Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-05-28
ECLI:NL:GHARL:2025:5073
Strafrecht
Hoger beroep
3,540 tokens
Inleiding
21
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003490-16
Uitspraak d.d.: 28 mei 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 14 juni 2016 met parketnummer 07-663176-10 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1956,
wonende te [adres]
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 18 oktober 2019 en 14 mei 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis en veroordeling van de verdachte ter zake van primair tenlastegelegde tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, met een proeftijd van twee jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. W. Hendrickx, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank heeft de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde, te weten: een gewoonte maken van witwassen, veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
primairhij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2010, te [plaats] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) - een personenauto (Mercedes SL 500, kenteken [kenteken] ) (dossier wvw deel 2, onderdeel K3), en/of
- een bedrag van 1.500 euro, althans enig geldbedrag, ten behoeve van de aankoop van een aanhangwagen (Saris,type autotransport,kenteken [kenteken] (dossier wvw deel 2, onderdeel K4),en/of
- een bedrag van 6.000,-- euro, althans enig geldbedrag, ten behoeve van de aankoop van een horloge (Breitling Starliner) (dossier wvw deel 2, onderdeel K10),en/of
- een of meer bedragen van in totaal 23.350 euro, althans enig geldbedrag, ten behoeve van de aankoop van een of meer meubel(s) en/of accesoire(s) (dossier wvw deel 2, onderdeel K11), en/of
- een bedrag van 1.975 euro, althans enig geldbedrag, ten behoeve van de aankoop van een tas en/of een bandana (Louis Vuitton) (dossier wvw deel 2, onderdeel K12),
en/of voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van die/dat voorwerp(en) en/of die/dat geldbedrag(en) gebruik gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf;
subsidiairhij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2010, te [plaats] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer geldbedrag(en) en/of voorwerp(en), te weten
- een personenauto (Mercedes SL 500, kenteken [kenteken] ) (dossier wvw deel 2, onderdeel K3), en/of
- een bedrag van 1.500 euro, althans enig geldbedrag, ten behoeve van de aankoop van een aanhangwagen (Saris,type autotransport,kenteken [kenteken] ) (dossier wvw deel 2, onderdeel K4),en/of
- een bedrag van 6.000,-- euro, althans enig geldbedrag, ten behoeve van de aankoop van een horloge (Breitling Starliner) (dossier wvw deel 2, onderdeel K10),en/of
- een of meer bedragen van in totaal 23.350 euro, althans enig geldbedrag, ten behoeve van de aankoop van een of meer meubel(s) en/of accesoire(s) (dossier wvw deel 2, onderdeel K11), en/of
- een bedrag van 1.975 euro, althans enig geldbedrag, ten behoeve van de aankoop van een tas en/of een bandana (Louis Vuitton) (dossier wvw deel 2, onderdeel K12),
en/of heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben overgedragen en/of omgezet, althans van een voornoemd(e) voorwerp(en) en/of geldbedrag(en), gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Procesafspraken
Voorafgaand aan (het plannen van) de zitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal laten weten met de verdediging in gesprek te zijn over de afdoening van de straf- en ontnemingszaak van de verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en dat partijen beogen te komen tot procesafspraken. Op 11 september 2024 heeft het hof de ondertekende overeenkomst met procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdachte en medeverdachten ontvangen.
Het gezamenlijke afdoeningsvoorstel houdt – voor zover relevant – in dat:
in de strafzaak van [verdachte] :
het OM en [verdachte] aanvaarden de door de rechtbank uitgesproken bewezenverklaringen en de daaraan gegeven kwalificatie;
gelet op de ouderdom van de zaak en de herhaalde overschrijding van het recht op berechting binnen redelijke termijn is de door de rechtbank opgelegde straf niet langer aanvaardbaar. Rekening houdend met de ouderdom van de feiten, de duur van de procedure in appel en de actuele levensomstandigheden van de verdachte houdt het Openbaar Ministerie een strafreis van een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, passend.
Beoordeling
De procesafspraken zijn ter zitting van 14 mei 2025 besproken.
Ter terechtzitting in hoger beroep zijn de procesafspraken en de totstandkoming daarvan door beide partijen bevestigd en toegelicht. Daarbij is besproken dat de verdachte in de concrete omstandigheden van de voorliggende zaak vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot een ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het voorliggende afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten.
Omdat de procesafspraken op basis van vrijwilligheid en op basis van wederkerigheid tot stand zijn gekomen en de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep in aanwezigheid van zijn raadsman ondubbelzinnig heeft aangegeven zich volledig te kunnen vinden in de gemaakte procesafspraken en daarmee akkoord te gaan, komen deze afspraken voor een beoordeling door het hof in aanmerking.
Het hof stelt voorop dat het geen partij is bij de procesafspraken tussen de verdachte en het Openbaar Ministerie en daaraan ook niet gebonden is. Daarnaast geldt dat aan de verplichting die op de strafrechter rust om te beslissen op de in artikel 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering genoemde vragen niet wordt afgedaan door de omstandigheid dat door het Openbaar Ministerie en de verdediging een afdoeningsvoorstel is overgelegd (vgl. HR 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252). Het hof zal voornoemde vragen – met inachtneming van de procesafspraken – achtereenvolgens bespreken.
Bewezenverklaring
Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
primairhij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2010, te [plaats] en elders in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte
- een personenauto (Mercedes SL 500, [kenteken] ), en
- een bedrag van 1.500 euro, ten behoeve van de aankoop van een aanhangwagen (Saris, type autotransport, [kenteken] ), en
- een bedrag van 6.000,-- euro, ten behoeve van de aankoop van een horloge (Breitling Starliner) en
- enig geldbedrag ten behoeve van de aankoop van een of meer meubel(s) en/of accessoire(s) voorhanden gehad terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerpen geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het primair bewezenverklaarde levert op:
van het plegen van witwassen een gewoonte maken.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.
Oplegging van straf
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft conform de procesafspraken tussen de verdachte en het Openbaar Ministerie gevorderd de verdachte te veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaren.
Standpunt van de verdediging
De raadsman en de verdachte hebben het hof gevraagd de vordering van de advocaat-generaal (en daarmee de procesafspraken) te volgen.
Oordeel van het hof
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft een gewoonte gemaakt van witwassen door in de periode van 2006 tot en met 2010 de opbrengst van een Mercedes en meerdere geldbedragen wit te wassen, waarvan de geschatte waarde ruim € 70.000 bedraagt. Witwassen vormt een ernstige bedreiging voor de maatschappij, omdat de integriteit van het financiële en economische verkeer wordt aangetast en het plegen van misdrijven erdoor wordt begunstigd.
Uit het strafblad van de verdachte van 10 april 2025 blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.
Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat de door de rechtbank opgelegde straf in beginsel een passende en geboden reactie vormen. Het hof ziet in wat er ter zitting in hoger beroep is gebleken echter redenen tot overnemen van de procesafspraken. Voor het overnemen van de procesafspraken kijkt het hof niet alleen of zij bijdragen aan het verkorten van de procedure en het efficiënter en effectiever afdoen van de zaak waar de afspraken op zien, maar ook of de overeengekomen afspraken voor de afdoening van de zaak redelijk en passend zijn.
Alles afwegend en in het bijzonder ook gelet op wat ter zitting in hoger beroep met betrekking tot de persoon van de verdachte en de termijnoverschrijding naar voren is gekomen, acht het hof – in lijn met hetgeen is overeengekomen in de procesafspraken – oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Aldus gewezen door
mr. L.J. Hofstra, voorzitter,
mr. G. Mintjes en mr. T. Bertens, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J. Brink, griffier,
en op 28 mei 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.