Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-03-11
ECLI:NL:GHARL:2026:1487
Strafrecht
Hoger beroep
2,044 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHARL:2026:1487 text/xml public 2026-03-19T15:49:59 2026-03-11 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-03-11 21-005640-24 Uitspraak Hoger beroep NL Arnhem Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1487 text/html public 2026-03-11T15:14:33 2026-03-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1487 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 11-03-2026 / 21-005640-24 Beslissing op onderzoekswensen in de zaak Sem Vijverberg. Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005640-24 Uitspraakdatum: 11 maart 2026 TEGENSPRAAK Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 18 december 2024 met parketnummer 05-155643-22 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , [adres] . Hoger beroep Verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit tussenarrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 25 februari 2026. De verdediging heeft bij appelschriftuur van 6 januari 2025 schriftelijke verzoeken bij het hof ingediend, waarop de advocaat-generaal op 18 februari 2026 schriftelijk heeft gereageerd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van dat wat door de verdachte en haar raadslieden, mr. P.M. Breukink en mr. B. Roodveldt, en de advocaat-generaal ter terechtzitting van het hof naar voren is gebracht. Verzoeken van de verdediging De verdediging heeft bij appelschriftuur van 6 januari 2025 diverse verzoeken gedaan. Tijdens de zitting hebben de raadslieden deze verzoeken aangevuld, gewijzigd en nader toegelicht. De volgende verzoeken zijn bij appelschriftuur ingediend: 1. het horen van dr. [deskundige] , patholoog als deskundige; 2. het horen van drs. [deskundige 1] , patholoog als deskundige; 3. het horen van dr. [deskundige 2] als deskundige; 4. het horen van dr. [psychiater] (psychiater) en drs. [psycholoog] (psycholoog); 5. het horen van [getuige 1] , de partner van verdachte, als getuige; 6. het uitluisteren van de verhoorregistraties van verdachte. Ter terechtzitting van 25 februari 2026 heeft de verdediging de volgende aanvullende verzoeken ingediend: 7. het benoemen en het horen van een medisch deskundige op het gebied van gynaecologie/verloskunde (in de pleitnota onder 1a); 8. het laten uitvoeren van aanvullend mitochondriaal DNA-onderzoek om te bevestigen dat verdachte de moeder is van [slachtoffer] (in de pleitnota onder 3). De verdediging heeft de verzoeken onder 2 en 4 ter terechtzitting niet gehandhaafd. Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft zich op 18 februari 2026 schriftelijk uitgelaten over de door de verdediging ingediende verzoeken. Ten aanzien van het uitluisteren van de verhoorregistraties (verzoek onder 6) heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot toewijzing van dit verzoek en toegezegd dat het openbaar ministerie dit zal faciliteren. Ter terechtzitting heeft de advocaat-generaal zich niet verzet tegen de onder 1, 3 en 5 weergegeven verzoeken. Wat betreft het verzoek onder 1 heeft de advocaat-generaal opgemerkt dat er geen noodzaak bestaat tot het ondervragen van dr. [deskundige] over de mogelijkheden van het onderzoeken van een eerdere zwangerschap bij inwendig onderzoek. De deskundige kan voor het overige ter terechtzitting of door de raadsheer-commissaris worden gehoord. Daarnaast heeft de advocaat-generaal ten aanzien van het verzoek onder 3 voorgesteld om een Forensisch Intakegesprek (hierna: FIT-gesprek) te organiseren teneinde te bespreken welke scenario’s onderzocht kunnen worden en welke vragen aan de DNA-deskundige gesteld kunnen worden over de betekenis van het DNA-mengspoor. De advocaat-generaal heeft zich ten aanzien van het verzoek onder 7 op het standpunt gesteld dat kan worden volstaan met een schriftelijke rapportage en heeft zich niet verzet tegen toewijzing daarvan. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek onder 8 nu zij dit niet noodzakelijk acht. Toetsingscriterium beoordeling verzoeken De getuigenverzoeken die zijn ingediend binnen de termijn van veertien dagen na het instellen van het hoger beroep worden getoetst aan het verdedigingsbelang. De overige verzoeken worden – gelet op de aard van de verzoeken en/of het moment waarop deze zijn ingediend (buiten de veertien dagen na instellen hoger beroep) – getoetst aan het noodzaakcriterium. Oordeel van het hof 1. Het horen van dr. [deskundige] Het hof wijst toe het verzoek tot het horen van dr. [deskundige] als deskundige, nu de noodzaak daartoe is gebleken Ter terechtzitting in hoger beroep is gesproken over de mogelijkheid dat dr. [deskundige] inmiddels met pensioen is. Het hof wijst het verzoek dan ook toe, met dien verstande dat eerst bij dr. [deskundige] dient te worden nagegaan of zij zichzelf in staat acht om nog als deskundige in deze zaak op te treden. Indien dr. [deskundige] niet gehoord kan worden, dient een andere patholoog van het NFI te worden aangewezen als deskundige en te worden gehoord. Het hof is van oordeel dat dr. [deskundige] dan wel de nader te benoemen deskundige ter terechtzitting dient te worden opgeroepen. 2. Het horen van drs. [deskundige 1] De verdediging heeft dit verzoek ter terechtzitting niet langer gehandhaafd, omdat drs. [deskundige 1] is overleden. Het hof zal hierover dus geen beslissing nemen. 3. Het horen van DNA-deskundige dr. [deskundige 2] Het hof is, met de advocaat-generaal en de verdediging, van oordeel dat – alvorens dr. [deskundige 2] als deskundige kan worden gehoord – er eerst vooronderzoek dient plaats te vinden in de vorm van een FIT-gesprek tussen het NFI, het openbaar ministerie en de verdediging onder leiding van de raadsheer-commissaris. In dit gesprek kan onder meer de vraag worden beantwoord of er in het licht van de afgelegde verklaringen en de veiliggestelde sporen voldoende informatie beschikbaar is of kan komen om een DNA-onderzoek op activiteitenniveau uit te voeren en of dit onderzoek robuust diagnostisch bewijs kan opleveren. Daarnaast kunnen de mogelijkheid en relevantie van nader onderzoek naar het DNA-mengspoor aan de orde komen. In dit gesprek kunnen duidelijke vragen voor de deskundige worden geformuleerd. Op basis van dit gesprek zal de raadsheer-commissaris beslissen of het noodzakelijk is dat dr. [deskundige 2] nader onderzoek uitvoert en daarover schriftelijk rapporteert. Het hof wijst het verzoek in zoverre dus toe . 4. Het horen van dr. [psychiater] en drs. [psycholoog] en het uitvoeren van hernieuwd persoonlijkheidsonderzoek De verdediging heeft dit verzoek ter terechtzitting niet langer gehandhaafd. Het hof zal hierover dus geen beslissing nemen. 5. Het horen van getuige dhr. [getuige 1] Het hof wijst toe het horen van de getuige dhr. [getuige 1] , nu dit in het belang van de verdediging is. 6. Het uitluisteren van de verhoorregistraties van verdachte De advocaat-generaal heeft toegezegd te faciliteren dat de verdediging de verhoorregistraties kan uitluisteren. Het hof zal hier dus geen beslissing over nemen. 7. Het benoemen van een medisch deskundige op het gebied van gynaecologie/verloskunde De verdediging heeft verzocht een medisch deskundige te benoemen op het gebied van gynaecologie/verloskunde om vragen te stellen over de hersteltijd van een bevalling zonder medische hulp en de (on)mogelijkheid voor een vrouw om binnen een aantal uren weer auto te rijden of zich lopend met een baby te verplaatsen. Gelet op de daaraan grondslag gelegde onderbouwing ziet het hof geen noodzaak tot het toewijzen van dit verzoek. Het verzoek is niet van belang voor enige door het hof in deze strafzaak te nemen beslissing op grond van de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering. Het hof zal het verzoek om die reden afwijzen . 8. Het uitvoeren van aanvullend mitochondriaal DNA-onderzoek De verdediging heeft aangevoerd dat aanvullend mitochondriaal DNA-onderzoek nodig is om te bevestigen dat verdachte de moeder van [slachtoffer] is.