Rechtspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-04-21
ECLI:NL:GHARL:2026:2351
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.364.945/01 zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 18250503 arrest in kort geding van 21 april 2026 in de zaak van 1 Universitair Medisch Centrum Groningen gevestigd in Groningen verder: UMCG 2. Ommelander Ziekenhuis Groningen B.V. gevestigd in Scheemda verder: OZG die hoger beroep hebben ingesteld bij de rechtbank: gedaagden hierna tezamen: UMCG c.s. advocaat: mr. J.I. Krikke te Amsterdam en Stichting Treant Ziekenhuiszorg gevestigd in Hoogeveen gevoegde partij aan de zijde van UMCG c.s. bij de rechtbank: gedaagde hierna: Treant advocaat mr. L.C. Bredeveld te Amsterdam tegen ChipSoft B.V. gevestigd in Amsterdam die ook hoger beroep heeft ingesteld bij de rechtbank: eiseres hierna: Chipsoft advocaat: mr. K.E.L. van Haastrecht te Amsterdam 1 Het verloop van de procedure in hoger beroep UMCG c.s. hebben hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen (hierna: de voorzieningenrechter) op 6 februari 2026 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de dagvaarding in hoger beroep van 16 februari 2026; de memorie van grieven van 17 februari 2026; de incidentele conclusie tot voeging van Treant van 24 februari 2026; de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep van 3 maart 2026; het arrest in het schorsingsincident van 3 maart 2026. Het hof verwijst naar dat arrest voor het procesverloop in dat incident; de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep van 10 maart 2026; een akte overlegging producties van UMCG c.s. van 10 maart 2026; een akte tot wijziging van eis van Chipsoft van 10 maart 2026; de brief van 11 maart 2026 waarbij UMCG c.s. zich verzetten tegen die wijziging van eis; het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 13 maart 2026 is gehouden. Partijen hebben arrest gevraagd en het hof heeft daarvoor een datum bepaald. 2 De kern van de zaak UMCG heeft in 2015 haar elektronisch patiëntendossier (EPD) aanbesteed en gegund aan EPIC. OZG en Treant willen aansluiten bij dit systeem. Volgens Chipsoft kan dit niet zonder nieuwe aanbesteding door UMCG van het hele dan ontstane regionale EPD. De voorzieningenrechter heeft Chipsoft gevolgd en UMCG op straffe van een dwangsom van € 100.000 per dag verboden om op de ingeslagen weg voort te gaan. Het hof is van oordeel dat de aanbesteding uit 2015 ook de optie van een regionaal EPD omvatte en komt tot een ander oordeel dan de voorzieningenrechter, ook op het punt of OZG als aanbestedende dienst moet worden aangemerkt. Daarmee kan het vonnis van de voorzieningenrechter niet in stand blijven. Het hof zal deze beslissingen hierna toelichten, nadat eerst de relevante feiten zijn weergegeven. 3 De relevante feiten 3.1 UMCG is één van de acht universitair medische centra in Nederland. Als academisch ziekenhuis houdt UMCG zich onder meer bezig met patiëntenzorg, wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. 3.2 UMCG heeft op 4 oktober 2015 een Europese openbare aanbesteding uitgeschreven voor een eigen elektronisch patiëntendossier (EPD) met de naam ‘Nieuw EPD UMCG’. Een EPD is een digitaal systeem waarin zorgverleners medische gegevens van patiënten bewaren, zoals diagnoses, behandelingen en medicatie. Deze aanbesteding omvatte het selecteren en contracteren van een EPD-leverancier voor het UMCG als enige opdrachtgever. 3.3 Deze aanbesteding bevatte enkele wensen die zagen op samenwerking met andere instellingen. Wens 77 luidde: "Het UMCG streeft naar intensievere regionale samenwerking. Dit zal tot gevolg hebben dat activiteiten binnen een behandelingstraject over verschillende instellingen uitgevoerd worden; het UMCG voert slechts een gedeelte van de behandeling uit. Het EPD zal mogelijk in een later stadium in een ander regionaal ziekenhuis uitgerold worden. Hoe kan het EPD met be In die uitvraag is voorzien in een mogelijke toekomstige regionale samenwerking, waarvoor het EPD van de inschrijver bij voorkeur geschikt zou moeten zijn. Die samenwerking wenst UMCG nu te bewerkstelligen. Deze wordt gefaciliteerd door het EPD binnen de contractuele structuur van Epic. De ziekenhuizen die voornemens zijn aan te sluiten, zijn niet aanbestedingsplichtig. (…) Waarde van alle contracten toegekend in deze kennisgeving: 1 Euro. (…) Rechtvaardiging voor onderhandse gunning: Opdrachten met een geraamde waarde onder de aanbestedingsdrempels. Andere rechtvaardiging: De opdracht is eerder aanbesteed. In die aanbesteding is reeds voorzien in de mogelijkheid van uitbreiding in verband met een (regionale) samenwerking. De toepassing van deze optie komt overigens ten goede aan partijen die niet aanbestedingsplichtig zijn. Het volume van UMCG wijzigt niet.” 3.10 Op 14 november 2025 heeft het UMCG een vrijwillige aankondiging (verder: Vooraankondiging 2) als bedoeld in artikel 4.16 Aw gepubliceerd. Daarin is onder meer het volgende vermeld: “De opdracht betreft de aansturing en realisatie van het programma “Implementatie SCN”. Het betreft de planvorming, de regievoering op de uit te voeren werkzaamheden, de rapportage over voortgang, risicomanagement en budgetuitnutting, het management van de informatiestromen. E.e.a. is samen te brengen in de rollen programmadirectie, centraal programmamanagement “verandermanagement” en Programma Management Office. Gezien de complexiteit van het programma “Implementatie SCN” is adequate sturing en monitoring op de programmamanagementprocessen (financieel management, risicomanagement, informatievoorziening en rapportage) een noodzakelijke voorwaarde. Betreft het realiseren van een Epic Connect omgeving in de periode december 2025 tot en met juli 2027. (…) Waarde van alle contracten toegekend in deze kennisgeving: 3.160.500 Euro Rechtvaardiging voor onderhandse gunning: Opdrachten met een geraamde waarde onder de aanbestedingsdrempels Andere rechtvaardiging: De ervaringen van Pragus zijn noodzakelijk voor een succesvolle realisatie van de EPIC-connect. Op dit moment zijn er geen partijen in Nederland actief met de benodigde ervaring. AW2012 art. 2.32 lid 1b2 stelt dat als de mededinging om technische gronden ontbreekt, wat in deze situatie het geval is, het gegrond is om een onderhandelingsprocedure zonder aankondiging te starten.” 3.11 Epic Connect wordt door Epic als volgt omschreven: “Epic Connect is een programma waarmee grote zorgorganisaties die al met het Elektronische Patiëntendossier (EPD) van Epic werken, hun EPD-infrastructuur kunnen uitbreiden naar kleinere, onafhankelijke ziekenhuizen, klinieken en huisartsenpraktijken. Het is een strategische samenwerkingsvorm waarbij de kleinere zorgverlener (de 'partner') gebruikmaakt van het systeem van een grotere instelling (de 'host').” 3.12 Chipsoft heeft bij brief (per mail verzonden op 26 november 2025) UMCG vragen gesteld over het gezamenlijke EPD, ook bekend as Share Care Noord . UMCG heeft daar op 1 december 2025 op gereageerd in die zin dat de voorgenomen samenwerking al was geadresseerd in de aanbesteding uit 2015, dat de termijn om te protesteren inmiddels is verlopen en dat UMCG ervan uitgaat dat Chipsoft geen gerechtelijke stappen zal ondernemen. 3.13 Bij dagvaarding van 3 december 2025 heeft Chipsoft het kort geding aanhangig gemaakt waarvan dit hoger beroep. 3.14 Op 12 december 2025 heeft zij UMCG c.s., Treant en de bestuurder van Treant gedagvaard in een bodemprocedure. 4 De beslissing van de voorzieningenrechter 4.1 Chipsoft heeft bij de voorzieningenrechter, kort gezegd, gevorderd dat het UMCG c.s. wordt verboden om uitvoering te geven aan wat is omschreven in de Vooraankondigingen 1 en 2 op straffe van verbeurte van een dwangsom en te bepalen dat, als UMCG en OZG hiermee verder willen, zij hiervoor een Europese Aanbestedingsprocedure moeten uitschrijven. Daarnaast heeft Chipsoft een aantal vorderingen tot het in het geding Het spoedeisend belang 5.8 In een kort geding moet het hof altijd beoordelen of de partij die de voorlopige voorziening vraagt nog een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorlopige voorzieningen. Die vraag moet worden beantwoord aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak van het hof. Het hof is van oordeel dat Chipsoft een voldoende spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen die betrekking hebben op het geen uitvoering mogen geven aan de opdrachten genoemd in de beide Vooraankondigingen. 5.9 Voor de subsidiaire vorderingen tot het verstrekken van informatie ligt dat anders. De voorzieningenrechter heeft die vorderingen afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang. Tegen dat oordeel heeft Chipsoft geen voldoende kenbare grief voorgedragen en ook niet voldoende toegelicht wat haar spoedeisend belang bij die vorderingen, die ook in de bodemprocedure zijn ingesteld, is. De beoordeling welke stukken UMCG c.s. in het geding moeten brengen in die bodemprocedure en in hoeverre het beroep van UMCG c.s. op geheimhouding/ vertrouwelijkheid opgaat, kan, in geval het hof tot een ander oordeel komt dan de voorzieningenrechter, ook beter in die procedure plaatsvinden. Chipsoft heeft niet toegelicht waarom het hof daar, op dan wel na een afzonderlijke zitting, in dit kort geding over zou moeten beslissen, voordat de rechtbank in de bodemprocedure daarover een beslissing heeft genomen. OZG is geen aanbestedende dienst 5.10 Chipsoft heeft aangegeven dat de beslissing van de voorzieningenrechter dat Treant niet als aanbestedende dienst kan worden aangemerkt, ook in het later aanhangig gemaakte hoger beroep van Chipsoft tegen Treant niet zal worden aangevochten. 5.11 UMCG c.s. hebben wel het oordeel van de voorzieningenrechter dat OZG in dit geval als aanbestedende dienst moet worden aangemerkt, aangevochten. 5.12 Het begrip aanbestedende dienst is gedefinieerd in artikel 1 van de Aw, dat weer een uitwerking vormt van artikel 2 van de Europese richtlijn 2014/24 EU. In dit geval gaat het erom of OZG kan worden aangemerkt als een publiekrechtelijke instelling als in artikel 1.1 van de AW omschreven, namelijk: I. een instelling die specifiek ten doel heeft te voorzien in behoeften van algemeen belang, anders dan van industriële of commerciële aard, II. die rechtspersoonlijkheid bezit en waarvan: III. de activiteiten in hoofdzaak door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een andere publiekrechtelijke instelling worden gefinancierd, het beheer is onderworpen aan toezicht door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een andere publiekrechtelijke instelling of de leden van het bestuur, het leidinggevend of toezichthoudend orgaan voor meer dan de helft door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een andere publiekrechtelijke instelling zijn aangewezen; 5.13 Voor het OZG staat vast dat het rechtspersoonlijkheid heeft – waarmee aan de tweede (cumulatieve) voorwaarde is voldaan – en dat UMCG de bestuursleden en leden van de raad van toezicht benoemt, zodat daarmee voldaan is aan de derde (cumulatieve) voorwaarde, namelijk aan het onder III sub c geformuleerde derde alternatief. De vraag is nog of het OZG voldoet aan de eerste (cumulatieve) voorwaarde namelijk dat het OZG specifiek ten doel heeft te voorzien in behoeften van algemeen belang, anders dan van industriële of commerciële aard. 5.14 De vraag of een algemeen ziekenhuis als aanbestedende dienst kan worden aangemerkt, toegespitst op het criterium of het voorziet in behoeften van algemeen belang, anders dan van commerciële aard, is aan de orde geweest in de Amphia-zaak, waarin de voorganger van de hiervoor genoemde richtlijn 2014/24 aan de orde was. Daarin heeft de Hoge Raad overwogen dat bij de beoordeling of al dan niet sprake is van een andere behoefte van algemeen belang dan van industriële of commerciële aard, moet worden gelet op alle relevante element Het beroep van UMCG op artikel 4.16 eerste lid Aw gaat niet op 5.18 UMCG heeft betoogd dat Chipsoft niet binnen de in artikel 4.16 lid 1 onder c Aw genoemde termijn van 20 dagen na het plaatsen van Vooraankondiging 1 op Tendernet heeft geprotesteerd en daarom niet meer de inmiddels op 11 november 2025 gesloten overeenkomst met Epic kan aanvechten. 5.19 Artikel 4.15 Aw bepaalt dat een overeenkomst die ten onrechte niet is aanbesteed, vernietigd kan worden. Artikel 4.16 Aw maakt daarop uitzondering, namelijk als de aanbestedende dienst, kort gezegd, een juiste vooraankondiging heeft geplaatst die betrekking heeft op een overeenkomst die de aanbestedende dienst wil aangaan waarvan zij meent dat gunning mogelijk is zonder aanbesteding. Het hof deelt op zich het standpunt van Chipsoft dat een dergelijke vooraankondiging moet voldoen aan de eisen van artikel 4.17 Aw en dat daarbij alleen gekeken mag worden naar de tekst van de vooraankondiging zelf en dat niet van belang is of een marktpartij over bijzondere kennis beschikt over de overeenkomst die de aanbestede dienst wil sluiten omdat die marktpartij deel heeft genomen aan een eerdere aanbesteding die de aanbestedende dienst heeft uitgeschreven. De vooraankondiging is immers bedoeld voor alle marktpartijen – ongeacht of die aan een eerdere aanbesteding hebben meegedaan – en die marktpartijen moeten uit de vooraankondiging kunnen afleiden of deze juist is en of het zinvol is om deze aankondiging aan te vechten. 5.20 Het hof stelt vast dat de vooraankondiging en wat UMCG heeft meegedeeld over de inhoud van de op 11 november 2025 gesloten overeenkomst met Epic, niet op elkaar aansluiten. In de Vooraankondiging 1 is opgenomen dat de waarde van de met Epic te sluiten overeenkomst 1 euro bedraagt. Uit wat UMCG over de inhoud van de overeenkomst die op 11 november 2025 met Epic is gesloten heeft meegedeeld blijkt dat deze overeenkomst erin voorziet dat UMCG voor het verstrekken van de (sub)licenties aan Treant en OZG bedragen aan Epic moet betalen van vele miljoenen. Het is dan wel de bedoeling van UMCG dat deze bedragen door Treant en OZG aan UMCG vergoed worden – waarbij het verder de bedoeling is dat de overeenkomst van 11 november 2025 betreffende Treant nog gewijzigd wordt in die zin dat Treant een eigen licentie krijgt en daarvoor rechtstreeks aan Epic gaat betalen – maar dat neemt niet weg dat de mededeling in Vooraankondiging 1 niet overeenkomt met de op 11 november 2025 gesloten overeenkomst. Daarom verwerpt het hof het beroep van UMCG dat Chipsoft de overeenkomst van 11 november 2025 niet meer zou kunnen aanvechten en in zoverre niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Het gebruik mogen maken van het EPD van UMCG door Treant levert geen wezenlijke wijziging op 5.21 Vervolgens moet het hof oordelen of het gebruik mogen maken van het EPD door Treant een wezenlijke wijziging oplevert van de opdracht die UMCG in 2015 heeft aanbesteed. 5.22 Het hof beantwoordt die vraag in dit kort geding, anders dan de voorzieningenrechter, voorshands ontkennend. UMCG had in de aanbesteding uit 2015 een aantal wensen geformuleerd die zagen op regionale samenwerking en de mogelijkheid dat het EPD van UMCG ook in regionale ziekenhuizen zou worden uitgerold. Het hof heeft de wensen 77 en 87 waarin dit het meest pregnant is verwoord hiervoor onder 3.3 geciteerd, maar ook in de wensen 73 tot en met 75 komt deze vraag aan de orde. Epic heeft in die aanbesteding een product aangeboden waarbij zowel volledige integratie als strikte scheiding tussen meerdere instellingen kan worden gerealiseerd. 5.23 Het hof oordeelt dat het gebruik maken van een optie waarom in de aanbesteding in 2015 is gevraagd, niet als een wezenlijke wijziging van de opdracht tot het realiseren van het EPD van UMCG kan worden aangemerkt. Het EPD van het UMCG zelf wijzigt daardoor niet. De programmatuur van dat EPD moet in zoverre worden aangepast dat, in de woorden van UMCG, een deurtje moet worden opengezet waardoor niet-aanbestedings Het hof volgt op dit punt het standpunt van Chipsoft dat de bepalingen in de aanbesteding 2015 over sublicenties, betrekking hebben op ondernemingen binnen danwel vanuit het UMCG zelf en niet op een compleet nieuw algemeen ziekenhuis waarvan UCMG de aandelen houdt. 5.29 Dit betekent dat het contract van 11 november 2025 als omschreven door UCMG voor zover dat ziet op het verlenen van een sublicentie aan OZG, moet worden aangemerkt als een wezenlijke wijziging van de aanbesteding uit 2015. 5.30 UMCG c.s. hebben zich bereid verklaard om, als het hof dat nodig vindt, het contract betreffende OZG op dezelfde wijze aan te passen als dat met Treant gaat gebeuren. In dit kort geding staat het hof voor de vraag of Chipsoft een voldoende spoedeisend belang heeft bij het afdwingen van een dergelijke contractsaanspassing. Het hof oordeelt van niet. Het achterliggende belang van Chipsoft is dat zij wil dat UMCG haar eigen EPD opnieuw aanbesteedt, inclusief de aansluitingen daarop van Treant en OZG. Het hof is van oordeel dat dit niet nodig is en dat aansluiting van regionale ziekenhuizen op het EPD van UMCG onder de aanbesteding van 2015 al mogelijk is. Het gevolg van aanpassing van het contract met Epic betreffende OZG in het verlenen van een zelfstandige licentie aan OZG heeft – uitgaande van de juistheid van de mededelingen daarover van UMCG c.s. – tot gevolg dat OZG meer moet betalen aan Epic, de grote concurrent van Chipsoft. Bij een dergelijke voorziening heeft Chipsoft geen belang, laat staan een spoedeisend belang. Chipsoft heeft geen belang bij de opdracht genoemd in Vooraankondiging 2 5.31 Vooraankondiging 2 heeft betrekking op de implementatie van de overeenkomsten die voortvloeien uit Vooraankondiging I. Ook in dit geval is de mededeling waar het gaat om het bedrag waar de opdracht over gaat allesbehalve helder. Het genoemde bedrag van € 3.160.500 euro ligt ruim boven de aanbestedingsdrempel van € 225.000,- zodat de mededeling dat het bedrag gemoeid met die opdracht onder het drempelbedrag ligt, zonder toelichting niet begrijpelijk is. Tijdens de zitting bij het hof is door UMCG toegelicht dat de opdracht vooral ziet op de implementatie van het Epic- EPD bij Treant en OZG – het begeleiden van de medewerkers van beide ziekenhuizen in de overgang van Nexus naar Epic – en op de migratie van de bestaande patiëntendossiers uit de Nexus-omgeving naar Epic. Voor een klein deel ziet deze opdracht op de aanpassingen aan het EPD bij UMCG (het openzetten van “de deur’ in de programmatuur voor de beide andere ziekenhuizen). Alleen dat laatste moet UMCG betalen en het daarmee gemoeide bedrag blijft ruim blijft ruim onder de aanbestedingsdrempel, aldus UMCG. 5.32 Al deze implementatiewerkzaamheden kunnen niet door Chipsoft gedaan worden omdat zij daarvoor nooit toestemming krijgt van Epic. Dat heeft Chipsoft ook erkend. Dit betekent dat zij geen zelfstandig belang heeft bij toetsing van Vooraankondiging 2 en een verbod tot het sluiten van een de overeenkomst van UMCG c.s. met Pragus. Alleen als geoordeeld zou worden dat de in Vooraankondiging 1 voorziene overeenkomst met Epic niet gesloten zou mogen worden, heeft Chipsoft belang bij het niet kunnen sluiten van de uitvoeringsovereenkomst met Pragus. In het voorgaande heeft het hof geoordeeld dat UMCG weliswaar niet de overeenkomst met Epic had mogen sluiten in de op 11 november 2025 overeengekomen vorm, maar dat de overeenkomst, in aangepaste vorm, wel toelaatbaar is. Daarmee heeft Chipsoft geen belang meer bij toetsing van Vooraankondiging 2. UMCG c.s. hebben er terecht op gewezen dat op grond van de wetsgeschiedenis alleen benadeelde partijen tegen een gunningsbeslissing op kunnen komen en dat is Chipsoft niet waar het de voorgenomen gunning aan Pragus is. Dit betekent dat het hof niet hoeft in te gaan op de vraag of er ook andere marktpartijen dan Pragus zijn die een dergelijke implementatieopdracht kunnen uitvoeren. Het incidenteel appel van Chipsoft slaagt niet 5.33 Chipsoft heeft in ha