Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-06-05
ECLI:NL:GHARL:2025:3457
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht, Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
1,526 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.348.752/01
CJIB-nummer
: 241350715
Uitspraak d.d.
: 5 juni 2025
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank MiddenNederland van 8 november 2024, betreffende
[de betrokkene]
(hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Artikel 14 van de Wahv - zoals die bepaling luidt per 1 januari 2023 - bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:
- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 110,-
- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld en de betrokkene de juistheid van die beslissing in hoger beroep betwist.
2. Van geen van deze situaties is hier sprake. De sanctie bedraagt € 100,- en de kantonrechter heeft het beroep ongegrond verklaard.
3. De betrokkene voert aan dat hij geen uitnodiging voor de zitting van de kantonrechter heeft ontvangen en daardoor ten onrechte niet de kans heeft gekregen zich te verdedigen.
4. In artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) ligt het recht op toegang tot de rechter besloten. Wanneer een beroep wordt gedaan op schending van dit recht en dit beroep wordt gegrond bevonden, kan het wettelijk appelverbod buiten toepassing worden gelaten.
5. In het dossier bevindt zich een brief van de griffier van de rechtbank van 17 september 2024, waarin de betrokkene wordt opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter van 8 november 2024. Nu de rechtbank niet over een deugdelijke verzendadministratie beschikt, de oproep voor de zitting niet aangetekend is verzonden en de ontvangst hiervan in hoger beroep wordt betwist, kan het hof niet vaststellen dat de betrokkene behoorlijk is opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter. Daardoor is gehandeld in strijd met artikel 12, eerste lid, van de Wahv. Dit brengt mee dat het appelverbod buiten toepassing moet worden gelaten en het hoger beroep ontvankelijk is. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en overgaan tot de beoordeling van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie.
6. De officier van justitie heeft het beroep tegen de inleidende beschikking niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat is ingesteld.
7. Tegen de inleidende beschikking kan binnen zes weken beroep worden ingesteld. Dat volgt uit artikel 6, eerste lid, van de Wahv en de artikelen 3:41, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De termijn voor het instellen van beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beschikking aan de betrokkene is toegestuurd.
8. De inleidende beschikking is op 18 augustus 2021 aan de betrokkene toegestuurd. De beroepstermijn eindigde dus op 29 september 2021. Op 1 november 2021 is via het Digitaal Loket Verkeer beroep ingesteld. Het beroep is dan ook niet tijdig ingesteld.
9. Artikel 6:11 van de Awb bepaalt dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld.
10. De betrokkene heeft in het beroepschrift tegen de inleidende beschikking aangevoerd dat hij beroep heeft ingesteld via de website van Appjection. Vervolgens heeft de betrokkene afgewacht omdat hij in de veronderstelling was dat beroep was ingesteld. Nadat de betrokkene een eerste aanmaning had ontvangen, heeft hij beroep ingesteld via de officiële site (het hof begrijpt: het Digitaal Loket Verkeer). Daarbij merkt de betrokkene op dat hij niet ervan op de hoogte was dat beroep kon worden ingesteld zonder een advocaat.
11. Wat de betrokkene heeft aangevoerd leidt het hof niet tot de conclusie dat de termijnoverschrijding de betrokkene niet kan worden toegerekend. Daartoe overweegt het hof dat in de inleidende beschikking duidelijk staat beschreven op welke wijze en binnen welke termijn beroep bij de officier van justitie kan worden ingesteld. Dat de betrokkene in de veronderstelling verkeerde én erop heeft vertrouwd dat via de website van Appjection beroep kon worden ingesteld, is dan ook een omstandigheid waarvan de gevolgen voor zijn rekening komen.
12. Gelet op het bovenstaande heeft de officier van justitie het beroep van de betrokkene tegen de inleidende beschikking terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hof zal het beroep van de betrokkene tegen die beslissing daarom ongegrond verklaren. Dit brengt mee dat het hof de bezwaren van de betrokkene tegen de aan hem opgelegde verkeersboete niet kan beoordelen.
Dictum
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.