Rechtspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2025-10-23
ECLI:NL:GHARL:2025:8610
TBS P24/369 Beslissing van 23 oktober 2025 De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van [terbeschikkinggestelde] , geboren op [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976, verblijvende in penitentiaire inrichting (PI) [plaats] , verder te noemen: de terbeschikkinggestelde. Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 10 oktober 2024. Deze beslissing houdt in: ‒ afwijzing van het verzoek tot een onderzoek naar de mogelijkheid van voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden en ‒ het bevel dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Het hof heeft gelet op de stukken die worden genoemd in de tussenbeslissing van het hof van 3 april 2025. Daarnaast heeft het hof gelet op: ‒ het proces-verbaal van de terechtzitting van het hof van 20 maart 2025; ‒ de tussenbeslissing van het hof van 3 april 2025; ‒ het rapport van psychiater T.W.D.P. van Os van 12 juni 2025; ‒ de e-mail van de raadsvrouw van 18 juni 2025, de reactie daarop van het hof van 20 juni 2025 en de reactie daarop van de raadsvrouw van 23 juni 2025; ‒ het proces-verbaal van de terechtzitting van het hof van 26 juni 2025; ‒ het reclasseringsadvies van 11 september 2025; ‒ het proces-verbaal van de terechtzitting van het hof van 18 september 2025. Het hof heeft ter zitting van 9 oktober 2025 gehoord: ‒ de advocaat-generaal, mr. I.M. Muller, en ‒ de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.C. van Bunnik, advocaat in Amsterdam, en ‒ als deskundige: reclasseringswerker [deskundige 2] . Overwegingen Tussenbeslissing van 3 april 2025 en daarop volgende ontwikkelingen Bij tussenbeslissing van 3 april 2025 heeft het hof de stukken in handen gesteld van de raadsheer-commissaris, met de opdracht (kort gezegd) een door het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) aan te wijzen psychiater nader onderzoek te laten verrichten naar de terbeschikkinggestelde. Daarnaast heeft het hof de stukken in handen gesteld van de advocaat-generaal, met de opdracht om, na de oplevering van het rapport van die psychiater, de reclassering met inachtneming van dat rapport onderzoek te laten doen naar de mogelijkheid van voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden. Op 12 juni 2025 heeft psychiater T.W.D.P. van Os een rapport uitgebracht op basis van een onderzoek naar de terbeschikkinggestelde dat was verricht in een ander kader, namelijk het kader van de verlenging van de terbeschikkingstelling. Op de terechtzitting van 26 juni 2025 heeft het hof beslist tot intrekking van de op 3 april 2025 gegeven opdracht tot het verrichten van psychiatrisch onderzoek, omdat in het rapport van psychiater Van Os in voldoende mate wordt ingegaan op de punten waarover het hof door middel van dat onderzoek wenste te worden geïnformeerd. Op 11 september 2025 heeft de reclassering gerapporteerd over de mogelijkheid van voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden. Advies reclassering ( [deskundige 2] ) ter terechtzitting Op de terechtzitting van 9 oktober 2025 heeft [deskundige 2] in aanvulling op het rapport van 11 september 2025 het volgende opgemerkt. De terbeschikkinggestelde staat bovenaan de wachtlijst van de [kliniek] van [zorginstelling] . Het is nog niet bekend op welke datum de terbeschikkinggestelde in die kliniek kan worden opgenomen. De reclassering handhaaft haar advies tot toewijzing van de vordering van het openbaar ministerie die ertoe strekt dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Uit het advies van psychiater blijkt het belang van abstinentie van verdovende middelen en het belang van medicatiegebruik, terwijl de terbeschikkinggestelde tijdens het intakegesprek met [zorginstelling] gezegd heeft dat hij niet blijvend abstinent wil zijn van cannabis en niet openstaat voor medicatiegebruik. Het standpunt van de terbeschikkinggestelde De terbesch Voor een situatie zonder ondersteuning schat de psychiater het risico op gewelddadig gedrag in de toekomst in als hoog. Voor een situatie met ondersteuning schat de psychiater dat risico in als laag tot matig. De psychiater adviseert de terbeschikkinggestelde te laten opnemen in een verslavingskliniek. De terbeschikkinggestelde dient zich blijvend te onthouden van alcohol en drugs. Verder adviseert de psychiater dat de terbeschikkinggestelde blijvend wordt ingesteld op een antipsychoticum, om zijn psychosegevoeligheid in te dammen en bij een eventuele terugval in middelengebruik bescherming te bieden tegen paranoïde waandenkbeelden. De toepassing van deze adviezen is mogelijk binnen het juridische kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden, aldus de psychiater. Het reclasseringsadvies van 11 september 2025 houdt onder meer in dat de Divisie Individuele Zaken (DIZ) van het ministerie van Justitie en Veiligheid de terbeschikkinggestelde heeft aangemeld bij [zorginstelling] , waar op 14 augustus 2025 een (digitaal) intakegesprek plaatsvond. In dat gesprek zei de terbeschikkinggestelde te zullen meewerken aan de klinische behandeling, maar ontkende hij dat sprake was van middelenproblematiek. Ook nam de terbeschikkinggestelde een afwijzende houding aan wat betreft medicatiegebruik. Een aantal dagen later werd duidelijk dat [zorginstelling] de terbeschikkinggestelde – ondanks de bedenkingen van de terbeschikkinggestelde – heeft geaccepteerd en op de wachtlijst heeft geplaatst. Op de terechtzitting van 9 oktober 2025 verklaarde [deskundige 2] dat de terbeschikkinggestelde bovenaan de wachtlijst staat van de betreffende kliniek van [zorginstelling] . Ondanks dat de reclassering adviseert tot toewijzing van de vordering van het openbaar ministerie – wat zou meebrengen dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege wordt verpleegd – heeft de reclassering in het advies van 11 september 2025 ook voorwaarden geformuleerd waaronder de terbeschikkingstelling met voorwaarden kan worden voortgezet, voor het geval het hof de vordering afwijst. De reclassering heeft daarbij opgemerkt dat de terbeschikkinggestelde zich slechts in beperkte mate bereid heeft verklaard tot naleving van die voorwaarden, wat betrekking heeft op de voorwaarden die strekken tot abstinentie van verdovende middelen (in het bijzonder cannabis) en het gebruik van medicatie (indien dat een onderdeel is van de klinische of ambulante behandeling die de terbeschikkinggestelde zal ondergaan). Op de terechtzitting van 9 oktober 2025 is met de terbeschikkinggestelde gesproken over het advies van psychiater Van Os en de essentiële rol van medicatiegebruik en abstinentie van middelengebruik in de mogelijkheden die de psychiater ziet voor voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden. Over drugsgebruik heeft de terbeschikkinggestelde toen verklaard dat hij daarmee wil stoppen. Wat betreft het gebruik van medicatie (een antipsychoticum) is door en namens de terbeschikkinggestelde uitgelegd wat de redenen zijn voor zijn weerstand daartegen. Hij is bang voor eventuele bijwerkingen en voor verslaving aan de medicatie. Daarnaast begrijpt de terbeschikkinggestelde niet dat op dit moment medicatiegebruik wordt geadviseerd, terwijl dat in zijn lange voorgeschiedenis van hulpverlening nooit aan de orde is geweest. Ondanks deze weerstand heeft de terbeschikkinggestelde verklaard dat als medicatiegebruik deel uitmaakt van de voorwaarden die het hof stelt, hij die voorwaarde zal naleven. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het verantwoord is de terbeschikkinggestelde nog een (laatste) kans te bieden in het juridische kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden. In het verlengde hiervan is het hof van oordeel dat op dit moment niet is gebleken dat het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Dit brengt mee dat