Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-10-30
ECLI:NL:GHARL:2025:6745
Strafrecht, Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Hoger beroep
1,190 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.351.525/01
CJIB-nummer
: 254786717
Uitspraak d.d.
: 30 oktober 2025
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 19 december 2024, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. De kantonrechter heeft het beroep gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie vernietigd, omdat het administratief beroep tijdig was ingediend en de officier van justitie het beroep daarom ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. De kantonrechter heeft verder overwogen dat de hoorplicht niet is geschonden omdat is besloten dat per 1 augustus 2022 in zaken waarin de burger wordt bijgestaan door een gemachtigde de procedure tijdelijk schriftelijk plaatsvindt en de gemachtigde in de gelegenheid is gesteld het beroep schriftelijk aan te vullen.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter niet had kunnen oordelen dat de hoorplicht niet is geschonden, dan wel dat daaraan geen consequenties moeten worden verbonden. De gemachtigde heeft niet de gelegenheid gekregen het beroep aan te vullen. Ook is niet onderkend dat hem ten onrechte een inhoudelijke beoordeling is ontzegd. Het sanctiebedrag dient met 75 procent te worden verlaagd vanwege schending van de hoorplicht, ten onrechte niet-ontvankelijkheid en een onjuiste beslissing van de kantonrechter.
3. Het hof stelt vast de gemachtigde niet is gehoord door de officier van justitie, terwijl daar wel om was verzocht. Er doen zich geen gronden voor waarop van horen kon worden afgezien. Of er al dan niet een extra schriftelijke ronde is gegeven doet hier niet aan af. De kantonrechter heeft ten onrechte geoordeeld dat de hoorplicht niet is geschonden. Nu de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie al op een andere grond heeft vernietigd, brengt dit onjuiste oordeel van de kantonrechter op zichzelf niet mee dat de beslissing van de kantonrechter moet worden vernietigd.
4. Met betrekking tot de grond dat het bedrag van de bij de inleidende beschikking opgelegde sanctie moet worden gematigd, overweegt het hof dat de hier vastgestelde schending van de hoorplicht niet is terug te voeren op een structurele schending van de hoorplicht door de officier van justitie die op grond van de jurisprudentie van het hof tot matiging van het sanctiebedrag behoort te leiden. De schending van de hoorplicht hier hangt veeleer samen met een onjuiste beoordeling van de tijdigheid van het administratief beroep in samenhang met een niet voldoende nauwkeurige lezing van het administratief beroepschrift.
5. De omstandigheden dat de officier van justitie het administratief beroep ten onrechte niet ontvankelijk heeft verklaard en de kantonrechter niet juist heeft geoordeeld over de schending van de hoorplicht maken evenmin dat het sanctiebedrag moet worden gematigd.
6. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen met verbetering van gronden. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter, met verbetering van gronden;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.