Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-03-23
ECLI:NL:GHARL:2026:1734
Strafrecht
Hoger beroep
4,059 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:1734 text/xml public 2026-04-09T11:20:19 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-03-23 Wahv 200.358.778/01 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1734 text/html public 2026-04-09T11:17:33 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1734 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 23-03-2026 / Wahv 200.358.778/01 Roodlichtgedraging. De stelling van de gemachtigde dat als er geen foto van de gedraging is de bestuurder moet worden staandegehouden, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.358.778/01 CJIB-nummer : 262627916 Uitspraak d.d. : 23 maart 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 3 juli 2025, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats]. De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling 1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 280,- voor: “doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 november 2023 om 06:15 uur op de Tolweg in Heemskerk met het voertuig met het kenteken [kenteken]. 2. De gemachtigde stelt dat de betrokkene de gedraging nadrukkelijk ontkent. Hiertoe voert de gemachtigde aan dat er geen foto van de gedraging beschikbaar is. In een dergelijke situatie dient de betrokkene te worden staandegehouden, hetgeen niet is gebeurd. Daarom is de boete ongeldig. Verder verkeerde de betrokkene in de veronderstelling dat het verkeerslicht nog oranje licht (het hof begrijpt geel licht) uitstraalde, hetgeen is bevestigd door de collega van de betrokkene die op dat moment bij de betrokkene in de auto zat. Normaal gesproken stopt de betrokkene bij geel licht, maar in dit geval reed een auto dicht achter de betrokkene waardoor remmen tot een aanrijding zou hebben geleid. De verbalisant had dan ook aan deze bestuurder een boete kunnen opleggen wegens bumperkleven. Het is opmerkelijk dat de verbalisant, buiten dienst, op deze wijze processen-verbaal opmaakt. Het wekt volgens de gemachtigde de indruk dat willekeurig boetes worden opgelegd. 3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft. 4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Gedragingsgegevens: Ik had direct zicht op het verkeerslicht en zag dat deze ongeveer 2,00 seconden op rood stond op het moment dat betrokkene dit licht negeerde en zijn weg vervolgde. (…). Reden geen staandehouding: Staandehouding was niet mogelijk, omdat ik in privétijd was en in mijn privéauto reed. (…).” 5. Een foto van de gedraging is niet beschikbaar. Dat hoeft echter niet tot vernietiging van de inleidende beschikking te leiden. Het bewijs van de gedraging wordt in deze zaak geleverd door de visuele waarneming van de ambtenaar, zoals opgenomen in het zaakoverzicht. Een foto van de gedraging is niet vereist. De gemachtigde heeft niets aangevoerd dat aanleiding geeft om aan die waarneming te twijfelen. Zijn stelling, inhoudende dat het verkeerslicht geel licht uitstraalde, komt neer op de enkele ontkenning daarvan en dat is onvoldoende. De gedraging kan dan ook worden vastgesteld. 6. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen. 7. Naar het oordeel van het hof zijn die er niet. In het algemeen mag worden verwacht dat een bestuurder te allen tijde in staat is het voertuig tijdig en op een verantwoorde wijze voor een verkeerslicht tot stilstand te brengen. Van een bestuurder mag men immers verwachten dat hij anticipeert op een naderend verkeerslicht en zijn snelheid zodanig aanpast dat tijdig kan worden gestopt. Indien een driekleurig verkeerslicht geel licht uitstraalt, houdt dit in beginsel in dat moet worden gestopt. Slechts indien men het verkeerslicht zo dicht genaderd is dat stoppen niet meer mogelijk is, mag men doorrijden. De geellichtfase zal in dat geval ook lang genoeg zijn om het verkeerslicht te passeren zonder het rode licht te negeren. Het hof overweegt dat indien de betrokkene niet kon stoppen voor het rood uitstralend verkeerslicht, omdat hij anders zo krachtig moest remmen dat er gevaar ontstond voor zijn achterligger, hij onvoldoende heeft geanticipeerd op het naderende verkeerslicht. Hierdoor heeft hij zichzelf in de situatie gebracht waarin hij meende niet anders te kunnen dan door te rijden. Er is dus geen aanleiding om het bedrag van de sanctie te matigen. 8. Verder is niet gebleken dat sprake is van willekeur. Ambtenaren beschikken over een discretionaire bevoegdheid op grond waarvan zij een zekere vrijheid hebben om te bepalen of zij in een concreet geval al dan niet een sanctie opleggen. De enkele omstandigheid dat de betrokkene niet stopt voor het rode licht, rechtvaardigt al het opleggen van een sanctie. Het hof wijst er in dit licht verder nog op dat van schending van het gelijkheidsbeginsel ten aanzien van de betrokkene alleen sprake is als zonder (juridisch) geldige reden ten nadele van de betrokkene is afgeweken van het met betrekking tot gedragingen als deze geldende beleid (zie bijvoorbeeld de uitspraak van het Hof Leeuwarden van 8 oktober 2003, te raadplegen op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHLEE:2003:AM5326). Daarvan is in dit geval niet gebleken. 9. De stelling van de gemachtigde dat wanneer een foto van de gedraging ontbreekt de betrokkene dient te worden staandegehouden, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt zodat aan hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. 10. De ambtenaar heeft verklaard dat hij geen staandehouding heeft verricht, omdat hij in privétijd in een privévoertuig reed. Hieruit blijkt voldoende dat er geen reële mogelijkheid was tot staandehouding van de bestuurder van het voertuig van de betrokkene. De sanctie is terecht aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd. 11. De aangevoerde gronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:1734 text/xml public 2026-04-09T11:20:19 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-03-23 Wahv 200.358.778/01 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1734 text/html public 2026-04-09T11:17:33 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1734 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 23-03-2026 / Wahv 200.358.778/01 Roodlichtgedraging. De stelling van de gemachtigde dat als er geen foto van de gedraging is de bestuurder moet worden staandegehouden, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.358.778/01 CJIB-nummer : 262627916 Uitspraak d.d. : 23 maart 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 3 juli 2025, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats]. De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling 1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 280,- voor: “doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 november 2023 om 06:15 uur op de Tolweg in Heemskerk met het voertuig met het kenteken [kenteken]. 2. De gemachtigde stelt dat de betrokkene de gedraging nadrukkelijk ontkent. Hiertoe voert de gemachtigde aan dat er geen foto van de gedraging beschikbaar is. In een dergelijke situatie dient de betrokkene te worden staandegehouden, hetgeen niet is gebeurd. Daarom is de boete ongeldig. Verder verkeerde de betrokkene in de veronderstelling dat het verkeerslicht nog oranje licht (het hof begrijpt geel licht) uitstraalde, hetgeen is bevestigd door de collega van de betrokkene die op dat moment bij de betrokkene in de auto zat. Normaal gesproken stopt de betrokkene bij geel licht, maar in dit geval reed een auto dicht achter de betrokkene waardoor remmen tot een aanrijding zou hebben geleid. De verbalisant had dan ook aan deze bestuurder een boete kunnen opleggen wegens bumperkleven. Het is opmerkelijk dat de verbalisant, buiten dienst, op deze wijze processen-verbaal opmaakt. Het wekt volgens de gemachtigde de indruk dat willekeurig boetes worden opgelegd. 3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft. 4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Gedragingsgegevens: Ik had direct zicht op het verkeerslicht en zag dat deze ongeveer 2,00 seconden op rood stond op het moment dat betrokkene dit licht negeerde en zijn weg vervolgde. (…). Reden geen staandehouding: Staandehouding was niet mogelijk, omdat ik in privétijd was en in mijn privéauto reed. (…).” 5. Een foto van de gedraging is niet beschikbaar. Dat hoeft echter niet tot vernietiging van de inleidende beschikking te leiden. Het bewijs van de gedraging wordt in deze zaak geleverd door de visuele waarneming van de ambtenaar, zoals opgenomen in het zaakoverzicht. Een foto van de gedraging is niet vereist. De gemachtigde heeft niets aangevoerd dat aanleiding geeft om aan die waarneming te twijfelen. Zijn stelling, inhoudende dat het verkeerslicht geel licht uitstraalde, komt neer op de enkele ontkenning daarvan en dat is onvoldoende. De gedraging kan dan ook worden vastgesteld. 6. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen. 7. Naar het oordeel van het hof zijn die er niet. In het algemeen mag worden verwacht dat een bestuurder te allen tijde in staat is het voertuig tijdig en op een verantwoorde wijze voor een verkeerslicht tot stilstand te brengen. Van een bestuurder mag men immers verwachten dat hij anticipeert op een naderend verkeerslicht en zijn snelheid zodanig aanpast dat tijdig kan worden gestopt. Indien een driekleurig verkeerslicht geel licht uitstraalt, houdt dit in beginsel in dat moet worden gestopt. Slechts indien men het verkeerslicht zo dicht genaderd is dat stoppen niet meer mogelijk is, mag men doorrijden. De geellichtfase zal in dat geval ook lang genoeg zijn om het verkeerslicht te passeren zonder het rode licht te negeren. Het hof overweegt dat indien de betrokkene niet kon stoppen voor het rood uitstralend verkeerslicht, omdat hij anders zo krachtig moest remmen dat er gevaar ontstond voor zijn achterligger, hij onvoldoende heeft geanticipeerd op het naderende verkeerslicht. Hierdoor heeft hij zichzelf in de situatie gebracht waarin hij meende niet anders te kunnen dan door te rijden. Er is dus geen aanleiding om het bedrag van de sanctie te matigen. 8. Verder is niet gebleken dat sprake is van willekeur. Ambtenaren beschikken over een discretionaire bevoegdheid op grond waarvan zij een zekere vrijheid hebben om te bepalen of zij in een concreet geval al dan niet een sanctie opleggen. De enkele omstandigheid dat de betrokkene niet stopt voor het rode licht, rechtvaardigt al het opleggen van een sanctie. Het hof wijst er in dit licht verder nog op dat van schending van het gelijkheidsbeginsel ten aanzien van de betrokkene alleen sprake is als zonder (juridisch) geldige reden ten nadele van de betrokkene is afgeweken van het met betrekking tot gedragingen als deze geldende beleid (zie bijvoorbeeld de uitspraak van het Hof Leeuwarden van 8 oktober 2003, te raadplegen op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHLEE:2003:AM5326). Daarvan is in dit geval niet gebleken. 9. De stelling van de gemachtigde dat wanneer een foto van de gedraging ontbreekt de betrokkene dient te worden staandegehouden, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt zodat aan hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. 10. De ambtenaar heeft verklaard dat hij geen staandehouding heeft verricht, omdat hij in privétijd in een privévoertuig reed. Hieruit blijkt voldoende dat er geen reële mogelijkheid was tot staandehouding van de bestuurder van het voertuig van de betrokkene. De sanctie is terecht aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd. 11. De aangevoerde gronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.