gelegd, zodat ik mijn onderzoeken op werkhoogte kon uitvoeren. Daar heb ik direct gekeken hoe het was met zijn ademhaling. Het ademende wel maar het was nog steeds afwezig. Ik heb mijn collega direct de opdracht gegeven om hem aan de monitor aan te sluiten om te zien of het reanimatie behoeftig was. Maar het had een hartfrequentie van rond de 130 a 140 dus ik hoefde niet te reanimeren. Bij een hartslag van 60 of lager dan dient er wel gereanimeerd te worden. Maar de ademfrequentie was niet voldoende. Het kind was slap en een kind hoort te huilen. Een kind hoort adequater te reageren. Ik heb het kind met een beademingsballon licht ondersteund door middel van een ballon. Toen kwam al vrij snel de tweede ambulance. Ik heb tegen mijn collega gezegd dat we een kind hadden die niet oké was. Wat ons toen opviel dat er pupil verschil was. Het linker en het rechterpupil verschilden met elkaar. Dit hebben we allebei geconstateerd. Het rechterpupil was groter. Ik denk dan meteen aan iets neurologisch. (...) Uiteindelijk hebben we besloten het kind te vervoeren naar het [naam 1] . (...) Het MMT ging met mij mee. In de ambulance werd het kind geïntubeerd en beademd. Toen zijn we met spoed naar [naam 1] gegaan. 6. Het in de wettelijke vorm proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 3] van 20 oktober 2022, opgenomen op pagina 209 e.v. van het dossier, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 3] : V: Vraag van de verbalisanten A: Antwoord getuige O: Opmerking verbalisant V: (…) wij gaan vandaag met u in gesprek in verband met het overlijden van uw kleinzoon (…) V: Wanneer heeft u [slachtoffer 1] en of [Dochter verdachte] voor het laatst gezien, fysiek voor de ochtend van de 6de oktober? ( het hof begrijpt: 6 oktober 2022) A: Ik denk dan die woensdag 5 oktober in het ziekenhuis. V: Hoe ging het met [slachtoffer 1] op dat moment? A: Goed, niks bijzonders. (...) 7. Een geschrift, te weten het NFI-rapport Forensisch pathologisch onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet- natuurlijke aard van overlijden (met bijlagen), opgemaakt door [deskundige 1] , Arts en forensisch patholoog, verbonden aan het NFI, van 8 december 2023, opgenomen op pagina 50 e.v. van het forensisch dossier (deel 6 van 7 van het dossier), voor zover inhoudende als bevindingen van [deskundige 1] : Datum sectie: 10 oktober 2022. (…) Overledene: [slachtoffer 1] . (…) Deze bovengenoemde persoon is overleden in het UMC Groningen op 9 oktober 2022. (…) Resultaten (…) B. Postmortale radiologie Voorafgaand aan de sectie werd het lichaam postmortaal radiologisch onderzocht (CT van het hele lichaam en een skeletstatus) via het Groene Hart Ziekenhuis in Gouda. (...) Hierbij werd een complexe breuk gezien aan de rechterzijde van de schedel. Verder was er (mondelinge mededeling voorafgaand aan de sectie) een oudere breuk van de rechteronderarm (spaakbeen) (...). Na de sectie werden uitgenomen botdelen (een deel van het rechterwandbeen, het uiteinde van beide spaakbeenderen (...) verder onderzocht (röntgen) en beoordeeld via het Amsterdam UMC. De breuken van het schedeldak en rechterspaakbeen werden hierbij bevestigd. (...) C. Uit- en inwendige schouwing 1. Het was het lichaam van een normaal ontwikkeld jongetje zonder zichtbare aangeboren afwijkingen. Er was een normale aanleg van de organen. 2. De lichaamsmaten en -gewicht waren rond het gemiddelde voor de leeftijd. 3. Er waren tekenen van en/of passend bij recent medisch handelen waaronder prikletsels aan de ledematen (A en B). Ter hoogte van de neus waren enkele oppervlakkige huidbeschadigingen (C). 4. Hoog aan het achterhoofd was een bloeduitstorting in de schedelhuid en het onderliggende botvlies. Er was een breuk van het rechterslaap- en wandbeen. Onder het harde hersenvlies was vloeibare en gestolde bloeduitstorting van circa 25 ml. (...) 5. Er was een breuk van het rechterspaakbeen (lichtmicroscopische beeld passend bij een ouderdom van circa enkele weken) (…) D. Neuropathologisch onderzoek De conclusie van het neuropathologisch onderzoek is als volgt: Het neuropathologisch onderzoek van de dura [harde hersenvlies] toont een subdurale, goed gevormde neomembraan [resttoestand na bloedophoping onder het harde hersenvlies] met aan de arachnoidale zijde recente bloedmassa’s. Het kan niet met zekerheid worden uitgesloten dat de neomembraan een resttoestand is van een perinataal opgetreden subduraal hematoom [bloedophoping onder het harde hersenvlies in het kader van de geboorte], Histomorfologisch passen de kenmerken echter bij een neomembraan van circa 1 doch niet meer dan 2 weken oud. De verse subdurale bloedmassa’s tonen vrijwel geen temporaire veranderingen. (...) Gelet op het gegeven dat er klinisch reeds sprake was van een subduraal hematoom kunnen de bij de sectie aangetroffen en histologisch beoordeelde subdurale bloedmassa’s zeer wel passen bij het klinisch geconstateerde subdurale hematoom. Het neuropathologisch onderzoek van de hersenen en het ruggenmerg toont het beeld van een peracute hypoxische encefalopathie [hersenschade als gevolg van zuurstoftekort]. E. Oogpathologisch onderzoek De conclusie van het oogpathologisch onderzoek is als volgt: Oogbollen links en rechts: ogen met uitgebreide retinale bloedingen en opticus schede bloedingen [bloeduitstortingen in de netvliezen en rond de oogzenuwen]. De bevindingen kunnen passen in het kader van een acceleratie / deceleratie / impact trauma, indien andere oorzaken voor bloedingen zijn uitgesloten. De aanwezigheid van een perimaculaire plooi rechts [plooi van het netvlies over de gele vlek] past hier eveneens bij. De aanwezigheid van hemosiderine [afzetting van ijzerhoudend pigment] in de retina en nervus opticus duidt op een incident tenminste twee dagen vooraf aan het overlijden.
Volledig
De uitgebreide gliose [verlittekening] van de retina duidt op langer bestaande chroniciteit [wat eveneens duidt op een incident tenminste twee dagen vooraf aan het overlijden] (...) 6 Interpretatie van resultaten (...) Oorzaak van overlijden Bij forensisch pathologisch onderzoek was sprake van ernstig schedelhersenletsel (sub A, B, C4 en D) als gevolg van stomp botsende krachtinwerking (van hevige aard), al dan niet in combinatie met dynamische krachtinwerking (repeterende bewegingen met acceleratie-deceleratie en rotatie). Het schedelhersenletsel heeft aanleiding gegeven tot hersenfunctiestoornissen, op basis waarvan het ontstaan van een reanimatiebehoeftige toestand, de noodzaak tot ziekenhuisopname en het uiteindelijke overlijden worden verklaard. Het inwendige bloedverlies (sub A) kan hebben bijgedragen aan (de snelheid van) het overlijden. Het schedelhersenletsel kan zijn veroorzaakt door een enkele alsook meervoudige impact op het hoofd. (...) Vallen van beperkte hoogte (enkele meters) en/of gebruikelijke ‘huis-, tuin- en keukenongevallen’ zijn onvoldoende om het letselbeeld te kunnen verklaren. Dergelijke krachtinwerkingen zijn in beginsel onvoldoende voor het ontstaan van een bloedophoping onder het harde hersenvlies, hersenkneuzing of hersenletsel door zuurstof- of doorbloedingstekort. In het merendeel van de gevallen leidden deze krachtinwerkingen ook niet tot significant neurologisch disfunctioneren. De verhaalde toedracht (val van geringe hoogte) past daarom niet bij de letselernst. Doorgaans is sprake van een direct ontstaan van klinische verschijnselen na fataal verlopende krachtinwerking op het hoofd (zoals abnormaal huilen met een atypisch geluid, inadequaat drinken, ademhalingsproblemen, trekkingen en stoornissen van het bewustzijn). Ten aanzien van de traumatische afwijkingen wordt verder het volgende overwogen: Letsel ter hoogte van de schedelhuid en schedel Hoog aan het achterhoofd was een bloeduitstorting in de schedelhuid en het onderliggende botvlies (sub C4) door stomp botsende krachtinwerking (waaronder slagen, stoten of vallen). Aan de rechterzijde van de schedel was een complexe breuk door hevige stomp botsende en/of samendrukkende krachtinwerking. (…) Bloeduitstorting onder het harde hersenvlies Onder het harde hersenvlies was bloeduitstorting (sub A, C4 en D). Dit is het gevolg van het (af)scheuren van zogeheten brugvenen; zoals kan optreden bij hevige stomp botsende en/of dynamische krachtinwerking op het hoofd. Een andere oorzaak voor deze bloeduitstorting is niet gebleken. (…) Bloeduitstortingen in en bij de ogen In het netvlies van beide ogen waren uitgebreide bloeduitstortingen (sub A en E); verspreid over het hele netvlies en in alle lagen. Verder waren er bloeduitstortingen in het glasvocht van beide ogen en in het rechteroog was er een netvliesplooi (over de gele vlek). Ook waren er bloeduitstortingen rond beide oogzenuwen met geringe uitbreiding in het omgevende vetweefsel. Deze bevindingen zijn ontstaan als gevolg van hevige dynamische en/of stomp botsende krachtinwerking op het hoofd; een andere oorzaak is niet gebleken. (…) Breuk van de rechteronderarm Naast de schedelbreuk was er een oudere breuk in de rechteronderarm (sub A, B en C5). Deze breuk is het gevolg van hevige krachtinwerking en kan niet zijn ontstaan bij normaal uitgevoerde handelingen bij verzorging of hantering van een kind. (…) Ziekelijke afwijkingen Blijkens de medische gegevens alsook bij uit- en inwendige schouwing met alle aanvullende onderzoeken (radiologisch, lichtmicroscopisch, neuropathologisch, oogpathologisch en metabool onderzoek) waren er geen ziekelijke afwijkingen die het overlijden kunnen verklaren of hiervoor van betekenis kunnen zijn geweest. Conclusie [slachtoffer 1] , 12 weken oud, is overleden aan de gevolgen van ernstig schedelhersenletsel. Dit schedelhersenletsel is ontstaan door hevige stomp botsende krachtinwerking op het hoofd, al dan niet in combinatie met dynamische krachtinwerking (repeterende bewegingen met acceleratie-deceleratie en rotatie). Een relevante hevige krachtinwerking als oorzaak voor het schedelhersenletsel is, voor zover bekend bij ondergetekende, niet gemeld. (...) 8. Een geschrift, te weten het NFI-rapport Forensisch-medisch onderzoek naar aanleiding van het overlijden van een bijna 3 maanden oude jongen (met bijlagen), opgemaakt door [deskundige 3] , kinderarts, NFI-deskundige forensische geneeskunde minderjarigen, van 8 december 2023, opgenomen op pagina 105 e.v. van het forensisch dossier (deel 6 van 7 van het dossier), voor zover inhoudende als bevindingen van [deskundige 3] : 6 Interpretatie bevindingen Hieronder volgt eerst een samenvatting van de bevindingen bij leven vastgesteld , 6.1 Klinische verschijnselen - Hersenfunctiestoornissen - Epilepsie (…) Forensische duiding van hersenfunctiestoornissen in dit geval (...) Om 07:42 uur kwam de 112 melding bij de centrale binnen. De afwijkende ademhaling met adempauzes, het slap zijn en ook het gedaalde bewustzijn dat werd beschreven in de uitwerking van de 112 melding typeer ik als uitingen van hersenfunctiestoornissen. Bij aankomst van de ambulance om 07:54 uur, 11-12 minuten na de melding, was [slachtoffer 1] slap, bleek en afwezig. De ademhaling van het kind was niet toereikend, en deze werd ondersteund door masker-ballon beademing. Circa 15 minuten na aankomst van de ambulance begon het kind wat te kreunen en later ook te huilen. Hij had een wisselend bewustzijn. De bevindingen beschreven door de ambulanceverpleegkundigen typeer ik als hersenfunctiestoornissen (hierbij waren geen zichtbare tekenen van epileptische activiteit). [slachtoffer 1] werd in slaap gebracht, verslapt, kreeg een beademingsbuis, werd beademd en naar het [naam 1] vervoerd, alwaar hij om 09:06 uur arriveerde. In het ziekenhuis kan [slachtoffer 1] aanvankelijk niet uitgebreid neurologisch worden onderzocht, omdat hij middels medicatie was verslapt en in slaap werd gehouden. Na afbouwen van de medicatie en verwijderen van de beademingsbuis op 6 oktober 2022, waarbij het mij niet duidelijk is geworden hoe laat dat precies gebeurde, werd [slachtoffer 1] wakker en ademde zelf. In het medisch dossier werd door een arts geschreven dat [slachtoffer 1] neurologisch stabiel was. De verpleegkundige beschreef een bleek kind, dat slikte, maar niet wilde drinken, klagerig huilde en “wat slapjes” was. (...) Uit bovenstaande leid ik af dat in de periode in het ziekenhuis, na stoppen van de beademing [slachtoffer 1] weliswaar goed ademde, maar dat van volledig normaal functioneren/ een volledig normaal beeld, geen sprake is geweest. Het af en toe bij zijn, het klagerig huilen, niet willen drinken en slapjes zijn, aanhoudend, typeer ik als uitingen van hersenfunctiestoornissen. Om 15:15 uur die middag liet [slachtoffer 1] een epileptische aanval zien (trekkingen van de ledematen). Vanaf dat moment volgden de epileptische aanvallen elkaar frequent op, was sprake van aanhoudende aanvallen, die al dan niet zichtbaar waren bij het kind. Dit zijn uitingen van ernstige hersenfunctiestoornissen. Uiteindelijk stopten de epileptische aanvallen niet, ondanks maximale medicatie. Op 9 oktober 2022 werd de beademing gestaakt en overleed [slachtoffer 1] . (...) Bij [slachtoffer 1] werden problemen, die getypeerd kunnen worden als hersenfunctiestoornissen (ademhalingsproblemen met ademstops, slap zijn, een veranderd bewustzijn) genoemd vanaf 6 oktober 2022 omstreeks 07:42 uur. In de dagen, weken en maanden ervoor werden geen verschijnselen of problemen beschreven die kunnen wijzen in de richting van hersenfunctiestoornissen. Een periode van normaal functioneren werd vanaf het moment van de 112 melding niet meer beschreven. Wel was in het ziekenhuis, na het stoppen van de slaapmedicatie en de verslapping, sprake van een neurologisch stabiele situatie, waarbij het kind zelfstandig ademde. Bij [slachtoffer 1] was de ernstige epilepsie zeer waarschijnlijk het gevolg uitgebreide schade aan de hersenen al dan niet in combinatie met prikkeling van de hersenschors door de bloedingen onder het harde hersenvlies.
Volledig
De uitgebreide gliose [verlittekening] van de retina duidt op langer bestaande chroniciteit [wat eveneens duidt op een incident tenminste twee dagen vooraf aan het overlijden] (...) 6 Interpretatie van resultaten (...) Oorzaak van overlijden Bij forensisch pathologisch onderzoek was sprake van ernstig schedelhersenletsel (sub A, B, C4 en D) als gevolg van stomp botsende krachtinwerking (van hevige aard), al dan niet in combinatie met dynamische krachtinwerking (repeterende bewegingen met acceleratie-deceleratie en rotatie). Het schedelhersenletsel heeft aanleiding gegeven tot hersenfunctiestoornissen, op basis waarvan het ontstaan van een reanimatiebehoeftige toestand, de noodzaak tot ziekenhuisopname en het uiteindelijke overlijden worden verklaard. Het inwendige bloedverlies (sub A) kan hebben bijgedragen aan (de snelheid van) het overlijden. Het schedelhersenletsel kan zijn veroorzaakt door een enkele alsook meervoudige impact op het hoofd. (...) Vallen van beperkte hoogte (enkele meters) en/of gebruikelijke ‘huis-, tuin- en keukenongevallen’ zijn onvoldoende om het letselbeeld te kunnen verklaren. Dergelijke krachtinwerkingen zijn in beginsel onvoldoende voor het ontstaan van een bloedophoping onder het harde hersenvlies, hersenkneuzing of hersenletsel door zuurstof- of doorbloedingstekort. In het merendeel van de gevallen leidden deze krachtinwerkingen ook niet tot significant neurologisch disfunctioneren. De verhaalde toedracht (val van geringe hoogte) past daarom niet bij de letselernst. Doorgaans is sprake van een direct ontstaan van klinische verschijnselen na fataal verlopende krachtinwerking op het hoofd (zoals abnormaal huilen met een atypisch geluid, inadequaat drinken, ademhalingsproblemen, trekkingen en stoornissen van het bewustzijn). Ten aanzien van de traumatische afwijkingen wordt verder het volgende overwogen: Letsel ter hoogte van de schedelhuid en schedel Hoog aan het achterhoofd was een bloeduitstorting in de schedelhuid en het onderliggende botvlies (sub C4) door stomp botsende krachtinwerking (waaronder slagen, stoten of vallen). Aan de rechterzijde van de schedel was een complexe breuk door hevige stomp botsende en/of samendrukkende krachtinwerking. (…) Bloeduitstorting onder het harde hersenvlies Onder het harde hersenvlies was bloeduitstorting (sub A, C4 en D). Dit is het gevolg van het (af)scheuren van zogeheten brugvenen; zoals kan optreden bij hevige stomp botsende en/of dynamische krachtinwerking op het hoofd. Een andere oorzaak voor deze bloeduitstorting is niet gebleken. (…) Bloeduitstortingen in en bij de ogen In het netvlies van beide ogen waren uitgebreide bloeduitstortingen (sub A en E); verspreid over het hele netvlies en in alle lagen. Verder waren er bloeduitstortingen in het glasvocht van beide ogen en in het rechteroog was er een netvliesplooi (over de gele vlek). Ook waren er bloeduitstortingen rond beide oogzenuwen met geringe uitbreiding in het omgevende vetweefsel. Deze bevindingen zijn ontstaan als gevolg van hevige dynamische en/of stomp botsende krachtinwerking op het hoofd; een andere oorzaak is niet gebleken. (…) Breuk van de rechteronderarm Naast de schedelbreuk was er een oudere breuk in de rechteronderarm (sub A, B en C5). Deze breuk is het gevolg van hevige krachtinwerking en kan niet zijn ontstaan bij normaal uitgevoerde handelingen bij verzorging of hantering van een kind. (…) Ziekelijke afwijkingen Blijkens de medische gegevens alsook bij uit- en inwendige schouwing met alle aanvullende onderzoeken (radiologisch, lichtmicroscopisch, neuropathologisch, oogpathologisch en metabool onderzoek) waren er geen ziekelijke afwijkingen die het overlijden kunnen verklaren of hiervoor van betekenis kunnen zijn geweest. Conclusie [slachtoffer 1] , 12 weken oud, is overleden aan de gevolgen van ernstig schedelhersenletsel. Dit schedelhersenletsel is ontstaan door hevige stomp botsende krachtinwerking op het hoofd, al dan niet in combinatie met dynamische krachtinwerking (repeterende bewegingen met acceleratie-deceleratie en rotatie). Een relevante hevige krachtinwerking als oorzaak voor het schedelhersenletsel is, voor zover bekend bij ondergetekende, niet gemeld. (...) 8. Een geschrift, te weten het NFI-rapport Forensisch-medisch onderzoek naar aanleiding van het overlijden van een bijna 3 maanden oude jongen (met bijlagen), opgemaakt door [deskundige 3] , kinderarts, NFI-deskundige forensische geneeskunde minderjarigen, van 8 december 2023, opgenomen op pagina 105 e.v. van het forensisch dossier (deel 6 van 7 van het dossier), voor zover inhoudende als bevindingen van [deskundige 3] : 6 Interpretatie bevindingen Hieronder volgt eerst een samenvatting van de bevindingen bij leven vastgesteld , 6.1 Klinische verschijnselen - Hersenfunctiestoornissen - Epilepsie (…) Forensische duiding van hersenfunctiestoornissen in dit geval (...) Om 07:42 uur kwam de 112 melding bij de centrale binnen. De afwijkende ademhaling met adempauzes, het slap zijn en ook het gedaalde bewustzijn dat werd beschreven in de uitwerking van de 112 melding typeer ik als uitingen van hersenfunctiestoornissen. Bij aankomst van de ambulance om 07:54 uur, 11-12 minuten na de melding, was [slachtoffer 1] slap, bleek en afwezig. De ademhaling van het kind was niet toereikend, en deze werd ondersteund door masker-ballon beademing. Circa 15 minuten na aankomst van de ambulance begon het kind wat te kreunen en later ook te huilen. Hij had een wisselend bewustzijn. De bevindingen beschreven door de ambulanceverpleegkundigen typeer ik als hersenfunctiestoornissen (hierbij waren geen zichtbare tekenen van epileptische activiteit). [slachtoffer 1] werd in slaap gebracht, verslapt, kreeg een beademingsbuis, werd beademd en naar het [naam 1] vervoerd, alwaar hij om 09:06 uur arriveerde. In het ziekenhuis kan [slachtoffer 1] aanvankelijk niet uitgebreid neurologisch worden onderzocht, omdat hij middels medicatie was verslapt en in slaap werd gehouden. Na afbouwen van de medicatie en verwijderen van de beademingsbuis op 6 oktober 2022, waarbij het mij niet duidelijk is geworden hoe laat dat precies gebeurde, werd [slachtoffer 1] wakker en ademde zelf. In het medisch dossier werd door een arts geschreven dat [slachtoffer 1] neurologisch stabiel was. De verpleegkundige beschreef een bleek kind, dat slikte, maar niet wilde drinken, klagerig huilde en “wat slapjes” was. (...) Uit bovenstaande leid ik af dat in de periode in het ziekenhuis, na stoppen van de beademing [slachtoffer 1] weliswaar goed ademde, maar dat van volledig normaal functioneren/ een volledig normaal beeld, geen sprake is geweest. Het af en toe bij zijn, het klagerig huilen, niet willen drinken en slapjes zijn, aanhoudend, typeer ik als uitingen van hersenfunctiestoornissen. Om 15:15 uur die middag liet [slachtoffer 1] een epileptische aanval zien (trekkingen van de ledematen). Vanaf dat moment volgden de epileptische aanvallen elkaar frequent op, was sprake van aanhoudende aanvallen, die al dan niet zichtbaar waren bij het kind. Dit zijn uitingen van ernstige hersenfunctiestoornissen. Uiteindelijk stopten de epileptische aanvallen niet, ondanks maximale medicatie. Op 9 oktober 2022 werd de beademing gestaakt en overleed [slachtoffer 1] . (...) Bij [slachtoffer 1] werden problemen, die getypeerd kunnen worden als hersenfunctiestoornissen (ademhalingsproblemen met ademstops, slap zijn, een veranderd bewustzijn) genoemd vanaf 6 oktober 2022 omstreeks 07:42 uur. In de dagen, weken en maanden ervoor werden geen verschijnselen of problemen beschreven die kunnen wijzen in de richting van hersenfunctiestoornissen. Een periode van normaal functioneren werd vanaf het moment van de 112 melding niet meer beschreven. Wel was in het ziekenhuis, na het stoppen van de slaapmedicatie en de verslapping, sprake van een neurologisch stabiele situatie, waarbij het kind zelfstandig ademde. Bij [slachtoffer 1] was de ernstige epilepsie zeer waarschijnlijk het gevolg uitgebreide schade aan de hersenen al dan niet in combinatie met prikkeling van de hersenschors door de bloedingen onder het harde hersenvlies.
Volledig
(…) Vervolgens is het aannemelijk dat toename van de hersenschade is ontstaan als gevolg van een cascade aan reacties in de hersenen die uiteindelijk leidden tot een verminderde doorbloeding en verminderd zuurstofgehalte in de hersenen en zwelling van de hersenen. (…) 6.2 Bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies (“subdurale hematomen”) (…) Forensische duiding subdurale bloeduitstortingen in dit geval Bij [slachtoffer 1] werden in de medische gegevens geen aanwijzingen gevonden voor een onderliggende ziekte als verklaring voor de afwijkingen in en bij de hersenen. De bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies, afzonderlijk beschouwd, zijn iets waarschijnlijker onder de hypothese niet-accidentele krachtsinwerking (als gevolg van repeterend acceleratie-deceleratie trauma, een contacttrauma of een combinatie van beide) dan onder de hypothese accidentele krachtsinwerking. (…) De bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies zijn het gevolg van forse krachtsinwerking. De aanwezigheid van bloeduitstorting onder het harde hersenvlies, afzonderlijk beschouwd, is iets waarschijnlijker onder de hypothese niet-accidentele krachtsinwerking/ toegebracht (ais gevolg van forse repeterende acceleratie- deceleratie krachtsinwerkingen, contacttrauma of een combinatie van beide) dan onder de hypothese forse accidentele krachtsinwerking. (…) 6.3 Schedelbreuk (…) Forensische duiding botbreuken schedel in dit geval Bij [slachtoffer 1] werd een “gevorkte” breuk van de schedel rechtsboven vastgesteld op 6 oktober 2022. De aanwezigheid van meerdere breuklijnen, doorlopend tot verschillende schedelnaden wordt als 'complex' gedefinieerd. De botbreuken van de schedel zijn het gevolg van krachtsinwerking(en) op het hoofd. De aanwezigheid van complexe botbreuken van de schedel op zichzelf differentieert niet goed tussen toegebrachte en accidentele krachtsinwerking op de schedel. Met andere woorden, de aanwezigheid van een complexe botbreuk van de schedel bij [slachtoffer 1] (afzonderlijk van de andere bevindingen) is ongeveer even waarschijnlijk onder de hypothese toegebracht als onder de hypothese accidentele krachtsinwerking. De complexe schedelbreuk in combinatie met uitgebreide bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies en uitgebreide hersenweefselschade wijst in de richting van een niet-accidentele (toegebrachte) krachtsinwerking. Hierbij merk ik op dat vanwege het aspect van de schedelbreuk ik deze niet kenmerkend vind voor het type schedelbreuk dat gezien kan worden na een ongecompliceerde val van geringe hoogte. (…) 6.4 Netvliesbloedingen (…) Forensische duiding netvliesbloedingen in dit geval De oogarts beschreef, dat bij [slachtoffer 1] op 7 oktober 2022 sprake was van uitgebreide netvliesbloedingen in “alle kwadranten” in beide ogen, in alle lagen van het netvlies. Er waren geen aanwijzingen voor een (bijdragende) medische oorzaak voor de netvliesbloedingen. De netvliesbloedingen zijn ontstaan als gevolg van forse krachtsinwerking(en). (…) De aanwezigheid van de uitgebreide netvliesbloedingen in beide ogen van [slachtoffer 1] , veel, in alle lagen, in alle kwadranten en rondom de papil (bij de oogzenuw, waar de oogzenuw de oogbol verlaat) op de leeftijd van bijna 3 maanden acht ik op basis van beschikbare literatuur en expertise waarschijnlijker onder de hypothese forse niet-accidentele krachtsinwerking dan onder de hypothese accidentele krachtsinwerking. Op basis van (het fatale beloop van) klinische bevindingen, een tot kort voor 07:42 uur op 6 oktober 2022 normaal functionerend kind, de bevindingen bij aanvullend onderzoek, en de afwezigheid van ondersteunende bevindingen voor een ziekte, duiden de hersenfunctiestoornissen die bij [slachtoffer 1] optraden op doorgemaakte forse krachtsinwerking(en) - van het type forse impact en/ of acceleratie/deceleratie krachten - op het hoofd. (...) 6.7 Dateren van hersenletsel (...) Datering hersenletsel in dit geval (...) De ernstige verschijnselen bij presentatie aan de (112) centralist en vervolgens ambulanceverpleegkundige en arts, het niet meer (volledig) normaal functioneren vanaf dat moment, de ernstige epilepsie als gevolg van ernstige hersenschade, en uiteindelijk het overlijden daardoor, passen bij een oorzakelijke forse krachtsinwerking op het hoofd juist vóór (ordegrootte: seconden tot minuten) het ontstaan van de acute klinische verschijnselen en na het laatste moment van normaal functioneren. (...) 6.8 Combinatie van bevindingen (...) Alles afwegende is ondergetekende van oordeel dat bij een voorheen gezond kind van bijna 3 maanden oud, het aantreffen van de hiervoor beschreven combinatie van medische bevindingen waarschijnlijker is onder de hypothese niet-accidentele krachtsinwerking (toegebracht) dan onder de hypothese accidentele krachtsinwerking. De combinatie van bevindingen past bij forse krachtsinwerking waarbij in ieder geval (gezien de schedelbreuk) op enig moment sprake moet zijn geweest van een impact krachtsinwerking op het hoofd, met daarbij mogelijk repeterende acceleratie- deceleratie krachten. In de ontvangen gegevens werd een dergelijke forse krachtsinwerking niet vermeld. (...) NB: Indien de combinatie van alle vastgestelde bevindingen bij [slachtoffer 1] worden beschouwd dan geeft het op twee in de tijd gescheiden momenten aanwezig zijn van bevindingen die wijzen in de richting van toegebracht letsel aanvullende bewijskracht in de richting van toegebracht letsel. 6.9 Bevindingen in het licht van krachtsinwerkingen genoemd in verklaringen. In de ontvangen gegevens werden een aantal momenten genoemd waarbij een krachtsinwerking plaatsvond. (...) Voor alle bovenstaande incidenten geldt dat uitingen van hersenfunctiestoornissen niet werden beschreven/vermeld, [slachtoffer 1] zou steeds normaal hebben gefunctioneerd. Gezien de ernst van de verschijnselen en het klinisch beloop op 6/7 oktober 2022, waarbij het kind overleed op 9 oktober 2022, acht ik de hierboven beschreven krachtsinwerkingen variërend van 1,5 maand tot 5 dagen voor presentatie in het ziekenhuis uitgesloten als (al dan niet bijkomende) oorzaak van het ernstige hersenletsel/hersenfunctiestoornissen met de ernstige klinische verschijnselen en het uiteindelijk overlijden van [slachtoffer 1] . Een symptoomvrije periode van 1,5 maand tot 5 dagen, waarna acute ernstige symptomen optreden en een kind uiteindelijk overlijdt aan ernstig hersenletsel, is in de literatuur niet beschreven en is medisch gezien ook niet plausibel. (...) Een val van een commode van circa 90 cm hoog beschouw ik op basis van de literatuur als een val van korte afstand. Vallen van korte afstand, zoals een commode, kunnen leiden tot een schedelbreuk, maar leiden zelden of nooit tot (goed gedocumenteerde) ernstige levensbedreigende letsels in het hoofd. Ik acht de aanhoudende hersenfunctiestoornissen met dodelijke afloop, de bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies, en de uitgebreide netvliesbloedingen in combinatie, maar ook afzonderlijk beschouwd, niet passend bij een ongecompliceerde val van een commode, waarbij het kind bovendien na de val nog normaal zou hebben gefunctioneerd. (...) 7 Beantwoording vraagstelling (...) Alleen de hersenbloeding bij de tante werd door mij niet eerder beschouwd. Bij [slachtoffer 1] waren geen kenmerken in de medische voorgeschiedenis, in de anamneses, bij de lichamelijke onderzoeken en bij de aanvullende onderzoeken aanwezig die in de richting van een stollingsprobleem wezen, zoals bij deze tante het geval was geweest. De combinatie van bevindingen bij [slachtoffer 1] is niet het gevolg van een vitamine K tekort, zoals dit bij de tante destijds speelde. (...) 9. Een geschrift, te weten het NFI-rapport Forensisch-medisch onderzoek naar aanleiding van aanvullende vragen (met bijlagen), opgemaakt door drs. [deskundige 3] , kinderarts, NFI-deskundige forensische geneeskunde minderjarigen, van 2 september 2024, los opgenomen in het strafdossier, voor zover inhoudende als bevindingen van [deskundige 3] : 6 Interpretatie bevindingen 6.1 Aanvullende bevindingen op basis van het forensisch-pathologisch onderzoek (…) Hieronder volgt een korte duiding van deze aanvullende bevindingen.
Volledig
(…) Vervolgens is het aannemelijk dat toename van de hersenschade is ontstaan als gevolg van een cascade aan reacties in de hersenen die uiteindelijk leidden tot een verminderde doorbloeding en verminderd zuurstofgehalte in de hersenen en zwelling van de hersenen. (…) 6.2 Bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies (“subdurale hematomen”) (…) Forensische duiding subdurale bloeduitstortingen in dit geval Bij [slachtoffer 1] werden in de medische gegevens geen aanwijzingen gevonden voor een onderliggende ziekte als verklaring voor de afwijkingen in en bij de hersenen. De bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies, afzonderlijk beschouwd, zijn iets waarschijnlijker onder de hypothese niet-accidentele krachtsinwerking (als gevolg van repeterend acceleratie-deceleratie trauma, een contacttrauma of een combinatie van beide) dan onder de hypothese accidentele krachtsinwerking. (…) De bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies zijn het gevolg van forse krachtsinwerking. De aanwezigheid van bloeduitstorting onder het harde hersenvlies, afzonderlijk beschouwd, is iets waarschijnlijker onder de hypothese niet-accidentele krachtsinwerking/ toegebracht (ais gevolg van forse repeterende acceleratie- deceleratie krachtsinwerkingen, contacttrauma of een combinatie van beide) dan onder de hypothese forse accidentele krachtsinwerking. (…) 6.3 Schedelbreuk (…) Forensische duiding botbreuken schedel in dit geval Bij [slachtoffer 1] werd een “gevorkte” breuk van de schedel rechtsboven vastgesteld op 6 oktober 2022. De aanwezigheid van meerdere breuklijnen, doorlopend tot verschillende schedelnaden wordt als 'complex' gedefinieerd. De botbreuken van de schedel zijn het gevolg van krachtsinwerking(en) op het hoofd. De aanwezigheid van complexe botbreuken van de schedel op zichzelf differentieert niet goed tussen toegebrachte en accidentele krachtsinwerking op de schedel. Met andere woorden, de aanwezigheid van een complexe botbreuk van de schedel bij [slachtoffer 1] (afzonderlijk van de andere bevindingen) is ongeveer even waarschijnlijk onder de hypothese toegebracht als onder de hypothese accidentele krachtsinwerking. De complexe schedelbreuk in combinatie met uitgebreide bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies en uitgebreide hersenweefselschade wijst in de richting van een niet-accidentele (toegebrachte) krachtsinwerking. Hierbij merk ik op dat vanwege het aspect van de schedelbreuk ik deze niet kenmerkend vind voor het type schedelbreuk dat gezien kan worden na een ongecompliceerde val van geringe hoogte. (…) 6.4 Netvliesbloedingen (…) Forensische duiding netvliesbloedingen in dit geval De oogarts beschreef, dat bij [slachtoffer 1] op 7 oktober 2022 sprake was van uitgebreide netvliesbloedingen in “alle kwadranten” in beide ogen, in alle lagen van het netvlies. Er waren geen aanwijzingen voor een (bijdragende) medische oorzaak voor de netvliesbloedingen. De netvliesbloedingen zijn ontstaan als gevolg van forse krachtsinwerking(en). (…) De aanwezigheid van de uitgebreide netvliesbloedingen in beide ogen van [slachtoffer 1] , veel, in alle lagen, in alle kwadranten en rondom de papil (bij de oogzenuw, waar de oogzenuw de oogbol verlaat) op de leeftijd van bijna 3 maanden acht ik op basis van beschikbare literatuur en expertise waarschijnlijker onder de hypothese forse niet-accidentele krachtsinwerking dan onder de hypothese accidentele krachtsinwerking. Op basis van (het fatale beloop van) klinische bevindingen, een tot kort voor 07:42 uur op 6 oktober 2022 normaal functionerend kind, de bevindingen bij aanvullend onderzoek, en de afwezigheid van ondersteunende bevindingen voor een ziekte, duiden de hersenfunctiestoornissen die bij [slachtoffer 1] optraden op doorgemaakte forse krachtsinwerking(en) - van het type forse impact en/ of acceleratie/deceleratie krachten - op het hoofd. (...) 6.7 Dateren van hersenletsel (...) Datering hersenletsel in dit geval (...) De ernstige verschijnselen bij presentatie aan de (112) centralist en vervolgens ambulanceverpleegkundige en arts, het niet meer (volledig) normaal functioneren vanaf dat moment, de ernstige epilepsie als gevolg van ernstige hersenschade, en uiteindelijk het overlijden daardoor, passen bij een oorzakelijke forse krachtsinwerking op het hoofd juist vóór (ordegrootte: seconden tot minuten) het ontstaan van de acute klinische verschijnselen en na het laatste moment van normaal functioneren. (...) 6.8 Combinatie van bevindingen (...) Alles afwegende is ondergetekende van oordeel dat bij een voorheen gezond kind van bijna 3 maanden oud, het aantreffen van de hiervoor beschreven combinatie van medische bevindingen waarschijnlijker is onder de hypothese niet-accidentele krachtsinwerking (toegebracht) dan onder de hypothese accidentele krachtsinwerking. De combinatie van bevindingen past bij forse krachtsinwerking waarbij in ieder geval (gezien de schedelbreuk) op enig moment sprake moet zijn geweest van een impact krachtsinwerking op het hoofd, met daarbij mogelijk repeterende acceleratie- deceleratie krachten. In de ontvangen gegevens werd een dergelijke forse krachtsinwerking niet vermeld. (...) NB: Indien de combinatie van alle vastgestelde bevindingen bij [slachtoffer 1] worden beschouwd dan geeft het op twee in de tijd gescheiden momenten aanwezig zijn van bevindingen die wijzen in de richting van toegebracht letsel aanvullende bewijskracht in de richting van toegebracht letsel. 6.9 Bevindingen in het licht van krachtsinwerkingen genoemd in verklaringen. In de ontvangen gegevens werden een aantal momenten genoemd waarbij een krachtsinwerking plaatsvond. (...) Voor alle bovenstaande incidenten geldt dat uitingen van hersenfunctiestoornissen niet werden beschreven/vermeld, [slachtoffer 1] zou steeds normaal hebben gefunctioneerd. Gezien de ernst van de verschijnselen en het klinisch beloop op 6/7 oktober 2022, waarbij het kind overleed op 9 oktober 2022, acht ik de hierboven beschreven krachtsinwerkingen variërend van 1,5 maand tot 5 dagen voor presentatie in het ziekenhuis uitgesloten als (al dan niet bijkomende) oorzaak van het ernstige hersenletsel/hersenfunctiestoornissen met de ernstige klinische verschijnselen en het uiteindelijk overlijden van [slachtoffer 1] . Een symptoomvrije periode van 1,5 maand tot 5 dagen, waarna acute ernstige symptomen optreden en een kind uiteindelijk overlijdt aan ernstig hersenletsel, is in de literatuur niet beschreven en is medisch gezien ook niet plausibel. (...) Een val van een commode van circa 90 cm hoog beschouw ik op basis van de literatuur als een val van korte afstand. Vallen van korte afstand, zoals een commode, kunnen leiden tot een schedelbreuk, maar leiden zelden of nooit tot (goed gedocumenteerde) ernstige levensbedreigende letsels in het hoofd. Ik acht de aanhoudende hersenfunctiestoornissen met dodelijke afloop, de bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies, en de uitgebreide netvliesbloedingen in combinatie, maar ook afzonderlijk beschouwd, niet passend bij een ongecompliceerde val van een commode, waarbij het kind bovendien na de val nog normaal zou hebben gefunctioneerd. (...) 7 Beantwoording vraagstelling (...) Alleen de hersenbloeding bij de tante werd door mij niet eerder beschouwd. Bij [slachtoffer 1] waren geen kenmerken in de medische voorgeschiedenis, in de anamneses, bij de lichamelijke onderzoeken en bij de aanvullende onderzoeken aanwezig die in de richting van een stollingsprobleem wezen, zoals bij deze tante het geval was geweest. De combinatie van bevindingen bij [slachtoffer 1] is niet het gevolg van een vitamine K tekort, zoals dit bij de tante destijds speelde. (...) 9. Een geschrift, te weten het NFI-rapport Forensisch-medisch onderzoek naar aanleiding van aanvullende vragen (met bijlagen), opgemaakt door drs. [deskundige 3] , kinderarts, NFI-deskundige forensische geneeskunde minderjarigen, van 2 september 2024, los opgenomen in het strafdossier, voor zover inhoudende als bevindingen van [deskundige 3] : 6 Interpretatie bevindingen 6.1 Aanvullende bevindingen op basis van het forensisch-pathologisch onderzoek (…) Hieronder volgt een korte duiding van deze aanvullende bevindingen.
Volledig
(...) Bloedingen bij de oogzenuwen, glasvochtbloedingen, bloedingen in het vetweefsel en een perimaculaire plooi Bij oogpathologisch onderzoek werden, behalve de uitgebreide netvliesbloedingen, zoals ook bij leven vastgesteld, ook beiderzijds bloedingen rondom de oogzenuw (onder de hersenvliezen in de opticus schede), glasvochtbloedingen en uitbreiding van bloeding in het vetweefsel bij de ogen gezien. In het rechteroog was tevens sprake van een plooi bij de gele vlek ‘'perimaculaire plooi’). Recent verscheen een update van de klinische richtlijn over toegebracht schedelhersenletsel en het oog. In deze richtlijn wordt aangegeven dat de bevindingen zoals hierboven beschreven het gevolg zijn van krachtsinwerking en wijzen op zeer forse krachtsinwerkingen. Specifiek over plooien bij de gele vlek wordt in deze richtlijn beschreven dat dit suggereert dat er meermaals acceleratie/deceleratie (“cycles of acceleration and deceleration”) heeft plaats gevonden. Perimaculaire plooien, zo zegt de richtlijn, zijn zeer suggestief voor mishandeling, maar ze zijn hiervoor ook niet pathognomisch. Perimaculaire plooien zijn ook in enkele casus beschreven na fatale auto ongelukken en ernstige crush letsels van het hoofd. Bloedingen rondom de oogzenuw werden significant meer gezien bij sectie als sprake was van mishandeling dan als sprake was van een andere oorzaak. Wat betreft vallen van lage hoogte werd in deze geupdatete richtlijn nog vermeld dat het onwaarschijnlijk is dat vallen van lage hoogte netvliesbloedingen veroorzaken. Wanneer er toch retinabloedingen ontstaan na een val van lage hoogte zijn ze doorgaans beperkt tot een oog en gelokaliseerd in de achterpool. Uitgebreide netvliesbloedingen na vallen van lage hoogte worden beschreven na een val in combinatie met een crush ( samendrukkend) mechanisme (zoals een ouder die op een kind valt) en hoog energetisch trauma. (...) Op basis van literatuur en expertise acht ik de combinatie van aanvullende bevindingen in het oog aanvullende bewijskracht geven in de richting van een niet-accidentele krachtsinwerking. In de eerdere rapportage (…) concludeerde ik dat de uitgebreide netvliesbloedingen niet pasten bij een val van een commode. De aanvullende bevindingen die bleken uit oogpathologisch onderzoek ondersteunen deze conclusie. (...) 6.4 Aanvulling literatuur (...) Gelet op de vraagstelling heb ik ervoor gekozen in Bijlage 1 een samenvatting te geven van literatuur over vallen van lage hoogte bij jonge kinderen, en het hierbij ontstaan van letsels zoals schedelbreuken, bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies, netvliesbloedingen en andere afwijkingen in de ogen, en het vóórkomen van overlijden. De overall conclusie is dat vallen van lage hoogte regelmatig (tot circa 50% van de kinderen) voorkomen in het eerste levensjaar. Deze vallen leiden bij gezonde kinderen zelden tot letsel. Als een letsel werd gevonden was dat een schram of blauwe plek. Zeer zelden werden botbreuken (zoals een schedelbreuk) beschreven. (...) Specifiek de combinatie van bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies beiderzijds, een schedelbreuk, uitgebreide netvliesbloedingen en netvliesplooi, en uitgebreide hersenweefselschade en vervolgens overlijden na een val van een commode/val van voorwerp van gelijke hoogte (circa 90-100 cm) wordt niet beschreven in de wetenschappelijke literatuur. 7 Beantwoording vraagstelling (…) 2. Kunnen de geconstateerde hoofdletsels het gevolg zijn geweest van de beschreven val van de commode? (...) Ik acht de aanhoudende hersenfunctiestoornissen met dodelijke afloop, de bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies, en de uitgebreide netvliesbloedingen inclusief netvliesplooi en andere afwijkingen in/bij de ogen, en de schedelbreuk in combinatie, maar ook afzonderlijk beschouwd, niet passend bij een ongecompliceerde val van een commode. Ook als de valhoogte niet 90, maar circa 100 cm zou zijn geweest, zoals moeder verklaarde (proces- verbaal documentcode G-003-04), verandert mijn conclusie niet. (…) Zijn er omstandigheden van een val van een commode denkbaar die maken dat de hoofdletsels aannemelijker worden onder die hypothese? 1k denk aan omstandigheden als het vastgrijpen van een vallend kind, waardoor een kind een rare draai (rotatie) beweging maakt. (…) (...) Gelet op het door u genoemde voorbeeld van vastgrijpen, blijkt, zoals beschreven in mijn vorige rapportage op pagina 19 (kader) en in deze rapportage bij het opnieuw beoordelen van de beelden van de reconstructie van de val met een pop (VRH 2022-10-599033) mijns inziens niet dat de pop nog werd vastgegrepen voor of tijdens de val (...). Als desondanks wordt uitgegaan van een rotatiecomponent (‘rare draai’), dan is dit geen verklaring voor het ernstige fataal verlopen schedelhersenletsel, gezien de beperkte (rotatie) krachtsinwerkingen onder de gemelde omstandigheden. (...) 6. Kunnen de geconstateerde netvliesbloedingen, doorgaans een sterke indicatie voor de hypothese shaken baby syndroom, ook een andere oorzaak hebben? Kunnen deze bloedingen ook zijn veroorzaakt door een plotselinge val de commode in deze zaak? (…) (...) Uitgebreide netvliesbloedingen na een val van lage hoogte worden beschreven na een val in combinatie met een crush (samendrukkend) mechanisme (zoals een ouder die op een kind valt) en hoog energetisch trauma. (...) 10. Een geschrift, te weten het rapport Forensisch-medisch rapport minderjarige (genummerd LOEF2024-012), opgemaakt door [deskundige 2] , forensisch arts KNMG, van 23 oktober 2024, voor zover inhoudende als bevindingen van [deskundige 2] : (...) 7 Interpretatie [slachtoffer 1] werd op 6 oktober 2022, op de leeftijd van 11 weken en 6 dagen, na een reanimatiesetting thuis, opgenomen in het UMC [plaats 3] . Daar bleek sprake te zijn van ernstig hersenletsel, waaraan [slachtoffer 1] op 9 oktober 2022 overleed. [slachtoffer 1] had naast het hersenletsel ook een schedelbreuk, bloed tussen de hersenen en de schedel, netvliesbloedingen in de ogen en een botbreuk in de rechter arm. De bevindingen worden afzonderlijk en in combinatie besproken. (...) 7.7 Combinatie van bevindingen Het fataal verlopen hersenletsel bij [slachtoffer 1] dat heeft geleid tot een reanimatiesetting met bewustzijnsverlies, ademhalingsproblemen en een onregelmatige hartslag, is passend bij een forse krachtsinwerking op het hoofd. Deze forse krachtsinwerking lijkt tevens de oorzaak te zijn voor het bloed onder het harde hersenvlies, de netvliesbloedingen en de schedelbreuk. Hoewel datering van deze medische bevindingen niet noodzakelijkerwijs op eenzelfde ontstaansmoment wijzen, is dezelfde benodigde kracht wel een sterke aanwijzing voor een relatie tussen de bloedingen en de schedelbreuk, en het ernstige hersenletsel. De benodigde krachtsinwerking moet immers zo fors zijn geweest, dat het zeer aannemelijk is dat er verschijnselen zoals bewustzijnsvermindering en ademhalingsproblemen optreden. (...) Er zijn geen medische aandoeningen geconstateerd die de combinatie van bevindingen kunnen verklaren. De geconstateerde letsels zijn, in combinatie bezien, niet ontstaan bij gebruikelijke verzorgingshandelingen, of bij de geboorte. Het toebrengen van hersenletsel bij kleine kinderen door middel van schudden en/of impact, is dusdanig heftig dat getuigen de handeling direct als gevaarlijk zouden kwalificeren. Enigszins wild of ruw omgaan met kinderen valt duidelijk buiten deze mate van heftigheid. In verklaringen van bekennende daders wordt gesproken van (zeer) gewelddadig schudden, geregeld vaker dan eens. (...) Als sprake is van een acute klinische noodsituatie met bewustzijnsvermindering en ademhalingsproblemen bij een tot die tijd normaal functionerend kind, en bij een nadien geconstateerd zeer ernstig hersenletsel met hersenweefselversterf, een bloeduitstorting onder het harde hersenvlies en uitgebreide netvliesbloedingen, dan is de krachtsinwerking zo fors geweest dat het na de krachtsinwerking niet mogelijk zal zijn geweest om normaal te functioneren.
Volledig
(...) Bloedingen bij de oogzenuwen, glasvochtbloedingen, bloedingen in het vetweefsel en een perimaculaire plooi Bij oogpathologisch onderzoek werden, behalve de uitgebreide netvliesbloedingen, zoals ook bij leven vastgesteld, ook beiderzijds bloedingen rondom de oogzenuw (onder de hersenvliezen in de opticus schede), glasvochtbloedingen en uitbreiding van bloeding in het vetweefsel bij de ogen gezien. In het rechteroog was tevens sprake van een plooi bij de gele vlek ‘'perimaculaire plooi’). Recent verscheen een update van de klinische richtlijn over toegebracht schedelhersenletsel en het oog. In deze richtlijn wordt aangegeven dat de bevindingen zoals hierboven beschreven het gevolg zijn van krachtsinwerking en wijzen op zeer forse krachtsinwerkingen. Specifiek over plooien bij de gele vlek wordt in deze richtlijn beschreven dat dit suggereert dat er meermaals acceleratie/deceleratie (“cycles of acceleration and deceleration”) heeft plaats gevonden. Perimaculaire plooien, zo zegt de richtlijn, zijn zeer suggestief voor mishandeling, maar ze zijn hiervoor ook niet pathognomisch. Perimaculaire plooien zijn ook in enkele casus beschreven na fatale auto ongelukken en ernstige crush letsels van het hoofd. Bloedingen rondom de oogzenuw werden significant meer gezien bij sectie als sprake was van mishandeling dan als sprake was van een andere oorzaak. Wat betreft vallen van lage hoogte werd in deze geupdatete richtlijn nog vermeld dat het onwaarschijnlijk is dat vallen van lage hoogte netvliesbloedingen veroorzaken. Wanneer er toch retinabloedingen ontstaan na een val van lage hoogte zijn ze doorgaans beperkt tot een oog en gelokaliseerd in de achterpool. Uitgebreide netvliesbloedingen na vallen van lage hoogte worden beschreven na een val in combinatie met een crush ( samendrukkend) mechanisme (zoals een ouder die op een kind valt) en hoog energetisch trauma. (...) Op basis van literatuur en expertise acht ik de combinatie van aanvullende bevindingen in het oog aanvullende bewijskracht geven in de richting van een niet-accidentele krachtsinwerking. In de eerdere rapportage (…) concludeerde ik dat de uitgebreide netvliesbloedingen niet pasten bij een val van een commode. De aanvullende bevindingen die bleken uit oogpathologisch onderzoek ondersteunen deze conclusie. (...) 6.4 Aanvulling literatuur (...) Gelet op de vraagstelling heb ik ervoor gekozen in Bijlage 1 een samenvatting te geven van literatuur over vallen van lage hoogte bij jonge kinderen, en het hierbij ontstaan van letsels zoals schedelbreuken, bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies, netvliesbloedingen en andere afwijkingen in de ogen, en het vóórkomen van overlijden. De overall conclusie is dat vallen van lage hoogte regelmatig (tot circa 50% van de kinderen) voorkomen in het eerste levensjaar. Deze vallen leiden bij gezonde kinderen zelden tot letsel. Als een letsel werd gevonden was dat een schram of blauwe plek. Zeer zelden werden botbreuken (zoals een schedelbreuk) beschreven. (...) Specifiek de combinatie van bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies beiderzijds, een schedelbreuk, uitgebreide netvliesbloedingen en netvliesplooi, en uitgebreide hersenweefselschade en vervolgens overlijden na een val van een commode/val van voorwerp van gelijke hoogte (circa 90-100 cm) wordt niet beschreven in de wetenschappelijke literatuur. 7 Beantwoording vraagstelling (…) 2. Kunnen de geconstateerde hoofdletsels het gevolg zijn geweest van de beschreven val van de commode? (...) Ik acht de aanhoudende hersenfunctiestoornissen met dodelijke afloop, de bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies, en de uitgebreide netvliesbloedingen inclusief netvliesplooi en andere afwijkingen in/bij de ogen, en de schedelbreuk in combinatie, maar ook afzonderlijk beschouwd, niet passend bij een ongecompliceerde val van een commode. Ook als de valhoogte niet 90, maar circa 100 cm zou zijn geweest, zoals moeder verklaarde (proces- verbaal documentcode G-003-04), verandert mijn conclusie niet. (…) Zijn er omstandigheden van een val van een commode denkbaar die maken dat de hoofdletsels aannemelijker worden onder die hypothese? 1k denk aan omstandigheden als het vastgrijpen van een vallend kind, waardoor een kind een rare draai (rotatie) beweging maakt. (…) (...) Gelet op het door u genoemde voorbeeld van vastgrijpen, blijkt, zoals beschreven in mijn vorige rapportage op pagina 19 (kader) en in deze rapportage bij het opnieuw beoordelen van de beelden van de reconstructie van de val met een pop (VRH 2022-10-599033) mijns inziens niet dat de pop nog werd vastgegrepen voor of tijdens de val (...). Als desondanks wordt uitgegaan van een rotatiecomponent (‘rare draai’), dan is dit geen verklaring voor het ernstige fataal verlopen schedelhersenletsel, gezien de beperkte (rotatie) krachtsinwerkingen onder de gemelde omstandigheden. (...) 6. Kunnen de geconstateerde netvliesbloedingen, doorgaans een sterke indicatie voor de hypothese shaken baby syndroom, ook een andere oorzaak hebben? Kunnen deze bloedingen ook zijn veroorzaakt door een plotselinge val de commode in deze zaak? (…) (...) Uitgebreide netvliesbloedingen na een val van lage hoogte worden beschreven na een val in combinatie met een crush (samendrukkend) mechanisme (zoals een ouder die op een kind valt) en hoog energetisch trauma. (...) 10. Een geschrift, te weten het rapport Forensisch-medisch rapport minderjarige (genummerd LOEF2024-012), opgemaakt door [deskundige 2] , forensisch arts KNMG, van 23 oktober 2024, voor zover inhoudende als bevindingen van [deskundige 2] : (...) 7 Interpretatie [slachtoffer 1] werd op 6 oktober 2022, op de leeftijd van 11 weken en 6 dagen, na een reanimatiesetting thuis, opgenomen in het UMC [plaats 3] . Daar bleek sprake te zijn van ernstig hersenletsel, waaraan [slachtoffer 1] op 9 oktober 2022 overleed. [slachtoffer 1] had naast het hersenletsel ook een schedelbreuk, bloed tussen de hersenen en de schedel, netvliesbloedingen in de ogen en een botbreuk in de rechter arm. De bevindingen worden afzonderlijk en in combinatie besproken. (...) 7.7 Combinatie van bevindingen Het fataal verlopen hersenletsel bij [slachtoffer 1] dat heeft geleid tot een reanimatiesetting met bewustzijnsverlies, ademhalingsproblemen en een onregelmatige hartslag, is passend bij een forse krachtsinwerking op het hoofd. Deze forse krachtsinwerking lijkt tevens de oorzaak te zijn voor het bloed onder het harde hersenvlies, de netvliesbloedingen en de schedelbreuk. Hoewel datering van deze medische bevindingen niet noodzakelijkerwijs op eenzelfde ontstaansmoment wijzen, is dezelfde benodigde kracht wel een sterke aanwijzing voor een relatie tussen de bloedingen en de schedelbreuk, en het ernstige hersenletsel. De benodigde krachtsinwerking moet immers zo fors zijn geweest, dat het zeer aannemelijk is dat er verschijnselen zoals bewustzijnsvermindering en ademhalingsproblemen optreden. (...) Er zijn geen medische aandoeningen geconstateerd die de combinatie van bevindingen kunnen verklaren. De geconstateerde letsels zijn, in combinatie bezien, niet ontstaan bij gebruikelijke verzorgingshandelingen, of bij de geboorte. Het toebrengen van hersenletsel bij kleine kinderen door middel van schudden en/of impact, is dusdanig heftig dat getuigen de handeling direct als gevaarlijk zouden kwalificeren. Enigszins wild of ruw omgaan met kinderen valt duidelijk buiten deze mate van heftigheid. In verklaringen van bekennende daders wordt gesproken van (zeer) gewelddadig schudden, geregeld vaker dan eens. (...) Als sprake is van een acute klinische noodsituatie met bewustzijnsvermindering en ademhalingsproblemen bij een tot die tijd normaal functionerend kind, en bij een nadien geconstateerd zeer ernstig hersenletsel met hersenweefselversterf, een bloeduitstorting onder het harde hersenvlies en uitgebreide netvliesbloedingen, dan is de krachtsinwerking zo fors geweest dat het na de krachtsinwerking niet mogelijk zal zijn geweest om normaal te functioneren.
Volledig
(…) Uitgaande van de benodigde forse kracht en van het beschreven moment van optreden van de onwel wording in relatie met de door vader beschreven (en door mij op video bekeken) gebeurtenissen op 6 oktober 2022, lijkt een benodigde complicerende factor bij de val van de commode te ontbreken. Als een val van een commode bij uitzondering tot fataal hersenletsel zou hebben geleid, dan lijkt een complicerende factor zoals bijvoorbeeld een forse toegevoegde draaisnelheid noodzakelijk te zijn geweest. (…) Als vader echter, zoals hij voordeed tijdens een verhoor, vrijwel tegen de commode aan gestaan heeft tijdens de val waarbij hij [slachtoffer 1] door zijn armen glipte, dan ontbreekt de ruimte voor een dergelijke complicerende factor in de val. Als de val van de commode (al dan niet zoals beschreven en voorgedaan) of een andere handeling op dat moment de oorzaak van het hersenletsel zou zijn geweest, dan was een onmiddellijk ontstaan van bewustzijnsproblemen en ademhalingsproblemen te verwachten geweest. Een veroorzakende niet gemelde krachtsinwerking dichter in de tijd op de constatering van de klinische noodsituatie, of een eerder ontstaan van de klinische noodsituatie na de gemelde val van de commode, zouden wel verklarend kunnen zijn. Concluderend : Ik acht de combinatie van bevindingen een gevolg van een forse krachtsinwerking (schudden, impact, of een combinatie van beide). Deze forse krachtsinwerking kan zowel accidenteel als niet-accidenteel zijn. Bij de beschreven en gedemonstreerde val van de commode ontbreekt een noodzakelijke complicerende factor. Ik acht de combinatie van bevindingen waarschijnlijker onder de hypothese niet-accidentele krachtsinwerking dan onder de hypothese accidentele krachtsinwerking. 8 Beantwoording vragen (...) 4. Wat is de waarschijnlijkheid van de geconstateerde letsels en/of afwijkingen (afzonderlijk en in combinatie) bij weging van de volgende hypothesen? - Medisch (ziekelijke oorzaak) - Relatie met de geboorte - Niet-accidentele krachtsinwerking - Accidentele krachtsinwerking (waaronder medische handelingen) Voor de combinatie van bevindingen zijn een medische oorzaak en de geboorte als oorzaak uitgesloten. Ik acht de combinatie van bevindingen waarschijnlijker onder de hypothese niet- accidentele krachtsinwerking dan onder de hypothese accidentele krachtsinwerking. (…) 5. De volgende specifieke hypothesen zijn genoemd als verklaring voor de geconstateerde letsels en/of afwijkingen: - huidverkleuringen wangen/kaaklijn: oppakken, tillen onder de oksels waardoor hoofdje tegen de duimen van de persoon die de baby optilde knalde/bokte. Krabben van de warmte (verklaring [getuige 1] ) - stoten pilaar: [verdachte] tilde [slachtoffer 1] op en toen botste [slachtoffer 1] met zijn hoofd tegen het kozijn/pilaar (verklaring [naam 2] ) - incident box: de boxbodem in de linkerhoek is naar beneden gezakt toen [slachtoffer 1] en [Dochter verdachte] in box lagen (verklaring [naam 3] ) - hersenbloeding tante: tante van [slachtoffer 1] heeft toen zij zes weken oud was 2 keer een hersenbloeding gehad. Erfelijkheid, verklaring voor hersenletsel [slachtoffer 1] ? (verklaring [naam 3] ) - huidverkleuring in nek: verklaring [verdachte] : [slachtoffer 1] heeft zijn hoofd gestoten in de nacht (19-09-2022) - de letsels en/of afwijkingen zijn het gevolg van het vallen van de commode op 6 oktober 2023 - de letsels en/of afwijkingen zijn het gevolg van het beetpakken van het been tijdens val incident van commode op 15 september 2023 Zou u de waarschijnlijkheid van de letsels en/of afwijkingen ook onder die specifieke hypothese(n) kunnen bepalen? De combinatie van de letsels in het hoofd, inclusief de netvliesbloedingen, lijken te moeten zijn ontstaan op 6 oktober 2022, en zijn het gevolg van een forse accidentele of niet-accidentele krachtsinwerking. De letsels in het hoofd zijn daarmee niet passend bij verklaringen van eerder. De letsels in het hoofd zijn niet passend bij de verklaring van het losschieten van een hoek van de box op 4 oktober 2022, gezien de beperkte valhoogte van circa 30 cm en het normaal functioneren nadien. De beschreven aandoening bij een tante die door een probleem met haar lever te weinig vitamine K zou hebben aangemaakt, is niet aan de orde bij [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] heeft na de geboorte een injectie met vitamine K gekregen, en hij werd gevoed met flesvoeding waarin standaard voldoende vitamine K zit. Ik acht de benodigde kracht voor het ontstaan van de onderhuidse bloeduitstortingen op de wangen groter dan uit de gegeven verklaring van het stabiliseren van het hoofd naar voren lijkt te komen. Zelf krabben is geen passende verklaring. Het tweemaal stoten tegen een pilaar is ook geen passende verklaring, vanwege de vorm en locaties van de onderhuidse bloeduitstortingen. (…) 7. Wat is de (te verwachten) genezingsduur van de geconstateerde letsels en/of afwijkingen? Bestond er risico op overlijden? Zijn er eventueel medische restgevolgen? Er was niet alleen een risico op overlijden, [slachtoffer 1] is ook daadwerkelijk overleden. De ernst van het hersenletsel was dusdanig, dat op een andere manier medisch ingrijpen (zoals bijvoorbeeld eerder of anders reanimeren) zeer waarschijnlijk het overlijden niet had kunnen voorkomen. (...) 79. Wat kunt u zeggen over het moment van optreden van medische klachten na een krachtinwerking op het hoofd? Als sprake is van een acute klinische noodsituatie met bewustzijnsvermindering en ademhalingsproblemen bij een tot die tijd normaal functionerend kind, en bij een nadien geconstateerd zeer ernstig hersenletsel met hersenweefselversterf, een bloeduitstorting onder het harde hersenvlies en uitgebreide netvliesbloedingen, dan is de krachtsinwerking zo fors geweest dat het na de krachtsinwerking niet mogelijk zal zijn geweest om normaal te functioneren. (…) 20. Welke klachten zijn te verwachten bij het geconstateerde letsel en op welk(e) moment (en) kunnen of moeten die zijn opgetreden? (…) Als de val van de commode (al dan niet zoals beschreven en voorgedaan) of een andere handeling op dat moment de oorzaak van het hersenletsel is geweest, dan zou een onmiddellijk ontstaan van bewustzijnsproblemen en ademhalingsproblemen te verwachten zijn geweest. Een veroorzakende niet gemelde krachtsinwerking dichter in de tijd op de constatering van de klinische noodsituatie, of een eerder ontstaan van de klinische noodsituatie na de gemelde val van de commode, zouden wel verklarend kunnen zijn. Het leegdrinken van een fles acht ik na ontstaan van het hersenletsel bij [slachtoffer 1] niet mogelijk. 11. Een geschrift, te weten het rapport Forensisch-medisch rapport minderjarige (genummerd LOEF2024-012) (aanvulling), opgemaakt door [deskundige 2] , forensisch arts KNMG, van 1 november 2024, voor zover inhoudende als bevindingen van [deskundige 2] : (…) ik ontving van de rechtbank het verzoek om aanvullend te rapporteren naar aanleiding van het sectierapport met bijlagen waarover ik nog niet beschikte. (...) In het verzoek staat de vraag vermeld of mijn kennisneming van het NFI-rapport van [deskundige 1] van 8 december 2023 en de daarbij behorende bijlagen tot een andere of nadere conclusie leidt. 5 Beantwoording (…) 5.2 Reactie op sectierapport De sectiebevindingen passen in mijn conclusie dat de combinatie van bevindingen het gevolg is geweest van een forse krachtsinwerking op het hoofd. (…) Ik acht de combinatie van bevindingen een gevolg van een forse krachtsinwerking (schudden, impact, of een combinatie van beide). Deze forse krachtsinwerking kan zowel accidenteel als niet-accidenteel zijn. Bij de beschreven en gedemonstreerde val van de commode ontbreekt een noodzakelijke complicerende factor. Ik acht de combinatie van bevindingen waarschijnlijker onder de hypothese niet-accidentele krachtsinwerking dan onder de hypothese accidentele krachtsinwerking. (...) 12.
Volledig
(…) Uitgaande van de benodigde forse kracht en van het beschreven moment van optreden van de onwel wording in relatie met de door vader beschreven (en door mij op video bekeken) gebeurtenissen op 6 oktober 2022, lijkt een benodigde complicerende factor bij de val van de commode te ontbreken. Als een val van een commode bij uitzondering tot fataal hersenletsel zou hebben geleid, dan lijkt een complicerende factor zoals bijvoorbeeld een forse toegevoegde draaisnelheid noodzakelijk te zijn geweest. (…) Als vader echter, zoals hij voordeed tijdens een verhoor, vrijwel tegen de commode aan gestaan heeft tijdens de val waarbij hij [slachtoffer 1] door zijn armen glipte, dan ontbreekt de ruimte voor een dergelijke complicerende factor in de val. Als de val van de commode (al dan niet zoals beschreven en voorgedaan) of een andere handeling op dat moment de oorzaak van het hersenletsel zou zijn geweest, dan was een onmiddellijk ontstaan van bewustzijnsproblemen en ademhalingsproblemen te verwachten geweest. Een veroorzakende niet gemelde krachtsinwerking dichter in de tijd op de constatering van de klinische noodsituatie, of een eerder ontstaan van de klinische noodsituatie na de gemelde val van de commode, zouden wel verklarend kunnen zijn. Concluderend : Ik acht de combinatie van bevindingen een gevolg van een forse krachtsinwerking (schudden, impact, of een combinatie van beide). Deze forse krachtsinwerking kan zowel accidenteel als niet-accidenteel zijn. Bij de beschreven en gedemonstreerde val van de commode ontbreekt een noodzakelijke complicerende factor. Ik acht de combinatie van bevindingen waarschijnlijker onder de hypothese niet-accidentele krachtsinwerking dan onder de hypothese accidentele krachtsinwerking. 8 Beantwoording vragen (...) 4. Wat is de waarschijnlijkheid van de geconstateerde letsels en/of afwijkingen (afzonderlijk en in combinatie) bij weging van de volgende hypothesen? - Medisch (ziekelijke oorzaak) - Relatie met de geboorte - Niet-accidentele krachtsinwerking - Accidentele krachtsinwerking (waaronder medische handelingen) Voor de combinatie van bevindingen zijn een medische oorzaak en de geboorte als oorzaak uitgesloten. Ik acht de combinatie van bevindingen waarschijnlijker onder de hypothese niet- accidentele krachtsinwerking dan onder de hypothese accidentele krachtsinwerking. (…) 5. De volgende specifieke hypothesen zijn genoemd als verklaring voor de geconstateerde letsels en/of afwijkingen: - huidverkleuringen wangen/kaaklijn: oppakken, tillen onder de oksels waardoor hoofdje tegen de duimen van de persoon die de baby optilde knalde/bokte. Krabben van de warmte (verklaring [getuige 1] ) - stoten pilaar: [verdachte] tilde [slachtoffer 1] op en toen botste [slachtoffer 1] met zijn hoofd tegen het kozijn/pilaar (verklaring [naam 2] ) - incident box: de boxbodem in de linkerhoek is naar beneden gezakt toen [slachtoffer 1] en [Dochter verdachte] in box lagen (verklaring [naam 3] ) - hersenbloeding tante: tante van [slachtoffer 1] heeft toen zij zes weken oud was 2 keer een hersenbloeding gehad. Erfelijkheid, verklaring voor hersenletsel [slachtoffer 1] ? (verklaring [naam 3] ) - huidverkleuring in nek: verklaring [verdachte] : [slachtoffer 1] heeft zijn hoofd gestoten in de nacht (19-09-2022) - de letsels en/of afwijkingen zijn het gevolg van het vallen van de commode op 6 oktober 2023 - de letsels en/of afwijkingen zijn het gevolg van het beetpakken van het been tijdens val incident van commode op 15 september 2023 Zou u de waarschijnlijkheid van de letsels en/of afwijkingen ook onder die specifieke hypothese(n) kunnen bepalen? De combinatie van de letsels in het hoofd, inclusief de netvliesbloedingen, lijken te moeten zijn ontstaan op 6 oktober 2022, en zijn het gevolg van een forse accidentele of niet-accidentele krachtsinwerking. De letsels in het hoofd zijn daarmee niet passend bij verklaringen van eerder. De letsels in het hoofd zijn niet passend bij de verklaring van het losschieten van een hoek van de box op 4 oktober 2022, gezien de beperkte valhoogte van circa 30 cm en het normaal functioneren nadien. De beschreven aandoening bij een tante die door een probleem met haar lever te weinig vitamine K zou hebben aangemaakt, is niet aan de orde bij [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] heeft na de geboorte een injectie met vitamine K gekregen, en hij werd gevoed met flesvoeding waarin standaard voldoende vitamine K zit. Ik acht de benodigde kracht voor het ontstaan van de onderhuidse bloeduitstortingen op de wangen groter dan uit de gegeven verklaring van het stabiliseren van het hoofd naar voren lijkt te komen. Zelf krabben is geen passende verklaring. Het tweemaal stoten tegen een pilaar is ook geen passende verklaring, vanwege de vorm en locaties van de onderhuidse bloeduitstortingen. (…) 7. Wat is de (te verwachten) genezingsduur van de geconstateerde letsels en/of afwijkingen? Bestond er risico op overlijden? Zijn er eventueel medische restgevolgen? Er was niet alleen een risico op overlijden, [slachtoffer 1] is ook daadwerkelijk overleden. De ernst van het hersenletsel was dusdanig, dat op een andere manier medisch ingrijpen (zoals bijvoorbeeld eerder of anders reanimeren) zeer waarschijnlijk het overlijden niet had kunnen voorkomen. (...) 79. Wat kunt u zeggen over het moment van optreden van medische klachten na een krachtinwerking op het hoofd? Als sprake is van een acute klinische noodsituatie met bewustzijnsvermindering en ademhalingsproblemen bij een tot die tijd normaal functionerend kind, en bij een nadien geconstateerd zeer ernstig hersenletsel met hersenweefselversterf, een bloeduitstorting onder het harde hersenvlies en uitgebreide netvliesbloedingen, dan is de krachtsinwerking zo fors geweest dat het na de krachtsinwerking niet mogelijk zal zijn geweest om normaal te functioneren. (…) 20. Welke klachten zijn te verwachten bij het geconstateerde letsel en op welk(e) moment (en) kunnen of moeten die zijn opgetreden? (…) Als de val van de commode (al dan niet zoals beschreven en voorgedaan) of een andere handeling op dat moment de oorzaak van het hersenletsel is geweest, dan zou een onmiddellijk ontstaan van bewustzijnsproblemen en ademhalingsproblemen te verwachten zijn geweest. Een veroorzakende niet gemelde krachtsinwerking dichter in de tijd op de constatering van de klinische noodsituatie, of een eerder ontstaan van de klinische noodsituatie na de gemelde val van de commode, zouden wel verklarend kunnen zijn. Het leegdrinken van een fles acht ik na ontstaan van het hersenletsel bij [slachtoffer 1] niet mogelijk. 11. Een geschrift, te weten het rapport Forensisch-medisch rapport minderjarige (genummerd LOEF2024-012) (aanvulling), opgemaakt door [deskundige 2] , forensisch arts KNMG, van 1 november 2024, voor zover inhoudende als bevindingen van [deskundige 2] : (…) ik ontving van de rechtbank het verzoek om aanvullend te rapporteren naar aanleiding van het sectierapport met bijlagen waarover ik nog niet beschikte. (...) In het verzoek staat de vraag vermeld of mijn kennisneming van het NFI-rapport van [deskundige 1] van 8 december 2023 en de daarbij behorende bijlagen tot een andere of nadere conclusie leidt. 5 Beantwoording (…) 5.2 Reactie op sectierapport De sectiebevindingen passen in mijn conclusie dat de combinatie van bevindingen het gevolg is geweest van een forse krachtsinwerking op het hoofd. (…) Ik acht de combinatie van bevindingen een gevolg van een forse krachtsinwerking (schudden, impact, of een combinatie van beide). Deze forse krachtsinwerking kan zowel accidenteel als niet-accidenteel zijn. Bij de beschreven en gedemonstreerde val van de commode ontbreekt een noodzakelijke complicerende factor. Ik acht de combinatie van bevindingen waarschijnlijker onder de hypothese niet-accidentele krachtsinwerking dan onder de hypothese accidentele krachtsinwerking. (...) 12.
Volledig
de verklaring van de deskundige [deskundige 3] op de terechtzitting van de rechtbank van 5 november 2024, zoals vervat in het proces-verbaal van de zitting voor zover inhoudende als verklaring van [deskundige 3] : Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar vallen van lage hoogte (1.2 tot 1.5 m) en het letsel dat dergelijk vallen tot gevolg kan hebben. Als ik kijk naar alle bevindingen bij [slachtoffer 1] in combinatie met het gevolg, zijn dood, dan wordt die combinatie in de literatuur niet beschreven. Ik vind de combinatie van bevindingen niet passend bij de geringe krachtsinwerking die een val van de commode teweeg brengt. De val van de commode zoals verdachte deze ter terechtzitting heeft beschreven is een ongecompliceerde val. Een simpele val op een vlak oppervlak waarbij onderweg niets wordt geraakt en waarbij geen versnelling of draai optreedt. Bij een complexe val kan je bijvoorbeeld denken aan een val van een schommel waarbij je al een hoge beginsnelheid hebt of waarbij je op een voorwerp valt. Ik heb de videobeelden van het verhoor van verdachte bekeken met de reconstructie van het vallen van de commode. Ik heb in die reconstructie niet gezien dat sprake zou zijn geweest van een versnelling of een draai voor of bij het vallen. Ik heb verdachte daar vandaag ook niet over horen verklaren. Verdachte heeft wel verklaard dat hij, op het moment dat [slachtoffer 1] viel, met zijn linkerhand het hoofdje van het kind gevoeld heeft. Dat geeft eerder een afremming dan een versnelling. (...) Kijkend naar de bevindingen zijn deze beter passend onder de hypothese toegebracht letsel dan onder de hypothese accidenteel. (...) Gelet op de uitgebreidheid van de netvliesbloedingen in beide ogen en de aanwezigheid van een netvliesplooi in één oog moet sprake geweest zijn van een forse krachtsinwerking. Dat geldt met name voor de netvliesplooi. Netvliesplooien ontstaan bij forse krachtinwerking zoals bij een heel ernstig ongeluk waarbij de auto meerdere keren over de kop gaat en het hoofd ernstig bekneld raakt. Netvliesplooien worden beschreven bij auto-ongelukken, bij crush-ongelukken waarbij sprake is van ernstige samendrukking of beknelling of bij vallen van hele grote hoogte (vanaf meerdere verdiepingen). (...) Het klopt dat ook de subdurale bloeding niet passend is bij een val zoals door verdachte beschreven. Zoals beschreven kan je bij vallen van geringe hoogte wel eens een schedelbreuk zien of een subduraal hematoom maar doorgaans beperkt tot het gebied waar de impact is en niet over beide hersenhelften en tussen de hersenhelften en op het vlies tussen de grote en kleine hersenen. (...) 13. de verklaring van de deskundige [deskundige 2] op de zitting van de rechtbank van 5 november 2024, zoals vervat in het proces-verbaal van de zitting voor zover inhoudende als verklaring van [deskundige 2] : Ik heb nadat ik mijn aanvullend rapport op 1 november 2024 had ingestuurd alsnog de bijlagen bij het sectierapport van [deskundige 1] ontvangen. Deze bijlagen geven mij geen aanleiding tot nadere aanvulling van mijn bevindingen. (…) Een ongecompliceerde val van 1 meter kennen we niet als oorzaak voor deze uitgebreidheid van letsels in het oog. Dit is slechts anders als sprake is geweest van een evidente gecompliceerde factor die de krachten, die normaal gesproken bij een val van 1 meter hoogte passen, heel duidelijk overstijgen. U kunt dan denken aan een hele forse draai of een beginsnelheid die ertoe leidt dat op het moment van impact de krachtsinwerking vergelijkbaar is als bij een val van meerdere verdiepingen hoog. Bijvoorbeeld in een poging om het kind tegen te houden waarbij het kind door zijn eigen lichaamsgewicht met volle snelheid ergens tegenaan klapt. Een ander voorbeeld is als je een kind bij twee benen vastpakt en met volle kracht tegen de muur slaat, dan mis je ook de hoogte die je nodig hebt voor een forse krachtsinwerking maar je voegt wel kracht toe. Het gaat echt om forse toegevoegde krachten die ertoe leiden dat de impact vergelijkbaar is met bijvoorbeeld een val van grote hoogte. (...) Met betrekking tot de datering van het hersenletsel sluit ik mij aan bij [deskundige 3] . In een Franse studie naar bekennende daders van schudden, al dan niet met impact, geven alle daders aan dat al tijdens het schudden de baby slap werd. Als er dusdanig ernstige verschijnselen ontstaan dat je reanimatie behoeftig wordt dan treedt die situatie direct in. Ik zou zeggen eerder binnen seconden dan minuten. Na de veroorzakende krachtsinwerking is het uitgesloten dat er nog normaal functioneren mogelijk was. (…) Voor de combinatie van bevindingen en het hersenletsel geldt dat eerdere incidenten zoals door de verdediging aangedragen kunnen worden uitgesloten als oorzaak voor het letsel. (...) In mijn eindconclusie trek ik twee conclusies. De eerste conclusie luidt dat er forse krachtsinwerking is geweest. Die krachtsinwerking kan zowel accidenteel als niet-accidenteel zijn. Onder de hypotheses die genoemd zijn gaat een bewijskracht uit richting niet-accidenteel letsel omdat accidentele valpartijen met complicerende factoren ook een mogelijkheid zijn. (…) De stelligheid zit niet in de weging accidenteel/niet-accidenteel, de stelligheid zit in de krachtsinwerking. Er is een forse krachtsinwerking geweest die de mate van kracht in de beschreven ongecompliceerde val van de commode te boven gaat. 14. Het in de wettelijke vorm proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 1] van 11 oktober 2022, opgenomen op pagina 335 e.v. van het dossier, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 1] : V: Vraag verbalisant A: Antwoord getuige O: Opmerking verbalisant V: Wanneer kreeg jij voor het eerst te horen dat er wat was? A: Toen het gebeurd was, toen hij van de commode was gevallen, heeft [verdachte] mij direct in paniek gebeld. Hij zei: [getuige 1] , ik weet niet wat ik moet doen. Ik zei: Jij belt 112 en ik bel mama. Dus ik heb mijn moeder gebeld. Ik zei: [verdachte] is helemaal in paniek. Het enige wat hij zei was: hij doet niks meer. In eerste aanleg heeft verdachte weliswaar in voorlopige hechtenis gezeten, maar dat was 11 maanden en 8 dagen en daarmee korter dan 16 maanden. Zie ook: Hoge Raad 2 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:934. Kamerstukken II 2013/14, 33816, 3. Hoge Raad 13 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1860 en Hoge Raad 1 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:770. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s die als bijlagen zijn opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 29 februari 2024, onderzoeksnummer NN3R022095, onderzoeksnaam NEPAL, opgemaakt door politie Noord Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 1305. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
Volledig
de verklaring van de deskundige [deskundige 3] op de terechtzitting van de rechtbank van 5 november 2024, zoals vervat in het proces-verbaal van de zitting voor zover inhoudende als verklaring van [deskundige 3] : Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar vallen van lage hoogte (1.2 tot 1.5 m) en het letsel dat dergelijk vallen tot gevolg kan hebben. Als ik kijk naar alle bevindingen bij [slachtoffer 1] in combinatie met het gevolg, zijn dood, dan wordt die combinatie in de literatuur niet beschreven. Ik vind de combinatie van bevindingen niet passend bij de geringe krachtsinwerking die een val van de commode teweeg brengt. De val van de commode zoals verdachte deze ter terechtzitting heeft beschreven is een ongecompliceerde val. Een simpele val op een vlak oppervlak waarbij onderweg niets wordt geraakt en waarbij geen versnelling of draai optreedt. Bij een complexe val kan je bijvoorbeeld denken aan een val van een schommel waarbij je al een hoge beginsnelheid hebt of waarbij je op een voorwerp valt. Ik heb de videobeelden van het verhoor van verdachte bekeken met de reconstructie van het vallen van de commode. Ik heb in die reconstructie niet gezien dat sprake zou zijn geweest van een versnelling of een draai voor of bij het vallen. Ik heb verdachte daar vandaag ook niet over horen verklaren. Verdachte heeft wel verklaard dat hij, op het moment dat [slachtoffer 1] viel, met zijn linkerhand het hoofdje van het kind gevoeld heeft. Dat geeft eerder een afremming dan een versnelling. (...) Kijkend naar de bevindingen zijn deze beter passend onder de hypothese toegebracht letsel dan onder de hypothese accidenteel. (...) Gelet op de uitgebreidheid van de netvliesbloedingen in beide ogen en de aanwezigheid van een netvliesplooi in één oog moet sprake geweest zijn van een forse krachtsinwerking. Dat geldt met name voor de netvliesplooi. Netvliesplooien ontstaan bij forse krachtinwerking zoals bij een heel ernstig ongeluk waarbij de auto meerdere keren over de kop gaat en het hoofd ernstig bekneld raakt. Netvliesplooien worden beschreven bij auto-ongelukken, bij crush-ongelukken waarbij sprake is van ernstige samendrukking of beknelling of bij vallen van hele grote hoogte (vanaf meerdere verdiepingen). (...) Het klopt dat ook de subdurale bloeding niet passend is bij een val zoals door verdachte beschreven. Zoals beschreven kan je bij vallen van geringe hoogte wel eens een schedelbreuk zien of een subduraal hematoom maar doorgaans beperkt tot het gebied waar de impact is en niet over beide hersenhelften en tussen de hersenhelften en op het vlies tussen de grote en kleine hersenen. (...) 13. de verklaring van de deskundige [deskundige 2] op de zitting van de rechtbank van 5 november 2024, zoals vervat in het proces-verbaal van de zitting voor zover inhoudende als verklaring van [deskundige 2] : Ik heb nadat ik mijn aanvullend rapport op 1 november 2024 had ingestuurd alsnog de bijlagen bij het sectierapport van [deskundige 1] ontvangen. Deze bijlagen geven mij geen aanleiding tot nadere aanvulling van mijn bevindingen. (…) Een ongecompliceerde val van 1 meter kennen we niet als oorzaak voor deze uitgebreidheid van letsels in het oog. Dit is slechts anders als sprake is geweest van een evidente gecompliceerde factor die de krachten, die normaal gesproken bij een val van 1 meter hoogte passen, heel duidelijk overstijgen. U kunt dan denken aan een hele forse draai of een beginsnelheid die ertoe leidt dat op het moment van impact de krachtsinwerking vergelijkbaar is als bij een val van meerdere verdiepingen hoog. Bijvoorbeeld in een poging om het kind tegen te houden waarbij het kind door zijn eigen lichaamsgewicht met volle snelheid ergens tegenaan klapt. Een ander voorbeeld is als je een kind bij twee benen vastpakt en met volle kracht tegen de muur slaat, dan mis je ook de hoogte die je nodig hebt voor een forse krachtsinwerking maar je voegt wel kracht toe. Het gaat echt om forse toegevoegde krachten die ertoe leiden dat de impact vergelijkbaar is met bijvoorbeeld een val van grote hoogte. (...) Met betrekking tot de datering van het hersenletsel sluit ik mij aan bij [deskundige 3] . In een Franse studie naar bekennende daders van schudden, al dan niet met impact, geven alle daders aan dat al tijdens het schudden de baby slap werd. Als er dusdanig ernstige verschijnselen ontstaan dat je reanimatie behoeftig wordt dan treedt die situatie direct in. Ik zou zeggen eerder binnen seconden dan minuten. Na de veroorzakende krachtsinwerking is het uitgesloten dat er nog normaal functioneren mogelijk was. (…) Voor de combinatie van bevindingen en het hersenletsel geldt dat eerdere incidenten zoals door de verdediging aangedragen kunnen worden uitgesloten als oorzaak voor het letsel. (...) In mijn eindconclusie trek ik twee conclusies. De eerste conclusie luidt dat er forse krachtsinwerking is geweest. Die krachtsinwerking kan zowel accidenteel als niet-accidenteel zijn. Onder de hypotheses die genoemd zijn gaat een bewijskracht uit richting niet-accidenteel letsel omdat accidentele valpartijen met complicerende factoren ook een mogelijkheid zijn. (…) De stelligheid zit niet in de weging accidenteel/niet-accidenteel, de stelligheid zit in de krachtsinwerking. Er is een forse krachtsinwerking geweest die de mate van kracht in de beschreven ongecompliceerde val van de commode te boven gaat. 14. Het in de wettelijke vorm proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 1] van 11 oktober 2022, opgenomen op pagina 335 e.v. van het dossier, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 1] : V: Vraag verbalisant A: Antwoord getuige O: Opmerking verbalisant V: Wanneer kreeg jij voor het eerst te horen dat er wat was? A: Toen het gebeurd was, toen hij van de commode was gevallen, heeft [verdachte] mij direct in paniek gebeld. Hij zei: [getuige 1] , ik weet niet wat ik moet doen. Ik zei: Jij belt 112 en ik bel mama. Dus ik heb mijn moeder gebeld. Ik zei: [verdachte] is helemaal in paniek. Het enige wat hij zei was: hij doet niks meer. In eerste aanleg heeft verdachte weliswaar in voorlopige hechtenis gezeten, maar dat was 11 maanden en 8 dagen en daarmee korter dan 16 maanden. Zie ook: Hoge Raad 2 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:934. Kamerstukken II 2013/14, 33816, 3. Hoge Raad 13 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1860 en Hoge Raad 1 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:770. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s die als bijlagen zijn opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 29 februari 2024, onderzoeksnummer NN3R022095, onderzoeksnaam NEPAL, opgemaakt door politie Noord Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 1305. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.