Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-10-15
ECLI:NL:GHARL:2025:8174
Strafrecht
Hoger beroep
10,569 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2025:8174 text/xml public 2026-01-29T16:13:03 2025-12-18 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2025-10-15 20-002728-24 Uitspraak Hoger beroep NL 's-Hertogenbosch Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:8174 text/html public 2026-01-29T16:11:56 2026-01-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2025:8174 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 15-10-2025 / 20-002728-24 Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel. Parketnummer : 20-002728-24 Uitspraak : 15 oktober 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 10 maart 2023 in de strafzaak met parketnummer 05-060935-20 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij het vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel’, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen. Namens de verdachte is vrijspraak van het primair en subsidiair tenlastegelegde bepleit. Ten aanzien van het meer subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Verder heeft de raadsvrouw een straftoemetingsverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het bestreden vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 8 maart 2020 te gemeente Montferland en/of te Amersfoort een vrachtwagen (Daf, Ft XF 105, [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [bedrijf] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), door onrechtmatig gebruik te maken van de (originele) sleutel; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 8 maart 2020 in de gemeente Montferland en/of te Amersfoort opzettelijk een vrachtwagen (Daf, Ft XF 105, [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als lener (van die vrachtwagen), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden : hij op of omstreeks 8 maart 2020 te ’s-Heerenberg, gemeente Montferland, een goed, te weten een vrachtwagen (Daf, Ft XF 105, [kenteken] ), heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 8 maart 2020 te Amersfoort een vrachtwagen (Daf, Ft XF 105, [kenteken] ), die geheel aan een ander toebehoorde, te weten aan [bedrijf] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Hierna wordt – tenzij anders vermeld – verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, basisteam Achterhoek-West, zaakregistratienummer PL0600-2020105963, gesloten d.d. 10 maart 2020 en op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 1] , brigadier, bevattende een verzameling van op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen en met doorgenummerde dossierpagina’s 1-38. De bewijsmiddelen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven. De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de navolgende bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd. 1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 8 maart 2020 met bijlage goederen (pg. 3-5), voor zover inhoudende de verklaring van aangever [aangever] namens het slachtoffer [bedrijf] : Ik ben eigenaar en directeur van [bedrijf] , gevestigd in Amersfoort. Vandaag, 8 maart 2020, heb ik een rit gemaakt met een vrachtwagen voorzien van het kenteken [kenteken] . De vrachtwagen is voorzien van een GPS-systeem waar alle bewegingen en verplaatsingen van die vrachtwagen op te zien zijn. Ik heb vandaag die vrachtwagen afgesloten omstreeks 15.00 uur. Om 15.42 uur zag mijn vriendin dat die vrachtwagen weer aan het rijden was. Dit is heel vreemd, omdat ik ervan overtuigd was dat er maar één sleutel van die vrachtwagen was. Ik heb een aantal mensen gebeld en gevraagd of zij iets wisten van een mogelijke tweede sleutel, niemand wist iets. Vervolgens heb ik de politie gebeld. Ik kon zien op de GPS dat de vrachtwagen op dat moment stilstond in ’s-Heerenberg. (…) Ik wist niet beter dan dat die vrachtwagen in Amersfoort stond op de plek waar ik hem had achtergelaten. Ik heb de vrachtwagen gekocht. Ik heb aan niemand de toestemming gegeven om de vrachtwagen weg te nemen en zich deze toe te eigenen. Voertuig: vrachtauto Merk/type: Daf, Ft Xf 105 Kenteken: [kenteken] 2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 maart 2020 (pg. 6-7), voor zover inhoudende het relaas verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] : Op 8 maart 2020, omstreeks 17.10 uur, werden wij verzocht om te gaan naar de Distributiestraat in ’s-Heerenberg. De eigenaar van een vrachtauto kon via GPS zien dat zijn vrachtauto daar stond en deze was kort daarvoor gestolen. Net na een bocht, naar rechts in de weg, zagen wij een groene vrachtauto/trekker staan, voorzien van het kenteken [kenteken] . Wij zagen dat er een persoon achter het stuur van deze vrachtauto zat en dat de portieren gesloten waren. Ik, [verbalisant 3] , ben naar die vrachtwagen toegelopen en heb het bestuurdersportier geopend en heb de inzittende gesommeerd uit te stappen. Wij hoorden dat de man zei dat hij gewoon de sleutels van de trekker had en dat er niets aan de hand was. Wij zagen dat de man mij, [verbalisant 3] , een geldig Nederlands rijbewijs overhandigde op naam van [verdachte] . Door mij, [verbalisant 3] , is op 8 maart 2020 omstreeks 19.10 uur van [aangever] , een aangifte opgenomen van diefstal van een vrachtwagen, voorzien van het kenteken [kenteken] . Tijdens deze aangifte liet aangever mij op zijn mobiele telefoon de door die vrachtwagen gereden route zien. De route is als volgt, vanaf de plek van diefstal te Amersfoort is er gereden via de snelweg Al naar Barneveld, daarna via de snelweg A30 naar Ede, via snelweg A12 welke overgaat in Duitsland als A3.
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2025:8174 text/xml public 2026-01-29T16:13:03 2025-12-18 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2025-10-15 20-002728-24 Uitspraak Hoger beroep NL 's-Hertogenbosch Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:8174 text/html public 2026-01-29T16:11:56 2026-01-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2025:8174 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 15-10-2025 / 20-002728-24 Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel. Parketnummer : 20-002728-24 Uitspraak : 15 oktober 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 10 maart 2023 in de strafzaak met parketnummer 05-060935-20 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij het vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel’, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen. Namens de verdachte is vrijspraak van het primair en subsidiair tenlastegelegde bepleit. Ten aanzien van het meer subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Verder heeft de raadsvrouw een straftoemetingsverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het bestreden vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 8 maart 2020 te gemeente Montferland en/of te Amersfoort een vrachtwagen (Daf, Ft XF 105, [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [bedrijf] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), door onrechtmatig gebruik te maken van de (originele) sleutel; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 8 maart 2020 in de gemeente Montferland en/of te Amersfoort opzettelijk een vrachtwagen (Daf, Ft XF 105, [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als lener (van die vrachtwagen), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden : hij op of omstreeks 8 maart 2020 te ’s-Heerenberg, gemeente Montferland, een goed, te weten een vrachtwagen (Daf, Ft XF 105, [kenteken] ), heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 8 maart 2020 te Amersfoort een vrachtwagen (Daf, Ft XF 105, [kenteken] ), die geheel aan een ander toebehoorde, te weten aan [bedrijf] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Hierna wordt – tenzij anders vermeld – verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, basisteam Achterhoek-West, zaakregistratienummer PL0600-2020105963, gesloten d.d. 10 maart 2020 en op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 1] , brigadier, bevattende een verzameling van op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen en met doorgenummerde dossierpagina’s 1-38. De bewijsmiddelen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven. De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de navolgende bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd. 1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 8 maart 2020 met bijlage goederen (pg. 3-5), voor zover inhoudende de verklaring van aangever [aangever] namens het slachtoffer [bedrijf] : Ik ben eigenaar en directeur van [bedrijf] , gevestigd in Amersfoort. Vandaag, 8 maart 2020, heb ik een rit gemaakt met een vrachtwagen voorzien van het kenteken [kenteken] . De vrachtwagen is voorzien van een GPS-systeem waar alle bewegingen en verplaatsingen van die vrachtwagen op te zien zijn. Ik heb vandaag die vrachtwagen afgesloten omstreeks 15.00 uur. Om 15.42 uur zag mijn vriendin dat die vrachtwagen weer aan het rijden was. Dit is heel vreemd, omdat ik ervan overtuigd was dat er maar één sleutel van die vrachtwagen was. Ik heb een aantal mensen gebeld en gevraagd of zij iets wisten van een mogelijke tweede sleutel, niemand wist iets. Vervolgens heb ik de politie gebeld. Ik kon zien op de GPS dat de vrachtwagen op dat moment stilstond in ’s-Heerenberg. (…) Ik wist niet beter dan dat die vrachtwagen in Amersfoort stond op de plek waar ik hem had achtergelaten. Ik heb de vrachtwagen gekocht. Ik heb aan niemand de toestemming gegeven om de vrachtwagen weg te nemen en zich deze toe te eigenen. Voertuig: vrachtauto Merk/type: Daf, Ft Xf 105 Kenteken: [kenteken] 2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 maart 2020 (pg. 6-7), voor zover inhoudende het relaas verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] : Op 8 maart 2020, omstreeks 17.10 uur, werden wij verzocht om te gaan naar de Distributiestraat in ’s-Heerenberg. De eigenaar van een vrachtauto kon via GPS zien dat zijn vrachtauto daar stond en deze was kort daarvoor gestolen. Net na een bocht, naar rechts in de weg, zagen wij een groene vrachtauto/trekker staan, voorzien van het kenteken [kenteken] . Wij zagen dat er een persoon achter het stuur van deze vrachtauto zat en dat de portieren gesloten waren. Ik, [verbalisant 3] , ben naar die vrachtwagen toegelopen en heb het bestuurdersportier geopend en heb de inzittende gesommeerd uit te stappen. Wij hoorden dat de man zei dat hij gewoon de sleutels van de trekker had en dat er niets aan de hand was. Wij zagen dat de man mij, [verbalisant 3] , een geldig Nederlands rijbewijs overhandigde op naam van [verdachte] . Door mij, [verbalisant 3] , is op 8 maart 2020 omstreeks 19.10 uur van [aangever] , een aangifte opgenomen van diefstal van een vrachtwagen, voorzien van het kenteken [kenteken] . Tijdens deze aangifte liet aangever mij op zijn mobiele telefoon de door die vrachtwagen gereden route zien. De route is als volgt, vanaf de plek van diefstal te Amersfoort is er gereden via de snelweg Al naar Barneveld, daarna via de snelweg A30 naar Ede, via snelweg A12 welke overgaat in Duitsland als A3.
Volledig
Hierna de afslag Emmerich am Rhein om vervolgens via de provinciale weg 220 naar ’s-Heerenberg te rijden om uiteindelijk tot stilstand te komen op de Distributiestraat te ’s-Heerenberg. Bij dit proces-verbaal is een foto gevoegd van de sleutelbos, waaraan de sleutel van de betreffende vrachtauto. Deze sleutelbos werd ons door de verdachte overhandigd. Bewijsoverwegingen De verdediging heeft vrijspraak van de primair tenlastegelegde diefstal bepleit wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Daartoe is aangevoerd dat bij de verdachte het opzet op de wederrechtelijke toe-eigening ontbreekt. De verdachte heeft een verklaring gegeven over waarom hij is aangetroffen in de vrachtwagen. Hij zou de vrachtwagen voor iemand anders vervoeren van Amersfoort naar ’s-Heerenberg. Hij heeft van deze persoon de sleutel van de vrachtwagen gekregen en zou op de afgesproken locatie in ’s-Heerenberg wachten. De raadsvrouw heeft daarbij vier contra-indicaties voor de diefstal aangedragen. De eerste contra-indicatie betreft het tijdsverloop. De raadsvrouw stelt dat – gelet op het tijdspad – de verdachte enige tijd in de vrachtwagen is blijven zitten, hetgeen onaannemelijk is wanneer de verdachte de vrachtwagen zou hebben gestolen. De tweede contra-indicatie die de raadsvrouw aandraagt, is dat de vrachtwagen geparkeerd is op een industrieterrein, pontificaal voor een aantal camera’s. De derde contra-indicatie is dat de verdachte in bezit was van de sleutel van de vrachtwagen en de vierde contra-indicatie is dat de verdachte meermaals de grens met Duitsland is gepasseerd, terwijl het passeren van landsgrenzen met een gestolen goed risicovol is. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Uit het procesdossier komt naar voren dat de eigenaar de vrachtwagen met het kenteken [kenteken] op 8 maart 2020 omstreeks 15.00 uur heeft afgesloten in Amersfoort. De eigenaar is vervolgens samen met zijn vriendin in hun personenauto vertrokken. Om 15.42 uur zag de vriendin middels het GPS-systeem dat de vrachtwagen weer aan het rijden was. De eigenaar was slechts bekend met één sleutel van de vrachtwagen. Hij heeft de politie gebeld en hij zag via het GPS-systeem dat de vrachtwagen stilstond in ’s-Heerenberg. De politie is ter plaatse gegaan en trof de verdachte omstreeks 17:10 uur aan in de betreffende vrachtwagen. De verdachte verklaarde dat hij samen met de eigenaar van de vrachtwagen gekomen was en dat de eigenaar had gereden. Daarnaast was de verdachte in het bezit van de sleutel van de vrachtwagen. Toen bleek dat de eigenaar niemand toestemming had gegeven om de vrachtwagen mee te nemen heeft de politie de verdachte aangehouden. Het hof overweegt dat aan het enkele voorhanden hebben van gestolen goederen niet zonder meer de conclusie kan worden verbonden dat de verdachte die goederen ook heeft gestolen. Voor de beoordeling van de betekenis die aan dat voorhanden hebben moet worden gehecht, zijn de feiten en omstandigheden van belang. Indien er een kort tijdsbestek zit tussen de diefstal en het aantreffen van het goed onder de verdachte, dan kan in beginsel aangenomen worden dat de verdachte het goed zelf heeft gestolen, tenzij de verdachte een aannemelijke verklaring heeft voor het hebben van het gestolen goed onder hem. In het onderhavige geval is de vrachtwagen om 15.00 uur afgesloten door de eigenaar in Amersfoort. Uiterlijk om 15.42 uur is de vrachtwagen gaan rijden. Omstreeks 17.10 uur heeft de politie de verdachte aangetroffen in de vrachtwagen in ’s-Heerenberg. Gelet op het korte tijdsverloop tussen de diefstal en het aantreffen van de vrachtwagen onder de verdachte – waarbij de vrachtwagen en de verdachte ook nog een noemenswaardige afstand hebben afgelegd – neemt het hof aan dat de verdachte de vrachtwagen zelf gestolen heeft. De verdachte heeft later tijdens het politieverhoor en ter terechtzitting in hoger beroep als verklaring gegeven dat hij de vrachtwagen voor 100 euro moest verplaatsen in opdracht van iemand anders. De verdachte heeft geen namen willen noemen en daarnaast is zijn verklaring niet consistent gebleken. Waar de verdachte in eerste instantie nog heeft verklaard dat de eigenaar de vrachtwagen heeft bestuurd, heeft de verdachte later verklaard dat hij de vrachtwagen zelf heeft gereden. Het hof acht de verklaring van de verdachte waarom hij de vrachtwagen onder zich had dan ook niet aannemelijk. De verklaring is daarnaast op geen enkele wijze verifieerbaar, nu de verdachte geen naam wenst te geven van de persoon van wie hij de sleutel van de vrachtwagen zou hebben ontvangen. Het hebben van een sleutel van de vrachtwagen, zonder een aannemelijke uitleg voor het bezit daarvan, sluit het plegen van een diefstal namelijk niet uit. De door de raadsvrouw aangedragen overige contra-indicaties – parkeren op een industrieterrein met camera’s en het passeren van de grens tussen Nederland en Duitsland - schuift het hof eveneens terzijde nu deze omstandigheden niet van dien aard zijn of enkel op de wijze van de verdediging geïnterpreteerd kunnen worden dat deze het plegen van de diefstal uitsluiten. Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het primair bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen straf De raadsvrouw heeft het hof verzocht om een lagere straf dan de onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden – die door de politierechter is opgelegd – op te leggen. De raadsvrouw heeft daarnaast verzocht om de verdachte te veroordelen tot één dag gevangenisstraf met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, en daarnaast aan hem een taakstraf op te leggen. Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Het hof overweegt daartoe in het bijzonder als volgt. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van een vrachtwagen, waarbij hij deze vrachtwagen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel. De verdachte heeft door zijn handelen het eigendomsrecht van het slachtoffer aangetast. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij op deze wijze gehandeld heeft. Het hof heeft acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden. Ten aanzien van de diefstal van een vrachtwagen is het oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden. Indien er sprake is van recidive is het oriëntatiepunt 5 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof heeft voorts acht geslagen op de inhoud van het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 30 juni 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte. Uit dit uittreksel komt naar voren dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten. Deze eerdere onherroepelijke veroordelingen hebben hem er klaarblijkelijk niet van weerhouden om te handelen zoals bewezenverklaard.
Volledig
Hierna de afslag Emmerich am Rhein om vervolgens via de provinciale weg 220 naar ’s-Heerenberg te rijden om uiteindelijk tot stilstand te komen op de Distributiestraat te ’s-Heerenberg. Bij dit proces-verbaal is een foto gevoegd van de sleutelbos, waaraan de sleutel van de betreffende vrachtauto. Deze sleutelbos werd ons door de verdachte overhandigd. Bewijsoverwegingen De verdediging heeft vrijspraak van de primair tenlastegelegde diefstal bepleit wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Daartoe is aangevoerd dat bij de verdachte het opzet op de wederrechtelijke toe-eigening ontbreekt. De verdachte heeft een verklaring gegeven over waarom hij is aangetroffen in de vrachtwagen. Hij zou de vrachtwagen voor iemand anders vervoeren van Amersfoort naar ’s-Heerenberg. Hij heeft van deze persoon de sleutel van de vrachtwagen gekregen en zou op de afgesproken locatie in ’s-Heerenberg wachten. De raadsvrouw heeft daarbij vier contra-indicaties voor de diefstal aangedragen. De eerste contra-indicatie betreft het tijdsverloop. De raadsvrouw stelt dat – gelet op het tijdspad – de verdachte enige tijd in de vrachtwagen is blijven zitten, hetgeen onaannemelijk is wanneer de verdachte de vrachtwagen zou hebben gestolen. De tweede contra-indicatie die de raadsvrouw aandraagt, is dat de vrachtwagen geparkeerd is op een industrieterrein, pontificaal voor een aantal camera’s. De derde contra-indicatie is dat de verdachte in bezit was van de sleutel van de vrachtwagen en de vierde contra-indicatie is dat de verdachte meermaals de grens met Duitsland is gepasseerd, terwijl het passeren van landsgrenzen met een gestolen goed risicovol is. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Uit het procesdossier komt naar voren dat de eigenaar de vrachtwagen met het kenteken [kenteken] op 8 maart 2020 omstreeks 15.00 uur heeft afgesloten in Amersfoort. De eigenaar is vervolgens samen met zijn vriendin in hun personenauto vertrokken. Om 15.42 uur zag de vriendin middels het GPS-systeem dat de vrachtwagen weer aan het rijden was. De eigenaar was slechts bekend met één sleutel van de vrachtwagen. Hij heeft de politie gebeld en hij zag via het GPS-systeem dat de vrachtwagen stilstond in ’s-Heerenberg. De politie is ter plaatse gegaan en trof de verdachte omstreeks 17:10 uur aan in de betreffende vrachtwagen. De verdachte verklaarde dat hij samen met de eigenaar van de vrachtwagen gekomen was en dat de eigenaar had gereden. Daarnaast was de verdachte in het bezit van de sleutel van de vrachtwagen. Toen bleek dat de eigenaar niemand toestemming had gegeven om de vrachtwagen mee te nemen heeft de politie de verdachte aangehouden. Het hof overweegt dat aan het enkele voorhanden hebben van gestolen goederen niet zonder meer de conclusie kan worden verbonden dat de verdachte die goederen ook heeft gestolen. Voor de beoordeling van de betekenis die aan dat voorhanden hebben moet worden gehecht, zijn de feiten en omstandigheden van belang. Indien er een kort tijdsbestek zit tussen de diefstal en het aantreffen van het goed onder de verdachte, dan kan in beginsel aangenomen worden dat de verdachte het goed zelf heeft gestolen, tenzij de verdachte een aannemelijke verklaring heeft voor het hebben van het gestolen goed onder hem. In het onderhavige geval is de vrachtwagen om 15.00 uur afgesloten door de eigenaar in Amersfoort. Uiterlijk om 15.42 uur is de vrachtwagen gaan rijden. Omstreeks 17.10 uur heeft de politie de verdachte aangetroffen in de vrachtwagen in ’s-Heerenberg. Gelet op het korte tijdsverloop tussen de diefstal en het aantreffen van de vrachtwagen onder de verdachte – waarbij de vrachtwagen en de verdachte ook nog een noemenswaardige afstand hebben afgelegd – neemt het hof aan dat de verdachte de vrachtwagen zelf gestolen heeft. De verdachte heeft later tijdens het politieverhoor en ter terechtzitting in hoger beroep als verklaring gegeven dat hij de vrachtwagen voor 100 euro moest verplaatsen in opdracht van iemand anders. De verdachte heeft geen namen willen noemen en daarnaast is zijn verklaring niet consistent gebleken. Waar de verdachte in eerste instantie nog heeft verklaard dat de eigenaar de vrachtwagen heeft bestuurd, heeft de verdachte later verklaard dat hij de vrachtwagen zelf heeft gereden. Het hof acht de verklaring van de verdachte waarom hij de vrachtwagen onder zich had dan ook niet aannemelijk. De verklaring is daarnaast op geen enkele wijze verifieerbaar, nu de verdachte geen naam wenst te geven van de persoon van wie hij de sleutel van de vrachtwagen zou hebben ontvangen. Het hebben van een sleutel van de vrachtwagen, zonder een aannemelijke uitleg voor het bezit daarvan, sluit het plegen van een diefstal namelijk niet uit. De door de raadsvrouw aangedragen overige contra-indicaties – parkeren op een industrieterrein met camera’s en het passeren van de grens tussen Nederland en Duitsland - schuift het hof eveneens terzijde nu deze omstandigheden niet van dien aard zijn of enkel op de wijze van de verdediging geïnterpreteerd kunnen worden dat deze het plegen van de diefstal uitsluiten. Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het primair bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen straf De raadsvrouw heeft het hof verzocht om een lagere straf dan de onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden – die door de politierechter is opgelegd – op te leggen. De raadsvrouw heeft daarnaast verzocht om de verdachte te veroordelen tot één dag gevangenisstraf met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, en daarnaast aan hem een taakstraf op te leggen. Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Het hof overweegt daartoe in het bijzonder als volgt. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van een vrachtwagen, waarbij hij deze vrachtwagen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel. De verdachte heeft door zijn handelen het eigendomsrecht van het slachtoffer aangetast. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij op deze wijze gehandeld heeft. Het hof heeft acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden. Ten aanzien van de diefstal van een vrachtwagen is het oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden. Indien er sprake is van recidive is het oriëntatiepunt 5 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof heeft voorts acht geslagen op de inhoud van het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 30 juni 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte. Uit dit uittreksel komt naar voren dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten. Deze eerdere onherroepelijke veroordelingen hebben hem er klaarblijkelijk niet van weerhouden om te handelen zoals bewezenverklaard.
Volledig
Verder komt uit dit uittreksel naar voren dat het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte verklaard dat hij geen werk heeft en financieel wordt ondersteund door zijn familie. Het hof ziet in hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht geen aanleiding om aan de verdachte een korte gevangenisstraf met daarnaast een taakstraf op te leggen, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde. Het hof is dan ook van oordeel dat, in het bijzonder gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de straffen die in soortgelijke gevallen in de regel worden opgelegd en mede vanuit het oogpunt van een juiste normhandhaving, niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Het hof overweegt hierbij tevens dat het om de diefstal van een vrachtwagen gaat, een goed dat een aanzienlijke waarde vertegenwoordigt. Alles afwegende acht het hof in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. Redelijke termijn Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling en afdoening van zijn of haar zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een vonnis binnen twee jaren nadat jegens de verdachte een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen hem of haar ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie strafvervolging zal worden ingesteld. Het hof overweegt met betrekking tot het procesverloop in deze zaak het volgende. Het hof stelt vast dat de verdachte op 9 maart 2020 voor één dag in verzekering is gesteld. De politierechter heeft vervolgens op 10 maart 2023 vonnis gewezen. Aldus is niet binnen twee jaren na aanvang van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM vonnis gewezen en is die termijn in eerste aanleg met één jaar overschreden. Voorts stelt het hof vast dat namens de verdachte op 23 maart 2023 hoger beroep is ingesteld, terwijl het hof heden op 15 oktober 2025 – en derhalve niet binnen twee jaren na het instellen van het hoger beroep – arrest wijst. Aldus is de redelijke termijn in hoger beroep met bijna 7 maanden overschreden. Van bijzondere omstandigheden die de overschrijdingen van de redelijke termijn rechtvaardigen is het hof niet gebleken. Het hof zal de overschrijding van de redelijke termijn verdisconteren in de straftoemeting, in die in dat het hof de gevangenisstraf zal matigen met één maand. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden. BESLISSING Het hof: vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden ; beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Aldus gewezen door: mr. A. Muller, voorzitter, mr. A.M.G. Smit en mr. Y.G.M. Baaijens-van Geloven, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. D.S. Yap en mr. N. van Abeelen, griffiers, en op 15 oktober 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken. mr. A.M.G. Smit, mr. Y.G.M. Baaijens-van Geloven en mr. N. van Abeelen zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Volledig
Verder komt uit dit uittreksel naar voren dat het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte verklaard dat hij geen werk heeft en financieel wordt ondersteund door zijn familie. Het hof ziet in hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht geen aanleiding om aan de verdachte een korte gevangenisstraf met daarnaast een taakstraf op te leggen, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde. Het hof is dan ook van oordeel dat, in het bijzonder gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de straffen die in soortgelijke gevallen in de regel worden opgelegd en mede vanuit het oogpunt van een juiste normhandhaving, niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Het hof overweegt hierbij tevens dat het om de diefstal van een vrachtwagen gaat, een goed dat een aanzienlijke waarde vertegenwoordigt. Alles afwegende acht het hof in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. Redelijke termijn Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling en afdoening van zijn of haar zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een vonnis binnen twee jaren nadat jegens de verdachte een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen hem of haar ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie strafvervolging zal worden ingesteld. Het hof overweegt met betrekking tot het procesverloop in deze zaak het volgende. Het hof stelt vast dat de verdachte op 9 maart 2020 voor één dag in verzekering is gesteld. De politierechter heeft vervolgens op 10 maart 2023 vonnis gewezen. Aldus is niet binnen twee jaren na aanvang van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM vonnis gewezen en is die termijn in eerste aanleg met één jaar overschreden. Voorts stelt het hof vast dat namens de verdachte op 23 maart 2023 hoger beroep is ingesteld, terwijl het hof heden op 15 oktober 2025 – en derhalve niet binnen twee jaren na het instellen van het hoger beroep – arrest wijst. Aldus is de redelijke termijn in hoger beroep met bijna 7 maanden overschreden. Van bijzondere omstandigheden die de overschrijdingen van de redelijke termijn rechtvaardigen is het hof niet gebleken. Het hof zal de overschrijding van de redelijke termijn verdisconteren in de straftoemeting, in die in dat het hof de gevangenisstraf zal matigen met één maand. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden. BESLISSING Het hof: vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden ; beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Aldus gewezen door: mr. A. Muller, voorzitter, mr. A.M.G. Smit en mr. Y.G.M. Baaijens-van Geloven, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. D.S. Yap en mr. N. van Abeelen, griffiers, en op 15 oktober 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken. mr. A.M.G. Smit, mr. Y.G.M. Baaijens-van Geloven en mr. N. van Abeelen zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.