Rechtspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2025-12-18
ECLI:NL:GHARL:2025:8172
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.358.705 (zaaknummer rechtbank Gelderland 446284) beschikking van 18 december 2025 inzake [verzoeker1] , en [verzoekster2] , verzoekers, hierna te noemen: de ouders, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. V.O. Agterberg in Utrecht, en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] , hierna te noemen: de ambtenaar van de burgerlijke stand. 1 De procedure bij de rechtbank Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 11 juni 2025, uitgesproken onder zaaknummer 446284 (hierna de bestreden beschikking). 2 De procedure bij het hof 2.1 Op 1 september 2025 is het beroepschrift met bijlagen van de ouders door het hof ontvangen. Op 7 november 2025 is het verweerschrift van de ambtenaar van de burgerlijke stand door het hof ontvangen. 2.2 Op 10 november 2025 hebben [de minderjarige1] en [de minderjarige2] aan de voorzitter en de griffier van het hof verteld wat zij vinden van het verzoek van hun ouders. 2.3 De mondelinge behandeling heeft op 13 november 2025 plaatsgevonden. Daarbij waren de ouders aanwezig, bijgestaan door hun advocaat. De ambtenaar van de burgerlijke stand is zoals tevoren aangekondigd niet verschenen. 2.4 Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep bleek dat de ouders het verweerschrift van de ambtenaar van de burgerlijke stand niet hadden ontvangen. Een exemplaar is alsnog overhandigd en de ouders en hun advocaat hebben een leespauze gekregen om kennis te nemen van het stuk. Vervolgens heeft de vader het standpunt van de ouders aan de hand van een schriftelijk stuk uiteengezet. Dat stuk is toegevoegd aan het procesdossier. 3 De feiten 3.1. Uit het huwelijk van de ouders zijn geboren: - [de minderjarige1] , geboren [in] 2015; - [de minderjarige2] , geboren [in] 2017; - [de minderjarige3] , geboren [in] 2022. 3.2. De ouders hebben de ambtenaar van de burgerlijke stand verzocht om de achternaam van de kinderen aan te passen naar een dubbele (gecombineerde) achternaam. De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft het verzoek afgewezen bij besluit van 5 december 2024. De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft als reden voor de afwijzing gegeven dat het oudste kind van verzoekers is geboren vóór 1 januari 2016, waardoor het gezin niet voldoet aan de voorwaarden van de overgangsregeling van de Wet Introductie Gecombineerde Geslachtsnaam (WIGG), omdat die regeling alleen geldt voor gezinnen waarvan het oudste kind is geboren tussen 1 januari 2016 en 31 december 2023. 3.3 De ouders hebben de rechtbank verzocht om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad: I. te bepalen dat alle drie de kinderen de beide achternamen van de ouders verkrijgen in de volgorde [naam1] [naam2] per 3 december 2024, dan wel een nader door de rechtbank te bepalen tijdstip; en II. de ambtenaar van de burgerlijke stand te veroordelen in de kosten van de procedure. 3.4 De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft verweer gevoerd. 3.5 Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank de verzoeken van de ouders afgewezen. 4 De omvang van het geschil in hoger beroep 4.1 De ouders zijn het niet eens met de bestreden beschikking. Zij verzoeken het hof de bestreden beschikking te vernietigen en alsnog te bepalen dat alle drie de kinderen de beide achternamen van de ouders verkrijgen in de volgorde [naam1] [naam2] per 3 december 2024, dan wel een nader door het hof te bepalen tijdstip/datum. 4.2 De ambtenaar van de burgerlijke stand voert verweer en stelt dat er geen wettelijke grondslag is om het verzoek van de ouders toe te kennen. 5 De motivering van de beslissing 5.1 Het hof is van oordeel dat de ouders de ambtenaar van de burgerlijke stand op goede gronden hebben verzocht de achternaam van hun kinderen te wijzigen in een combinatie van hun beider achternamen. Het hof zal de ambtenaar van de burgerlijke stand dan ook gelasten alsnog de achternaam van de kinderen te 5.7 De WIGG voorziet ook (tijdelijk) in de mogelijkheid om kinderen die vóór de inwerkingtreding van de wet zijn geboren, erkend of geadopteerd en voor wie de ouders dus al eerder een naamkeuze hebben kunnen maken, alsnog een gecombineerde geslachtsnaam te geven. Uit artikel IIIB lid 1 van de WIGG volgt dat tot 1 januari 2025 kinderen van dezelfde (juridische) ouders een gecombineerde geslachtsnaam kunnen krijgen als voldaan is aan de volgende drie voorwaarden: a. de ouders verklaren gezamenlijk dat hun kind een gecombineerde geslachtsnaam behoort te krijgen en hoe die gecombineerde geslachtsnaam zal luiden, en; b. het oudste kind van de ouders is geboren op of na 1 januari 2016 maar voor 1 januari 2024, en c. de door de ouders afgelegde verklaring betreft al hun kinderen. 5.8 In grief 1 voeren de ouders aan dat in de wet ten onrechte onderscheid wordt gemaakt tussen gehuwde en gescheiden ouders. Volgens de ouders is in artikel 3 lid 1 onder a BG de leeftijdsgrens 12 jaar (met een verzorgingstermijn van ten minste drie jaren), maar artikel 3 lid 3 BG verklaart het eerste lid vervolgens van overeenkomstige toepassing op minderjarigen die de leeftijd van 12 jaar nog niet hebben bereikt, mits er een verzorgingstermijn van ten minste vijf jaren is. De BG is dus wél van toepassing op gescheiden ouders die - op het huwelijk na - in een gelijke situatie als de ouders verkeren, te weten op gescheiden ouders die de juridische ouders zijn van een kind van 8 jaar, welk kind zij al meer dan vijf jaar samen opvoeden en verzorgen, en waarvoor zij gezamenlijk een eensluidend verzoek doen om de achternaam van het kind te wijzigen in een gecombineerde achternaam. Gescheiden ouders kunnen aldus wél een gecombineerde achternaam kiezen voor hun kind van 8 jaar, maar gehuwde ouders in overigens gelijke omstandigheden niet. Dat is volgens de ouders discriminatie wegens de burgerlijke stand en dat is in strijd met artikel 14 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest). 5.9 De ambtenaar van de burgerlijke stand voert ter verweer aan dat hij het verzoek van de ouders heeft afgewezen, omdat het oudste kind van de ouders is geboren vóór 1 januari 2016. Hierdoor voldoet het gezin niet aan de voorwaarden van de overgangsregeling van de WIGG. De overgangsregeling is expliciet bedoeld voor gezinnen waarvan het oudste kind is geboren tussen 1 januari 2016 en 31 december 2023. Deze beperking is in de wet opgenomen om een duidelijke en afgebakende groep in aanmerking te laten komen voor de regeling. Kinderen geboren voor 1 januari 2016 vallen buiten deze doelgroep, en dus is de overgangsregeling niet op hen van toepassing, aldus de ambtenaar van de burgerlijke stand. 5.10 Het hof is van oordeel dat grief 1 van de ouders slaagt. De stelling van de ouders dat het voor gescheiden ouders wel mogelijk is om in een verder gelijke situatie op grond van artikel 3 BG alsnog een gecombineerde achternaam aan te vragen voor hun kinderen, is, anders dan de rechtbank heeft overwogen, juist. In artikel 3 lid 3 BG is immers bepaald dat het artikel ook geldt ten aanzien van kinderen jonger dan twaalf jaar, met dien verstande dat dan de verzorgingstermijn van ten minste vijf jaren uit lid 3 geldt. Het BG biedt gescheiden ouders derhalve een aanzienlijk ruimere mogelijkheid tot naamswijziging dan het overgangsrecht van de WIGG (gehuwde) ouders biedt. Of dat onderscheid bij de invoering van de WIGG is onderkend is uit de memorie van toelichting bij de WIGG niet af te leiden en als het al is onderkend ontbreekt in ieder geval een toelichting waarom onderscheid in dit geval gerechtvaardigd is. Bij gebreke van die toelichting is dat onderscheid naar het oordeel van het hof, zoals de ouders terecht hebben aangevoerd, in strijd met het EVRM en het Handvest. 5.11 Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat in dit geval de (overgangs)r