Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-06-19
ECLI:NL:GHARL:2025:3703
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht, Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
1,673 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.349.022/01
CJIB-nummer
: 253472723
Uitspraak d.d.
: 19 juni 2025
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 4 september 2024, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft van de geboden gelegenheid daarop te reageren geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “K030a - het kenteken niet behoorlijk zichtbaar aanwezig hebben op of aan het motorrijtuig”. Deze gedraging zou zijn verricht op 30 oktober 2022 om 13.14 uur op de Lekdijk-West in Bergambacht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde stelt zich op het standpunt dat de gedraging niet is verricht en voert hiertoe het volgende aan. De feitcode die aan de betrokkene is opgelegd is neergelegd in artikel 40, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) en hangt samen met artikel 7 van de Regeling kentekens en kentekenplaten. Hieruit volgt dat een kentekenplaat behoorlijk zichtbaar ‘op of aan’ het motorrijtuig aanwezig moet zijn. De ambtenaar heeft verklaard dat de kentekenplaat op het dashboard in het voertuig lag. Gelet hierop was de kentekenplaat op geen enkele wijze aanwezig ‘op of aan’ het motorrijtuig, maar juist ‘in’ het voertuig. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt bovendien dat de kentekenplaat ontbrak. Wanneer een kentekenplaat ontbreekt, is het vanzelfsprekend dat deze niet behoorlijk zichtbaar aanwezig is op het motorrijtuig. Dit betekent dat de opgelegde feitcode niet samenhangt met de vermeende gedraging. De juiste feitcode voor onderhavige gedraging is N010C. De gemachtigde verzoekt het hof om de feitcode alsnog te wijzigen in de juiste feitcode.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 40, eerste lid, van de WVW 1994, waarin is bepaald dat het kenteken behoorlijk zichtbaar op of aan het motorrijtuig of de aanhangwagen aanwezig dient te zijn.
4. De gedraging met feitcode N010C ziet op een overtreding van artikel 5.2.1 van de Regeling voertuigen (hierna: Rv). Dit artikel luidt, voor zover hier van belang:
“1. (…)
2. De personenauto moet zijn voorzien van de juiste kentekenplaten.
3. (…)
4. De kentekenplaten moeten zijn voorzien van het in artikel 5 van het Kentekenreglement
voorgeschreven goedkeuringsmerk en moeten deugdelijk aan de voor- en achterzijde van het voertuig
zijn bevestigd.
5. Het kenteken moet goed leesbaar zijn en de kentekenplaten mogen niet zijn afgeschermd.”
5. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Gedraginggegevens:
Wij zagen dat de kentekenplaat ontbrak aan de voorzijde. Wij zagen dat de kentekenplaat achter op de voorruit op het dashboard lag.
Overtreden artikel: 40 lid 1 WVW 1994 (…).
Verklaring betrokkene: ik heb geen verklaring.”
7. In het dossier bevindt zich een foto van het voertuig die is genomen vanaf de voorkant. Op deze foto is te zien dat aan de voorzijde van het voertuig een kentekenplaat ontbreekt.
8. Als uitgangspunt heeft te gelden dat er onder alle omstandigheden een onbelemmerd zicht op de kentekenplaat moet zijn en dat het kenteken (volledig) zichtbaar dient te zijn. Nu op grond van de gegevens in het zaakoverzicht en de foto kan worden vastgesteld dat de kentekenplaat ten tijde van de gedraging niet op de voorgeschreven wijze aan het voertuig was aangebracht, maar op het dashbord lag, is het hof van oordeel dat het kenteken niet behoorlijk zichtbaar aanwezig was op of aan het motorrijtuig. Aldus is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
9. De grond dat in dit geval mogelijk ook een sanctie kon worden opgelegd voor de door de gemachtigde genoemde gedraging brengt niet mee dat het de ambtenaar niet vrijstond om een sanctie op te leggen voor de onderhavige gedraging. De ambtenaar heeft op dit punt een discretionaire bevoegdheid. De omstandigheid dat de kentekenplaat in onderhavige zaak op het dashboard lag en dus niet ‘op of aan’ het voertuig behoorlijk zichtbaar aanwezig is, maakt niet dat de op artikel 40, eerste lid, van de WVW 1994 gebaseerde sanctie ten onrechte aan de betrokkene is opgelegd.
10. Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Reuver als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.