Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-09-01
ECLI:NL:GHARL:2025:5313
Strafrecht, Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Hoger beroep
1,201 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.350.050/01
CJIB-nummer
: 246445128
Uitspraak d.d.
: 1 september 2025
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank MiddenNederland van 5 juni 2024, betreffende
[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),
gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is K.B. Blijleven p/a Praktijk voor Tandheelkunde W.H.D. Uijlenbroek, kantoorhoudende te Putten.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Tegen de beslissing van de kantonrechter kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld. Dat volgt uit de artikelen 13, derde lid, en 14 van de Wahv en de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (hiena: Awb). De termijn voor het instellen van hoger beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd.
Dictum
3. De gemachtigde voert aan dat hij heeft vernomen dat de kantonrechter een beslissing heeft genomen. De gemachtigde geeft aan hier niet van op de hoogte te zijn. De gemachtigde geeft aan niet te zijn opgeroepen. De gemachtigde vraagt zich af of de adreswijziging, welke de gemachtigde op 27 juli 2024 kenbaar heeft gemaakt bij de griffie van de kantonrechter, te laat is ontvangen. De gemachtigde wil graag weten of er nog een mogelijkheid is om in beroep te komen tegen de beslissing van de kantonrechter. De gemachtigde voert aan dat het niet zo kan zijn dat de gemachtigde minder rechten heeft dan een normale burger met een verblijfplaats. De gemachtigde geeft aan dat het oneerlijk voelt.
4. Uit de stukken in het dossier blijkt dat de beslissing van de kantonrechter is verzonden naar het door de gemachtigde opgegeven adres, namelijk Jan van Galenstraat 323-B, 1056 CH te Amsterdam. Uit het dossier blijkt dat de beslissing van de kantonrechter onbestelbaar retour is gekomen op 9 juli 2024. Dit betekent dat de beslissing van de kantonrechter daadwerkelijk is verzonden.
5. Als een adres van een gemachtigde gedurende een procedure wijzigt, mag worden verwacht dat een adreswijziging wordt doorgegeven aan de instantie waar de procedure loopt (vgl. het arrest van het hof van 1 mei 2002, vindplaats op www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHLEE:2002:AE3468). Uit het dossier blijkt dat de gemachtigde dit pas nadat de kantonrechter een beslissing heeft genomen en na verstrijken van de beroepstermijn heeft gedaan.
6. Gelet op wat is bepaald in artikel 6:17 van de Awb is de griffie van de rechtbank gehouden om de stukken in ieder geval aan de gemachtigde te sturen op het opgegeven adres. Dat heeft de griffie van de rechtbank gedaan en dus is de beslissing van de kantonrechter op juiste wijze bekend gemaakt. Omdat de beslissing van de kantonrechter onbestelbaar retour is gekomen, heeft de rechtbank een BRP-check uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de gemachtigde geëmigreerd is naar Noorwegen. Een adresonderzoek gaat niet zo ver dat de griffie van de rechtbank informatie moet opvragen over de voortduring van de vertegenwoordiging door de gemachtigde of dat de poststukken in het vervolg naar de betrokkene zelf gestuurd moeten worden. Dat de beslissing van de kantonrechter de gemachtigde niet tijdig heeft bereikt en het hoger beroep daardoor te laat is, komt dan ook voor rekening van de betrokkene.
7. Gelet op het voorgaande zal het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit brengt mee dat het hof de gronden van de gemachtigde tegen de beslissing van de kantonrechter niet kan beoordelen.
Dictum
Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Postma als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.