Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-03-24
ECLI:NL:GHARL:2026:1772
Strafrecht
Hoger beroep
12,282 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:1772 text/xml public 2026-04-09T11:29:21 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-03-24 Wahv 200.355.805 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1772 text/html public 2026-04-09T11:28:27 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1772 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 24-03-2026 / Wahv 200.355.805 Snelheidsoverschrijding. 1. Geen rechtsregel schrijft voor dat in de inleidende beschikking moet worden vermeld met behulp van welke meetmethode de gedraging is vastgesteld. 2. De vermelding in het zaakoverzicht dat de kleur van het voertuig grijs is, terwijl deze feitelijk brons is, geeft geen reden tot twijfel. Deze informatie komt namelijk uit het kentekenregister van het RDW, waarin alleen hoofdkleuren worden geregistreerd. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.355.805/01 CJIB-nummer : 263703762 Uitspraak d.d. : 24 maart 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 26 mei 2025, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats]. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verloop van de procedure De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Bij e-mail van 8 maart 2025 heeft de betrokkene verzocht om een proceskostenvergoeding. De zaak is behandeld op de zitting van 10 maart 2026. De betrokkene is verschenen. De advocaatgeneraal is vertegenwoordigd door mr. [naam]. De beoordeling 1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 334,- voor: “30 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 januari 2024 om 20:10 uur op de A15 in Botlek Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken]. 2. De betrokkene voert aan dat de interpretatie van de kantonrechter van de gegevens in het zaakoverzicht afwijkt van de informatie in de inleidende beschikking. Dit is in strijd met het vertrouwensbeginsel. Daarnaast heeft het openbaar ministerie nagelaten om de meetmethode toe te lichten. Dit is in strijd met het motiveringsbeginsel. Op de inleidende beschikking staat op geen enkele wijze vermeld op welke manier de snelheid daadwerkelijk is gemeten. Er is geen reden dit achterwege te laten. Het staat wel in het zaakoverzicht, maar daar dient om gevraagd te worden. Er dient te worden uitgegaan van een actieve informatieplicht. In het zaakoverzicht is vermeld dat de meetafstand 2000 meter was en dat de meting is gestart bij hectometerpaal 41.1. Op basis van eenvoudige berekeningen is vast te stellen dat dit niet kan kloppen. De ambtenaar stond met zijn politiebus beneden aan het talud en moest eerst een gat dichtrijden van 600 meter. Het is onwaarschijnlijk dat de politiebus bij hectometerpaal 41.1 achter het voertuig van de betrokkene reed. De volgafstand kan daarnaast niet kloppen omdat de politiebus dan tot hectometerpaal 39.1 achter de betrokkene had moeten rijden. Dat is onjuist, omdat de politiebus op dat punt al voor de betrokkene reed. In het zaakoverzicht is verder ten onrechte vermeld dat de kleur van de auto grijs is, dit moet brons zijn. 3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft. 4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen. Afgelezen snelheid volgens kalibratietabel: 120. Snelheid volgens kalibratietabel: 114. Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 110. Toegestane snelheid: 80. Overschrijding met: 30. Meetafstand: 2000,00 m. Tussenafstand: 50 m. Ter hoogte van hectometerpaal: 41.1L. Merk van voertuig: Kia Type van voertuig: Cee D Kleur van voertuig: grijs. Verklaring betrokkene: Ik reed een beetje door.” 5. Dat in de inleidende beschikking niet staat vermeld met welke meetmethode de gedraging is vastgesteld, brengt niet mee dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. Het vermelden van de meetmethode in de inleidende beschikking is niet vereist. In de Regeling modellen en formulieren ten behoeve van de handhaving Justitie is in artikel 2 bepaald welke informatie de inleidende beschikking ten minste dient te bevatten. De meetmethode is hierin niet vermeld. 6. In het zaakoverzicht is vermeld dat de werkelijke snelheid is vastgesteld met behulp van de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen. Geen rechtsregel schrijft voor dat deze meetmethode (verder) toegelicht moet worden. Wat de betrokkene aanvoert geeft daartoe ook geen aanleiding. 7. De vermelding in het zaakoverzicht van de kleur grijs is afkomstig van de informatie uit het kentekenregister van het RDW. De RDW registreert alleen hoofdkleuren. Dat de kleur van het voertuig feitelijk brons is, wat het hof wel wil aannemen, geeft het hof daarom geen reden om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. 8. In de inleidende beschikking is de snelheid na correctie volgens de kalibratietabel vermeld, 114 km/h. Deze wordt in de inleidende beschikking ‘gemeten snelheid’ genoemd. Van afwijkende informatie is geen sprake. De interpretatie van de kantonrechter van de gegevens in het zaakoverzicht is juist. De correctie van 5 procent wordt toegepast op de snelheid na de correctie volgens de kalibratietabel, dus op 114 km/h. 9. Het hof ziet in wat de betrokkene aanvoert geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de meting. De vastgestelde snelheid bij een meting als hier aan de orde betreft niet de gemiddelde snelheid over de gehele meetafstand, maar de hoogst geconstateerde snelheid. Anders dan de betrokkene stelt, volgt uit het zaakoverzicht niet dat de meting is gestart bij hectometerpaal 41.1. De vermelding van hectometerpaal 41.1 geeft (slechts) een indicatie waar de gedraging is geconstateerd. Dat de ambtenaar beneden aan het talud stond, eerst een gat moest dichten en de ambtenaar bij hectometerpaal 39.1 al voor de betrokkene reed, geeft daarom geen reden te twijfelen aan de juistheid van de meting. 10. Op basis van de gegevens in het dossier kan de gedraging worden vastgesteld. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding, omdat de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. RDW Kentekencheck: https://ovi.rdw.nl/
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:1772 text/xml public 2026-04-09T11:29:21 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-03-24 Wahv 200.355.805 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1772 text/html public 2026-04-09T11:28:27 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1772 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 24-03-2026 / Wahv 200.355.805 Snelheidsoverschrijding. 1. Geen rechtsregel schrijft voor dat in de inleidende beschikking moet worden vermeld met behulp van welke meetmethode de gedraging is vastgesteld. 2. De vermelding in het zaakoverzicht dat de kleur van het voertuig grijs is, terwijl deze feitelijk brons is, geeft geen reden tot twijfel. Deze informatie komt namelijk uit het kentekenregister van het RDW, waarin alleen hoofdkleuren worden geregistreerd. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.355.805/01 CJIB-nummer : 263703762 Uitspraak d.d. : 24 maart 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 26 mei 2025, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats]. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verloop van de procedure De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Bij e-mail van 8 maart 2025 heeft de betrokkene verzocht om een proceskostenvergoeding. De zaak is behandeld op de zitting van 10 maart 2026. De betrokkene is verschenen. De advocaatgeneraal is vertegenwoordigd door mr. [naam]. De beoordeling 1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 334,- voor: “30 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 januari 2024 om 20:10 uur op de A15 in Botlek Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken]. 2. De betrokkene voert aan dat de interpretatie van de kantonrechter van de gegevens in het zaakoverzicht afwijkt van de informatie in de inleidende beschikking. Dit is in strijd met het vertrouwensbeginsel. Daarnaast heeft het openbaar ministerie nagelaten om de meetmethode toe te lichten. Dit is in strijd met het motiveringsbeginsel. Op de inleidende beschikking staat op geen enkele wijze vermeld op welke manier de snelheid daadwerkelijk is gemeten. Er is geen reden dit achterwege te laten. Het staat wel in het zaakoverzicht, maar daar dient om gevraagd te worden. Er dient te worden uitgegaan van een actieve informatieplicht. In het zaakoverzicht is vermeld dat de meetafstand 2000 meter was en dat de meting is gestart bij hectometerpaal 41.1. Op basis van eenvoudige berekeningen is vast te stellen dat dit niet kan kloppen. De ambtenaar stond met zijn politiebus beneden aan het talud en moest eerst een gat dichtrijden van 600 meter. Het is onwaarschijnlijk dat de politiebus bij hectometerpaal 41.1 achter het voertuig van de betrokkene reed. De volgafstand kan daarnaast niet kloppen omdat de politiebus dan tot hectometerpaal 39.1 achter de betrokkene had moeten rijden. Dat is onjuist, omdat de politiebus op dat punt al voor de betrokkene reed. In het zaakoverzicht is verder ten onrechte vermeld dat de kleur van de auto grijs is, dit moet brons zijn. 3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft. 4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen. Afgelezen snelheid volgens kalibratietabel: 120. Snelheid volgens kalibratietabel: 114. Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 110. Toegestane snelheid: 80. Overschrijding met: 30. Meetafstand: 2000,00 m. Tussenafstand: 50 m. Ter hoogte van hectometerpaal: 41.1L. Merk van voertuig: Kia Type van voertuig: Cee D Kleur van voertuig: grijs. Verklaring betrokkene: Ik reed een beetje door.” 5. Dat in de inleidende beschikking niet staat vermeld met welke meetmethode de gedraging is vastgesteld, brengt niet mee dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. Het vermelden van de meetmethode in de inleidende beschikking is niet vereist. In de Regeling modellen en formulieren ten behoeve van de handhaving Justitie is in artikel 2 bepaald welke informatie de inleidende beschikking ten minste dient te bevatten. De meetmethode is hierin niet vermeld. 6. In het zaakoverzicht is vermeld dat de werkelijke snelheid is vastgesteld met behulp van de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen. Geen rechtsregel schrijft voor dat deze meetmethode (verder) toegelicht moet worden. Wat de betrokkene aanvoert geeft daartoe ook geen aanleiding. 7. De vermelding in het zaakoverzicht van de kleur grijs is afkomstig van de informatie uit het kentekenregister van het RDW. De RDW registreert alleen hoofdkleuren. Dat de kleur van het voertuig feitelijk brons is, wat het hof wel wil aannemen, geeft het hof daarom geen reden om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. 8. In de inleidende beschikking is de snelheid na correctie volgens de kalibratietabel vermeld, 114 km/h. Deze wordt in de inleidende beschikking ‘gemeten snelheid’ genoemd. Van afwijkende informatie is geen sprake. De interpretatie van de kantonrechter van de gegevens in het zaakoverzicht is juist. De correctie van 5 procent wordt toegepast op de snelheid na de correctie volgens de kalibratietabel, dus op 114 km/h. 9. Het hof ziet in wat de betrokkene aanvoert geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de meting. De vastgestelde snelheid bij een meting als hier aan de orde betreft niet de gemiddelde snelheid over de gehele meetafstand, maar de hoogst geconstateerde snelheid. Anders dan de betrokkene stelt, volgt uit het zaakoverzicht niet dat de meting is gestart bij hectometerpaal 41.1. De vermelding van hectometerpaal 41.1 geeft (slechts) een indicatie waar de gedraging is geconstateerd. Dat de ambtenaar beneden aan het talud stond, eerst een gat moest dichten en de ambtenaar bij hectometerpaal 39.1 al voor de betrokkene reed, geeft daarom geen reden te twijfelen aan de juistheid van de meting. 10. Op basis van de gegevens in het dossier kan de gedraging worden vastgesteld. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding, omdat de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. RDW Kentekencheck: https://ovi.rdw.nl/
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:1772 text/xml public 2026-04-09T11:29:21 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-03-24 Wahv 200.355.805 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1772 text/html public 2026-04-09T11:28:27 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1772 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 24-03-2026 / Wahv 200.355.805 Snelheidsoverschrijding. 1. Geen rechtsregel schrijft voor dat in de inleidende beschikking moet worden vermeld met behulp van welke meetmethode de gedraging is vastgesteld. 2. De vermelding in het zaakoverzicht dat de kleur van het voertuig grijs is, terwijl deze feitelijk brons is, geeft geen reden tot twijfel. Deze informatie komt namelijk uit het kentekenregister van het RDW, waarin alleen hoofdkleuren worden geregistreerd. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.355.805/01 CJIB-nummer : 263703762 Uitspraak d.d. : 24 maart 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 26 mei 2025, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats]. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verloop van de procedure De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Bij e-mail van 8 maart 2025 heeft de betrokkene verzocht om een proceskostenvergoeding. De zaak is behandeld op de zitting van 10 maart 2026. De betrokkene is verschenen. De advocaatgeneraal is vertegenwoordigd door mr. [naam]. De beoordeling 1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 334,- voor: “30 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 januari 2024 om 20:10 uur op de A15 in Botlek Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken]. 2. De betrokkene voert aan dat de interpretatie van de kantonrechter van de gegevens in het zaakoverzicht afwijkt van de informatie in de inleidende beschikking. Dit is in strijd met het vertrouwensbeginsel. Daarnaast heeft het openbaar ministerie nagelaten om de meetmethode toe te lichten. Dit is in strijd met het motiveringsbeginsel. Op de inleidende beschikking staat op geen enkele wijze vermeld op welke manier de snelheid daadwerkelijk is gemeten. Er is geen reden dit achterwege te laten. Het staat wel in het zaakoverzicht, maar daar dient om gevraagd te worden. Er dient te worden uitgegaan van een actieve informatieplicht. In het zaakoverzicht is vermeld dat de meetafstand 2000 meter was en dat de meting is gestart bij hectometerpaal 41.1. Op basis van eenvoudige berekeningen is vast te stellen dat dit niet kan kloppen. De ambtenaar stond met zijn politiebus beneden aan het talud en moest eerst een gat dichtrijden van 600 meter. Het is onwaarschijnlijk dat de politiebus bij hectometerpaal 41.1 achter het voertuig van de betrokkene reed. De volgafstand kan daarnaast niet kloppen omdat de politiebus dan tot hectometerpaal 39.1 achter de betrokkene had moeten rijden. Dat is onjuist, omdat de politiebus op dat punt al voor de betrokkene reed. In het zaakoverzicht is verder ten onrechte vermeld dat de kleur van de auto grijs is, dit moet brons zijn. 3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft. 4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen. Afgelezen snelheid volgens kalibratietabel: 120. Snelheid volgens kalibratietabel: 114. Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 110. Toegestane snelheid: 80. Overschrijding met: 30. Meetafstand: 2000,00 m. Tussenafstand: 50 m. Ter hoogte van hectometerpaal: 41.1L. Merk van voertuig: Kia Type van voertuig: Cee D Kleur van voertuig: grijs. Verklaring betrokkene: Ik reed een beetje door.” 5. Dat in de inleidende beschikking niet staat vermeld met welke meetmethode de gedraging is vastgesteld, brengt niet mee dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. Het vermelden van de meetmethode in de inleidende beschikking is niet vereist. In de Regeling modellen en formulieren ten behoeve van de handhaving Justitie is in artikel 2 bepaald welke informatie de inleidende beschikking ten minste dient te bevatten. De meetmethode is hierin niet vermeld. 6. In het zaakoverzicht is vermeld dat de werkelijke snelheid is vastgesteld met behulp van de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen. Geen rechtsregel schrijft voor dat deze meetmethode (verder) toegelicht moet worden. Wat de betrokkene aanvoert geeft daartoe ook geen aanleiding. 7. De vermelding in het zaakoverzicht van de kleur grijs is afkomstig van de informatie uit het kentekenregister van het RDW. De RDW registreert alleen hoofdkleuren. Dat de kleur van het voertuig feitelijk brons is, wat het hof wel wil aannemen, geeft het hof daarom geen reden om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. 8. In de inleidende beschikking is de snelheid na correctie volgens de kalibratietabel vermeld, 114 km/h. Deze wordt in de inleidende beschikking ‘gemeten snelheid’ genoemd. Van afwijkende informatie is geen sprake. De interpretatie van de kantonrechter van de gegevens in het zaakoverzicht is juist. De correctie van 5 procent wordt toegepast op de snelheid na de correctie volgens de kalibratietabel, dus op 114 km/h. 9. Het hof ziet in wat de betrokkene aanvoert geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de meting. De vastgestelde snelheid bij een meting als hier aan de orde betreft niet de gemiddelde snelheid over de gehele meetafstand, maar de hoogst geconstateerde snelheid. Anders dan de betrokkene stelt, volgt uit het zaakoverzicht niet dat de meting is gestart bij hectometerpaal 41.1. De vermelding van hectometerpaal 41.1 geeft (slechts) een indicatie waar de gedraging is geconstateerd. Dat de ambtenaar beneden aan het talud stond, eerst een gat moest dichten en de ambtenaar bij hectometerpaal 39.1 al voor de betrokkene reed, geeft daarom geen reden te twijfelen aan de juistheid van de meting. 10. Op basis van de gegevens in het dossier kan de gedraging worden vastgesteld. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding, omdat de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. RDW Kentekencheck: https://ovi.rdw.nl/
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:1772 text/xml public 2026-04-09T11:29:21 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-03-24 Wahv 200.355.805 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1772 text/html public 2026-04-09T11:28:27 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1772 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 24-03-2026 / Wahv 200.355.805 Snelheidsoverschrijding. 1. Geen rechtsregel schrijft voor dat in de inleidende beschikking moet worden vermeld met behulp van welke meetmethode de gedraging is vastgesteld. 2. De vermelding in het zaakoverzicht dat de kleur van het voertuig grijs is, terwijl deze feitelijk brons is, geeft geen reden tot twijfel. Deze informatie komt namelijk uit het kentekenregister van het RDW, waarin alleen hoofdkleuren worden geregistreerd. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.355.805/01 CJIB-nummer : 263703762 Uitspraak d.d. : 24 maart 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 26 mei 2025, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats]. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verloop van de procedure De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Bij e-mail van 8 maart 2025 heeft de betrokkene verzocht om een proceskostenvergoeding. De zaak is behandeld op de zitting van 10 maart 2026. De betrokkene is verschenen. De advocaatgeneraal is vertegenwoordigd door mr. [naam]. De beoordeling 1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 334,- voor: “30 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 januari 2024 om 20:10 uur op de A15 in Botlek Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken]. 2. De betrokkene voert aan dat de interpretatie van de kantonrechter van de gegevens in het zaakoverzicht afwijkt van de informatie in de inleidende beschikking. Dit is in strijd met het vertrouwensbeginsel. Daarnaast heeft het openbaar ministerie nagelaten om de meetmethode toe te lichten. Dit is in strijd met het motiveringsbeginsel. Op de inleidende beschikking staat op geen enkele wijze vermeld op welke manier de snelheid daadwerkelijk is gemeten. Er is geen reden dit achterwege te laten. Het staat wel in het zaakoverzicht, maar daar dient om gevraagd te worden. Er dient te worden uitgegaan van een actieve informatieplicht. In het zaakoverzicht is vermeld dat de meetafstand 2000 meter was en dat de meting is gestart bij hectometerpaal 41.1. Op basis van eenvoudige berekeningen is vast te stellen dat dit niet kan kloppen. De ambtenaar stond met zijn politiebus beneden aan het talud en moest eerst een gat dichtrijden van 600 meter. Het is onwaarschijnlijk dat de politiebus bij hectometerpaal 41.1 achter het voertuig van de betrokkene reed. De volgafstand kan daarnaast niet kloppen omdat de politiebus dan tot hectometerpaal 39.1 achter de betrokkene had moeten rijden. Dat is onjuist, omdat de politiebus op dat punt al voor de betrokkene reed. In het zaakoverzicht is verder ten onrechte vermeld dat de kleur van de auto grijs is, dit moet brons zijn. 3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft. 4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen. Afgelezen snelheid volgens kalibratietabel: 120. Snelheid volgens kalibratietabel: 114. Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 110. Toegestane snelheid: 80. Overschrijding met: 30. Meetafstand: 2000,00 m. Tussenafstand: 50 m. Ter hoogte van hectometerpaal: 41.1L. Merk van voertuig: Kia Type van voertuig: Cee D Kleur van voertuig: grijs. Verklaring betrokkene: Ik reed een beetje door.” 5. Dat in de inleidende beschikking niet staat vermeld met welke meetmethode de gedraging is vastgesteld, brengt niet mee dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. Het vermelden van de meetmethode in de inleidende beschikking is niet vereist. In de Regeling modellen en formulieren ten behoeve van de handhaving Justitie is in artikel 2 bepaald welke informatie de inleidende beschikking ten minste dient te bevatten. De meetmethode is hierin niet vermeld. 6. In het zaakoverzicht is vermeld dat de werkelijke snelheid is vastgesteld met behulp van de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen. Geen rechtsregel schrijft voor dat deze meetmethode (verder) toegelicht moet worden. Wat de betrokkene aanvoert geeft daartoe ook geen aanleiding. 7. De vermelding in het zaakoverzicht van de kleur grijs is afkomstig van de informatie uit het kentekenregister van het RDW. De RDW registreert alleen hoofdkleuren. Dat de kleur van het voertuig feitelijk brons is, wat het hof wel wil aannemen, geeft het hof daarom geen reden om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. 8. In de inleidende beschikking is de snelheid na correctie volgens de kalibratietabel vermeld, 114 km/h. Deze wordt in de inleidende beschikking ‘gemeten snelheid’ genoemd. Van afwijkende informatie is geen sprake. De interpretatie van de kantonrechter van de gegevens in het zaakoverzicht is juist. De correctie van 5 procent wordt toegepast op de snelheid na de correctie volgens de kalibratietabel, dus op 114 km/h. 9. Het hof ziet in wat de betrokkene aanvoert geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de meting. De vastgestelde snelheid bij een meting als hier aan de orde betreft niet de gemiddelde snelheid over de gehele meetafstand, maar de hoogst geconstateerde snelheid. Anders dan de betrokkene stelt, volgt uit het zaakoverzicht niet dat de meting is gestart bij hectometerpaal 41.1. De vermelding van hectometerpaal 41.1 geeft (slechts) een indicatie waar de gedraging is geconstateerd. Dat de ambtenaar beneden aan het talud stond, eerst een gat moest dichten en de ambtenaar bij hectometerpaal 39.1 al voor de betrokkene reed, geeft daarom geen reden te twijfelen aan de juistheid van de meting. 10. Op basis van de gegevens in het dossier kan de gedraging worden vastgesteld. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding, omdat de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. RDW Kentekencheck: https://ovi.rdw.nl/
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:1772 text/xml public 2026-04-09T11:29:21 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-03-24 Wahv 200.355.805 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1772 text/html public 2026-04-09T11:28:27 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1772 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 24-03-2026 / Wahv 200.355.805 Snelheidsoverschrijding. 1. Geen rechtsregel schrijft voor dat in de inleidende beschikking moet worden vermeld met behulp van welke meetmethode de gedraging is vastgesteld. 2. De vermelding in het zaakoverzicht dat de kleur van het voertuig grijs is, terwijl deze feitelijk brons is, geeft geen reden tot twijfel. Deze informatie komt namelijk uit het kentekenregister van het RDW, waarin alleen hoofdkleuren worden geregistreerd. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.355.805/01 CJIB-nummer : 263703762 Uitspraak d.d. : 24 maart 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 26 mei 2025, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats]. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verloop van de procedure De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Bij e-mail van 8 maart 2025 heeft de betrokkene verzocht om een proceskostenvergoeding. De zaak is behandeld op de zitting van 10 maart 2026. De betrokkene is verschenen. De advocaatgeneraal is vertegenwoordigd door mr. [naam]. De beoordeling 1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 334,- voor: “30 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 januari 2024 om 20:10 uur op de A15 in Botlek Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken]. 2. De betrokkene voert aan dat de interpretatie van de kantonrechter van de gegevens in het zaakoverzicht afwijkt van de informatie in de inleidende beschikking. Dit is in strijd met het vertrouwensbeginsel. Daarnaast heeft het openbaar ministerie nagelaten om de meetmethode toe te lichten. Dit is in strijd met het motiveringsbeginsel. Op de inleidende beschikking staat op geen enkele wijze vermeld op welke manier de snelheid daadwerkelijk is gemeten. Er is geen reden dit achterwege te laten. Het staat wel in het zaakoverzicht, maar daar dient om gevraagd te worden. Er dient te worden uitgegaan van een actieve informatieplicht. In het zaakoverzicht is vermeld dat de meetafstand 2000 meter was en dat de meting is gestart bij hectometerpaal 41.1. Op basis van eenvoudige berekeningen is vast te stellen dat dit niet kan kloppen. De ambtenaar stond met zijn politiebus beneden aan het talud en moest eerst een gat dichtrijden van 600 meter. Het is onwaarschijnlijk dat de politiebus bij hectometerpaal 41.1 achter het voertuig van de betrokkene reed. De volgafstand kan daarnaast niet kloppen omdat de politiebus dan tot hectometerpaal 39.1 achter de betrokkene had moeten rijden. Dat is onjuist, omdat de politiebus op dat punt al voor de betrokkene reed. In het zaakoverzicht is verder ten onrechte vermeld dat de kleur van de auto grijs is, dit moet brons zijn. 3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft. 4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen. Afgelezen snelheid volgens kalibratietabel: 120. Snelheid volgens kalibratietabel: 114. Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 110. Toegestane snelheid: 80. Overschrijding met: 30. Meetafstand: 2000,00 m. Tussenafstand: 50 m. Ter hoogte van hectometerpaal: 41.1L. Merk van voertuig: Kia Type van voertuig: Cee D Kleur van voertuig: grijs. Verklaring betrokkene: Ik reed een beetje door.” 5. Dat in de inleidende beschikking niet staat vermeld met welke meetmethode de gedraging is vastgesteld, brengt niet mee dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. Het vermelden van de meetmethode in de inleidende beschikking is niet vereist. In de Regeling modellen en formulieren ten behoeve van de handhaving Justitie is in artikel 2 bepaald welke informatie de inleidende beschikking ten minste dient te bevatten. De meetmethode is hierin niet vermeld. 6. In het zaakoverzicht is vermeld dat de werkelijke snelheid is vastgesteld met behulp van de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen. Geen rechtsregel schrijft voor dat deze meetmethode (verder) toegelicht moet worden. Wat de betrokkene aanvoert geeft daartoe ook geen aanleiding. 7. De vermelding in het zaakoverzicht van de kleur grijs is afkomstig van de informatie uit het kentekenregister van het RDW. De RDW registreert alleen hoofdkleuren. Dat de kleur van het voertuig feitelijk brons is, wat het hof wel wil aannemen, geeft het hof daarom geen reden om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. 8. In de inleidende beschikking is de snelheid na correctie volgens de kalibratietabel vermeld, 114 km/h. Deze wordt in de inleidende beschikking ‘gemeten snelheid’ genoemd. Van afwijkende informatie is geen sprake. De interpretatie van de kantonrechter van de gegevens in het zaakoverzicht is juist. De correctie van 5 procent wordt toegepast op de snelheid na de correctie volgens de kalibratietabel, dus op 114 km/h. 9. Het hof ziet in wat de betrokkene aanvoert geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de meting. De vastgestelde snelheid bij een meting als hier aan de orde betreft niet de gemiddelde snelheid over de gehele meetafstand, maar de hoogst geconstateerde snelheid. Anders dan de betrokkene stelt, volgt uit het zaakoverzicht niet dat de meting is gestart bij hectometerpaal 41.1. De vermelding van hectometerpaal 41.1 geeft (slechts) een indicatie waar de gedraging is geconstateerd. Dat de ambtenaar beneden aan het talud stond, eerst een gat moest dichten en de ambtenaar bij hectometerpaal 39.1 al voor de betrokkene reed, geeft daarom geen reden te twijfelen aan de juistheid van de meting. 10. Op basis van de gegevens in het dossier kan de gedraging worden vastgesteld. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding, omdat de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. RDW Kentekencheck: https://ovi.rdw.nl/
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:1772 text/xml public 2026-04-09T11:29:21 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-03-24 Wahv 200.355.805 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1772 text/html public 2026-04-09T11:28:27 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1772 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 24-03-2026 / Wahv 200.355.805 Snelheidsoverschrijding. 1. Geen rechtsregel schrijft voor dat in de inleidende beschikking moet worden vermeld met behulp van welke meetmethode de gedraging is vastgesteld. 2. De vermelding in het zaakoverzicht dat de kleur van het voertuig grijs is, terwijl deze feitelijk brons is, geeft geen reden tot twijfel. Deze informatie komt namelijk uit het kentekenregister van het RDW, waarin alleen hoofdkleuren worden geregistreerd. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.355.805/01 CJIB-nummer : 263703762 Uitspraak d.d. : 24 maart 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 26 mei 2025, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats]. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verloop van de procedure De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Bij e-mail van 8 maart 2025 heeft de betrokkene verzocht om een proceskostenvergoeding. De zaak is behandeld op de zitting van 10 maart 2026. De betrokkene is verschenen. De advocaatgeneraal is vertegenwoordigd door mr. [naam]. De beoordeling 1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 334,- voor: “30 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 januari 2024 om 20:10 uur op de A15 in Botlek Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken]. 2. De betrokkene voert aan dat de interpretatie van de kantonrechter van de gegevens in het zaakoverzicht afwijkt van de informatie in de inleidende beschikking. Dit is in strijd met het vertrouwensbeginsel. Daarnaast heeft het openbaar ministerie nagelaten om de meetmethode toe te lichten. Dit is in strijd met het motiveringsbeginsel. Op de inleidende beschikking staat op geen enkele wijze vermeld op welke manier de snelheid daadwerkelijk is gemeten. Er is geen reden dit achterwege te laten. Het staat wel in het zaakoverzicht, maar daar dient om gevraagd te worden. Er dient te worden uitgegaan van een actieve informatieplicht. In het zaakoverzicht is vermeld dat de meetafstand 2000 meter was en dat de meting is gestart bij hectometerpaal 41.1. Op basis van eenvoudige berekeningen is vast te stellen dat dit niet kan kloppen. De ambtenaar stond met zijn politiebus beneden aan het talud en moest eerst een gat dichtrijden van 600 meter. Het is onwaarschijnlijk dat de politiebus bij hectometerpaal 41.1 achter het voertuig van de betrokkene reed. De volgafstand kan daarnaast niet kloppen omdat de politiebus dan tot hectometerpaal 39.1 achter de betrokkene had moeten rijden. Dat is onjuist, omdat de politiebus op dat punt al voor de betrokkene reed. In het zaakoverzicht is verder ten onrechte vermeld dat de kleur van de auto grijs is, dit moet brons zijn. 3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft. 4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen. Afgelezen snelheid volgens kalibratietabel: 120. Snelheid volgens kalibratietabel: 114. Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 110. Toegestane snelheid: 80. Overschrijding met: 30. Meetafstand: 2000,00 m. Tussenafstand: 50 m. Ter hoogte van hectometerpaal: 41.1L. Merk van voertuig: Kia Type van voertuig: Cee D Kleur van voertuig: grijs. Verklaring betrokkene: Ik reed een beetje door.” 5. Dat in de inleidende beschikking niet staat vermeld met welke meetmethode de gedraging is vastgesteld, brengt niet mee dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. Het vermelden van de meetmethode in de inleidende beschikking is niet vereist. In de Regeling modellen en formulieren ten behoeve van de handhaving Justitie is in artikel 2 bepaald welke informatie de inleidende beschikking ten minste dient te bevatten. De meetmethode is hierin niet vermeld. 6. In het zaakoverzicht is vermeld dat de werkelijke snelheid is vastgesteld met behulp van de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen. Geen rechtsregel schrijft voor dat deze meetmethode (verder) toegelicht moet worden. Wat de betrokkene aanvoert geeft daartoe ook geen aanleiding. 7. De vermelding in het zaakoverzicht van de kleur grijs is afkomstig van de informatie uit het kentekenregister van het RDW. De RDW registreert alleen hoofdkleuren. Dat de kleur van het voertuig feitelijk brons is, wat het hof wel wil aannemen, geeft het hof daarom geen reden om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. 8. In de inleidende beschikking is de snelheid na correctie volgens de kalibratietabel vermeld, 114 km/h. Deze wordt in de inleidende beschikking ‘gemeten snelheid’ genoemd. Van afwijkende informatie is geen sprake. De interpretatie van de kantonrechter van de gegevens in het zaakoverzicht is juist. De correctie van 5 procent wordt toegepast op de snelheid na de correctie volgens de kalibratietabel, dus op 114 km/h. 9. Het hof ziet in wat de betrokkene aanvoert geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de meting. De vastgestelde snelheid bij een meting als hier aan de orde betreft niet de gemiddelde snelheid over de gehele meetafstand, maar de hoogst geconstateerde snelheid. Anders dan de betrokkene stelt, volgt uit het zaakoverzicht niet dat de meting is gestart bij hectometerpaal 41.1. De vermelding van hectometerpaal 41.1 geeft (slechts) een indicatie waar de gedraging is geconstateerd. Dat de ambtenaar beneden aan het talud stond, eerst een gat moest dichten en de ambtenaar bij hectometerpaal 39.1 al voor de betrokkene reed, geeft daarom geen reden te twijfelen aan de juistheid van de meting. 10. Op basis van de gegevens in het dossier kan de gedraging worden vastgesteld. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding, omdat de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. RDW Kentekencheck: https://ovi.rdw.nl/