Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-04-21
ECLI:NL:GHARL:2026:2744
Bestuursrecht; Belastingrecht
Hoger beroep
4,017 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:2744 text/xml public 2026-05-15T16:24:10 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-04-21 24/2006 Uitspraak Hoger beroep NL Arnhem Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2744 text/html public 2026-05-06T15:22:25 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:2744 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 21-04-2026 / 24/2006 Wfsv. Sectorindeling. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem nummer BK-ARN 24/2006 uitspraakdatum: 21 april 2026 Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer op het beroep van [belanghebbende] te [vestigingsplaats] (hierna: belanghebbende) tegen de hierna te noemen uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Amsterdam (hierna: de Inspecteur) 1 Ontstaan en loop van het geding 1.1. Belanghebbende was op grond van artikel 97, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) meegedeeld dat zij was aangesloten bij sector 3 (Bouwbedrijf). Bij beschikking van 26 maart 2024 is belanghebbende meegedeeld dat zij met ingang van 1 januari 2020 is aangesloten bij sector 17 (Detailhandel en ambachten). 1.2. De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar het bezwaar ongegrond verklaard. 1.3. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 1.4. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Daarbij zijn verschenen en gehoord R.A. Kruis als de gemachtigde van belanghebbende, en mr. [naam1] namens de Inspecteur, bijgestaan door mr. drs. [naam2] en mr. [naam3] . Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat bij deze uitspraak is gevoegd. 2 Vaststaande feiten 2.1. Belanghebbende is opgericht op 30 september 2019. Sinds de oprichting is [holding] enig aandeelhouder en bestuurder van belanghebbende. [naam4] is enig aandeelhouder en bestuurder van [holding] 2.2. Belanghebbende houdt zich bezig met de levering en plaatsing van spanplafonds op maat en bijbehorende verlichting. Spanplafonds zijn plafonds van gespannen kunststofdoek, die worden aangebracht onder bestaande bouwkundig aangebrachte plafonds. Belanghebbende verkoopt spanplafonds uitsluitend inclusief de montage ervan. 2.3. Bij haar oprichting heeft de Inspecteur belanghebbende meegedeeld dat zij is aangesloten bij sector 3 (Bouwbedrijf). 2.4. De Inspecteur heeft bij belanghebbende een indelingsonderzoek ingesteld. Naar aanleiding van de resultaten van dat onderzoek heeft de Inspecteur bij de in geding zijnde beschikking belanghebbende meegedeeld dat zij met ingang van 1 januari 2020 is aangesloten bij sector 17 (Detailhandel en ambachten). 3 Geschil In geschil is of de werkzaamheden van belanghebbende behoren tot sector 3 (Bouwbedrijf), zoals belanghebbende stelt, of tot sector 17 (Detailhandel en ambachten), zoals de Inspecteur stelt. 4 Beoordeling van het geschil Ontvankelijkheid van het beroep 4.1. De uitspraak op bezwaar is gedagtekend 15 juli 2024. De gemachtigde van belanghebbende heeft de uitspraak op bezwaar op 18 juli 2024 ontvangen en leidt daaruit af dat de Inspecteur deze uitspraak op 17 juli 2024 ter post heeft bezorgd. De Inspecteur heeft ter zitting verklaard niet aannemelijk te kunnen maken dat de uitspraak op bezwaar eerder is verzonden. Aangezien de Inspecteur de bewijslast draagt van de factoren die de aanvang van de beroepstermijn bepalen, volgt daaruit dat de beroepstermijn is aangevangen met ingang van 18 juli 2024. De beroepstermijn van zes weken eindigde dus met 29 augustus 2024. 4.2. Het beroepschrift is blijkens de aanduiding op de enveloppe verzonden per ‘Cycloon’, een bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM) geregistreerd postvervoerbedrijf. Daarom is naar het oordeel van het Hof sprake van verzending per post. Het – kennelijk door Cycloon geplaatste – stempel op de enveloppe is ‘28-08-24’. Daaruit leidt het Hof af dat het beroepschrift niet later dan 28 augustus 2024 ter post is bezorgd. Het beroepschrift is dus binnen de beroepstermijn ter post bezorgd. Het Hof heeft het beroepschrift binnen een week na afloop van de termijn ontvangen. Daarom is het beroep tijdig ingediend. Sectorindeling 4.3. Op grond van artikel 96, eerste lid, van de Wfsv is een werkgever van rechtswege aangesloten bij de sector waartoe de werkzaamheden behoren die hij als werkgever doet verrichten. 4.4. In artikel 5.1 van de Regeling Wfsv zijn de in artikel 96 van de Wfsv bedoelde sectoren vermeld. 4.5. Op grond van artikel 5.2 van de Regeling Wfsv worden tot elke sector gerekend de werkzaamheden, verricht in de takken van bedrijf of beroep of gedeelten daarvan, die in de bij de Regeling Wfsv behorende bijlage 1 zijn vermeld. 4.6. Artikel 5.3 van de Regeling Wfsv bepaalt dat werkzaamheden, verricht in takken van bedrijf en beroep, die niet in die bijlage zijn vermeld, worden geacht te behoren tot een sector van het bedrijfs- en beroepsleven, waartoe takken van bedrijf en beroep behoren, waarin werkzaamheden worden verricht, die naar de aard het meest met de eerstbedoelde werkzaamheden overeenkomen. Dit wordt aangeduid als ‘assimilatie’. 4.7. In Bijlage 1 bij de Regeling Wfsv zijn onder meer de volgende sectoren opgenomen: ‘3. Bouwbedrijf, omvattende: 1. Burgerlijke en utiliteitsbouw. 2. Water- en wegenbouw, alsmede grondwerken. 3. De grondboring, buizenleggers- en kabelleggersbedrijven. 4. Het steenzettersbedrijf (glooiingen, kademuren, enzovoort). 5. Het dakdekkersbedrijf, voor zover worden verwerkt pannen, leien, riet, stro, betonplaten, asbestplaten en dergelijke grondstoffen, met uitzondering van bitumen, asfalt en kunststofmaterialen. 6. Andere bouwambachten. 7. Het ovenbouwbedrijf. 8. Fabrieksschoorsteenbouw. 9. Het heiersbedrijf. 10. Het slopersbedrijf, voor zover zich bezighoudende met het slopen van bouwwerken. (…) 17. Detailhandel en ambachten, omvattende: A. Detailhandel: (…) B. Ambachten: Hier worden bedoeld ambachten, die geen grootindustrie naast zich vinden, zoals bijvoorbeeld verzorgings- en dienstverlenende bedrijven, waaronder: 1. Kappersbedrijven. 2. Schoonheidsinstituten. 3. Schoenreparatiebedrijven. 4. Maatschoenbedrijven. 5. Schoorsteenvegersbedrijven. 6. Begrafenisondernemingen. 7. Zeilmakerijen (waaronder vlaggen). 8. Tandtechnische werkplaatsen. 9. Paramentenateliers. 10. Woningstoffeerdersbedrijf. 11. Behangersbedrijf. C. Huishoudelijk personeel.’ 4.8. De kern van de onderneming van belanghebbende is dat zij spanplafonds levert en plaatst in bestaande en nieuwe gebouwen. Deze activiteit is niet vermeld in de hiervoor onder 4.7 aangehaalde Bijlage 1. Daarom worden deze werkzaamheden geacht te behoren tot de sector waartoe takken van bedrijf en beroep behoren, waarin werkzaamheden worden verricht, die naar de aard het meest met de werkzaamheden van belanghebbende overeenkomen (zie 4.6). 4.9. De bedrijven die in Bijlage 1 bij de Regeling Wfsv zijn vermeld bij sector 3 (Bouwbedrijf) hebben gemeen dat zij zich richten op de ruwbouw, ofwel het constructieve deel van een bouwwerk. Bedrijven die zich richten op afbouw zijn ingedeeld bij andere sectoren: het woningstoffeerdersbedrijf en het behangersbedrijf in sector 17 (Detailhandel en ambachten), het schildersbedrijf in sector 56 (Schildersbedrijf) en het stukadoorsbedrijf en het vloerenleggersbedrijf in sector 57 (Stukadoorsbedijf). 4.10. Aangezien de onderneming van belanghebbende zich niet bezig houdt met ruwbouw, is het Hof van oordeel dat haar werkzaamheden minder overeenkomen met die van de bedrijven vermeld bij sector 3 (Bouwbedrijf). Wel bestaat overeenkomst met het woningstoffeerdersbedrijf nu de onderneming van belanghebbende ruimten, in het bijzonder de plafonds, bekleedt met een stof, in casu kunststof. Daarom heeft de Inspecteur belanghebbende terecht ingedeeld in sector 17 (Detailhandel en ambachten). 4.11. Belanghebbende voert nog aan dat haar onderneming valt onder de werkingssfeer van de CAO afbouw. Bij de sectorindeling is echter niet van belang onder welke CAO de werkgever valt. 4.12.
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:2744 text/xml public 2026-05-15T16:24:10 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-04-21 24/2006 Uitspraak Hoger beroep NL Arnhem Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2744 text/html public 2026-05-06T15:22:25 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:2744 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 21-04-2026 / 24/2006 Wfsv. Sectorindeling. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem nummer BK-ARN 24/2006 uitspraakdatum: 21 april 2026 Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer op het beroep van [belanghebbende] te [vestigingsplaats] (hierna: belanghebbende) tegen de hierna te noemen uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Amsterdam (hierna: de Inspecteur) 1 Ontstaan en loop van het geding 1.1. Belanghebbende was op grond van artikel 97, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) meegedeeld dat zij was aangesloten bij sector 3 (Bouwbedrijf). Bij beschikking van 26 maart 2024 is belanghebbende meegedeeld dat zij met ingang van 1 januari 2020 is aangesloten bij sector 17 (Detailhandel en ambachten). 1.2. De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar het bezwaar ongegrond verklaard. 1.3. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 1.4. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Daarbij zijn verschenen en gehoord R.A. Kruis als de gemachtigde van belanghebbende, en mr. [naam1] namens de Inspecteur, bijgestaan door mr. drs. [naam2] en mr. [naam3] . Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat bij deze uitspraak is gevoegd. 2 Vaststaande feiten 2.1. Belanghebbende is opgericht op 30 september 2019. Sinds de oprichting is [holding] enig aandeelhouder en bestuurder van belanghebbende. [naam4] is enig aandeelhouder en bestuurder van [holding] 2.2. Belanghebbende houdt zich bezig met de levering en plaatsing van spanplafonds op maat en bijbehorende verlichting. Spanplafonds zijn plafonds van gespannen kunststofdoek, die worden aangebracht onder bestaande bouwkundig aangebrachte plafonds. Belanghebbende verkoopt spanplafonds uitsluitend inclusief de montage ervan. 2.3. Bij haar oprichting heeft de Inspecteur belanghebbende meegedeeld dat zij is aangesloten bij sector 3 (Bouwbedrijf). 2.4. De Inspecteur heeft bij belanghebbende een indelingsonderzoek ingesteld. Naar aanleiding van de resultaten van dat onderzoek heeft de Inspecteur bij de in geding zijnde beschikking belanghebbende meegedeeld dat zij met ingang van 1 januari 2020 is aangesloten bij sector 17 (Detailhandel en ambachten). 3 Geschil In geschil is of de werkzaamheden van belanghebbende behoren tot sector 3 (Bouwbedrijf), zoals belanghebbende stelt, of tot sector 17 (Detailhandel en ambachten), zoals de Inspecteur stelt. 4 Beoordeling van het geschil Ontvankelijkheid van het beroep 4.1. De uitspraak op bezwaar is gedagtekend 15 juli 2024. De gemachtigde van belanghebbende heeft de uitspraak op bezwaar op 18 juli 2024 ontvangen en leidt daaruit af dat de Inspecteur deze uitspraak op 17 juli 2024 ter post heeft bezorgd. De Inspecteur heeft ter zitting verklaard niet aannemelijk te kunnen maken dat de uitspraak op bezwaar eerder is verzonden. Aangezien de Inspecteur de bewijslast draagt van de factoren die de aanvang van de beroepstermijn bepalen, volgt daaruit dat de beroepstermijn is aangevangen met ingang van 18 juli 2024. De beroepstermijn van zes weken eindigde dus met 29 augustus 2024. 4.2. Het beroepschrift is blijkens de aanduiding op de enveloppe verzonden per ‘Cycloon’, een bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM) geregistreerd postvervoerbedrijf. Daarom is naar het oordeel van het Hof sprake van verzending per post. Het – kennelijk door Cycloon geplaatste – stempel op de enveloppe is ‘28-08-24’. Daaruit leidt het Hof af dat het beroepschrift niet later dan 28 augustus 2024 ter post is bezorgd. Het beroepschrift is dus binnen de beroepstermijn ter post bezorgd. Het Hof heeft het beroepschrift binnen een week na afloop van de termijn ontvangen. Daarom is het beroep tijdig ingediend. Sectorindeling 4.3. Op grond van artikel 96, eerste lid, van de Wfsv is een werkgever van rechtswege aangesloten bij de sector waartoe de werkzaamheden behoren die hij als werkgever doet verrichten. 4.4. In artikel 5.1 van de Regeling Wfsv zijn de in artikel 96 van de Wfsv bedoelde sectoren vermeld. 4.5. Op grond van artikel 5.2 van de Regeling Wfsv worden tot elke sector gerekend de werkzaamheden, verricht in de takken van bedrijf of beroep of gedeelten daarvan, die in de bij de Regeling Wfsv behorende bijlage 1 zijn vermeld. 4.6. Artikel 5.3 van de Regeling Wfsv bepaalt dat werkzaamheden, verricht in takken van bedrijf en beroep, die niet in die bijlage zijn vermeld, worden geacht te behoren tot een sector van het bedrijfs- en beroepsleven, waartoe takken van bedrijf en beroep behoren, waarin werkzaamheden worden verricht, die naar de aard het meest met de eerstbedoelde werkzaamheden overeenkomen. Dit wordt aangeduid als ‘assimilatie’. 4.7. In Bijlage 1 bij de Regeling Wfsv zijn onder meer de volgende sectoren opgenomen: ‘3. Bouwbedrijf, omvattende: 1. Burgerlijke en utiliteitsbouw. 2. Water- en wegenbouw, alsmede grondwerken. 3. De grondboring, buizenleggers- en kabelleggersbedrijven. 4. Het steenzettersbedrijf (glooiingen, kademuren, enzovoort). 5. Het dakdekkersbedrijf, voor zover worden verwerkt pannen, leien, riet, stro, betonplaten, asbestplaten en dergelijke grondstoffen, met uitzondering van bitumen, asfalt en kunststofmaterialen. 6. Andere bouwambachten. 7. Het ovenbouwbedrijf. 8. Fabrieksschoorsteenbouw. 9. Het heiersbedrijf. 10. Het slopersbedrijf, voor zover zich bezighoudende met het slopen van bouwwerken. (…) 17. Detailhandel en ambachten, omvattende: A. Detailhandel: (…) B. Ambachten: Hier worden bedoeld ambachten, die geen grootindustrie naast zich vinden, zoals bijvoorbeeld verzorgings- en dienstverlenende bedrijven, waaronder: 1. Kappersbedrijven. 2. Schoonheidsinstituten. 3. Schoenreparatiebedrijven. 4. Maatschoenbedrijven. 5. Schoorsteenvegersbedrijven. 6. Begrafenisondernemingen. 7. Zeilmakerijen (waaronder vlaggen). 8. Tandtechnische werkplaatsen. 9. Paramentenateliers. 10. Woningstoffeerdersbedrijf. 11. Behangersbedrijf. C. Huishoudelijk personeel.’ 4.8. De kern van de onderneming van belanghebbende is dat zij spanplafonds levert en plaatst in bestaande en nieuwe gebouwen. Deze activiteit is niet vermeld in de hiervoor onder 4.7 aangehaalde Bijlage 1. Daarom worden deze werkzaamheden geacht te behoren tot de sector waartoe takken van bedrijf en beroep behoren, waarin werkzaamheden worden verricht, die naar de aard het meest met de werkzaamheden van belanghebbende overeenkomen (zie 4.6). 4.9. De bedrijven die in Bijlage 1 bij de Regeling Wfsv zijn vermeld bij sector 3 (Bouwbedrijf) hebben gemeen dat zij zich richten op de ruwbouw, ofwel het constructieve deel van een bouwwerk. Bedrijven die zich richten op afbouw zijn ingedeeld bij andere sectoren: het woningstoffeerdersbedrijf en het behangersbedrijf in sector 17 (Detailhandel en ambachten), het schildersbedrijf in sector 56 (Schildersbedrijf) en het stukadoorsbedrijf en het vloerenleggersbedrijf in sector 57 (Stukadoorsbedijf). 4.10. Aangezien de onderneming van belanghebbende zich niet bezig houdt met ruwbouw, is het Hof van oordeel dat haar werkzaamheden minder overeenkomen met die van de bedrijven vermeld bij sector 3 (Bouwbedrijf). Wel bestaat overeenkomst met het woningstoffeerdersbedrijf nu de onderneming van belanghebbende ruimten, in het bijzonder de plafonds, bekleedt met een stof, in casu kunststof. Daarom heeft de Inspecteur belanghebbende terecht ingedeeld in sector 17 (Detailhandel en ambachten). 4.11. Belanghebbende voert nog aan dat haar onderneming valt onder de werkingssfeer van de CAO afbouw. Bij de sectorindeling is echter niet van belang onder welke CAO de werkgever valt. 4.12.