Rechtspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-02-24
ECLI:NL:GHARL:2026:1122
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.356.744 zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 449293 arrest in kort geding van 24 februari 2026 in de zaak van Zonnepark Zevend B.V. (hierna: Zevend) die is gevestigd in Bilthoven advocaten: mrs. H.P. Wiersema en M. Franke en Liander N.V. die is gevestigd in Arnhem advocaten: mrs. R.W. de Vlam en A. Mahmoud 1 Het verloop van de procedure in hoger beroep 1.1. Zevend heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, op 10 juni 2025 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep de memorie van grieven de memorie van antwoord een akte overlegging productie van Zevend het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 12 januari 2026 is gehouden en de daarin genoemde stukken. 2 De kern van de zaak 2.1. Zevend vordert aansluiting op het door Liander beheerde elektriciteitsnet, (na eiswijziging in hoger beroep) uiterlijk op 30 juni 2026. Zevend baseert de vordering op de tussen partijen gesloten Aansluit- en Transportovereenkomst (hierna: de ATO) en op de verplichtingen van Liander als netbeheerder op grond van artikel 23 lid 4 Elektriciteitswet 1998 (E-wet) (oud) en artikel 8.13 van de Netcode Elektriciteit (de Netcode). 2.2. De voorzieningenrechter heeft de vordering (in eerste aanleg met de strekking tot aansluiting uiterlijk op 30 juni 2025) afgewezen. De bedoeling van het hoger beroep is dat de (gewijzigde) vordering alsnog wordt toegewezen. 2.3. Ook het hof zal de vordering afwijzen. Het hof sluit zich grotendeels aan bij de overwegingen van de voorzieningenrechter. De ATO bepaalt geen afdwingbare uiterste datum waarop Liander de aansluiting moet realiseren. Artikel 23 lid 4 E-wet (oud) blijft buiten toepassing; het rechtszekerheidsbeginsel waarop Zevend zich heeft beroepen leidt evenmin tot toepassing van een afdwingbare uiterste termijn. De termijnen die de Netcode noemt voor aansluiting gaan pas lopen nadat een voor zo’n aansluiting benodigde netuitbreiding is gerealiseerd. Daarbij komt dat Zevend onvoldoende spoedeisend belang heeft bij de vordering. Het hof licht dit oordeel hierna toe. 3 De toelichting op de beslissing van het hof Feiten en achtergronden 3.1. De voorzieningenrechter heeft de feiten en achtergronden omschreven in rov. 2.1 tot en met 2.14 van het vonnis. Tegen die overwegingen zijn geen grieven gericht. Het hof zal ook van die feiten en achtergronden uitgaan. Kort gezegd en aangevuld met wat in hoger beroep is gebleken, komen die neer op het volgende. 3.2. Zevend wil een park met zonnepanelen realiseren en exploiteren in Puiflijk, gemeente Druten. Daarvoor is een aansluiting nodig op het elektriciteitsnet dat door Liander als netbeheerder wordt beheerd. TenneT is de beheerder van het landelijk hoogspanningsnet. 3.3. Tussen (vertegenwoordigers en rechtsvoorgangers van) Zevend en Liander is in het voorjaar van 2020 overlegd over een 25 MVW aansluiting met een terugleververmogen van 10.000 kW. Namens Liander is toen kenbaar gemaakt dat een dergelijke aansluiting om technische redenen rechtstreeks zou moeten worden aangesloten op het (dichtstbij gelegen) onderstation Druten (OS Druten). Bij e-mailbericht van 19 mei 2020 is namens Liander onder meer het volgende bericht: “ (…) Het verrekenpunt voor deze aansluiting is onderstation Druten. De aansluiting wordt aangesloten op de huidige 10 kV of de toekomstige 20 kV installatie van dit onderstation. (…) Let op! Er spelen meerdere initiatieven die, als ze doorgang vinden, op onderstation Druten moeten worden aangesloten. Deze initiatieven kunnen niet allemaal tegelijkertijd uitgevoerd worden. De eerste partij die opdracht verstrekt reserveert de beschikbare capaciteit. Bij vergeven capaciteit en/of aansluitmogelijkheid neemt de doorlooptijd toe. Het beschikbare 10 kV vermogen zal door de vel Zij heeft er onder meer op gewezen dat de aansluiting een netuitbreiding vergt die deels door TenneT moet worden gerealiseerd en dat zij geen invloed heeft op de planning van TenneT, die met congestie en achterstanden kampt. De ATO 3.13. De voorzieningenrechter heeft in rov. 4.3 beslist dat niet kan worden aangenomen dat de ATO een verbintenis voor Liander inhoudt om een aansluiting te realiseren voor het einde van Q2 2025. De voorzieningenrechter heeft daartoe, samengevat, overwogen dat tussen partijen veel overleg heeft plaatsgevonden, dat daarin duidelijk naar voren in gekomen dat de wensen van Zevend directe aansluiting vergen op een onderstation, en wel OS Druten, dat niet aannemelijk is dat Liander daarbij een harde datum heeft genoemd of heeft willen noemen en dat Zevend er niet redelijkerwijs van uit mocht gaan dat de verwijzing naar Q2 2025 een fatale termijn was maar die moest beschouwen als een weergave van de verwachte termijn voor de noodzakelijke aanpassing van OS Druten. Daarbij speelt mee dat Liander voor en na het aangaan van de ATO heeft benadrukt dat OS Druten onvoldoende capaciteit heeft en moet worden uitgebreid voordat de aansluiting kan worden gerealiseerd. Het hof neemt die beslissing en de gronden daarvan over, maakt die tot de zijne en voegt daar nog het volgende aan toe. 3.14. De ATO bevat zelf geen datum voor de aansluiting. In het aanhangsel “Gegevens afnemer” bij de ATO, een tabel, staan bij “Datum inbedrijfsstelling aansluiting”, “Datum aanvang transportdienst levering” en “Datum aanvang aansluitdienst” geen data ingevuld. Het betoog van Zevend dat het aan haar was die data in te vullen leidt niet tot een andere uitkomst; de ATO zelf noemt hoe dan ook geen (uiterste) datum van aansluiting. Verder was bij het aangaan van de ATO ook voor Zevend duidelijk dat aansluiting pas kon plaatsvinden na aanpassing van OS Druten en dat die aanpassing niet alleen werkzaamheden van Liander maar ook van TenneT vergde. Dat zij dat destijds begreep heeft Zevend bij de mondelinge behandeling in hoger beroep verklaard. Ook los daarvan heeft Zevend onvoldoende toegelicht dat zij niet zou hebben begrepen dat werkzaamheden van TenneT nodig waren, gelet op de uitleg van Liander dat een deel van het OS Druten tot het hoogspanningsnet van TenneT behoort en een deel tot het midden- en laagspanningsnet van Liander. TenneT moet de velden en vermogensschakelaars aanleggen en Liander de transformatoren en schakelinstallaties. Tegen die achtergrond heeft Zevend onvoldoende toegelicht dat de in de aanbiedingsbrief genoemde periode Q2 2025 een afdwingbare uiterste datum behelsde waarvan zij nakoming kan vorderen, en niet slechts een planning. 3.15. Daar komt nog bij dat Zevend ook onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij zelf uitging van een afdwingbare uiterste datum. Zij wist vanwege de berichten van Liander (althans kan die kennis haar worden toegerekend) al in 2020 dat capaciteitsgebrek werd verwacht. Toen Liander in november 2023 liet weten dat de planning van Q2 2025 niet zou worden gehaald maar de aanpassing van OS Druten in Q4 2025 / Q1 2026 werd verwacht, heeft Zevend niet geprotesteerd of gemeld dat daarmee sprake was van niet-nakoming van een afdwingbare uiterste termijn in de ATO. Pas ruim een half jaar later, naar aanleiding van een melding van verdere vertraging, meldde Zevend dat die vertraging niet aanvaardbaar is. Ook daaruit blijkt niet dat Zevend vertrouwde op aansluiting in Q2 2025. 3.16. Kortom: de ATO bevat geen verplichting tot aansluiting op een bepaalde uiterste datum. Artikel 23 lid 4 E-wet (oud) 3.17. Zevend heeft een beroep gedaan op de 18-wekentermijn voor een aansluiting als bedoeld in artikel 23 lid 4 E-wet (oud), althans aangevoerd dat de afwijkend in de ATO overeengekomen termijn ook een afdwingbare uiterste datum oplevert zoals die 18-wekentermijn. Artikel 23 lid 4 E-wet (oud) luidde ten tijde van het aangaan van de ATO als volgt: “ Een aansluiting wordt door de netbeheerder gerealiseerd bin Zoals hierna onder 3.23 nader overwogen, staat tussen partijen vast dat de aansluiting pas kan worden gerealiseerd nadat het OS Druten is uitgebreid, zodat deze redelijke termijn ook pas daarna begint te lopen. Maar zelfs als de redelijke termijn al zou lopen, kan dat niet leiden tot toewijzing van Zevends vordering. Vast staat dat voor de aansluiting uitbreiding van OS Druten nodig is en dat daar werkzaamheden van TenneT voor nodig zijn; Liander heeft ook toegelicht welke werkzaamheden Liander en welke TenneT moet verrichten. Tegenover de toelichting van Liander dat TenneT haar eigen taak, planning en prioritering heeft waar Liander van afhankelijk is, heeft Zevend onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Liander de planning van TenneT kan beïnvloeden en daarbij tekortschiet. Dat Liander het voortouw heeft genomen bij de voor aanpassing van OS Druten benodigde bestemmingsplanwijziging, maakt niet dat zij de werkzaamheden van TenneT kan plannen of versnellen. Dat Liander de planning van haar eigen werkzaamheden op OS Druten afstemt op de planning van TenneT (en niet vooruitwerkt waardoor haar werk in afwachting van TenneT ongebruikt ligt) komt het hof niet onredelijk voor. Zevend heeft toegelicht dat TenneT in sommige gevallen wel prioriteit kan geven, bijvoorbeeld aan Defensie, maar dat maakt niet dat ook Zevend daar aanspraak op kan maken, laat staan jegens Liander. Dat gelet op het voorgaande nu niet bepaald kan worden wanneer de redelijke termijn eindigt, is onbevredigend voor Zevend, maar wel de realiteit. Niet gesteld of gebleken is overigens dat de allocatie van middelen ter zake op onoorbare wijze geschiedt. Netcode 3.23. Ten slotte heeft Zevend zich beroepen op artikel 8.13 van de Netcode, dat bepaalt dat een aansluiting, afhankelijk van de complexiteit daarvan, binnen 26 weken, 52 weken dan wel een door de netbeheerder vast te stellen aantal weken wordt gerealiseerd. Voor zover dat artikel, dat per 1 januari 2025 is ingevoerd, al geldt voor de in 2021 aangevraagde aansluiting van Zevend, slaagt het beroep erop niet. Liander heeft terecht aangevoerd (en Zevend heeft erkend) dat voor netuitbreiding geen bepaalde termijn geldt (vergelijk artikel 16 lid 1 sub c E-wet (oud) en thans artikel 3.25 Energiewet) en dat het aan de ACM als toezichthouder, en niet aan individuele (kandidaat) aangeslotenen, is om toe te zien op tijdige actie op dit gebied van de netbeheerders. Omdat tussen partijen vast staat dat de aansluiting van Zevend pas kan plaatsvinden nadat de netuitbreiding ten aanzien van OS Druten is gerealiseerd, gaat de termijn van aansluiting (zoals die van artikel 8.13 van de Netcode) pas na de netuitbreiding lopen. Die conclusie kan ook worden afgeleid uit twee recente vonnissen van de rechtbank Gelderland in bodemprocedures. Onmogelijkheid van nakoming 3.24. Zelfs als sprake zou zijn van een verplichting van Liander tot realisatie van de aansluiting binnen een bepaalde termijn, zou Zevends vordering niet toegewezen kunnen worden. Gelet op de hiervoor omschreven afhankelijkheid van Liander van de planning van TenneT, waarvan niet aannemelijk is geworden dat Liander die kan beïnvloeden, is het hof met de rechtbank van oordeel dat het Liander onmogelijk is om die verplichting na te komen. Ook dat is reden voor afwijzing van de vordering. Spoedeisend belang 3.25. Zoals hierboven overwogen, moet het hof in een kort geding beoordelen of de eisende partij een spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Die vraag moet worden beantwoord aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak van het hof. Ter onderbouwing van het spoedeisend belang bij haar vordering heeft Zevend gewezen op de voortdurende onzekerheid over de datum van aansluiting, op stijgende bouwkosten, op het pas later kunnen gaan genereren van inkomsten en op de termijnen voor de SDE++ subsidie. 3.26. Die belangen zijn onvoldoende spoedeisend. Zevends belang is financieel: het gaat erom met de aans