Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-04-28
ECLI:NL:GHARL:2025:2772
Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
592 tokens
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003835-23
Uitspraak d.d.: 28 april 2025
Herstelarrest behorende bij het arrest van de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 1 augustus 2023 met parketnummer 16-286639-22 en de in dat vonnis genomen beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf in de zaak met parketnummer 16-222555-20, in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2004,
thans verblijvende in de [P.I.] te [plaats] .
Geconstateerde misslag
In bovengenoemde strafzaak tegen verdachte heeft het hof op 11 april 2025 uitspraak gedaan. Na het uitspreken van het arrest heeft het hof echter geconstateerd dat in het dictum van het arrest sprake is van een misslag. Bij het bepalen van het aantal dagen gijzeling bij het niet betalen van de afzonderlijke schadevergoedingsmaatregelen heeft het hof ten onrechte geen rekening gehouden met het wettelijke maximum van 365 dagen voor alle maatregelen tezamen.
Het hof zal deze misslag herstellen in die zin dat het maximum totaal aantal van 365 dagen gijzeling naar verhouding zal worden verdeeld over de twee individuele schadevergoedingsmaatregelen. Het hof overweegt dat de veroordeelde door dit herstel niet in enig rechtens te respecteren belang wordt geschaad.
Dictum
Het hof herstelt zijn arrest van 11 april 2025 zo, dat in het dictum in plaats van de zinnen:
“Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 256 (tweehonderdzesenvijftig) dagen.” respectievelijk
“Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 148 (honderdachtenveertig) dagen.”
de volgende zinnen worden opgenomen:
“Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 241 (tweehonderdeenenveertig) dagen.“ respectievelijk
“Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 124 (honderdvierentwintig) dagen.“.
Aldus vastgesteld en gewezen op 28 april 2025 door mr. R. Godthelp, voorzitter, mr. L.T. Wemes en mr. L. Pieters, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman, griffier.