Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-07-15
ECLI:NL:GHARL:2025:4353
Civiel recht; Insolventierecht
Hoger beroep
2,600 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof: 200.355.458
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: C/16/23/156 R
arrest van 15 juli 2025
in de zaak van
[appellante]
die woont in [woonplaats]
hierna: [appellante]
advocaat: mr. M.R.A. Rutten
Procesverloop
1.1.
Bij vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht (hierna: de rechtbank), van 12 december 2023 is de wettelijke schuldsaneringsregeling (hierna: de wsnp) van toepassing verklaard op [appellante] . De wsnp is gelijktijdig van toepassing verklaard op haar echtgenoot. Mevrouw [bewindvoerder] (hierna: de bewindvoerder) is benoemd tot bewindvoerder van beiden.
1.2.
Bij vonnis van 2 juni 2025 heeft de rechtbank de toepassing van de wsnp van [appellante] beëindigd zonder dat daarbij de zogenoemde schone lei aan haar is verleend.
Procesverloop
2.1.
Bij (op 10 juni 2025 bij het hof binnengekomen) beroepschrift heeft [appellante] tijdig hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 2 juni 2025. De bedoeling van het hoger beroep van [appellante] is dat de schone lei alsnog wordt toegepast, althans de wsnp-termijn wordt verlengd zodat zij alsnog kan voldoen aan de verplichtingen uit de wsnp.
2.2.
Het hof heeft naast het beroepschrift met één bijlage kennisgenomen van:
de nagekomen stukken van [appellante] , inclusief nadere grieven, van 30 juni 2025;
het verslag van de bewindvoerder van 30 juni 2025;
de nagekomen stukken van [appellante] van 2 juli 2025;
de nagekomen stukken van [appellante] van 7 juli 2025.
2.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 juli 2025. Hierbij is [appellante] verschenen, bijgestaan door mr. Rutten. Als tolk voor Sahl is mevrouw [naam1] opgetreden. Tot slot is ook de bewindvoerder verschenen.
3De toelichting op de beslissing van het hof
Feiten
3.1.
[appellante] , 35 jaar oud, is geboren in Marokko. Zij is in 2015 in Marokko getrouwd met haar huidige echtgenoot (die destijds al in Nederland woonde) en woont sinds 2017 in Nederland. [appellante] woonde ten tijde van het gezamenlijke verzoek tot toelating tot de wsnp samen met haar echtgenoot en hun twee minderjarige kinderen. Inmiddels zijn [appellante] en haar echtgenoot niet meer samen en is een echtscheidingsprocedure in gang gezet. [appellante] draagt de zorg voor haar twee kinderen en werkt niet. [appellante] heeft geen (volledige) ontheffing gekregen van haar sollicitatieplicht. [appellante] staat sinds 29 april 2024 onder beschermingsbewind.
3.2.
De rechtbank heeft [appellante] de schone lei onthouden omdat [appellante] toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de uit de wsnp voortvloeiende sollicitatieplicht en de inlichtingenplicht. Volgens de rechtbank heeft [appellante] niet gesolliciteerd, terwijl er geen medische gronden waren om een ontheffing van de sollicitatieplicht te geven. Ook is volgens de rechtbank niet gebleken dat [appellante] zich heeft ingezet voor de inburgeringscursus die zij moest volgen, heeft [appellante] geen enkele keer contact opgenomen met de bewindvoerder of gereageerd op diens berichten en ontbreekt nog diverse door de bewindvoerder opgevraagde informatie.
Beoordeling
3.3.
Het hof stelt voorop dat van [appellante] mag worden verwacht dat zij zich houdt aan de aan de wsnp verbonden verplichtingen. Het gaat daarbij onder andere om de inlichtingenplicht en de inspanningsverplichting. Deze verplichtingen vinden hun grond in de doelstelling van de wsnp. Die komt erop neer dat natuurlijke personen die in een uitzichtloze financiële situatie zijn terechtgekomen, de kans moeten krijgen weer met een schone lei verder te gaan. Daar staat tegenover dat van de schuldenaar een actieve medewerking wordt verwacht, onder meer door gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen te geven waarvan zij weet of behoort te begrijpen dat zij van belang zijn voor een doeltreffende uitvoering van de wsnp en om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
3.4.
Bij het einde van de wsnp-termijn moet conform artikel 354 lid 1 Fw worden vastgesteld of de schuldenaar ( [appellante] ) toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van één
of meer van de hiervoor genoemde verplichtingen. Bij deze vaststelling geldt als maatstaf of een tekortkoming, in het licht van alle omstandigheden van het geval, een duidelijke aanwijzing vormt dat het bij de schuldenaar aan de van hem te vergen medewerking aan een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling heeft ontbroken. In geval van een toerekenbare tekortkoming kan de rechter bepalen dat de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, buiten beschouwing blijft.
3.5.
Het hof onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat [appellante] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de uit de wsnp voortvloeiende inlichtingenplicht en inspanningsverplichting. [appellante] is gedurende de wsnp-termijn herhaaldelijk op deze verplichtingen gewezen met de aansporing om alsnog daaraan te voldoen, zoals tijdens een inlichtingenverhoor bij de rechter-commissaris op 15 oktober 2024. De rechter-commissaris heeft toen benadrukt dat [appellante] haar best moest doen om aan het werk te komen en moest voldoen aan de informatieplicht. Het hof acht het daarom niet aannemelijk dat het [appellante] niet voldoende duidelijk was wat haar verplichtingen waren en wat de gevolgen zouden zijn als zij deze verplichtingen niet alsnog zou nakomen.
3.6.
[appellante] heeft gedurende de looptijd van de wsnp (vrijwel) niet gesolliciteerd. Zij geeft als verklaring daarvoor dat zij nauwelijks Nederlands spreekt, de zorg draagt voor twee kleine kinderen en dat zij stress ervaart van de echtscheiding die haar echtgenoot tijdens de looptijd van de wsnp heeft aangevraagd. Daardoor is het haar ook niet gelukt om de inburgeringsexamens te halen of überhaupt te leren, aldus [appellante] . Het hof onderkent dat deze omstandigheden de mogelijkheden om werk te vinden beperken. Daar staat tegenover dat het niet beheersen van de Nederlandse taal geen absoluut beletsel vormt om invulling te geven aan de sollicitatieplicht en voor eigen risico komt. Ook van schuldenaren met kinderen onder de vier jaar wordt verwacht dat zij solliciteren, tenzij de rechter-commissaris hiervoor een ontheffing heeft gegeven, hetgeen bij [appellante] niet het geval is. De uitkomst van een arbeids-medisch belastbaarheidsonderzoek van september 2024 was dat [appellante] in staat is om een vorm van werk op te starten, mits is voldaan aan een aantal voorwaarden zoals een gestructureerd en afgebakend takenpakket, een beperkt aantal uren en een stressarme werkomgeving. Het hof overweegt hierbij dat de sollicitatieplicht een inspanningsverplichting en niet een resultaatsverplichting is; een verweer dat er gelet op de beperkingen en omstandigheden geen reële kans op werk bestaat, gaat daarom niet op.
3.7.
[appellante] voert aan dat de tekortkomingen in de inspannings- en inlichtingenverplichtingen gelet op de bijzondere aard buiten beschouwing gelaten moeten worden. Volgens [appellante] moet in dat kader onder andere in aanmerking genomen worden dat zij jarenlang niet is geïntegreerd in Nederland, dat het haar niet is gelukt de inburgeringsexamens te halen, dat ze nauwelijks Nederlands spreekt en dat ze weinig begrip heeft van de Nederlandse maatschappij, laat staan van de hele wsnp-procedure en de daaruit voortvloeiende verplichtingen. Het hof volgt [appellante] hierin niet. Van [appellante] mocht verwacht worden – juist gelet op de door haar aangevoerde omstandigheden – dat zij hulp zou inschakelen om gedurende het gehele wsnp-traject te kunnen voldoen aan de basisverplichtingen van de wsnp. Pas laat in het hele traject (vlak voor de mondelinge behandeling bij het hof) heeft [appellante] daadwerkelijk hulp ingeschakeld, hetgeen (nog) niet tot een concreet resultaat heeft geleid.
3.8.
Gelet op het voorgaande komt [appellante] in beginsel niet in aanmerking voor het verlenen van de schone lei. [appellante] heeft subsidiair verzocht om verlenging van de wsnp-termijn, zodat zij alsnog kan voldoen aan de verplichtingen uit de wsnp. Het hof gaat hier niet in mee. Naast de ernst van de tekortkomingen, ziet het hof geen concrete aanknopingspunten om aan te nemen dat de situatie van [appellante] dusdanig is verbeterd dat zij nu wel aan haar verplichtingen kan voldoen. [appellante] heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep gezegd dat zij nu begrijpt wat van haar verwacht wordt en dat zij haar best zal doen om alsnog de Nederlandse taal te leren. Zij heeft ook gezegd nu meer ruimte te hebben om haar verplichtingen na te komen in het kader van de wsnp nu zij gescheiden leeft van haar echtgenoot en de echtscheiding in gang is gezet. Het hof onderkent deze ontwikkelingen als positieve stappen, maar deze vormen nu te weinig concrete basis om ervanuit te gaan dat [appellante] nu alsnog aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen. Dat de termijn van de schuldsaneringsregeling van haar echtgenoot is verlengd, zoals [appellante] heeft aangevoerd, maakt het voorgaande ook niet anders, omdat hun zaken individueel moeten worden beoordeeld en de omstandigheden anders kunnen zijn.
3.9.
Het hoger beroep slaagt niet. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd.
Dictum
Het hof:
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 2 juni 2025.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.J. van der Korst, H.L. Wattel en H. Wammes, en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 juli 2025.
Artikel 3.5 Recofa-richtlijnen voor schuldsaneringsregelingen van 1 juli 2023.