Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-02-06
ECLI:NL:GHARL:2025:681
Strafrecht
Hoger beroep
1,319 tokens
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005385-23
Uitspraak d.d.: 6 februari 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de militaire kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de militaire politierechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 16 november 2023 met parketnummer 05-176990-23 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002,
wonende te [postcode] ’ [woonplaats] , [adres] ,
thans [beroep] .
Het hoger beroep
De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 23 januari 2025. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft verder kennisgenomen van wat verdachte naar voren heeft gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Bij vonnis waarvan beroep is verdachte vrijgesproken van hetgeen hem tenlastegelegd wordt.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proces-economische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 16 mei 2023 in de gemeente [gemeente] opzettelijk een of meer nesten, rustplaatsen en/of eieren van, van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, te weten een ei en/of een nest heeft vernield, beschadigd en/of nesten van die vogels heeft weggenomen;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Verdachte heeft erkend dat hij met een steen een ei (in een nest) kapot heeft gegooid,
De militaire politierechter heeft verdachte vrijgesproken omdat, kort gezegd, niet kon worden vastgesteld dat het in casu om een nest en een ei van een soort als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn gaat, althans dat daarvoor onvoldoende bewijs aanwezig is.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen de gegeven vrijspraak. Het heeft in hoger beroep een proces-verbaal van bevindingen van 23 februari 2024 ingebracht, waarin verbalisant [verbalisant] heeft gerelateerd dat hij de foto’s zoals opgenomen in de bijlage bij dat proces-verbaal (het hof begrijpt: foto’s van een gans en een nest zoals die al in het dossier waren opgenomen) heeft doorgestuurd naar [naam] , afgestudeerd ecoloog, werkzaam bij het bedrijf [bedrijf] dat werkt aan natuurlandschappen en grondwinning. [naam] verklaarde onder andere dat de foto van de eieren te onduidelijk is om te bepalen waar die van zijn. De gans betreft een Canadese gans. Verbalisant [verbalisant] relateerde verder:
De grote Canadese gans is een beschermde inheemse vogelsoort. Net als alle andere
vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen, zijn grote Canadese ganzen
beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn.
Nog daargelaten
de kwaliteit van de foto van de eieren;
de vraag of de foto van de eieren wel een foto betreft van de eieren van het nest waarvan verdachte er eentje heeft vernield en
de vraag of de gans zoals op de foto te zien is, ook daadwerkelijk de gans is geweest die het betrokken nest heeft gemaakt en het betrokken ei heeft gelegd,
is het hof van oordeel dat niet buiten redelijke twijfel vast staat dat in casu sprake is van een nest en/of ei van een van nature in Nederland in het wild levende vogel van een soort als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. De enkele mededeling van een afgestudeerd ecoloog dat sprake is van een Canadese gans, zonder enige onderbouwing van zijn deskundigheid ter zake van beschermde (inheemse) diersoorten (in het bijzonder vogels) en de Europese Volgelrichtlijn is daartoe onvoldoende.
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting dan ook niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. R.H. Koning, voorzitter,
mr. S. Bek, lid, en brigade-generaal mr. A.J. de Haan, militair lid,
in tegenwoordigheid van J.R.M. Roetgerink, griffier,
en op 6 februari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. A.J. de Haan is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.