Rechtspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-03-16
ECLI:NL:GHARL:2026:1582
Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-001560-24 Uitspraakdatum: 16 maart 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 5 april 2024 met parketnummer 05-160146-22 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] , wonende te [woonadres] . Hoger beroep Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland. Onderzoek van de zaak Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 2 maart 2026 en op de zitting bij de rechtbank is besproken. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. A.B.G.T. von Bóné, en de advocaat van het slachtoffer, diens ouders en de nabestaanden namens hen heeft aangevoerd. Het vonnis In het vonnis is bewezenverklaard dat verdachte door roekeloos rijgedrag schuld heeft aan een verkeersongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 waardoor drie personen zijn overleden en een ander lichamelijk letsel heeft opgelopen. De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Verder heeft de rechtbank een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van vier jaren opgelegd. Daarnaast zijn de vorderingen van de benadeelde partijen volledig toegewezen vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het hof vernietigt het vonnis om redenen van doelmatigheid en doet daarom opnieuw recht. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: primairhij op of omstreeks 28 november 2021 te [plaats1] , gemeente [gemeente] , in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto, bestelwagen), daarmede rijdende over de weg, de [nummer] (links), roekeloos dan wel zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, - terwijl hij ter plaatse bekend was en/of - terwijl hij het motorrijtuig beroepsmatig bestuurde en/of - terwijl hij reeds onder twee portalen met matrixborden (elektronisch signaleringsbord, bord A3 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) was door gereden, op welke borden in chronologische volgorde de snelheden 90 kilometer per uur en/of 70 kilometer per uur werden getoond, en/of middels deze borden was gewezen op een (eventuele) gewijzigde verkeerssituatie, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A3 van bijlage I bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 - op welk (matrix)bord een maximumsnelheid van 70 kilometer per uur was aangegeven - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 89 kilometer per uur in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of - tijdens het besturen van het door hem bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto, bestelwagen), althans tijdens het rijden, een mobiele telefoon (meermaals) heeft bediend dan wel meerdere keren heeft aangeraakt en/of - niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voor hem gelegen weggedeelte(n) van die weg (de [nummer] ) en/of het zich daarop bevindende verkeer en/of voornoemde matrixborden en/of - in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto, bestelwagen) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat motorrijtuig (bedrijfsauto, bestelwagen) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg (de [nummer] ) kon overzien en waarov welk (matrix)bord een maximumsnelheid van 70 kilometer per uur was aangegeven - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 89 kilometer per uur in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of- tijdens het besturen van het door hem bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto, bestelwagen), althans tijdens het rijden, een mobiele telefoon (meermaals) heeft bediend dan wel meerdere keren heeft aangeraakt en/of - in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto, bestelwagen) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat motorrijtuig (bedrijfsauto, bestelwagen) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg (de [nummer] ) kon overzien en waarover deze vrij was en/of - toen het voor hem rijdende verkeer langzaam reed en/of snelheid had verminderd en/of (nagenoeg) tot stilstand was gekomen, met een snelheid van ongeveer 89 kilometer per uur is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met, een voor hem uit langzamer rijdend of stilstaand ander motorrijtuig (personenauto), - ten gevolge waarvan dit andere motorrijtuig (personenauto) is gebotst tegen, althans in aanraking is gekomen met, een of meer andere voertuigen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsoverweging Het standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde feit. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is geweest van roekeloosheid en dat verdachte van dat onderdeel vrijgesproken dient te worden. Als verdachte voor het primair tenlastegelegde wordt veroordeeld dient een lichtere gradatie van schuld aangenomen te worden. Het oordeel van het hof Het hof is van oordeel dat de rechtbank het juridisch kader en de feiten grotendeels op juiste wijze uiteen heeft gezet en zal deze uiteenzetting dan ook overnemen en waar nodig aanvullen of verbeteren. De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 28 november 2021 omstreeks 16:43 uur heeft op de snelweg [nummer] (in de richting van [plaats 2] ), ter hoogte van hectometerpaal 13,4 (gemeente [plaats1] ) een verkeersongeval plaatsgevonden. Door filevorming moesten alle voertuigen afremmen. Het ongeval betreft een kop-staart-aanrijding met in totaal vijf voertuigen, op de rechter rijbaan (rijstrook 2). De bestuurder van het achterste voertuig was verdachte, die aan het einde van een werkdag in zijn Iveco werkbus op weg was naar huis. Hij is tegen de achterzijde van de Mazda (met daarin grootouders [slachtoffer2] , [slachtoffer1] en kleinkinderen [slachtoffer3] en [slachtoffer4] ) ervoor gereden. Vervolgens zijn de Iveco en de Mazda doorgeschoten en is de Mazda op de achterzijde gebotst van een Kia en een Renault die voor de Mazda reden. De Kia heeft vervolgens een Volvo geraakt, die op de linker rijbaan reed. De Mazda is uiteindelijk tegen de vangrail aan de rechterkant tot stilstand gekomen. [slachtoffer2] en [slachtoffer1] hebben als gevolg van het ongeval zo’n zware impact op hun borstkast, hart en longen gekregen dat zij zijn komen te overlijden. [slachtoffer3] heeft als gevolg van het ongeval neurologisch zuurstoftekort gekregen en is ongeveer zes uur na het ongeval komen te overlijden. [slachtoffer4] heeft als gevolg van het ongeval in ieder geval een hersenschudding, een scheurtje in zijn milt en lever, een kleine klaplong links en een longkneuzing met een scheurtje in zijn linkerlong opgelopen. Uit de aanvulle Het scherm van GSM-001 werd 5 keer aangeraakt. 16:42:14:749 WhatsApp verstuurd een bericht dat het een bericht ontvangen heeft met de tekst Ik vanavond pas 16:42:23:025810 Het scherm van GSM-001 werd 7 keer aangeraakt 16:42:23:262 Er werd een WhatsApp-bericht verstuurd met als tekst: Isgoed 16:42:29:712404 Het scherm van GSM-001 werd 6 keer aangeraakt 16:42:31:127 WhatsApp registreert een App//Shake. Dit kan voorkomen bij een plotselinge heftige beweging van de GSM-001. WhatsApp was op dat moment de standaard app. 16:42:31:786075 De oriëntatie van het beeldscherm werd gewijzigd. 16:43:03 De 1e melding van het ongeval komt binnen bij de 112-centrale 16:46:00 Uit chatgroep van 4 deelnemers (…) verlaat de gebruiker van de GSM ( [telefoonnummer] ) de groep en de groepschat wordt verwijderd. Naar het oordeel van het hof kan hiermee worden bewezen dat verdachte in de 49 seconden (vanaf 16:41:42:041 tot en met 16:42:31:127) direct voor het ongeval in ieder geval 55 keer (en daarmee gemiddeld meer dan een keer per seconde) zijn scherm heeft aangeraakt en losgelaten. In die 49 seconden zijn drie WhatsApp-berichten verstuurd. Iedere verkeersdeelnemer heeft de bijzondere zorgplicht te anticiperen op komende verkeerssituaties en zich te vergewissen van de eventuele aanwezigheid van ander verkeer. Uit al het voorgaande volgt naar het oordeel van het hof dat die dag, op het moment van het ongeval (en daaraan voorafgaand) sprake is geweest van een verkeersopstopping en dat extra oplettendheid van verdachte moet worden verwacht. Verdachte reed echter aanzienlijk te hard, gelet op de omstandigheden en op de op dat moment ter plaatse geldende maximumsnelheid. Verdachte hield zich daarbij, rijdend met een snelheid van ongeveer 89 km/u, bezig met het versturen van WhatsApp-berichten en het aanraken van zijn telefoon. Gelet op de aaneenschakeling van aanrakingen en loslatingen van de telefoon en de omstandigheid dat verdachte geen file dan wel matrixborden heeft gezien, kan het hof niet anders concluderen dan dat verdachte in deze 49 seconden niet op de weg heeft gelet dan wel is blijven letten. Van een noodremming is geen sprake geweest. Door op deze wijze, rijdend met een hoge snelheid, zijn telefoon te gebruiken is verdachte in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet meer in staat geweest om tijdig de weg te overzien en te stoppen. Het ongeval is dan ook door de aanzienlijke overschrijding van de toen geldende maximumsnelheid in combinatie met het langdurig telefoongebruik door verdachte veroorzaakt. De verklaring van verdachte dat zijn onoplettendheid zou zijn veroorzaakt door een raambediening die haperde, wat daar ook van zij, maakt dat oordeel niet anders. Naar het oordeel van het hof zijn de tenlastegelegde gedragingen wettig en overtuigend bewezen. Gevolgen [slachtoffer2] , [slachtoffer1] en [slachtoffer3] zijn als gevolg van het ongeval komen te overlijden. Ten aanzien van het letsel van [slachtoffer4] is het hof van oordeel dat zijn letsel dient te worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel in de zin van de wet. Uit de geneeskundige verklaring blijkt dat hij als gevolg van het ongeval een hersenschudding, een scheurtje in zijn milt en lever, een kleine klaplong links en een longkneuzing met een scheurtje in zijn linkerlong heeft opgelopen. Daarnaast is gebleken dat bij [slachtoffer4] als gevolg van het ongeval niet-aangeboren hersenletsel is vastgesteld. Het hof concludeert dan ook dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW), moet in ieder geval sprake zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid dan wel onoplettendheid en/of onachtzaamheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor be Hierdoor heeft hij de filevorming totaal gemist en heeft hij daarop in het geheel niet kunnen anticiperen– - hij heeft zelfs niet eens geremd- en is daardoor, wetende dat hij een groot en zwaar voertuig bestuurde, met hoge snelheid hard op de voor hem stilstaande auto’s gebotst, waardoor een kettingbotsing is ontstaan. Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden kan naar het oordeel van het hof worden vastgesteld dat verdachte opzettelijk de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden door, nadat hij door een matrixbord was gewaarschuwd zijn snelheid te reguleren ervoor te kiezen gedurende geruime tijd intensief gebruik te maken van zijn mobiele waardoor hij niet op de weg voor hem heeft gelet en daardoor een volgend matrixbord niet heeft gezien en ook de filevorming voor hem geheel heeft gemist, terwijl hij met een te hoge snelheid reed, waardoor hij zijn voertuig niet tijdig heeft kunnen afremmen voor de naderende file en met hoge snelheid achterop de (nagenoeg stilstaande) Mazda van de slachtoffers is gebotst. Door het rijgedrag van verdachte heeft hij bewust geen acht geslagen op (mogelijke) andere verkeersdeelnemers en daarmee onaanvaardbare risico’s genomen. Gelet op het voorgaande waren de gedragingen van verdachte dan ook naar hun uiterlijke verschijningsvorm op opzettelijke ernstige overschrijding van de verkeersregels gericht. Door de gedragingen van verdachte was gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van andere verkeersdeelnemers te duchten. Het door verdachte gecreëerde gevaar voor andere verkeersdeelnemers heeft zich die dag ook op een zeer heftige wijze verwezenlijkt. Niet alleen is als gevolg van de aanrijding door verdachte aan [slachtoffer4] zwaar lichamelijk letsel toegebracht, maar ook zijn [slachtoffer2] , [slachtoffer1] en [slachtoffer3] als gevolg van het ongeval komen te overlijden. Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen komt het hof tot de conclusie dat het rijgedrag van verdachte gezien de daar geldende situatie is aan te merken als rijgedrag zoals omschreven in artikel 5a WVW en daarmee gelet op het hiervoor overwogene ook als roekeloos in de zin van artikel 6 WVW. Bewezenverklaring Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: primairhij op of omstreeks 28 november 2021 te [plaats1] , gemeente [gemeente] , in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto, bestelwagen), daarmede rijdende over de weg, de [nummer] (links), roekeloos dan wel zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, - terwijl hij ter plaatse bekend was en /of - terwijl hij het motorrijtuig beroepsmatig bestuurde en /of - terwijl hij reeds onder twee portalen met matrixborden (elektronisch signaleringsbord, bord A3 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) was door gereden, op welke borden in chronologische volgorde de snelheden 90 kilometer per uur en /of 70 kilometer per uur werden getoond, en /of middels deze borden was gewezen op een (eventuele) gewijzigde verkeerssituatie, - geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A3 van bijlage I bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 - op welk ( matrix ) bord een maximumsnelheid van 70 kilometer per uur was aangegeven - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 89 kilometer per uur in elk geval met een ( aanzienlijk ) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en /of - tijdens het besturen van het door hem bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto, bestelwagen), althans tijdens het rijden, een mobiele telefoon ( meermaals ) heeft bediend dan wel meerdere keren heeft aangeraakt en /of - niet of in onvoldoende mate heeft gelet en /of is blijven letten op het direct voor hem gelegen weg De gevolgen van het ongeval voor [slachtoffer4] en de nabestaanden zijn het hof op indringende wijze gebleken uit de in eerste aanleg en in hoger beroep voorgelezen slachtofferverklaringen. Binnen de rechtspraak zijn oriëntatiepunten ontwikkeld, met als doel het bevorderen van een consistent straftoemetingsbeleid. Deze oriëntatiepunten kunnen dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de op te leggen straf. Voor het veroorzaken van een verkeersongeval als bedoeld in artikel 6 WVW, waarbij een dodelijk slachtoffer is gevallen en sprake is van een zeer hoge mate van schuld , geldt als vertrekpunt een gevangenisstraf van acht maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid van vier jaren. Voor het veroorzaken van een verkeersongeval, waarbij een slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen en sprake is van een zeer hoge mate van schuld , geldt als vertrekpunt een gevangenisstraf van vier maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid van twee jaren. Daarbij dient te worden opgemerkt dat een zeer hoge mate van schuld geen synoniem is voor roekeloosheid in de zin van artikel 175, tweede lid, WVW. Voor roekeloosheid is geen afzonderlijk oriëntatiepunt, maar het ligt in de rede om in zaken waarin de schuld in roekeloosheid bestaat hogere straffen tot uitgangspunt te nemen dan die in de oriëntatiepunten zijn vermeld voor een zeer hoge mate van schuld. In dit geval is bovendien sprake van drie dodelijke slachtoffers en één slachtoffer met zwaar lichamelijk letsel. Daardoor ligt het in de rede om ruim boven de hiervoor genoemde oriëntatiepunten uit te komen bij een op te leggen straf. Ook heeft het hof acht geslagen op het Uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 30 januari 2026, waaruit volgt dat verdachte niet eerder door de strafrechter is veroordeeld. Het hof ziet ook dat verdachte nooit het opzet heeft gehad op de gevolgen van zijn handelen en dat het feit ook veel impact op hem heeft. Het gezin van verdachte is op dit moment van hem afhankelijk. Voor de uitoefening van zijn werk heeft hij ook zijn rijbewijs nodig. Verder heeft hij – naar eigen zeggen – zijn rijgedrag aangepast. Verdachte heeft ter zitting benadrukt dat hij meeleeft met de nabestaanden en met [slachtoffer4] en dat hij nog iedere dag stil staat bij het ongeluk en de dood van de slachtoffers. Hij zal ermee moeten leren leven dat hij dat heeft veroorzaakt. Verdachte komt daarin oprecht over. Het hof is van oordeel dat gelet op de ernst en de gevolgen van het bewezenverklaarde feit niet kan worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt. Het hof acht de straf zoals opgelegd door de rechtbank, een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren passend en geboden. Daarnaast zal het hof om de verkeersveiligheid in de toekomst tegen het rijgedrag van verdachte te beschermen een ontzegging van de rijbevoegdheid van vier jaren opleggen. Het hof heeft geconstateerd dat in eerste aanleg sprake is geweest van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Verdachte is op 28 november 2021 als verdachte door de politie verhoord. Het vonnis is gewezen op 5 april 2024, zodat de redelijke termijn van twee jaren waarbinnen de zaak in eerste aanleg afgedaan had moeten worden met ruim vier maanden is overschreden. Ter compensatie van de overschrijding van de redelijke termijn ziet het hof aanleiding om het voorwaardelijk deel van de op te leggen gevangenisstraf iets te verhogen. Daarom zal het hof aan de verdachte een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan negen maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren opleggen, naast de bovengenoemde ontzegging van de rijbevoegdheid. Vorderingen van de benadeelde partijen In eerste aanleg hebben de benadeelde partijen [benadeelde partij1] , [benadeelde partij2] en [benadeelde partij3] een verzoek tot schadevergoeding inged