Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-07-08
ECLI:NL:GHARL:2025:4397
Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
882 tokens
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001083-25
Uitspraak van 8 juli 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van
7 maart 2025 met parketnummer 05-390026-24 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1979,
wonende te [woonadres] .
Het hoger beroep
Verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 juli 2025.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en haar raadsman,
mr. P. Ghasemi, naar voren is gebracht.
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging vanwege het gewijzigde beleid van het Openbaar Ministerie met betrekking tot de vervolging in nader omschreven leerplichtzaken zoals gepubliceerd op
7 april 2025. De advocaat-generaal ziet geen reden om in deze zaak anders te vorderen dan het doet in vergelijkbare zaken.
Door de verdediging is verzocht de zaak inhoudelijk te behandelen om willekeur in de toekomst te voorkomen. Het gewijzigde beleid van het Openbaar Ministerie geeft geen zekerheid dat in de toekomst in soortgelijke gevallen niemand meer zal worden vervolgd, omdat het Openbaar Ministerie zijn beleid in de toekomst weer kan wijzigen. Dat biedt de mogelijkheid dat er in de toekomst ten onrechte weer gelijksoortige leerplichtzaken binnen het strafrecht worden aangebracht, terwijl dit binnen het bestuursrecht hoort. Door de verdediging is verzocht arrest te wijzen waarin staat dat de wet geen mogelijkheid biedt om leerplichtwetzaken bij de strafrechter te behandelen. Het Openbaar Ministerie dient
niet-ontvankelijk te worden verklaard vanwege de wet en niet vanwege zijn eigen beleid. Het Openbaar Ministerie moet tegen de leerplichtwetambtenaren zeggen dat zij geen bevoegdheden hebben.
Het hof ziet geen reden in deze zaak tot een andersluidend oordeel te komen dan door de advocaat-generaal gevorderd. Het hof beslist in individuele zaken en kan niet in zijn algemeenheid uitlatingen doen over het al dan niet aanbrengen van leerplichtzaken bij de strafrechter in de toekomst of over mogelijk beleid van het Openbaar Ministerie in de toekomst. Het hof zal het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het Openbaar Ministerie ter zake van het tenlastegelegde niet-ontvankelijk in de vervolging.
Aldus gewezen door
mr. O.O. van der Lee, voorzitter,
mr. R.W. van Zuijlen en mr. R. Feunekes, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R. Kaatman, griffier,
en op 8 juli 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.