Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-12-24
ECLI:NL:GHARL:2025:8510
Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
7,035 tokens
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000813-25
Uitspraakdatum: 24 december 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 14 februari 2025 met parketnummer 18-237300-23 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1]
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 10 december 2025 en op de zitting van de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot:
veroordeling van verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden;
toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen conform het vonnis van de rechtbank (€ 20.395,07 schadevergoeding voor [benadeelde 1] en € 696,57 schadevergoeding voor [benadeelde 2] ), te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel bij elke vordering.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. E. van der Meer, en de advocaat van de benadeelde partijen, mr. M.M. Scholten, hebben aangevoerd.
Het vonnis
In het vonnis is bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het meermalen ontucht plegen met zijn dochter, toen zij in de leeftijd van 6 tot en met 12 jaar oud was. De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte hiervoor veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. De vorderingen van de benadeelde partijen zijn door de rechtbank geheel toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank Noord-Nederland op juiste wijze heeft beslist, maar dat het bewijs in het vonnis nog aangevuld moet worden. Het hof bevestigt het vonnis daarom met aanvulling van de gronden.
Aanvullende gronden
Door de rechtbank is in haar vonnis op pagina 5 opgeschreven dat de informatie van de huisarts over het vaginaal bloedverlies van het slachtoffer steunbewijs is. Deze informatie is niet bij de bewijsmiddelen opgenomen. Het hof vult het vonnis aan met dit bewijs.
Ook de verklaring van het slachtoffer hoe het kwam dat zij last had van haar vagina en vervolgens daarmee naar de huisarts ging, voegt het hof toe aan het bewijs.
De aanvullende bewijsmiddelen:
Een schriftelijk stuk, namelijk het Overzicht journaalregels [Huisartspraktijk] (als bijlage gevoegd bij het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal bevindingen informatief gesprek zeden, genummerd PL0100-202039849-4, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] ) pagina 56 van het dossier zaak “Peking” van de Politie Noord-Nederland, voor zover inhoudende:[benadeelde 1] , [geboortedatum] , [adres 2]Datum: 29-04-2016; Vaginaal bloedverlies;Omschrijving: S Cl zegt weer bloed in onderbroek te hebben O Vulvair gb, intact maagdenvlies, iets rood E Vaginaal bloedverlies
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, genummerd PL0100-202039849-4, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , deeluitmakend van het dossier zaak “Peking” van de Politie Noord-Nederland, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisanten over de verklaring van [benadeelde 1] (dossierpagina 61):[benadeelde 1] vertelde dat haar vader haar aanraakte aan haar geslachtsdeel. Ze vertelde ons dat die keer van de dokter haar geslachtsdeel rood en gezwollen was. Ook had ze bloed bij haar geslachtsdeel. Ze is met haar moeder naar de dokter geweest. Die zei dat ze nog niet ongesteld was. Op de vraag hoe het kwam dat haar geslachtsdeel rood en gezwollen was vertelde [benadeelde 1] dat het kwam doordat haar vader heel hard had gewreven met zijn hand.
Voor het overige heeft de rechtbank een juiste afweging gemaakt ten aanzien van de bewezenverklaring. De behandeling in hoger beroep - waar dezelfde verweren zijn gevoerd – brengt het hof niet tot een andere afweging en oordeel. Datzelfde oordeel is het hof toegedaan ten aanzien van de strafbaarheid en de strafmaat. Ook het hof is onder verwijzing naar de overwegingen van de rechtbank van oordeel dat de opgelegde gevangenisstraf van 12 maanden passend en geboden is. Het hof sluit zich ook aan bij de overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de verzoeken om schadevergoeding. Ook daar heeft de rechtbank een juiste afweging gemaakt. Het hof zal daarom het vonnis onder aanvulling gronden bevestigen.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door mr. J. Dolfing, mr. T.H. Bosma en mr. L.J. Hofstra, in aanwezigheid van de griffier mr. M. Nijhuis en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 24 december 2025.
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000813-25
Uitspraakdatum: 24 december 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 14 februari 2025 met parketnummer 18-237300-23 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1]
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 10 december 2025 en op de zitting van de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot:
veroordeling van verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden;
toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen conform het vonnis van de rechtbank (€ 20.395,07 schadevergoeding voor [benadeelde 1] en € 696,57 schadevergoeding voor [benadeelde 2] ), te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel bij elke vordering.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. E. van der Meer, en de advocaat van de benadeelde partijen, mr. M.M. Scholten, hebben aangevoerd.
Het vonnis
In het vonnis is bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het meermalen ontucht plegen met zijn dochter, toen zij in de leeftijd van 6 tot en met 12 jaar oud was. De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte hiervoor veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. De vorderingen van de benadeelde partijen zijn door de rechtbank geheel toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank Noord-Nederland op juiste wijze heeft beslist, maar dat het bewijs in het vonnis nog aangevuld moet worden. Het hof bevestigt het vonnis daarom met aanvulling van de gronden.
Aanvullende gronden
Door de rechtbank is in haar vonnis op pagina 5 opgeschreven dat de informatie van de huisarts over het vaginaal bloedverlies van het slachtoffer steunbewijs is. Deze informatie is niet bij de bewijsmiddelen opgenomen. Het hof vult het vonnis aan met dit bewijs.
Ook de verklaring van het slachtoffer hoe het kwam dat zij last had van haar vagina en vervolgens daarmee naar de huisarts ging, voegt het hof toe aan het bewijs.
De aanvullende bewijsmiddelen:
Een schriftelijk stuk, namelijk het Overzicht journaalregels [Huisartspraktijk] (als bijlage gevoegd bij het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal bevindingen informatief gesprek zeden, genummerd PL0100-202039849-4, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] ) pagina 56 van het dossier zaak “Peking” van de Politie Noord-Nederland, voor zover inhoudende:[benadeelde 1] , [geboortedatum] , [adres 2]Datum: 29-04-2016; Vaginaal bloedverlies;Omschrijving: S Cl zegt weer bloed in onderbroek te hebben O Vulvair gb, intact maagdenvlies, iets rood E Vaginaal bloedverlies
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, genummerd PL0100-202039849-4, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , deeluitmakend van het dossier zaak “Peking” van de Politie Noord-Nederland, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisanten over de verklaring van [benadeelde 1] (dossierpagina 61):[benadeelde 1] vertelde dat haar vader haar aanraakte aan haar geslachtsdeel. Ze vertelde ons dat die keer van de dokter haar geslachtsdeel rood en gezwollen was. Ook had ze bloed bij haar geslachtsdeel. Ze is met haar moeder naar de dokter geweest. Die zei dat ze nog niet ongesteld was. Op de vraag hoe het kwam dat haar geslachtsdeel rood en gezwollen was vertelde [benadeelde 1] dat het kwam doordat haar vader heel hard had gewreven met zijn hand.
Voor het overige heeft de rechtbank een juiste afweging gemaakt ten aanzien van de bewezenverklaring. De behandeling in hoger beroep - waar dezelfde verweren zijn gevoerd – brengt het hof niet tot een andere afweging en oordeel. Datzelfde oordeel is het hof toegedaan ten aanzien van de strafbaarheid en de strafmaat. Ook het hof is onder verwijzing naar de overwegingen van de rechtbank van oordeel dat de opgelegde gevangenisstraf van 12 maanden passend en geboden is. Het hof sluit zich ook aan bij de overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de verzoeken om schadevergoeding. Ook daar heeft de rechtbank een juiste afweging gemaakt. Het hof zal daarom het vonnis onder aanvulling gronden bevestigen.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door mr. J. Dolfing, mr. T.H. Bosma en mr. L.J. Hofstra, in aanwezigheid van de griffier mr. M. Nijhuis en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 24 december 2025.
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000813-25
Uitspraakdatum: 24 december 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 14 februari 2025 met parketnummer 18-237300-23 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1]
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 10 december 2025 en op de zitting van de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot:
veroordeling van verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden;
toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen conform het vonnis van de rechtbank (€ 20.395,07 schadevergoeding voor [benadeelde 1] en € 696,57 schadevergoeding voor [benadeelde 2] ), te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel bij elke vordering.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. E. van der Meer, en de advocaat van de benadeelde partijen, mr. M.M. Scholten, hebben aangevoerd.
Het vonnis
In het vonnis is bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het meermalen ontucht plegen met zijn dochter, toen zij in de leeftijd van 6 tot en met 12 jaar oud was. De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte hiervoor veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. De vorderingen van de benadeelde partijen zijn door de rechtbank geheel toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank Noord-Nederland op juiste wijze heeft beslist, maar dat het bewijs in het vonnis nog aangevuld moet worden. Het hof bevestigt het vonnis daarom met aanvulling van de gronden.
Aanvullende gronden
Door de rechtbank is in haar vonnis op pagina 5 opgeschreven dat de informatie van de huisarts over het vaginaal bloedverlies van het slachtoffer steunbewijs is. Deze informatie is niet bij de bewijsmiddelen opgenomen. Het hof vult het vonnis aan met dit bewijs.
Ook de verklaring van het slachtoffer hoe het kwam dat zij last had van haar vagina en vervolgens daarmee naar de huisarts ging, voegt het hof toe aan het bewijs.
De aanvullende bewijsmiddelen:
Een schriftelijk stuk, namelijk het Overzicht journaalregels [Huisartspraktijk] (als bijlage gevoegd bij het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal bevindingen informatief gesprek zeden, genummerd PL0100-202039849-4, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] ) pagina 56 van het dossier zaak “Peking” van de Politie Noord-Nederland, voor zover inhoudende:[benadeelde 1] , [geboortedatum] , [adres 2]Datum: 29-04-2016; Vaginaal bloedverlies;Omschrijving: S Cl zegt weer bloed in onderbroek te hebben O Vulvair gb, intact maagdenvlies, iets rood E Vaginaal bloedverlies
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, genummerd PL0100-202039849-4, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , deeluitmakend van het dossier zaak “Peking” van de Politie Noord-Nederland, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisanten over de verklaring van [benadeelde 1] (dossierpagina 61):[benadeelde 1] vertelde dat haar vader haar aanraakte aan haar geslachtsdeel. Ze vertelde ons dat die keer van de dokter haar geslachtsdeel rood en gezwollen was. Ook had ze bloed bij haar geslachtsdeel. Ze is met haar moeder naar de dokter geweest. Die zei dat ze nog niet ongesteld was. Op de vraag hoe het kwam dat haar geslachtsdeel rood en gezwollen was vertelde [benadeelde 1] dat het kwam doordat haar vader heel hard had gewreven met zijn hand.
Voor het overige heeft de rechtbank een juiste afweging gemaakt ten aanzien van de bewezenverklaring. De behandeling in hoger beroep - waar dezelfde verweren zijn gevoerd – brengt het hof niet tot een andere afweging en oordeel. Datzelfde oordeel is het hof toegedaan ten aanzien van de strafbaarheid en de strafmaat. Ook het hof is onder verwijzing naar de overwegingen van de rechtbank van oordeel dat de opgelegde gevangenisstraf van 12 maanden passend en geboden is. Het hof sluit zich ook aan bij de overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de verzoeken om schadevergoeding. Ook daar heeft de rechtbank een juiste afweging gemaakt. Het hof zal daarom het vonnis onder aanvulling gronden bevestigen.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door mr. J. Dolfing, mr. T.H. Bosma en mr. L.J. Hofstra, in aanwezigheid van de griffier mr. M. Nijhuis en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 24 december 2025.
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000813-25
Uitspraakdatum: 24 december 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 14 februari 2025 met parketnummer 18-237300-23 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1]
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 10 december 2025 en op de zitting van de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot:
veroordeling van verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden;
toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen conform het vonnis van de rechtbank (€ 20.395,07 schadevergoeding voor [benadeelde 1] en € 696,57 schadevergoeding voor [benadeelde 2] ), te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel bij elke vordering.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. E. van der Meer, en de advocaat van de benadeelde partijen, mr. M.M. Scholten, hebben aangevoerd.
Het vonnis
In het vonnis is bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het meermalen ontucht plegen met zijn dochter, toen zij in de leeftijd van 6 tot en met 12 jaar oud was. De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte hiervoor veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. De vorderingen van de benadeelde partijen zijn door de rechtbank geheel toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank Noord-Nederland op juiste wijze heeft beslist, maar dat het bewijs in het vonnis nog aangevuld moet worden. Het hof bevestigt het vonnis daarom met aanvulling van de gronden.
Aanvullende gronden
Door de rechtbank is in haar vonnis op pagina 5 opgeschreven dat de informatie van de huisarts over het vaginaal bloedverlies van het slachtoffer steunbewijs is. Deze informatie is niet bij de bewijsmiddelen opgenomen. Het hof vult het vonnis aan met dit bewijs.
Ook de verklaring van het slachtoffer hoe het kwam dat zij last had van haar vagina en vervolgens daarmee naar de huisarts ging, voegt het hof toe aan het bewijs.
De aanvullende bewijsmiddelen:
Een schriftelijk stuk, namelijk het Overzicht journaalregels [Huisartspraktijk] (als bijlage gevoegd bij het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal bevindingen informatief gesprek zeden, genummerd PL0100-202039849-4, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] ) pagina 56 van het dossier zaak “Peking” van de Politie Noord-Nederland, voor zover inhoudende:[benadeelde 1] , [geboortedatum] , [adres 2]Datum: 29-04-2016; Vaginaal bloedverlies;Omschrijving: S Cl zegt weer bloed in onderbroek te hebben O Vulvair gb, intact maagdenvlies, iets rood E Vaginaal bloedverlies
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, genummerd PL0100-202039849-4, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , deeluitmakend van het dossier zaak “Peking” van de Politie Noord-Nederland, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisanten over de verklaring van [benadeelde 1] (dossierpagina 61):[benadeelde 1] vertelde dat haar vader haar aanraakte aan haar geslachtsdeel. Ze vertelde ons dat die keer van de dokter haar geslachtsdeel rood en gezwollen was. Ook had ze bloed bij haar geslachtsdeel. Ze is met haar moeder naar de dokter geweest. Die zei dat ze nog niet ongesteld was. Op de vraag hoe het kwam dat haar geslachtsdeel rood en gezwollen was vertelde [benadeelde 1] dat het kwam doordat haar vader heel hard had gewreven met zijn hand.
Voor het overige heeft de rechtbank een juiste afweging gemaakt ten aanzien van de bewezenverklaring. De behandeling in hoger beroep - waar dezelfde verweren zijn gevoerd – brengt het hof niet tot een andere afweging en oordeel. Datzelfde oordeel is het hof toegedaan ten aanzien van de strafbaarheid en de strafmaat. Ook het hof is onder verwijzing naar de overwegingen van de rechtbank van oordeel dat de opgelegde gevangenisstraf van 12 maanden passend en geboden is. Het hof sluit zich ook aan bij de overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de verzoeken om schadevergoeding. Ook daar heeft de rechtbank een juiste afweging gemaakt. Het hof zal daarom het vonnis onder aanvulling gronden bevestigen.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door mr. J. Dolfing, mr. T.H. Bosma en mr. L.J. Hofstra, in aanwezigheid van de griffier mr. M. Nijhuis en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 24 december 2025.
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2025:8510 text/xml public 2025-12-30T15:15:47 2025-12-23 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2025-12-24 21-000813-25 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht; Strafprocesrecht Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2025:585 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:8510 text/html public 2025-12-23T09:09:27 2025-12-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2025:8510 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 24-12-2025 / 21-000813-25 Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank met aanvulling van het bewijs. Veroordeling voor ontucht met zijn minderjarige dochter tot een gevangenisstraf van 12 maanden. Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-000813-25 Uitspraakdatum: 24 december 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 14 februari 2025 met parketnummer 18-237300-23 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] Hoger beroep Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland. Onderzoek van de zaak Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 10 december 2025 en op de zitting van de rechtbank besproken is. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot: veroordeling van verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden; toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen conform het vonnis van de rechtbank (€ 20.395,07 schadevergoeding voor [benadeelde 1] en € 696,57 schadevergoeding voor [benadeelde 2] ), te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel bij elke vordering. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. E. van der Meer, en de advocaat van de benadeelde partijen, mr. M.M. Scholten, hebben aangevoerd. Het vonnis In het vonnis is bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het meermalen ontucht plegen met zijn dochter, toen zij in de leeftijd van 6 tot en met 12 jaar oud was. De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte hiervoor veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. De vorderingen van de benadeelde partijen zijn door de rechtbank geheel toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het hof is van oordeel dat de rechtbank Noord-Nederland op juiste wijze heeft beslist, maar dat het bewijs in het vonnis nog aangevuld moet worden. Het hof bevestigt het vonnis daarom met aanvulling van de gronden. Aanvullende gronden Door de rechtbank is in haar vonnis op pagina 5 opgeschreven dat de informatie van de huisarts over het vaginaal bloedverlies van het slachtoffer steunbewijs is. Deze informatie is niet bij de bewijsmiddelen opgenomen. Het hof vult het vonnis aan met dit bewijs. Ook de verklaring van het slachtoffer hoe het kwam dat zij last had van haar vagina en vervolgens daarmee naar de huisarts ging, voegt het hof toe aan het bewijs. De aanvullende bewijsmiddelen: Een schriftelijk stuk, namelijk het Overzicht journaalregels [Huisartspraktijk] (als bijlage gevoegd bij het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal bevindingen informatief gesprek zeden, genummerd PL0100-202039849-4, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] ) pagina 56 van het dossier zaak “Peking” van de Politie Noord-Nederland, voor zover inhoudende:[benadeelde 1] , [geboortedatum] , [adres 2]Datum: 29-04-2016; Vaginaal bloedverlies;Omschrijving: S Cl zegt weer bloed in onderbroek te hebben O Vulvair gb, intact maagdenvlies, iets rood E Vaginaal bloedverlies Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, genummerd PL0100-202039849-4, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , deeluitmakend van het dossier zaak “Peking” van de Politie Noord-Nederland, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van de verbalisanten over de verklaring van [benadeelde 1] (dossierpagina 61):[benadeelde 1] vertelde dat haar vader haar aanraakte aan haar geslachtsdeel. Ze vertelde ons dat die keer van de dokter haar geslachtsdeel rood en gezwollen was. Ook had ze bloed bij haar geslachtsdeel. Ze is met haar moeder naar de dokter geweest. Die zei dat ze nog niet ongesteld was. Op de vraag hoe het kwam dat haar geslachtsdeel rood en gezwollen was vertelde [benadeelde 1] dat het kwam doordat haar vader heel hard had gewreven met zijn hand. Voor het overige heeft de rechtbank een juiste afweging gemaakt ten aanzien van de bewezenverklaring. De behandeling in hoger beroep - waar dezelfde verweren zijn gevoerd – brengt het hof niet tot een andere afweging en oordeel. Datzelfde oordeel is het hof toegedaan ten aanzien van de strafbaarheid en de strafmaat. Ook het hof is onder verwijzing naar de overwegingen van de rechtbank van oordeel dat de opgelegde gevangenisstraf van 12 maanden passend en geboden is. Het hof sluit zich ook aan bij de overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de verzoeken om schadevergoeding. Ook daar heeft de rechtbank een juiste afweging gemaakt. Het hof zal daarom het vonnis onder aanvulling gronden bevestigen. BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene. Dit arrest is gewezen door mr. J. Dolfing, mr. T.H. Bosma en mr. L.J. Hofstra, in aanwezigheid van de griffier mr. M. Nijhuis en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 24 december 2025.