Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-03-23
ECLI:NL:GHARL:2026:1757
Strafrecht
Hoger beroep
4,093 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:1757 text/xml public 2026-03-30T13:46:32 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-03-23 21-004411-24 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1757 text/html public 2026-03-30T13:45:58 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1757 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 23-03-2026 / 21-004411-24 Het hof spreekt verdachte vrij van verkrachting. Het hof heeft niet de overtuiging bekomen dat verdachte het aan hem ten laste gelegde feit heeft begaan. Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-004411-24 Uitspraakdatum: 23 maart 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 2 oktober 2024 met parketnummer 16-272802-23 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] . Hoger beroep Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland. Onderzoek van de zaak Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 9 maart 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank is besproken. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte voor de aan hem ten laste gelegde verkrachting tot een gevangenisstraf van 3 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en gehele toewijzing van de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.M. Koppert, en de advocaat van de benadeelde partij, mr. W. van Egmond, hebben aangevoerd. Het vonnis De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte bij vonnis van 2 oktober 2024, waartegen het hoger beroep is gericht, veroordeeld voor de aan hem ten laste gelegde verkrachting tot een gevangenisstraf van 3 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Daarnaast heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij geheel toegewezen tot € 5.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de rechtbank Midden-Nederland. Het hof zal het vonnis daarom vernietigen en opnieuw rechtdoen. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 30 januari 2023 te [plaats] , althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, iemand, te weten [benadeelde] , heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam immers heeft hij, verdachte, - die [benadeelde] gezoend en/of - het lichaam van die [benadeelde] betast en/of - zijn vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [benadeelde] gebracht en/of - zijn penis in de vagina van die [benadeelde] gebracht en/of geduwd en/of gehouden en/of - aan/in de tepel(s) en/of borst(en) van die [benadeelde] gesabbeld en/of gebeten bestaande het geweld en/of een andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid hierin dat hij, verdachte, terwijl die [benadeelde] meermalen, althans eenmaal, tegen verdachte heeft gezegd het niet te willen en/of verdachte heeft gesommeerd te stoppen en/of verdachte heeft weggeduwd en/of probeerde weg te komen, - die [benadeelde] aan haar arm(en) vastgepakt en/of - die [benadeelde] (meermaals) op het bed heeft getrokken en/of - die [benadeelde] op het bed heeft gegooid waardoor ze hard met haar hoofd op het bed kwam en/of - die [benadeelde] haar broek naar beneden heeft getrokken en/of - die [benadeelde] haar benen (met kracht) uit elkaar geduwd en/of haar benen op haar borst heeft geduwd en/of - de deur van verdachtes kamer op slot draaide terwijl hij en die [benadeelde] daarbinnen verbleven terwijl die [benadeelde] zich in verdachtes kamer bevond, welke zij niet kon verlaten Vrijspraak Standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de aan verdachte ten laste gelegde verkrachting wettig en overtuigend bewezen kan worden. Zij heeft hiertoe verwezen naar de stukken in het dossier. Daarnaast heeft zij aangevoerd dat verdachte in het proces meerdere keren wisselend heeft verklaard. Zijn verklaring op de zitting bij het hof is om die reden niet geloofwaardig. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Verdachte is op de zitting in hoger beroep teruggekomen op zijn eerdere verklaring dat hij en aangeefster geen geslachtsgemeenschap hebben gehad. Verdachte heeft op de zitting in hoger beroep verklaard dat hij en aangeefster seks hebben gehad en dat dit met wederzijdse toestemming heeft plaatsgevonden. Verdachte heeft dit niet eerder willen vertellen, omdat hij bang was voor de gevolgen voor z’n relatie. In dat licht heeft de raadsman aangevoerd dat de verklaring van aangeefster onbetrouwbaar is en dat er tegenstrijdigheden bestaan in het dossier. Oordeel van het hof Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Daarom spreekt het hof verdachte daarvan vrij. Het hof overweegt hiertoe het volgende. Aangeefster en verdachte hebben een relatie met elkaar gehad. Zij hebben samen een zoon, met wie verdachte geruime tijd geen contact heeft gehad. Omwille van eventueel contactherstel tussen verdachte en de zoon, hebben verdachte en aangeefster bij verdachte thuis afgesproken om het hierover te hebben. Via WhatsApp is er over en weer contact geweest. Op 30 januari 2023 is aangeefster naar het huis van verdachte gegaan. Tijdens die ontmoeting hebben verdachte en aangeefster seks met elkaar gehad. Volgens aangeefster is er sprake geweest van fysieke dwang. Verdachte is op de zitting in hoger beroep teruggekomen op zijn eerdere afgelegde verklaringen. Hij heeft bij het hof verklaard dat hij en aangeefster seks hebben gehad en dat dit vrijwillig heeft plaatsgevonden. Aangeefster zou boos geworden zijn omdat hij daarna aangegeven heeft dat dit eenmalig was en hij geen nieuwe relatie met haar wilde. Daarnaast heeft hij verklaard waarom hij voor het eerst in hoger beroep met deze verklaring is gekomen, te weten omdat zijn vriendin er dan achter zou komen dat hij vreemdgegaan was. Nu verdachte een niet op voorhand te weerleggen verklaring heeft afgelegd over wat er tussen hen gebeurd is, acht het hof de tijdlijn van de gebeurtenissen in de ochtend van 30 januari 2023, met name nadat aangeefster en verdachte seks met elkaar hebben gehad van groot belang. Het hof heeft hier geen eenduidig beeld over gekregen. Het hof kan in ieder geval vaststellen dat aangeefster na haar bezoek aan verdachte overstuur was. Dit blijkt onder andere uit een zich in het dossier bevindend proces-verbaal en de verklaring van [naam] . Gelet op de stukken die zich in het dossier bevinden, waaronder de WhatsAppberichten die in aanloop naar dit incident tussen aangeefster en verdachte zijn uitgewisseld, kan het hof onvoldoende plaatsen binnen welk kader de emoties van aangeefster nadat zij met de verdachte seks heeft gehad, passen. Over de geëmotioneerdheid van aangeefster bestaat geen twijfel, maar bij het hof bestaan teveel twijfels over de vraag of die emoties in verband stonden met de door haar niet gewilde seks of met een andere reden, zoals de boodschap van de verdachte dat hij geen relatie meer met haar wilde. Dat hierover gesproken zou zijn, zoals verdachte aangeeft, vindt ondersteuning in de door verdachte ter zitting overgelegde WhatsAppberichten, waarin door aangeefster aan verdachte onder andere gevraagd wordt of hij nog wat voor haar voelt.
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:1757 text/xml public 2026-03-30T13:46:32 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-03-23 21-004411-24 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1757 text/html public 2026-03-30T13:45:58 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1757 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 23-03-2026 / 21-004411-24 Het hof spreekt verdachte vrij van verkrachting. Het hof heeft niet de overtuiging bekomen dat verdachte het aan hem ten laste gelegde feit heeft begaan. Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-004411-24 Uitspraakdatum: 23 maart 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 2 oktober 2024 met parketnummer 16-272802-23 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] . Hoger beroep Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland. Onderzoek van de zaak Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 9 maart 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank is besproken. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte voor de aan hem ten laste gelegde verkrachting tot een gevangenisstraf van 3 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en gehele toewijzing van de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.M. Koppert, en de advocaat van de benadeelde partij, mr. W. van Egmond, hebben aangevoerd. Het vonnis De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte bij vonnis van 2 oktober 2024, waartegen het hoger beroep is gericht, veroordeeld voor de aan hem ten laste gelegde verkrachting tot een gevangenisstraf van 3 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Daarnaast heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij geheel toegewezen tot € 5.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de rechtbank Midden-Nederland. Het hof zal het vonnis daarom vernietigen en opnieuw rechtdoen. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 30 januari 2023 te [plaats] , althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, iemand, te weten [benadeelde] , heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam immers heeft hij, verdachte, - die [benadeelde] gezoend en/of - het lichaam van die [benadeelde] betast en/of - zijn vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [benadeelde] gebracht en/of - zijn penis in de vagina van die [benadeelde] gebracht en/of geduwd en/of gehouden en/of - aan/in de tepel(s) en/of borst(en) van die [benadeelde] gesabbeld en/of gebeten bestaande het geweld en/of een andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid hierin dat hij, verdachte, terwijl die [benadeelde] meermalen, althans eenmaal, tegen verdachte heeft gezegd het niet te willen en/of verdachte heeft gesommeerd te stoppen en/of verdachte heeft weggeduwd en/of probeerde weg te komen, - die [benadeelde] aan haar arm(en) vastgepakt en/of - die [benadeelde] (meermaals) op het bed heeft getrokken en/of - die [benadeelde] op het bed heeft gegooid waardoor ze hard met haar hoofd op het bed kwam en/of - die [benadeelde] haar broek naar beneden heeft getrokken en/of - die [benadeelde] haar benen (met kracht) uit elkaar geduwd en/of haar benen op haar borst heeft geduwd en/of - de deur van verdachtes kamer op slot draaide terwijl hij en die [benadeelde] daarbinnen verbleven terwijl die [benadeelde] zich in verdachtes kamer bevond, welke zij niet kon verlaten Vrijspraak Standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de aan verdachte ten laste gelegde verkrachting wettig en overtuigend bewezen kan worden. Zij heeft hiertoe verwezen naar de stukken in het dossier. Daarnaast heeft zij aangevoerd dat verdachte in het proces meerdere keren wisselend heeft verklaard. Zijn verklaring op de zitting bij het hof is om die reden niet geloofwaardig. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Verdachte is op de zitting in hoger beroep teruggekomen op zijn eerdere verklaring dat hij en aangeefster geen geslachtsgemeenschap hebben gehad. Verdachte heeft op de zitting in hoger beroep verklaard dat hij en aangeefster seks hebben gehad en dat dit met wederzijdse toestemming heeft plaatsgevonden. Verdachte heeft dit niet eerder willen vertellen, omdat hij bang was voor de gevolgen voor z’n relatie. In dat licht heeft de raadsman aangevoerd dat de verklaring van aangeefster onbetrouwbaar is en dat er tegenstrijdigheden bestaan in het dossier. Oordeel van het hof Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Daarom spreekt het hof verdachte daarvan vrij. Het hof overweegt hiertoe het volgende. Aangeefster en verdachte hebben een relatie met elkaar gehad. Zij hebben samen een zoon, met wie verdachte geruime tijd geen contact heeft gehad. Omwille van eventueel contactherstel tussen verdachte en de zoon, hebben verdachte en aangeefster bij verdachte thuis afgesproken om het hierover te hebben. Via WhatsApp is er over en weer contact geweest. Op 30 januari 2023 is aangeefster naar het huis van verdachte gegaan. Tijdens die ontmoeting hebben verdachte en aangeefster seks met elkaar gehad. Volgens aangeefster is er sprake geweest van fysieke dwang. Verdachte is op de zitting in hoger beroep teruggekomen op zijn eerdere afgelegde verklaringen. Hij heeft bij het hof verklaard dat hij en aangeefster seks hebben gehad en dat dit vrijwillig heeft plaatsgevonden. Aangeefster zou boos geworden zijn omdat hij daarna aangegeven heeft dat dit eenmalig was en hij geen nieuwe relatie met haar wilde. Daarnaast heeft hij verklaard waarom hij voor het eerst in hoger beroep met deze verklaring is gekomen, te weten omdat zijn vriendin er dan achter zou komen dat hij vreemdgegaan was. Nu verdachte een niet op voorhand te weerleggen verklaring heeft afgelegd over wat er tussen hen gebeurd is, acht het hof de tijdlijn van de gebeurtenissen in de ochtend van 30 januari 2023, met name nadat aangeefster en verdachte seks met elkaar hebben gehad van groot belang. Het hof heeft hier geen eenduidig beeld over gekregen. Het hof kan in ieder geval vaststellen dat aangeefster na haar bezoek aan verdachte overstuur was. Dit blijkt onder andere uit een zich in het dossier bevindend proces-verbaal en de verklaring van [naam] . Gelet op de stukken die zich in het dossier bevinden, waaronder de WhatsAppberichten die in aanloop naar dit incident tussen aangeefster en verdachte zijn uitgewisseld, kan het hof onvoldoende plaatsen binnen welk kader de emoties van aangeefster nadat zij met de verdachte seks heeft gehad, passen. Over de geëmotioneerdheid van aangeefster bestaat geen twijfel, maar bij het hof bestaan teveel twijfels over de vraag of die emoties in verband stonden met de door haar niet gewilde seks of met een andere reden, zoals de boodschap van de verdachte dat hij geen relatie meer met haar wilde. Dat hierover gesproken zou zijn, zoals verdachte aangeeft, vindt ondersteuning in de door verdachte ter zitting overgelegde WhatsAppberichten, waarin door aangeefster aan verdachte onder andere gevraagd wordt of hij nog wat voor haar voelt.