Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-02-04
ECLI:NL:GHARL:2025:4355
Strafrecht
Wraking
502 tokens
Dictum
[verdachte] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
hierna te noemen verzoeker.
Procesverloop
Bij e-mailbericht van 18 januari 2025, nader toegelicht bij e-mailberichten van
23 en 27 januari 2025, heeft verzoeker de wraking verzocht van de voorzitter van de beklagkamer, mr. S. Bek.
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 513, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering moet een wrakingsverzoek worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden waardoor volgens verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden aan verzoeker bekend zijn geworden.
Desgevraagd heeft verzoeker bij e-mailbericht van 27 januari 2025 het wrakingsverzoek toegelicht en aangegeven dat het verzoek ziet op een e-mailbericht van mr. Bek aan hem uit 2023 om de beklagzaak van verzoeker niet voor te leggen aan de Hoge Raad.
De wrakingskamer is van oordeel dat niet gesteld kan worden dat het wrakingsverzoek is gedaan zodra de feiten of omstandigheden waardoor volgens verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden aan hem bekend zijn geworden. Het
e-mailbericht waar het wrakingsverzoek op ziet dateert immers van 2023 en het wrakingsverzoek is pas op 18 januari 2025 ingediend. Verzoeker is om die reden nietontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van mr. S. Bek.
Op grond van het hiervoor overwogene komt de wrakingskamer aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek niet toe en kan worden volstaan met een schriftelijke afdoening van het verzoek.
Dictum
Het hof (wrakingskamer):
Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Aldus gewezen door
mr. N.C. van Lookeren-Campagne, voorzitter,
mr. J. Sap en mr. A.E. Keulemans, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.D. Mavus-ten Elshof, griffier,
en op 4 februari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.