Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-11-04
ECLI:NL:GHARL:2025:6852
Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
676 tokens
Dictum
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] ,
verblijvende in P.I. [locatie]
Het hoger beroep
De betrokkene heeft tegen de hiervoor genoemde uitspraak hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 21 oktober 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat betrokkene en zijn raadsman, mr. R.J.M. Oerlemans, hebben aangevoerd.
De uitspraak waarvan beroep
De rechtbank heeft op 24 december 2024 het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 47.682,48 en verdachte veroordeeld tot het betalen van datzelfde bedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat aannemelijk is dat betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten tot een bedrag van€ 44.705,48 en hij heeft gevorderd dat de betalingsverplichting wordt opgelegd tot dat bedrag.
De raadsman heeft ter terechtzitting bepleit dat de ontnemingsvordering in zijn geheel dient te worden afgewezen.
Dictum
Het hof verenigt zich niet met de uitspraak waarvan beroep zodat die behoort te worden vernietigd en opnieuw moet worden rechtgedaan.
De betrokkene is bij arrest van dit hof van 4 november 2025 (parketnummer 21-000058-25) vrijgesproken van het ten laste gelegde feit waarop de advocaat-generaal de vordering had gebaseerd.
De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel moet daarom worden afgewezen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt de uitspraak waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Wijst af de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel tot het in die vordering genoemde bedrag.
Aldus gewezen door
mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,
mr. J.M. Rowel-van der Linde en mr. D.J. Stahlie, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. G.A. Dunnink, griffier,
en op 4 november 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. J.M. Rowel-van der Linde is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.