Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-12-19
ECLI:NL:GHARL:2025:8395
Civiel recht; Insolventierecht
Hoger beroep
4,020 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2025:8395 text/xml public 2026-04-02T10:23:46 2025-12-19 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2025-12-19 200.362.177 Uitspraak Hoger beroep NL Arnhem Civiel recht; Insolventierecht Rechtspraak.nl INS-Updates.nl 2026-0062 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:8395 text/html public 2026-03-13T10:26:38 2026-03-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2025:8395 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 19-12-2025 / 200.362.177 Vernietiging faillissement. Appellant verkeert niet langer in de toestand dat hij is opgehouden met betalen nu er regelingen zijn getroffen, er geld vrijkomt en appellant snel inkomen zal genereren. Kosten curator verminderd. Geen specificatie werkzaamheden en geen noodzaak aanwezigheid kantoorgenoot tijdens zitting. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof: 200.362.177 zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: C/16/25/558 arrest van 19 december 2025 in de zaak van [appellant] , handelend onder de naam [naam] die woont in [woonplaats] hierna: [appellant] advocaat: mr. A.M.S. van Asselt en Capilex B.V. die is gevestigd in Vught hierna: Capilex advocaat: mr. S.K. Tuithof 1 De procedure bij de rechtbank De rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht (hierna: de rechtbank), heeft bij vonnis van 25 november 2025 [appellant] , op verzoek van Capilex, in staat van faillissement verklaard. Daarbij is mr. L. Veldkamp benoemd tot curator (hierna: de curator). Het gerechtshof (hierna: het hof) verwijst naar dat vonnis. 2 De procedure bij het hof 2.1. Bij (op 3 december 2025 bij het hof binnengekomen) beroepschrift heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen het vonnis. De bedoeling van het hoger beroep is dat het verzoek van Capilex tot faillietverklaring van [appellant] alsnog wordt afgewezen. 2.2. Het hof heeft naast het beroepschrift kennisgenomen van: het door de curator toegezonden stuk van 11 december 2025; de akte inbrengen bijlagen van [appellant] van 12 december 2025; de nagekomen stukken van [appellant] van 15 december 2025. 2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 december 2025. Hierbij is [appellant] verschenen, vergezeld door zijn echtgenote en bijgestaan door mr. Van Asselt. Namens Capilex is verschenen mr. Tuithof. Ook is de curator verschenen, vergezeld door kantoorgenoot mr. C. Knoben. 3 De toelichting op de beslissing van het hof De kern van de zaak 3.1. [appellant] exploiteert in de vorm van een eenmanszaak ( [naam] ) een onderneming die zich (onder andere) bezighoudt met de bouw en levering van kozijnen. [naam] en Capilex hebben een kredietovereenkomst gesloten, op grond waarvan Capilex een lening van € 15.000,- heeft verstrekt aan [naam] tegen 1% rente per maand. Volgens Capilex heeft [naam] (en dus [appellant] ) het krediet niet terugbetaald. Capilex heeft daarom een verzoek ingediend tot faillietverklaring van [appellant] . 3.2. De rechtbank heeft [appellant] in staat van faillissement verklaard omdat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van Capilex en omdat [appellant] in de toestand verkeerde dat hij heeft opgehouden te betalen. Juridisch kader 3.3. Het hof stelt voorop dat een faillietverklaring kan worden uitgesproken als summierlijk is gebleken van een ten tijde van de faillietverklaring bestaand vorderingsrecht van de aanvrager (Capilex) en ook van het (op dit moment) bestaan van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de schuldenaar ( [appellant] ) verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Dat de schuldenaar meer schuldeisers heeft (het zogenoemde pluraliteitsvereiste), is een noodzakelijke, maar niet een voldoende voorwaarde voor het aannemen van de hiervoor bedoelde toestand. Als aan het pluraliteitsvereiste is voldaan, moet worden onderzocht of de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. 3.4. Als in hoger beroep een nieuwe beoordeling plaatsvindt van de materiële vereisten voor de faillietverklaring, toetst het hof naar het moment van zijn uitspraak of aan die vereisten is voldaan. In dat geval geldt niet meer het vereiste dat ten tijde van de uitspraak in hoger beroep summierlijk van de eigen vordering van de aanvrager moet blijken. De faillietverklaring kan dus in hoger beroep in stand blijven als de vordering van de aanvrager (inmiddels) is betaald. De vordering van Capilex en pluraliteit van schuldeisers 3.5. In hoger beroep staat vast dat Capilex een vordering heeft op [appellant] en dat is voldaan aan het pluraliteitsvereiste. Er zijn namelijk meerdere schuldeisers, waaronder de Belastingdienst met een vordering van € 133.549,90 en Achmea Bank N.V. met een hypothecaire vordering van € 137.924,12. De faillissementstoestand 3.6. Het hof is met [appellant] van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat [appellant] niet (langer) in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. [appellant] heeft allereerst een regeling getroffen met Capilex op grond waarvan € 25.000,- op de derdengeldenrekening van mr. Van Asselt is gestort door derden. Dat bedrag zal bij vernietiging van het faillissement worden overgemaakt naar Capilex. [appellant] heeft diezelfde derden bereid gevonden om de kosten van de curator namens hem te betalen. Het bedrag aan faillissementskosten dat de curator eerder als inschatting aan de advocaat van [appellant] heeft gestuurd ( € 9.075,- inclusief btw) is daarvoor op de derdengeldenrekening van mr. Van Asselt gestort. Deze betalingen betreffen schenkingen, zodat geen nieuwe schulden/schuldeisers zijn ontstaan. Verder geldt dat [appellant] met het overgrote deel van de schuldeisers een betalingsregeling heeft getroffen en dat de overige schuldeisers hebben toegezegd bereid te zijn om (na vernietiging van het faillissement) een betalingsregeling af te spreken. In dat kader is van belang dat [appellant] een getekende offerte van de Rabobank heeft overgelegd, waaruit volgt dat hij een hypothecaire lening van € 247.820,- heeft afgesloten bij de Rabobank. Hij heeft toegelicht dat hij dit bedrag, na het passeren van de akte bij de notaris op 24 december 2025, tot zijn beschikking krijgt. Zodra dit geld vrijkomt zal [appellant] daarmee zijn hypothecaire lening bij Achmea Bank N.V. aflossen. Met het resterende bedrag kan [appellant] de betalingsregelingen nakomen die hij met andere schuldeisers heeft gesloten of nog zal afsluiten. Op basis van de op dit moment lopende betalingsregelingen moet [appellant] al uiterlijk op 25 en 31 december 2025 de eerste betalingen hebben verricht. Als [appellant] de betalingen (na het passeren van de akte) rechtstreeks door de notaris laat verrichten kan hij tijdig aan deze verplichtingen voldoen. Hij heeft op de mondelinge behandeling ook verklaard dat zo te gaan regelen. 3.7. [appellant] heeft verder aannemelijk gemaakt dat hij in staat zal zijn ook de volgende termijnen van de betalingsregelingen te kunnen voldoen. Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof heeft [appellant] verklaard dat hij per januari 2026 weer inkomen zal genereren ter hoogte van € 1.500,- netto (btw verlegd) per week. Met deze inkomsten is het voldoende aannemelijk dat [appellant] zijn verplichtingen uit de gesloten en de nog te sluiten betalingsregelingen kan nakomen. Het hof neemt hierbij ook nog in aanmerking dat de echtgenote van [appellant] (zoals besproken tijdens de mondelinge behandeling) instemt met deze wijze van het voldoen van de schulden van [appellant] en dat zij ook bijdraagt aan onder andere de huishoudelijke kosten. Al met al heeft het hof de overtuiging dat [appellant] van goede wil is en dat hij in staat is om zijn schulden af te betalen zoals hij met zijn schuldeisers heeft afgesproken of nog zal afspreken, zodat op dit moment niet kan worden vastgesteld dat hij verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Kosten curator 3.8. Van de curator mag worden verwacht dat zij, zolang er onzekerheid is over de faillietverklaring, alleen de strikt noodzakelijke werkzaamheden zal uitvoeren.
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2025:8395 text/xml public 2026-04-02T10:23:46 2025-12-19 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2025-12-19 200.362.177 Uitspraak Hoger beroep NL Arnhem Civiel recht; Insolventierecht Rechtspraak.nl INS-Updates.nl 2026-0062 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:8395 text/html public 2026-03-13T10:26:38 2026-03-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2025:8395 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 19-12-2025 / 200.362.177 Vernietiging faillissement. Appellant verkeert niet langer in de toestand dat hij is opgehouden met betalen nu er regelingen zijn getroffen, er geld vrijkomt en appellant snel inkomen zal genereren. Kosten curator verminderd. Geen specificatie werkzaamheden en geen noodzaak aanwezigheid kantoorgenoot tijdens zitting. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof: 200.362.177 zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: C/16/25/558 arrest van 19 december 2025 in de zaak van [appellant] , handelend onder de naam [naam] die woont in [woonplaats] hierna: [appellant] advocaat: mr. A.M.S. van Asselt en Capilex B.V. die is gevestigd in Vught hierna: Capilex advocaat: mr. S.K. Tuithof 1 De procedure bij de rechtbank De rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht (hierna: de rechtbank), heeft bij vonnis van 25 november 2025 [appellant] , op verzoek van Capilex, in staat van faillissement verklaard. Daarbij is mr. L. Veldkamp benoemd tot curator (hierna: de curator). Het gerechtshof (hierna: het hof) verwijst naar dat vonnis. 2 De procedure bij het hof 2.1. Bij (op 3 december 2025 bij het hof binnengekomen) beroepschrift heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen het vonnis. De bedoeling van het hoger beroep is dat het verzoek van Capilex tot faillietverklaring van [appellant] alsnog wordt afgewezen. 2.2. Het hof heeft naast het beroepschrift kennisgenomen van: het door de curator toegezonden stuk van 11 december 2025; de akte inbrengen bijlagen van [appellant] van 12 december 2025; de nagekomen stukken van [appellant] van 15 december 2025. 2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 december 2025. Hierbij is [appellant] verschenen, vergezeld door zijn echtgenote en bijgestaan door mr. Van Asselt. Namens Capilex is verschenen mr. Tuithof. Ook is de curator verschenen, vergezeld door kantoorgenoot mr. C. Knoben. 3 De toelichting op de beslissing van het hof De kern van de zaak 3.1. [appellant] exploiteert in de vorm van een eenmanszaak ( [naam] ) een onderneming die zich (onder andere) bezighoudt met de bouw en levering van kozijnen. [naam] en Capilex hebben een kredietovereenkomst gesloten, op grond waarvan Capilex een lening van € 15.000,- heeft verstrekt aan [naam] tegen 1% rente per maand. Volgens Capilex heeft [naam] (en dus [appellant] ) het krediet niet terugbetaald. Capilex heeft daarom een verzoek ingediend tot faillietverklaring van [appellant] . 3.2. De rechtbank heeft [appellant] in staat van faillissement verklaard omdat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van Capilex en omdat [appellant] in de toestand verkeerde dat hij heeft opgehouden te betalen. Juridisch kader 3.3. Het hof stelt voorop dat een faillietverklaring kan worden uitgesproken als summierlijk is gebleken van een ten tijde van de faillietverklaring bestaand vorderingsrecht van de aanvrager (Capilex) en ook van het (op dit moment) bestaan van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de schuldenaar ( [appellant] ) verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Dat de schuldenaar meer schuldeisers heeft (het zogenoemde pluraliteitsvereiste), is een noodzakelijke, maar niet een voldoende voorwaarde voor het aannemen van de hiervoor bedoelde toestand. Als aan het pluraliteitsvereiste is voldaan, moet worden onderzocht of de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. 3.4. Als in hoger beroep een nieuwe beoordeling plaatsvindt van de materiële vereisten voor de faillietverklaring, toetst het hof naar het moment van zijn uitspraak of aan die vereisten is voldaan. In dat geval geldt niet meer het vereiste dat ten tijde van de uitspraak in hoger beroep summierlijk van de eigen vordering van de aanvrager moet blijken. De faillietverklaring kan dus in hoger beroep in stand blijven als de vordering van de aanvrager (inmiddels) is betaald. De vordering van Capilex en pluraliteit van schuldeisers 3.5. In hoger beroep staat vast dat Capilex een vordering heeft op [appellant] en dat is voldaan aan het pluraliteitsvereiste. Er zijn namelijk meerdere schuldeisers, waaronder de Belastingdienst met een vordering van € 133.549,90 en Achmea Bank N.V. met een hypothecaire vordering van € 137.924,12. De faillissementstoestand 3.6. Het hof is met [appellant] van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat [appellant] niet (langer) in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. [appellant] heeft allereerst een regeling getroffen met Capilex op grond waarvan € 25.000,- op de derdengeldenrekening van mr. Van Asselt is gestort door derden. Dat bedrag zal bij vernietiging van het faillissement worden overgemaakt naar Capilex. [appellant] heeft diezelfde derden bereid gevonden om de kosten van de curator namens hem te betalen. Het bedrag aan faillissementskosten dat de curator eerder als inschatting aan de advocaat van [appellant] heeft gestuurd ( € 9.075,- inclusief btw) is daarvoor op de derdengeldenrekening van mr. Van Asselt gestort. Deze betalingen betreffen schenkingen, zodat geen nieuwe schulden/schuldeisers zijn ontstaan. Verder geldt dat [appellant] met het overgrote deel van de schuldeisers een betalingsregeling heeft getroffen en dat de overige schuldeisers hebben toegezegd bereid te zijn om (na vernietiging van het faillissement) een betalingsregeling af te spreken. In dat kader is van belang dat [appellant] een getekende offerte van de Rabobank heeft overgelegd, waaruit volgt dat hij een hypothecaire lening van € 247.820,- heeft afgesloten bij de Rabobank. Hij heeft toegelicht dat hij dit bedrag, na het passeren van de akte bij de notaris op 24 december 2025, tot zijn beschikking krijgt. Zodra dit geld vrijkomt zal [appellant] daarmee zijn hypothecaire lening bij Achmea Bank N.V. aflossen. Met het resterende bedrag kan [appellant] de betalingsregelingen nakomen die hij met andere schuldeisers heeft gesloten of nog zal afsluiten. Op basis van de op dit moment lopende betalingsregelingen moet [appellant] al uiterlijk op 25 en 31 december 2025 de eerste betalingen hebben verricht. Als [appellant] de betalingen (na het passeren van de akte) rechtstreeks door de notaris laat verrichten kan hij tijdig aan deze verplichtingen voldoen. Hij heeft op de mondelinge behandeling ook verklaard dat zo te gaan regelen. 3.7. [appellant] heeft verder aannemelijk gemaakt dat hij in staat zal zijn ook de volgende termijnen van de betalingsregelingen te kunnen voldoen. Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof heeft [appellant] verklaard dat hij per januari 2026 weer inkomen zal genereren ter hoogte van € 1.500,- netto (btw verlegd) per week. Met deze inkomsten is het voldoende aannemelijk dat [appellant] zijn verplichtingen uit de gesloten en de nog te sluiten betalingsregelingen kan nakomen. Het hof neemt hierbij ook nog in aanmerking dat de echtgenote van [appellant] (zoals besproken tijdens de mondelinge behandeling) instemt met deze wijze van het voldoen van de schulden van [appellant] en dat zij ook bijdraagt aan onder andere de huishoudelijke kosten. Al met al heeft het hof de overtuiging dat [appellant] van goede wil is en dat hij in staat is om zijn schulden af te betalen zoals hij met zijn schuldeisers heeft afgesproken of nog zal afspreken, zodat op dit moment niet kan worden vastgesteld dat hij verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Kosten curator 3.8. Van de curator mag worden verwacht dat zij, zolang er onzekerheid is over de faillietverklaring, alleen de strikt noodzakelijke werkzaamheden zal uitvoeren.