Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-02-23
ECLI:NL:GHARL:2026:1041
Strafrecht
Hoger beroep
1,342 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHARL:2026:1041 text/xml public 2026-03-06T15:52:50 2026-02-23 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-02-23 Wahv 200.356.997/01 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1041 text/html public 2026-03-06T15:52:22 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1041 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 23-02-2026 / Wahv 200.356.997/01 Hoorplicht. De gemachtigde is voldoende in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. In de uitnodiging voor de hoorzitting staat op welke wijze de afspraak kan worden verplaatst. Het hof acht deze aanwijzingen niet onredelijk. Door zich hier niet aan te houden, komt het voor rekening van de gemachtigde dat er geen rekening is gehouden met zijn verhinderdata. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.356.997/01 CJIB-nummer : 263904319 Uitspraak d.d. : 23 februari 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 3 juli 2025, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats]. De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling 1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 221,,- voor: “22 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buitend de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 januari 2024 om 12.44 uur op de A15 links in Ridderkerk met het voertuig met het kenteken [kenteken]. 2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de hoorplicht is geschonden. Hij heeft het Parket CVOM per mail van 18 april 2024 en twee keer telefonisch laten weten dat hij op 29 mei 2024 afwezig was en desondanks is er toen gebeld. De rechtbank is hier ten onrechte aan voorbij gegaan, aldus de gemachtigde. Het gaat erom dat het Parket CVOM heeft gehoord op een datum waarvan hij heeft aangevoerd dat hij niet aanwezig is. Dat is iets anders dan de pauzes tussen de hoorzittingen. 3. Bij de stukken van het dossier bevindt zich een brief van de officier van justitie van 19 april 2024, waarin de gemachtigde wordt uitgenodigd voor een telefonische hoorzitting op 29 mei 2024 om 11:10 uur. In deze brief staat ook vermeld op welke wijze een afspraak kan worden verplaatst of afgezegd, namelijk hetzij via het digitaal loket, hetzij per post (brief). Tevens staat vermeld dat wijzigingen of afzeggingen per mail niet worden beantwoord. Uit het hoorverslag van de telefonische hoorzitting blijkt dat telefonisch contact is opgenomen met de gemachtigde, maar dat medewerker van het Parket CVOM geen gehoor kreeg. 4. Het hof is van oordeel dat de gemachtigde voldoende in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord. Dat hij het Parket CVOM op 18 april 2024 een e-mail heeft gestuurd waarin onder meer 29 mei 2024 (ochtend) als verhinderdatum staat vermeld, leidt niet tot een ander oordeel. Dat geldt ook voor het telefonisch doorgeven van verhindering. Gelet op een goede administratieve afhandeling van de zaak komen de aanwijzingen van het Parket CVOM hieromtrent, zoals die bij brief van 20 juli 2023 aan de gemachtigde zijn medegedeeld, het hof niet onredelijk voor. De verhinderdata zijn heel kort voor de uitnodiging van de hoorzitting per e-mail doorgegeven en er is vervolgens niet op de door het Parket CVOM aangegeven wijze gevraagd om de afspraak te verplaatsen. Daarom komt het voor rekening van de gemachtigde dat daaraan geen gehoor is gegeven. 5. De gemachtigde van de betrokkene voert verder aan dat de kantonrechter geheel voorbij is gaan aan de arresten van het hof over de eenmanscontrole en artikel 5 van de Wahv. Er is geen aanvullend proces-verbaal waar uit zou moeten blijken dat deze agent of boa alleen was en daarom niet kon staandehouden. 6. Het hof stelt vast dat de ambtenaar in het zaakoverzicht verklaart dat hij een eenmanscontrole uitvoerde, dat alleen de bedienaar van de radarapparatuur aanwezig was en dat daarom geen staandehouding kon plaatsvinden. Deze informatie is voldoende voor de vaststelling dat geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. Een aanvullend proces-verbaal is niet vereist. 7. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding om een proceskostenvergoeding toe te kennen. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.