Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-06-19
ECLI:NL:GHARL:2025:3705
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht, Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
753 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.349.564/01
CJIB-nummer
: 254428567
Uitspraak d.d.
: 19 juni 2025
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Zeeland-West-Brabant van 24 september 2024, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
gevestigd te [vestigingsplaats1] (Polen).
De gemachtigde van de betrokkene is [de betrokkene] ,
gevestigd te [vestigingsplaats2] (Polen).
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De griffier van het hof heeft de gemachtigde van de betrokkene bij brief van 31 januari 2025 medegedeeld dat het hoger beroep niet tijdig is ingesteld. Hierbij is de gemachtigde in de gelegenheid gesteld de redenen van de termijnoverschrijding op te geven. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op 6 mei 2025 is nog een brief van de gemachtigde van de betrokkene d.d. 28 januari 2025 ontvangen. Een afschrift hiervan is aan de advocaat-generaal toegezonden.
Beoordeling
1. Tegen de beslissing van de kantonrechter kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld. Dat volgt uit de artikelen 13, derde lid, en 14 van de Wahv en de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De termijn voor het instellen van hoger beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd. Ingevolge het tweede lid van artikel 6:9 van de Awb is een beroepschrift dat per post wordt verzonden tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
Dictum
3. Het hof kan de bezwaren van de gemachtigde van de betrokkene tegen de opgelegde sanctie van € 106,- voor een snelheidsovertreding niet beoordelen.
Dictum
Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.