Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-04-28
ECLI:NL:GHARL:2026:2631
Civiel recht
Hoger beroep
4,063 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:2631 text/xml public 2026-05-12T09:05:10 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-04-28 200.337.702 Uitspraak Hoger beroep NL Arnhem Civiel recht Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHARL:2025:6545 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2631 text/html public 2026-05-12T09:04:49 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:2631 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 28-04-2026 / 200.337.702 Effectenlease. Dexia. Vernietigingsrecht ex art. 1:88 BW en art. 1:89 BW niet verjaard. Effectenleaseovereenkomsten rechtsgeldig vernietigd. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.337.702 zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 10276648 arrest van 28 april 2026 in de zaak van Dexia Nederland B.V. die is gevestigd in Amsterdam die hoger beroep heeft ingesteld en bij de kantonrechter optrad als eiseres in conventie en verweerster in reconventie hierna: Dexia advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer tegen [geïntimeerde] die woont in [woonplaats] en bij de kantonrechter optrad als gedaagde in conventie en eiser in reconventie hierna (in mannelijk enkelvoud): de afnemer advocaat: mr. C. van der Mark 1 Het verloop van de procedure in hoger beroep 1.1. Naar aanleiding van het arrest van 21 oktober 2025 heeft op 17 december 2025 een getuigenverhoor bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Na het getuigenverhoor hebben partijen afgezien van het nemen van memories na enquête en arrest gevraagd. 2 De kern van de zaak 2.1. Tussen Dexia en de afnemer zijn effectenleaseovereenkomsten tot stand gekomen met contractnummers [contractnummer1] , [contractnummer2] en [contractnummer3] (hierna gezamenlijk: de overeenkomsten). De afnemer heeft een beroep gedaan op de vernietiging van de overeenkomsten door zijn echtgenote (op grond van de artikelen 1:88 en 1:89 BW). De afnemer stelt dat hij gelet op die vernietiging nog een vordering heeft op Dexia. Tussen partijen is in geschil of het vernietigingsrecht is verjaard. 3 De verdere beoordeling Vernietiging overeenkomsten ex artikel 1:88 lid 1 sub d BW/1:89 lid 1 BW 3.1. De grieven van Dexia richten zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat de afnemer zijn verweer ten aanzien van de verjaring voldoende heeft onderbouwd en dat Dexia haar stellingen onvoldoende heeft onderbouwd (grief 1), dat het bewijsaanbod van Dexia om die reden gepasseerd dient te worden (grief 2) en dat de vordering afgewezen dient te worden (grief III). Verder komt Dexia op tegen de toewijzing van de reconventionele vordering van de afnemer (grief IV). 3.2. Het hof heeft in zijn tussenarrest geoordeeld dat de verjaring van de bevoegdheid tot vernietiging van de overeenkomsten tijdig is gestuit indien de echtgenote van de afnemer, [naam] (hierna: [naam] ) pas ná 13 maart 2000 bekend raakte met de overeenkomsten. Het hof verwijst naar het toetsingskader zoals het dat uiteen heeft gezet in het tussenarrest. 3.3. Het hof heeft in het tussenarrest overwogen dat niet is komen vast te staan dat de betalingen aan Dexia vanaf een gezamenlijke bankrekening ten name van de afnemer en [naam] zijn gedaan en er daarom geen aanleiding is om een bewijsvermoeden ten gunste van Dexia aan te nemen met betrekking tot de aanvang van de verjaringstermijn. Dexia is toegelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit is af te leiden dat [naam] vóór 13 maart 2000 bekend is geworden met het bestaan van de overeenkomsten. Dexia heeft de afnemer en [naam] als (partij)getuige laten horen. De afnemer heeft afgezien van contra-enquête. 3.4. Het hof is van oordeel dat Dexia niet is geslaagd in haar bewijsopdracht. Hiervoor is het volgende van belang. 3.5. De afnemer heeft in aanvulling op zijn schriftelijke verklaring onder meer, samengevat, onder ede het volgende verklaard. De afnemer is via een collega bekend geraakt met de financiële producten van Legio-Lease/Dexia. Hij was toen bij Dexia, bij Bank Labouchère, gedetacheerd als programmeur. Hij heeft de contracten afgesloten door Legio Lease te bellen. Zij hebben hem de contracten toegestuurd. Hij heeft de informatie doorgenomen en de contracten ondertekend teruggestuurd. Hij heeft het aangaan van de effectenleaseovereenkomsten niet besproken met zijn vrouw. Hun inkomens waren privé en zij behielden hun zelfstandigheid. Dat was voor hun belangrijk. De afnemer en zijn vrouw waren en zijn op huwelijkse voorwaarden getrouwd. De afnemer werkte toen al als zelfstandige en wilde het zakelijke risico bij zijn vrouw weghouden. De afnemer en zijn vrouw hadden ieder hun eigen spaargeld. Van hun inkomen ging een deel naar de gezamenlijke kosten. Het dividend dat werd uitgekeerd ten aanzien van de effectenleasecontracten kreeg de afnemer op zijn rekening gestort. Hij besprak dat niet met zijn vrouw. De maandelijkse inleg voor de financiële producten van Legio-Lease/Dexia werd van afnemers eigen rekening afgeschreven. Zijn vrouw had ook een eigen rekening en ze hadden samen een en/of-rekening. De spaarrekeningen hingen aan de eigen rekeningen. Zijn vrouw deed de huishoudelijke taken en de afnemer beheerde de financiën, ook de gezamenlijke uitgaven. De afnemer deed niet de financiële administratie van zijn vrouw. De belastingaangifte deed een administratiekantoor. Ze kregen twee aangiftes, één voor de afnemer en één voor zijn vrouw, en ze deden dus apart belastingaangifte. Op afnemers belastingaangifte stond niet specifiek iets van Legio Lease. Er stond wel een bedrag aan effecten. Dat stond niet in de aangifte van zijn vrouw. Zij openden ieder hun eigen post. Zijn vrouw opende niet de post op afnemers naam en bekeek nooit de bankafschriften van de rekening waarvan de Legio-Lease/Dexia afschrijvingen plaatsvonden. Zijn vrouw had geen bankpas van de rekening waarvan de kosten voor de effectenleaseovereenkomsten werden afgeschreven. Zijn vrouw raakte bekend met het bestaan van de effectenleaseovereenkomsten op het moment van de grote coming out . Hij werd door Dexia gebeld in verband met een “Dexia-aanbod”. Zijn vrouw was daar ook bij aanwezig in de woonkamer. Toen heeft hij haar verteld dat hij de contracten destijds had afgesloten. Dit was in het voorjaar van 2003. 3.6. [naam] heeft in aanvulling op haar schriftelijke verklaring onder ede onder meer, samengevat, het volgende verklaard. [naam] wist niet dat haar man de financiële producten bij Legio-Lease/Dexia had afgesloten in 1999. Zij werkte als projectleider in het klinisch onderzoek. Zij waren op huwelijkse voorwaarden getrouwd. Ze bespraken niet hun persoonlijke uitgaven. Zij had een eigen rekening. Er was een gezamenlijke rekening en haar man had ook een eigen rekening. [naam] had ook een spaarrekening die vastzat aan haar privérekening. Op haar privérekening werd ook haar salaris gestort. De maandelijkse afschrijvingen voor de financiële producten van Legio-Lease werden niet van de gemeenschappelijke rekening afgeschreven. Toen zij begin 2003 ergens achter kwam, heeft haar man wel gezegd dat de kosten van zijn privérekening gingen. Ze deden ieder hun eigen financiële administratie. Ze stortten beide een deel van hun salaris op de gezamenlijke rekening. De rest hielden ze apart, voor eigen gebruik. Ze deden apart aangifte voor de inkomstenbelasting. Dat werd voorbereid door het administratiekantoor. Zij bekeek de aangifte van haar man niet. Hij bekeek ook haar aangifte niet. Ze hielden dat gescheiden. Ieder opende zijn eigen post. Dat doen ze nu nog zo. Zij bekeek niet de bankafschriften van de rekening waarvan de Legio-Lease afschrijvingen plaatsvonden en zij had geen bankpas van die rekening. De effectenleaseovereenkomsten werd niet opgevoerd in de belastingaangifte van [naam] . Zij weet sinds begin 2003 van het bestaan van de effectenleaseovereenkomsten. Haar man werd gebeld door Dexia. Zij zat toen in dezelfde kamer. Zij hoorde hem het gesprek voeren. Toen heeft zij gevraagd waar het over ging. Haar man heeft het toen uitgelegd. Haar man heeft verteld dat hij die contracten had gesloten.
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:2631 text/xml public 2026-05-12T09:05:10 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-04-28 200.337.702 Uitspraak Hoger beroep NL Arnhem Civiel recht Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHARL:2025:6545 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2631 text/html public 2026-05-12T09:04:49 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:2631 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 28-04-2026 / 200.337.702 Effectenlease. Dexia. Vernietigingsrecht ex art. 1:88 BW en art. 1:89 BW niet verjaard. Effectenleaseovereenkomsten rechtsgeldig vernietigd. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.337.702 zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 10276648 arrest van 28 april 2026 in de zaak van Dexia Nederland B.V. die is gevestigd in Amsterdam die hoger beroep heeft ingesteld en bij de kantonrechter optrad als eiseres in conventie en verweerster in reconventie hierna: Dexia advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer tegen [geïntimeerde] die woont in [woonplaats] en bij de kantonrechter optrad als gedaagde in conventie en eiser in reconventie hierna (in mannelijk enkelvoud): de afnemer advocaat: mr. C. van der Mark 1 Het verloop van de procedure in hoger beroep 1.1. Naar aanleiding van het arrest van 21 oktober 2025 heeft op 17 december 2025 een getuigenverhoor bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Na het getuigenverhoor hebben partijen afgezien van het nemen van memories na enquête en arrest gevraagd. 2 De kern van de zaak 2.1. Tussen Dexia en de afnemer zijn effectenleaseovereenkomsten tot stand gekomen met contractnummers [contractnummer1] , [contractnummer2] en [contractnummer3] (hierna gezamenlijk: de overeenkomsten). De afnemer heeft een beroep gedaan op de vernietiging van de overeenkomsten door zijn echtgenote (op grond van de artikelen 1:88 en 1:89 BW). De afnemer stelt dat hij gelet op die vernietiging nog een vordering heeft op Dexia. Tussen partijen is in geschil of het vernietigingsrecht is verjaard. 3 De verdere beoordeling Vernietiging overeenkomsten ex artikel 1:88 lid 1 sub d BW/1:89 lid 1 BW 3.1. De grieven van Dexia richten zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat de afnemer zijn verweer ten aanzien van de verjaring voldoende heeft onderbouwd en dat Dexia haar stellingen onvoldoende heeft onderbouwd (grief 1), dat het bewijsaanbod van Dexia om die reden gepasseerd dient te worden (grief 2) en dat de vordering afgewezen dient te worden (grief III). Verder komt Dexia op tegen de toewijzing van de reconventionele vordering van de afnemer (grief IV). 3.2. Het hof heeft in zijn tussenarrest geoordeeld dat de verjaring van de bevoegdheid tot vernietiging van de overeenkomsten tijdig is gestuit indien de echtgenote van de afnemer, [naam] (hierna: [naam] ) pas ná 13 maart 2000 bekend raakte met de overeenkomsten. Het hof verwijst naar het toetsingskader zoals het dat uiteen heeft gezet in het tussenarrest. 3.3. Het hof heeft in het tussenarrest overwogen dat niet is komen vast te staan dat de betalingen aan Dexia vanaf een gezamenlijke bankrekening ten name van de afnemer en [naam] zijn gedaan en er daarom geen aanleiding is om een bewijsvermoeden ten gunste van Dexia aan te nemen met betrekking tot de aanvang van de verjaringstermijn. Dexia is toegelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit is af te leiden dat [naam] vóór 13 maart 2000 bekend is geworden met het bestaan van de overeenkomsten. Dexia heeft de afnemer en [naam] als (partij)getuige laten horen. De afnemer heeft afgezien van contra-enquête. 3.4. Het hof is van oordeel dat Dexia niet is geslaagd in haar bewijsopdracht. Hiervoor is het volgende van belang. 3.5. De afnemer heeft in aanvulling op zijn schriftelijke verklaring onder meer, samengevat, onder ede het volgende verklaard. De afnemer is via een collega bekend geraakt met de financiële producten van Legio-Lease/Dexia. Hij was toen bij Dexia, bij Bank Labouchère, gedetacheerd als programmeur. Hij heeft de contracten afgesloten door Legio Lease te bellen. Zij hebben hem de contracten toegestuurd. Hij heeft de informatie doorgenomen en de contracten ondertekend teruggestuurd. Hij heeft het aangaan van de effectenleaseovereenkomsten niet besproken met zijn vrouw. Hun inkomens waren privé en zij behielden hun zelfstandigheid. Dat was voor hun belangrijk. De afnemer en zijn vrouw waren en zijn op huwelijkse voorwaarden getrouwd. De afnemer werkte toen al als zelfstandige en wilde het zakelijke risico bij zijn vrouw weghouden. De afnemer en zijn vrouw hadden ieder hun eigen spaargeld. Van hun inkomen ging een deel naar de gezamenlijke kosten. Het dividend dat werd uitgekeerd ten aanzien van de effectenleasecontracten kreeg de afnemer op zijn rekening gestort. Hij besprak dat niet met zijn vrouw. De maandelijkse inleg voor de financiële producten van Legio-Lease/Dexia werd van afnemers eigen rekening afgeschreven. Zijn vrouw had ook een eigen rekening en ze hadden samen een en/of-rekening. De spaarrekeningen hingen aan de eigen rekeningen. Zijn vrouw deed de huishoudelijke taken en de afnemer beheerde de financiën, ook de gezamenlijke uitgaven. De afnemer deed niet de financiële administratie van zijn vrouw. De belastingaangifte deed een administratiekantoor. Ze kregen twee aangiftes, één voor de afnemer en één voor zijn vrouw, en ze deden dus apart belastingaangifte. Op afnemers belastingaangifte stond niet specifiek iets van Legio Lease. Er stond wel een bedrag aan effecten. Dat stond niet in de aangifte van zijn vrouw. Zij openden ieder hun eigen post. Zijn vrouw opende niet de post op afnemers naam en bekeek nooit de bankafschriften van de rekening waarvan de Legio-Lease/Dexia afschrijvingen plaatsvonden. Zijn vrouw had geen bankpas van de rekening waarvan de kosten voor de effectenleaseovereenkomsten werden afgeschreven. Zijn vrouw raakte bekend met het bestaan van de effectenleaseovereenkomsten op het moment van de grote coming out . Hij werd door Dexia gebeld in verband met een “Dexia-aanbod”. Zijn vrouw was daar ook bij aanwezig in de woonkamer. Toen heeft hij haar verteld dat hij de contracten destijds had afgesloten. Dit was in het voorjaar van 2003. 3.6. [naam] heeft in aanvulling op haar schriftelijke verklaring onder ede onder meer, samengevat, het volgende verklaard. [naam] wist niet dat haar man de financiële producten bij Legio-Lease/Dexia had afgesloten in 1999. Zij werkte als projectleider in het klinisch onderzoek. Zij waren op huwelijkse voorwaarden getrouwd. Ze bespraken niet hun persoonlijke uitgaven. Zij had een eigen rekening. Er was een gezamenlijke rekening en haar man had ook een eigen rekening. [naam] had ook een spaarrekening die vastzat aan haar privérekening. Op haar privérekening werd ook haar salaris gestort. De maandelijkse afschrijvingen voor de financiële producten van Legio-Lease werden niet van de gemeenschappelijke rekening afgeschreven. Toen zij begin 2003 ergens achter kwam, heeft haar man wel gezegd dat de kosten van zijn privérekening gingen. Ze deden ieder hun eigen financiële administratie. Ze stortten beide een deel van hun salaris op de gezamenlijke rekening. De rest hielden ze apart, voor eigen gebruik. Ze deden apart aangifte voor de inkomstenbelasting. Dat werd voorbereid door het administratiekantoor. Zij bekeek de aangifte van haar man niet. Hij bekeek ook haar aangifte niet. Ze hielden dat gescheiden. Ieder opende zijn eigen post. Dat doen ze nu nog zo. Zij bekeek niet de bankafschriften van de rekening waarvan de Legio-Lease afschrijvingen plaatsvonden en zij had geen bankpas van die rekening. De effectenleaseovereenkomsten werd niet opgevoerd in de belastingaangifte van [naam] . Zij weet sinds begin 2003 van het bestaan van de effectenleaseovereenkomsten. Haar man werd gebeld door Dexia. Zij zat toen in dezelfde kamer. Zij hoorde hem het gesprek voeren. Toen heeft zij gevraagd waar het over ging. Haar man heeft het toen uitgelegd. Haar man heeft verteld dat hij die contracten had gesloten.