Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-10-23
ECLI:NL:GHARL:2025:6958
Strafrecht
Hoger beroep
1,198 tokens
Dictum
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats] ,
wonende te [postcode] , [adres] ( [land] ).
Het hoger beroep
De betrokkene heeft tegen de hiervoor genoemde beslissing hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 23 oktober 2025 en op de zitting van de rechtbank Midden-Nederland besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van de beslissing waarvan beroep en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Midden-Nederland. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat mr. O. Smits, gemachtigd raadsman, namens de betrokkene ter zitting heeft aangevoerd.
Dictum
Aan betrokkene is door de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, op 5 juni 2024 in verband met wederrechtelijk verkregen voordeel een betalingsverplichting opgelegd ter hoogte van € 201.027,00.
Dictum
Terugwijzing naar de rechtbank
Het hof heeft onmiddellijk na het onderzoek ter terechtzitting uitspraak gedaan in aanwezigheid van de raadsman van betrokkene. De beslissing is toen mondeling als volgt gemotiveerd.
Het hof heeft bij beslissing van heden in de hoofdzaak (parketnummer 21-002568-24) het vonnis vernietigd en de strafzaak teruggewezen naar de rechtbank Midden-Nederland.
Nu de ontnemingszaak de behandeling van de hoofdzaak volgt in eerste aanleg, zal het hof ook de ontnemingsbeslissing, ingevolge artikel 423, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, vernietigen en deze zaak terugwijzen naar de rechtbank Midden-Nederland, teneinde met inachtneming van deze beslissing recht te doen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt de beslissing waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Wijst de zaak terug naar de rechtbank Midden-Nederland, teneinde met inachtneming van deze beslissing recht te doen.
Aldus gewezen door
mr. M.C. van Linde, voorzitter,
mr. L.J. Hofstra en mr. R. Godthelp, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.E. Renders, griffier,
en op 23 oktober 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Dictum
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats] ,
wonende te [postcode] , [adres] ( [land] ).
Het hoger beroep
De betrokkene heeft tegen de hiervoor genoemde beslissing hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 23 oktober 2025 en op de zitting van de rechtbank Midden-Nederland besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van de beslissing waarvan beroep en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Midden-Nederland. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat mr. O. Smits, gemachtigd raadsman, namens de betrokkene ter zitting heeft aangevoerd.
Dictum
Aan betrokkene is door de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, op 5 juni 2024 in verband met wederrechtelijk verkregen voordeel een betalingsverplichting opgelegd ter hoogte van € 201.027,00.
Dictum
Terugwijzing naar de rechtbank
Het hof heeft onmiddellijk na het onderzoek ter terechtzitting uitspraak gedaan in aanwezigheid van de raadsman van betrokkene. De beslissing is toen mondeling als volgt gemotiveerd.
Het hof heeft bij beslissing van heden in de hoofdzaak (parketnummer 21-002568-24) het vonnis vernietigd en de strafzaak teruggewezen naar de rechtbank Midden-Nederland.
Nu de ontnemingszaak de behandeling van de hoofdzaak volgt in eerste aanleg, zal het hof ook de ontnemingsbeslissing, ingevolge artikel 423, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, vernietigen en deze zaak terugwijzen naar de rechtbank Midden-Nederland, teneinde met inachtneming van deze beslissing recht te doen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt de beslissing waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Wijst de zaak terug naar de rechtbank Midden-Nederland, teneinde met inachtneming van deze beslissing recht te doen.
Aldus gewezen door
mr. M.C. van Linde, voorzitter,
mr. L.J. Hofstra en mr. R. Godthelp, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.E. Renders, griffier,
en op 23 oktober 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.