Rechtspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-04-14
ECLI:NL:GHARL:2026:2224
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.357.428 zaaknummer rechtbank Gelderland 450845 arrest in kort geding van 14 april 2026 in de zaak van 1 Cybex GmbH 2. Columbus Trading-Partners & Co. KG 3. Cybex Retail GmbH die zijn gevestigd in Bayreuth, Duitsland hierna: Cybex, Columbus Trading en Cybex Retail en hierna gezamenlijk: Cybex c.s. advocaat: mr. M.E. Verwoert (voor Cybex en Columbus Trading) en mr. M.B. van Oostrum (voor Cybex Retail) en 1 Stokke AS die is gevestigd in Alesund, Noorwegen 2. [geïntimeerde2] die is gevestigd in Oslo, Noorwegen hierna: Stokke en [geïntimeerde2] en hierna gezamenlijk: Stokke c.s. advocaat: mr. T. Cohen Jehoram 1 Het verloop van de procedure in hoger beroep 1.1. Cybex c.s. hebben hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, (hierna: de voorzieningenrechter) op 30 juni 2025 tussen partijen heeft uitgesproken en op 2 juli 2025 heeft gecorrigeerd. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep het depot van vier stoelen door Stokke c.s. (de Tripp-Trapp-stoel van Stokke, de Nomi-stoel van Stokke, de Iris Chair van Cybex c.s. en de Lemo-stoel van Cybex c.s.) het depot van één stoel door Cybex c.s. (de Click & Fold stoel van Cybex c.s.) het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 9 december 2025 is gehouden en waarvoor aanvullende producties zijn overgelegd zoals vermeld in dat verslag 1.2. Partijen hebben het hof gevraagd arrest te wijzen. 1.3. Cybex c.s. hebben voorafgaand aan de mondelinge behandeling (onder meer) bezwaar gemaakt tegen het door Stokke c.s. overgelegde productie 70. Het gaat om een opgave van proceskosten in hoger beroep als bedoeld in artikel 1019h Rv. Op grond van artikel 87 lid 6 Rv worden stukken tot uiterlijk tien dagen voor de mondelinge behandeling in het geding gebracht en worden stukken die na die termijn in het geding zijn gebracht buiten beschouwing gelaten, tenzij de goede procesorde zich daartegen verzet. Voor het verstrekken van de proceskostenopgave geldt deze regel ook, waarbij tot uiterlijk 24 uur voor de zitting nog een aanvullende opgave kan worden verstrekt (zie punt 6 van de Indicatietarieven in IE-zaken gerechtshoven). Het gaat hier echter niet om een aanvullende opgave, maar om de reguliere proceskostenopgave. Stokke c.s. hebben dus (zonder goede reden) nagelaten in hoger beroep tijdig een proceskostenopgave te verstrekken. De te laat verstrekte opgave wordt daarom geweigerd. 2 De kern van de zaak 2.1. Stokke is een Noors bedrijf dat onder meer de in hoogte verstelbare Tripp Trapp-stoel produceert en verkoopt. 2.2. De Duitse ondernemingen Cybex c.s. hebben de in hoogte verstelbare Iris Chair (hierna ook: Iris-stoel) ontwikkeld. Zij hebben de Iris-stoel in maart 2025 op de Europese markt gelanceerd. In een winkel van het Nederlandse retailbedrijf Baby-Dump B.V. (hierna: Baby-Dump) heeft de Iris-stoel enige tijd gestaan. Op de website van Baby-Dump heeft een afbeelding van de Iris-stoel gestaan met de vermelding dat de Iris-stoel per 2026 leverbaar is. Verder heeft een ander Nederlands retailbedrijf, Babypark B.V. (hierna: Babypark), de Iris-stoel op 24 maart 2025 verkocht aan een klant in een Babypark-winkel in Gouda. Deze klant betrof een aan Stokke gelieerd persoon. 2.3. Stokke c.s. zijn het onderhavige kort geding gestart tegen Cybex c.s., Babypark en Baby-Dump. Stokke c.s. hebben bij de voorzieningenrechter onder meer gevorderd dat Cybex c.s. en Babypark en Baby-Dump worden veroordeeld om zich te onthouden van iedere inbreuk op de auteursrechten die rusten op het Tripp Trapp-ontwerp. Wat betreft Babypark en Baby-Dump hebben Stokke c.s. een verbod gevorderd voor het grondgebied van Nederland. Wat bet De Iris-stoel is vanaf 15 maart 2025 ook in de vestiging van Baby-Dump in Hoogeveen tentoongesteld in de zogenaamde shop-in-shop van Cybex. 3.7. Babypark heeft de Iris-stoel niet fysiek in haar winkels tentoongesteld en ter verkoop aangeboden. Nadat een klant in de vestiging van Babypark in Gouda specifiek naar de Iris-stoel vroeg, heeft de klant op 24 maart 2025 de Iris-stoel besteld en betaald. De klant betrof een aan Stokke gelieerd persoon. De orderbevestiging vermeldt als gewenste levermaand maart 2025. 3.8. Zowel Baby-Dump als Babypark hebben na ontvangst van een sommatiebrief van Stokke c.s. van 26 maart 2025 de (voorgenomen) verkoop van de Iris-stoel gestaakt. Baby-Dump heeft de Iris-stoel die in de vestiging in Hoogeveen is tentoongesteld weggehaald. Babypark heeft de verkoop van de Iris-stoel van 24 maart 2025 geannuleerd. 3.9. Stokke c.s. zijn een aantal procedures gestart. Stokke c.s. hebben op 24 maart 2025 Cybex en Cybex Retail (en een andere Nederlandse retailer) in kort geding gedagvaard voor de rechtbank Den Haag. Dit kort geding hebben Stokke c.s. kort daarna weer ingetrokken. Stokke c.s. hebben ook op 24 maart 2025 Cybex en Cybex Retail (en een andere Nederlandse retailer) in een bodemprocedure gedagvaard voor de rechtbank Den Haag tegen roldatum van 24 september 2025. Stokke c.s. hebben op 1 april 2025 opnieuw Cybex en Cybex Retail (samen met Babypark en Baby-Dump) in kort geding gedagvaard voor de rechtbank Den Haag. Ook dit kort geding hebben Stokke c.s. weer ingetrokken. Stokke c.s. hebben op 28 april 2025 Cybex c.s.,Babypark en Baby-Dump gedagvaard in de onderhavige kortgedingprocedure. Stokke c.s. zijn nadien een bodemprocedure gestart tegen Cybex c.s. bij de rechtbank Gelderland. 3.10. Ook Cybex en Cybex Retail zijn procedures gestart over de Iris-stoel. Cybex en Cybex Retail hebben op 25 maart 2025 een bodemprocedure aanhangig gemaakt in Duitsland, waarin zij een verklaring voor recht vragen dat de Iris-stoel in Duitsland geen inbreuk maakt op de Tripp Trapp-stoel. Cybex en Cybex Retail hebben op 22 april 2025 een bodemprocedure aanhangig gemaakt in Italië, waarin zijn een verklaring voor recht vragen dat de Iris-stoel in Italië geen inbreuk maakt op de Tripp Trapp-stoel. Columbus Trading heeft zich in deze beide procedures gevoegd aan de zijde van Cybex en Cybex Retail. 3.11. Cybex c.s. hebben verder een kort geding gevoerd bij de rechtbank Oost-Brabant over door Stokke c.s. gelegde beslagen naar aanleiding van de veroordeling van de voorzieningenrechter in de onderhavige procedure. De voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant heeft in die procedure beslist dat Cybex c.s. geen dwangsommen verschuldigd zijn en heeft Stokke c.s. veroordeeld om de gelegde beslagen op te heffen. Hiertegen is hoger beroep ingesteld. 4 De toelichting op de beslissing van het hof De volgorde van de te bespreken onderwerpen 4.1. Het hof zal hierna eerst toelichten waarom de Nederlandse rechter bevoegd is en de zaak niet vanwege litispendentie of connexiteit moet worden aangehouden. Daarna wordt toegelicht dat de Tripp Trapp-stoel een auteursrechtelijk beschermd werk is en dat er sprake is van een inbreuk. Ten slotte komen de vorderingen in hoger beroep aan de orde. De uitgangspunten bij de beoordeling van de bevoegdheid van de Nederlandse rechter 4.2. De vraag of de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegdheid toekomt, moet aan de hand van de Verordening Brussel I-bis worden beantwoord. De rechter moet zich bij het onderzoek naar deze bevoegdheid niet beperken tot de stellingen van de eisende partij, maar moet acht slaan op alle hem ter beschikking staande gegevens over de werkelijk tussen partijen bestaande rechtsverhouding en, in voorkomend geval, op de stellingen van de verwerende partij. Voor bewijslevering is bij de beoordeling van de bevoegdheid echter geen plaats (nog daargelaten dat het hier om een kort geding gaat). De internationale bevoegdheidsregels zijn in procesrechtelijke zin van openba is een beoordeling voor alle landen van de Europese Unie nodig. Van feitelijke samenhang tussen de vorderingen voor het grondgebied buiten Nederland is dus geen sprake. Daarmee kan er volgens Cybex c.s. per definitie geen sprake zijn van tegenstrijdige beslissingen. Er is ook geen sprake van eenzelfde situatie rechtens, aangezien het auteursrecht niet volledig is geharmoniseerd. Cybex c.s. wijzen erop dat het niet voorzienbaar was dat zij in Nederland werden opgeroepen, aangezien zij geen handelsrelatie hebben met Babypark en Baby-dump buiten Nederland. In Duitsland zou het volgens Cybex c.s. bovendien ondenkbaar zijn dat een rechter een Europees verbod toekent op basis van het auteursrecht. Er is sprake van misbruik door deze bevoegdheid in te roepen met het enkele doel om de zaak te laten beoordelen door de Nederlandse rechter omdat Stokke c.s. de kansen bij de Nederlandse rechter het grootst achten. 4.10. Voor de toewijsbaarheid van de vorderingen tegen Cybex c.s. en Babypark en Baby-Dump moeten gemeenschappelijke rechtsvragen worden beantwoord. Het gaat immers bij alle gedaagde partijen om de gestelde auteursrechtinbreuk door de verhandeling van de Iris-stoel. Het auteursrecht is bovendien Europeesrechtelijk geharmoniseerd voor wat betreft de vragen of sprake is van een werk en of een vermeende kopie daarvan een ongeoorloofde bewerking is. Dat betekent dat, ondanks dat het verwijt tegen Baby-Dump en Babypark beperkt is tot Nederland, de rechtsgrondslag van de vorderingen in zoverre overeenkomt. Het hof is echter van oordeel dat niet sprake is van een eenzelfde feitelijke situatie zoals vereist door artikel 8 punt 1 van de Verordening Brussel I-bis. Daarvoor heeft de zakelijke relatie tussen Cybex c.s. enerzijds en de twee Nederlandse gedaagden anderzijds onvoldoende substantie. Vast staat dat zowel Baby-Dump als Babypark de Iris-stoel in hun online administratie hebben opgenomen en korte tijd op hun website hebben aangeboden, en dat Baby-Dump één Iris-stoel korte tijd in een winkel heeft getoond, maar niet meer dan dat. Er is gebleken van slechts één daadwerkelijke bestelling waarbij aannemelijk is dat Stokke deze zelf heeft geïnitieerd, vele maanden voor de mogelijke leverdatum. In de context van dit kort geding is niet gebleken dat Baby-Dump en Babypark een positie hebben die meer inhoudt dan dat zij lokale retailers zijn die net als andere lokale retailers tot de zakelijke contacten van Cybex c.s. behoren en bij Cybex c.s. producten konden bestellen. Cybex c.s. wijzen er terecht op dat de Nederlandse retailers Baby-Dump en Babypark en de Duitse vennootschappen Cybex, Cybex Retail en Columbus Trading niet tot hetzelfde concern behoren en er tussen deze partijen slechts een niet-exclusieve distributierelatie voor Nederland bestaat. Een exclusieve contractuele relatie maakt het volgens rechtspraak van het Hof van Justitie waarschijnlijker dat de gestelde inbreukmakende handelingen kunnen worden geacht deel uit te maken van een en dezelfde feitelijke situatie die kan rechtvaardigen dat één enkele rechterlijke instantie bevoegd is om uitspraak te doen over de vorderingen tegen alle actoren die deze handelingen hebben verricht. Die situatie is hier echter niet aan de orde. Aangezien – althans voor zover in dit kort geding kan worden vastgesteld – de commerciële relatie tussen Cybex c.s. enerzijds en de twee Nederlandse gedaagden anderzijds niet meer inhield dat dat de laatsten bij Cybex c.s. als retailers producten konden bestellen, was voor Cybex c.s. ook niet te voorzien dat zij voor de Nederlandse rechter zou worden opgeroepen. Dat alles maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 8 punt 1 Verordening Brussel I-bis en de Nederlandse rechter daaraan geen bevoegdheid aan kan ontlenen jegens Cybex c.s. De bevoegdheidsgrond van artikel 7 punt 2 Verordening Brussel I-bis 4.11. De volgende vraag is of de Nederlandse rechter een bevoegdheid toekomt op grond van artikel 7 punt 2 Verordening Brussel I-bis. Dat is het g Op grond van artikel 29 Verordening Brussel I-bis dient te worden onderzocht of tussen partijen bij het gerecht in Duitsland en het gerecht in Italië vorderingen aanhangig zijn die hetzelfde onderwerp betreffen en die op dezelfde oorzaak berusten. Indien dit het geval is, dient het gerecht waarbij de zaak het laatst is aangebracht deze procedure ambtshalve aan te houden totdat het gerecht waarbij de zaak eerder is aangebracht over zijn bevoegdheid heeft beslist (de litispendentieregel). 4.18. De procedures voor het gerecht in Duitsland en het gerecht Italië zijn naar de maatstaf van artikel 32 Brussel I-bis eerder aangebracht dan deze procedure. Dat is tussen partijen ook niet in geschil. Daarbij wordt opgemerkt dat de omstandigheid dat er ook een Haagse bodemprocedure aanhangig is gemaakt, hierbij niet ter zake doet. De vraag is of tussen dezelfde partijen vorderingen aanhangig zijn die hetzelfde onderwerp betreffen en op dezelfde oorzaak berusten. 4.19. De procedures in Duitsland en Italië betreffen dezelfde partijen als in de onderhavige zaak. In alle procedures staat de vraag centraal of er (mede in Duitsland respectievelijk Italië) auteursrecht rust op de Tripp Trapp-stoel en of de Iris-stoel auteursrechtinbreuk maakt. In de Duitse procedure wordt kort samengevat gevorderd te oordelen dat Stokke c.s. in Duitsland geen auteursrecht hebben op de Tripp Trapp-stoel en dat Stokke c.s. geen recht hebben op een voorlopige voorziening tegen Cybex c.s. tot het verbieden van de Iris-stoel in Duitsland. In de Italiaanse procedure wordt (onder meer) gevorderd om te oordelen dat er geen geldig auteursrecht op de Tripp Trapp-stoel rust althans dat er geen inbreuk wordt gemaakt. Op de mondelinge behandeling in hoger beroep is toegelicht dat deze procedure ziet op het Italiaanse grondgebied. 4.20. Aangezien de Nederlandse rechter alleen bevoegdheid toekomt om over de vorderingen die betrekking hebben op het Nederlandse grondgebied te oordelen, is geen sprake van litispendentie en is ambtshalve aanhouding niet aan de orde. De resterende vorderingen voldoen immers niet aan hetzelfde onderwerp en dezelfde oorzaak. 4.21. In artikel 30 Verordening Brussel I-bis is bepaald dat wanneer samenhangende vorderingen aanhangig zijn voor gerechten van verschillende lidstaten het gerecht waarbij de zaak het laatst is aangebracht zijn uitspraak kan aanhouden (connexiteit). Dit betreft een discretionaire bevoegdheid. Er moet sprake zijn van samenhangende vorderingen, waarin een zo nauwe band bestaat dat de goede rechtsbedeling vraagt om gelijktijdige behandeling, om te vermijden dat bij afzonderlijke berechting van de zaken onverenigbare beslissingen worden gegeven. Aangezien de procedures in Duitsland en Italië betrekking hebben op het Duitse respectievelijk Italiaanse grondgebied, is er geen reëel gevaar van tegenstrijdige uitspraken. Het hof ziet in deze zaak geen aanleiding om op grond van artikel 30 Verordening Brussel I-bis tot aanhouding te concluderen. Slotsom bevoegdheid en aanhouding 4.22. De slotsom van het voorgaande is dat de Nederlandse rechter alleen bevoegdheid toekomt voor de vorderingen met betrekking tot Nederland en dat aanhouding van de onderhavige zaak niet aan de orde is. Dat betekent dat het bezwaar dat Cybex c.s. naar voren hebben gebracht tegen het vonnis (grief 4) voor een deel terecht is en voor een deel niet. Verder betekent het voorgaande ook dat het bezwaar van Stokke c.s. (grief 1) in het incidentele hoger beroep niet opgaat. Dat bezwaar is immers gericht tegen de door de voorzieningenrechter aangebrachte territoriale beperking van het verbod (door het afwijzen een verbod in Bulgarije, Cyprus, Estland, Kroatië, Malta en Slovenië). Aangezien het hof tot de conclusie komt dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft betreffende vorderingen die niet zien op Nederland, wordt aan de vraag of daar inbreuk wordt gepleegd en een verbod kan worden opgelegd niet toegekomen. Het toepasselijk recht 4.23. Het hof hoeft niet ambtsh De volgende vraag is of de Tripp Trapp-stoel een auteursrechtelijk beschermd werk is. Volgens Stokke c.s. is dat het geval, terwijl Cybex c.s. dit gemotiveerd betwisten. Cybex c.s. wijzen daarbij erop dat het Hof van Justitie sinds het Cofemel-arrest een nieuwe lijn voor de auteursrechtelijke bescherming van gebruiksvoorwerpen heeft ingezet en dat deze lijn meer vergt van de partij die zich op auteursrechtelijke bescherming beroept dan ten tijde van de eerder gewezen Stokke-arresten. Volgens Cybex c.s. is de drempel zoals die in Nederland wordt gehanteerd te laag gelet op de Europese rechtspraak. 4.30. Het werkbegrip is een autonoom Unierechtelijk begrip dat op uniforme wijze moet worden uitgelegd en toegepast. Om als auteursrechtelijk werk beschermd te kunnen zijn, is ten eerste vereist dat het voorwerp oorspronkelijk is in die zin dat het gaat om een eigen intellectuele schepping van de auteur (maker) ervan. Ten tweede kunnen alleen de bestanddelen die de uitdrukking van een dergelijke intellectuele schepping zijn, als werk worden aangemerkt. Zowel noodzakelijk als voldoende is dat het voorwerp de persoonlijkheid van de auteur ervan weerspiegelt door uitdrukking te geven aan de vrije en creatieve keuzen van die auteur. Wanneer daarentegen voor de vervaardiging van een voorwerp technische overwegingen, regels of andere beperkingen gelden die geen ruimte laten voor creatieve vrijheid, kan dat voorwerp niet worden geacht de oorspronkelijkheid te hebben die vereist is om een werk te kunnen vormen. Voor de beoordeling van oorspronkelijkheid van voorwerpen van toegepaste kunst gelden dezelfde vereisten als die welke gelden voor de beoordeling van de oorspronkelijkheid van andere soorten voorwerpen. 4.31. Een voorwerp kan oorspronkelijk zijn, ook al wordt de verwezenlijking ervan deels door technische overwegingen bepaald, op voorwaarde dat een dergelijke bepaling de auteur niet heeft belet om zijn persoonlijkheid in dat voorwerp te weerspiegelen door vrije en creatieve keuzen tot uiting te brengen. Aan het criterium van oorspronkelijkheid kan niet worden voldaan door onderdelen van een voorwerp die uitsluitend door hun technische functie worden gekenmerkt, aangezien auteursrechtelijke bescherming zich niet uitstrekt tot ideeën. 4.32. De rechter moet bij de beoordeling van de oorspronkelijkheid van een gebruiksvoorwerp de creatieve keuzen in de vorm ervan onderzoeken en identificeren om het als auteursrechtelijk beschermd te kunnen aanmerken, met dien verstande dat, zelfs wanneer de auteur ervan keuzen heeft gemaakt die niet door technische of andere beperkingen zijn ingegeven, de creatieve aard van die keuzen in de zin van het auteursrecht niet mag worden verondersteld. Daarbij geldt dat de componenten van een gebruiksvoorwerp zijn onderworpen aan dezelfde regeling als het voorwerp in zijn geheel. Daarbij geldt verder dat artistieke of esthetische overwegingen weliswaar deel uitmaken van de creatieve activiteit maar dat de omstandigheid dat een voorwerp een dergelijk effect teweegbrengt, het op zich niet mogelijk maakt om vast te stellen of dit voorwerp een intellectuele schepping is die de keuzevrijheid en de persoonlijkheid van de auteur ervan weerspiegelt en dus voldoet aan het vereiste van oorspronkelijkheid. Bij de beoordeling van de oorspronkelijkheid kan rekening worden gehouden met het scheppingsproces en de bedoelingen van de auteur, op voorwaarde dat die elementen tot uitdrukking zijn gebracht in het voorwerp zelf, zonder dat de rechter evenwel zijn beoordeling uitsluitend op die elementen mag baseren. 4.33. Het hof is voorshands van oordeel dat de Tripp Trapp-stoel een auteursrechtelijk beschermd werk is omdat deze de persoonlijkheid van [de maker] weerspiegelt doordat daarin uitdrukking is gegeven aan vrije en creatieve keuzen die niet (uitsluitend) technisch zijn bepaald. Daarvoor is het volgende redengevend. 4.34. De Tripp Trapp-stoel is samengesteld uit twee evenwijdige (beukenhouten) staanders waartussen een rugleu is de combinatie van schuin oplopende staanders ten opzichte van de horizontale liggers waardoor de L-vorm ontstaat en de omstandigheid dat de schuine staanders veertien ronde sleuven hebben waarin het zitvlak en het voetenplateau kunnen worden geplaatst, technisch bepaald. Zij wijzen ter onderbouwing daarvan onder meer op het Amerikaanse octrooischrift voor de Tripp Trapp-stoel, waarin wordt beschreven welke technische doelen de schuinoplopende staanders en de ronde sleuven voor de plateaus dienen. Het aldus gecreëerde zwevende effect is volgens Cybex c.s. daarom geen beschermde creatieve keuze maar een technisch resultaat. Verder wijzen Cybex c.s. onder meer op een opinie van ir. H. van der Vegt. In deze opinie wordt geconcludeerd dat het ontwerp van de Tripp Trapp-stoel wordt bepaald door de gekozen draagconstructie en dat de sledepoot of L-vorm één van de technische keuzemogelijkheden is om de schuine ladder te stabiliseren. Volgens deze expert is met de keuze voor een houten ladderconstructie met sledepoot nog zeer beperkte keuzevrijheid over en heeft [de maker] , waar vrije keuze aanwezig is, gekozen voor praktische oplossingen, efficiënte productie en minimalisme zoals gebruikelijk binnen de Scandinavische ontwerpstijl. 4.39. De omstandigheid dat het hier gaat om een kinderstoel met een meegroeifunctie brengt mee dat sommige keuzen worden ingegeven door technische of ergonomische overwegingen. Dat doet in dit geval echter niet aan af dat er vrije en creatieve keuzen zijn gemaakt die blijken uit het ontwerp. Stokke c.s. wijzen terecht erop dat de gekozen vormgeving niet nodig is om te kunnen voldoen aan de functionele eisen van een verstelbare kinderstoel. Dat wordt onderbouwd door de omstandigheid dat er veel verschillende meegroeistoelen op de markt zijn die ook aan deze vereisten voldoen en een geheel ander uiterlijk vertonen. In de opinie van Marinissen is aan de hand van afbeeldingen toegelicht dat de vormgeving van de Tripp Trapp-stoel niet dwingend volgt uit de technische kenmerken van het octrooi dat voor de stoel werd aangevraagd dan wel verleend en dat [de maker] bij het toepassen van de meegroei techniek originele vormgevingskeuzen heeft gemaakt. Stokke c.s. hebben erop gewezen dat uit de octrooischriften blijkt dat het octrooi alleen betrekking heeft op het sleuvensysteem dat is toegepast in de Tripp Trapp-stoel, niet op het ontwerp daaromheen. 4.40. Ten slotte hebben Cybex c.s. nog betoogd dat geen sprake is van een voorwerp dat voldoende nauwkeurig en objectief kan worden geïdentificeerd, zoals volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie is vereist. Daarbij maken Cybex c.s. echter ten onrechte geen onderscheid tussen enerzijds het voorwerp waarvoor Stokke c.s. bescherming inroepen (de Tripp Trapp-stoel), en anderzijds de elementen die Stokke c.s. aanwijzen waaruit zou volgen dat de stoel auteursrechtelijke bescherming verdient. Over het voorwerp waarvoor bescherming wordt gevraagd bestaat geen enkele onduidelijkheid en het is daarmee voldoende nauwkeurig en objectief geïdentificeerd. De vrije en creatieve keuzen die in de vormgeving worden weerspiegeld zijn hierboven door het hof geïdentificeerd; daarbij gaat het om een ander criterium. 4.41. Het hof komt in dit kort geding voorshands tot de slotsom dat de Tripp Trapp-stoel een auteursrechtelijk beschermd werk is. Dat betekent dat het bezwaar van Cybex c.s. tegen het vonnis op dit onderdeel (grief 5) niet slaagt. De in dit verband door Cybex c.s. nog naar voren gebrachte bezwaren (waaronder dat de voorzieningenrechter buiten de rechtsstrijd is getreden en ten onrechte niet een eigen feitelijke beoordeling maakt maar achterhaalde rechtspraak overneemt en dat Stokke c.s. in eerste aanleg niet hebben voldaan aan de substantiëringsplicht), leiden in hoger beroep gelet op het voorgaande niet tot een andere uitkomst. Wordt met de Iris-stoel inbreuk gemaakt op de Tripp Trapp-stoel? 4.42. Cybex c.s. komen op tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat de Dat een opgelegd verbod een grote impact heeft, is een gegeven. Dit komt evenwel voor rekening van de inbreukmaker. Bovendien hadden Cybex c.s. gelet op de insteek van de vorderingen met deze uitkomst rekening kunnen houden. In hoger beroep komt het hof bovendien alleen tot een verbod voor Nederland. Het hof ziet in de gegeven omstandigheden geen reden voor het opnemen van een uitfaseringstermijn zoals Cybex c.s. hebben bepleit. Geen lagere of juist hogere dwangsom 4.50. Zowel Cybex c.s. als Stokke c.s. zijn in hoger beroep opgekomen tegen de door de voorzieningenrechter opgelegde dwangsom. 4.51. Volgens Cybex c.s. is de gevorderde (en in eerste aanleg toegewezen) dwangsom van € 50.000,- per dag voor iedere partij afzonderlijk disproportioneel en getuigt de toewijzing ervan niet van de in acht te nemen terughoudendheid in kort geding. Deze argumenten overtuigen niet. Een dwangsom is een middel om een partij te dwingen tot nakoming van een veroordeling. Deze raakt alleen verbeurd als de hoofdveroordeling niet wordt nagekomen. Bij het opleggen van een gevorderde dwangsom en de hoogte ervan is het uitgangspunt dat de dwangsom in kwestie voor de veroordelende partij een voldoende prikkel vormt om aan de hoofdveroordeling te voldoen. Daarbij speelt mede de financiële draagkracht een rol. Het hof is van oordeel dat voor een vergaande matiging of maximering van de gevorderde dwangsom bij grote ondernemingen zoals Cybex c.s. geen plaats is. 4.52. Voor zover Cybex c.s. er een punt van maken dat er drie maal een dwangsom is opgelegd, gaat dat bezwaar niet op. Cybex c.s. hebben immers geen argumenten naar voren gebracht tegen de door Stokke c.s. bepleite en de voorzieningenrechter aangenomen aansprakelijkheid van alle drie de aangesproken partijen wat betreft de inbreuk. Er zijn dus geen aanknopingspunten om de hoofdveroordeling niet voor alle drie de partijen te laten gelden. Er zijn daarom evenmin aanknopingspunten om voor één van de drie partijen af te zien van een dwangsomveroordeling. 4.53. Stokke c.s. vorderen in hoger beroep een hogere dwangsom. Zij stellen dat de door de voorzieningenrechter opgelegde dwangsommen niet voldoende financiële prikkel zijn om zich aan het verbod te houden omdat Cybex c.s. nog steeds inbreuk maken en het maximaal opgelegde bedrag aan dwangsommen zijn verbeurd. Cybex c.s. betwisten dit. Zij voeren aan dat er geen aanwijzingen zijn dat Cybex c.s. zich niet houdt aan het vonnis en dat de noodzaak van een dwangsom van deze hoogte ontbreekt. 4.54. Het hof ziet geen grond voor het opleggen van een hogere dwangsom, zoals door Stokke c.s. in (incidenteel) hoger beroep is bepleit. Het hof kan in het kader van deze procedure niet vaststellen dat de hoogte van de opgelegde dwangsom een onvoldoende prikkel is voor Cybex c.s. om zich aan het verbod te houden. 4.55. Het hof zal de door de voorzieningenrechter uitgesproken veroordeling bekrachtigen voor zover dit ziet op het Nederlandse grondgebied. Geen onrechtmatig handelen door verzending brieven 4.56. Stokke c.s. stellen dat Cybex c.s. brieven hebben gestuurd aan Franse, Italiaanse en Duitse retailers waarin zij aanmoedigen om de Iris-stoel te blijven verkopen. Hiermee zetten Cybex c.s. aan tot onrechtmatig handelen ten opzichte van Stokke c.s. Stokke c.s. hebben in hun memorie gewezen op de volgende passages (die ze hebben overgenomen uit een Nederlandse machinevertaling van de Franse brief): De in Nederland gewezen uitspraak betreft en is uitsluitend bindend voor de bij deze procedure betrokken partijen. Het betreft een voorlopige beslissing die door één rechter van de rechtbank Gelderland in kort geding is gegeven. Cybex zal deze week tegen de uitspraak in beroep gaan, aangezien er nog geen definitieve uitspraak is gedaan. Deze uitspraak kan dus op geen enkele manier voorkomen dat een distributeur de stoel in Frankrijk op de markt blijft brengen. We kunnen niet beoordelen of en hoe bestaande contractuele relaties tussen bepaalde distributeurs en Stokke zouden