Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-05-07
ECLI:NL:GHARL:2025:3866
Strafrecht
Hoger beroep
2,387 tokens
Inleiding
230425
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003084-24
Uitspraak d.d.: 7 mei 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de economische kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische kamer van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 22 juli 2024 met parketnummer 84-311230-23 in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
thans verblijvende in P.I. [locatie] te [plaats] .
Het hoger beroep
Verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 23 april 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. B.J.W. Tijkotte, naar voren is gebracht.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 4 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door verdachte onbeperkt ingesteld en is daarom mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak. Dit deel van de tenlastelegging is dus niet aan het oordeel van het hof onderworpen.
Het vonnis waarvan beroep, voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen
De rechtbank heeft verdachte ter zake van het telkens medeplegen van de opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer (feiten 1 en 3), en de telkens opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer (feiten 2 en 5), veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft de rechtbank een beslissing genomen op het beslag.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank grotendeels op goede gronden en juiste wijze heeft beslist en zal het vonnis met aanvulling van gronden bevestigen behalve voor zover het betreft de opgelegde straf en de beslissing op het beslag. Ten aanzien van deze onderdelen van het vonnis komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank. In zoverre zal het vonnis (voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen) dan ook worden vernietigd.
Het hof zal aldus het vonnis, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, bevestigen, met dien verstande dat:
de gronden worden aangevuld met een aanvullende bewijsoverweging;
het vonnis ten aanzien van de opgelegde straf zal worden vernietigd, waarna een nieuwe straf zal worden bepaald;
het vonnis ten aanzien van de beslissing op het beslag wordt vernietigd, waarna een nieuwe beslissing op het beslag zal volgen.
Aanvulling van gronden
De proceshouding van verdachte is in hoger beroep gewijzigd. Verdachte neemt verantwoordelijkheid voor zijn handelen en heeft bekend schuldig te zijn aan de feiten zoals deze onder 1, 2, 3 en 5 door de rechtbank zijn bewezenverklaard.
Oplegging van straf en/of maatregel
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht verdachte te veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van het voorarrest. Er is nadrukkelijk verzocht om geen voorwaardelijk strafdeel op te leggen gelet op de openstaande zaken die (binnenkort) worden behandeld en de manier waarop de VI-regeling in dat kader in het nadeel van verdachte zou uitpakken.
Oordeel van het hof
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het opzettelijk (buiten een inrichting) voorhanden hebben en het over de grens vervoeren van verschillende batterijen Enkelschotbuizen en Shells (mortierbommen). De 2200 kilogram professioneel knalvuurwerk aangetroffen in de bakwagen heeft opgeteld een netto explosieve massa van meer dan 467 kilogram, waarbij van een aantal Shells de netto explosieve massa onbekend is gebleven. Het voorhanden hebben van een dergelijke massa is op zichzelf zeer gevaarlijk. Het vuurwerk kan massa-explosief reageren. Dit betekent dat als één exemplaar in een partij, waarin de artikelen tegen elkaar aanliggen, tot ontbranding komt en explodeert, de kans bestaat dat de hele partij sympathisch mee-explodeert. Het gebied rondom zo een explosie waarbinnen dan kans op letsel en materiële schade bestaat, wordt daarmee vergroot. Met het voorhanden hebben en over de grens vervoeren van professioneel vuurwerk op de openbare weg, heeft verdachte onverantwoorde risico’s genomen en de algemene veiligheid van personen en goederen ernstig in gevaar gebracht. De gevolgen van een aanrijding met andere weggebruikers of objecten zouden desastreus zijn geweest. Verdachte heeft hierbij ook het leven van zijn medeverdachten in gevaar gebracht, nu zij degenen waren die het vuurwerk vervoerden nadat verdachte het vuurwerk had ingekocht.
Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk voorhanden hebben van een aantal kilo’s vuurwerk in zijn garage. Hoewel het hier om een aanzienlijk kleinere hoeveelheid vuurwerk ging dan is aangetroffen in de bakwagen, levert ook het opslaan van deze hoeveelheid vuurwerk risico's op voor personen en goederen in de omgeving van de zich aan de openbare weg en in woongebied bevindende garage.
Tot slot heeft verdachte via het versturen van een bestellijst illegaal vuurwerk te koop aangeboden. Het te koop aanbieden van illegaal vuurwerk aan particulieren brengt zeer negatieve effecten met zich mee. Dergelijk illegaal vuurwerk in handen van niet-professionele deskundigen is levensgevaarlijk. De gedragingen van verdachte hebben er daarom aan bijgedragen dat een groot gevaar in het leven wordt geroepen. Dit kan zeer ernstige gevolgen hebben, bijvoorbeeld dodelijke slachtoffers, (ernstig) gewonden, ernstige geluidsoverlast, materiële schade en externe veiligheidsrisico's van vervoer en opslag.
Het hof heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 20 maart 2025. Hieruit blijkt dat verdachte tweemaal eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het hof heeft gezien dat verdachte op 24 november 2023 in verzekering is gesteld en, na een schorsingsperiode waarbij verdachte geen schorsingsvoorwaarden heeft overtreden, thans 343 dagen in voorarrest heeft doorgebracht.
Dictum
Het hof:
Verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 4 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, ten aanzien van de opgelegde straf en de beslissing op het beslag en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden.
Beveelt dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
14 STK Document (PL0600-2023543017-3100555).
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, voor het overige, met inachtneming van het voorgaande.
Aldus gewezen door
mr. S. Bek, voorzitter,
mr. A.H. Garos en mr G. Voorhorst, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.S. Janssen, griffier,
en op 7 mei 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.