Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-09-22
ECLI:NL:GHARL:2025:5772
Strafrecht, Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Hoger beroep
1,574 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.352.143/01
CJIB-nummer
: 254311924
Uitspraak d.d.
: 22 september 2025
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 11 oktober 2024, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 181,- voor:
“20 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 6 december 2022 om 13.34 uur op de A28 in Staphorst met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene de gedraging ontkent. Volgens de gemachtigde zijn wel degelijk feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van de meting. In beroep bij de kantonrechter is een inhoudelijke onderbouwing en betwisting van de meting aangevoerd. Het meetvoertuig van de politie is gedurende de meting zestien meter ingelopen op het voertuig van de betrokkene. Daarmee is de meetafstand onjuist. De gemachtigde heeft berekend dat bij een kortere meetafstand een lagere (gecorrigeerde) snelheid hoort en dus een lager sanctiebedrag.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke gemiddelde snelheid stelde ik vast met behulp van een voor de meting geteste, goedgekeurde en op de voorgeschreven wijze gebruikte mobiele snelheidsmeter op basis van de factoren tijd en afstand. Dit houdt in dat de tijdmeting werd gestart op het moment dat de voorzijde van het doelvoertuig een referentiepunt passeerde en dat de afstandmeting werd gestart op het moment dat de achterzijde van het meetvoertuig hetzelfde referentiepunt passeerde. Vervolgens werd, na tenminste de volgens de instructie van de fabrikant minimaal voorgeschreven tijdsduur, de tijd meting gestopt op het moment dat de instructie van de fabrikant minimaal voorgeschreven tijdsduur, de tijdmeting gestopt op het moment dat de achterzijde van het doelvoertuig een volgend referentiepunt passeerde. De afstandmeting werd gestopt op het moment dat de voorzijde van het meetvoertuig hetzelfde referentiepunt passeerde. De meting werd op dusdanige wijze uitgevoerd dat in het voordeel van het doelvoertuig werd gemeten. Derhalve kan gesteld worden dat het doelvoertuig met tenminste de gemeten gemiddelde snelheid heeft gereden.Afgelegde wegafstand: 975 m.Gebruikte tijd: 28,29 sec.Gemeten (afgelezen) gemiddelde snelheid: 124.Werkelijke (gecorrigeerde) gemiddelde snelheid: 120.Toegestane snelheid: 100.Overschrijding met: 20.Tussenafstand start meting: 56,00 m.Tussenafstand einde meting: 40,00 m.”
5. In wat de gemachtigde heeft aangevoerd ziet het hof geen aanleiding om te twijfelen aan het resultaat van de snelheidsmeting. Gelet op de gebruikte meetmethode, te weten een mobiele trajectmeting, heeft de tussenafstand geen invloed op de uitkomst van de meting. Die wordt immers vastgesteld op basis van tijd en afstand aan de hand van een referentiepunt. De meetafstand tussen de referentiepunten wordt niet korter of langer als de tussenafstand tussen de voertuigen wijzigt. Doordat met het doelvoertuig een grotere afstand werd afgelegd dan de in de meting vermelde wegafstand (die is gebaseerd op de achterzijde van het meetvoertuig bij de start van de meting en voorzijde van het meetvoertuig bij het einde van de meting, terwijl de tijd wordt gemeten aan de hand van de voorzijde van het doelvoertuig bij de start van de meting en de achterzijde van het gemeten voertuig bij het einde van de meting), wordt in het voordeel van het doelvoertuig gemeten. Daardoor kan worden vastgesteld dat het gemeten voertuig met tenminste de gemeten gemiddelde snelheid heeft gereden.
6. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.