Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-11-05
ECLI:NL:GHARL:2024:8235
Civiel recht
Hoger beroep
3,407 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.341.210
beschikking van 5 november 2024
in de zaak van
1 [appellant]
2. [appellante]
die beiden wonen in [woonplaats1]
die een verzoek hebben ingediend
hierna samen: [appellant]
advocaat: mr. V. Kamphuis
tegen
1 [geïntimeerde1]
2. [geïntimeerde2]
die beiden wonen in [woonplaats1]
hierna samen: [geïntimeerde1]
advocaat: mr. G. Beekman
1
1. Het verloop van de procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 8 mei 2024;
- het verweerschrift met bijlagen.
1.2
De mondelinge behandeling heeft op 18 september 2024 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Zij hebben de standpunten toegelicht.
2De kern van de zaak
2.1.
[geïntimeerde1] heeft van [appellant] een woning gekocht. Volgens [geïntimeerde1] voldoet de woning niet aan wat hij op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. [geïntimeerde1] is daarover een procedure gestart bij de rechtbank en de rechtbank heeft een vonnis gewezen. Tegen dat vonnis is [appellant] in hoger beroep gekomen bij dit gerechtshof (hierna: het hof). Dat hoger beroep is bij het hof bekend onder zaaknummer 200.335.546. Nadat in dat hoger beroep een mondelinge behandeling na het aanbrengen van de zaak bij het hof had plaatsgevonden en voordat [appellant] een memorie van grieven had genomen, heeft [appellant] het onderhavige verzoekschrift ingediend. Daarin heeft hij het hof verzocht om een voorlopig deskundigenbericht (ook wel voorlopig deskundigenonderzoek genoemd) te bevelen. [geïntimeerde1] is het niet eens met dat verzoek.
2.2.
Het hof zal het verzoek om een voorlopig deskundigenbericht te bevelen gedeeltelijk toewijzen. Het hof heeft nog informatie nodig om verder te kunnen beslissen. Het hof zal dit hierna onder 3 verder uitleggen en ook hoe het tot zijn beslissing is gekomen.
3De redenen voor de beslissing
De toewijsbaarheid van het verzoek
3.1. Een voorlopig deskundigenbericht zoals is bedoeld in artikel 202 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) kan ertoe dienen een partij de mogelijkheid te geven zekerheid te verkrijgen over feiten en omstandigheden die voor de beslissing van een geschil relevant kunnen zijn. Die partij kan zo beter beoordelen of het raadzaam is een procedure te beginnen of voort te zetten. De rechter die moet oordelen over het verzoek om een dergelijk bericht te bevelen, moet het voorlopig deskundigenbericht in beginsel bevelen, mits het daartoe strekkende verzoek ter zake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met het deskundigenbericht bewezen kunnen worden. Dit is anders als de rechter op grond van feiten en omstandigheden, die hij in de beslissing moet noemen, van oordeel is dat:
het verzoek in strijd is met de eisen van een goede procesorde,
van de bevoegdheid dit verzoek te doen misbruik wordt gemaakt (bijvoorbeeld omdat verzoeker wegens onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen in redelijkheid niet tot het uitoefenen van die bevoegdheid kan worden toegelaten),
het verzoek afstuit op een ander door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar.
3.2.
[appellant] heeft belang bij het verzoek. [appellant] en [geïntimeerde1] verschillen namelijk van mening over de feiten die van belang kunnen zijn voor hun geschil en met het deskundigenbericht kan daarover duidelijkheid komen. Die feiten hebben betrekking op de vraag of de woning is aangesloten op het riool en of sprake is van een ondergrondse (opvang)tank/put op het perceel. Daarbij gaat het om het vaststellen van de precieze feitelijke situatie op deze punten. Daarnaast gaat het om de vraag welke aanpassingen redelijkerwijs nodig zijn als de woning op deze punten niet voldoet aan wat [geïntimeerde1] op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten en wat de kosten daarvan zijn. Dat [appellant] eerder zelf ook heeft gesteld dat er een grote betonnen bak aanwezig is waar het riool op uitkomt en dat er al een rapportage RRS en een kostenopgave van Te Vogt (beide in opdracht van [geïntimeerde1] ) en een reactie daarop van Expertisebureau Noord (in opdracht van [appellant] ) aanwezig is, doet aan dat belang niet af. Niet kan worden gezegd dat het door [appellant] gewenste onderzoek daarmee niet meer ter zake dienend is.
3.3.
Niet is gebleken van de drie uitzonderingen die hiervoor zijn genoemd in de laatste zin van 3.1. Het hof wijst in dat verband op de zogenoemde herstel- en herkansingfunctie van het hoger beroep, op grond waarvan een procespartij in hoger beroep bij het hof onder meer de standpunten die zij in de procedure bij de rechtbank heeft ingenomen mag aanvullen, verder onderbouwen of zelfs verbeteren. Ook als moet worden aangenomen, zoals [geïntimeerde1] stelt, dat [appellant] eerder in de gelegenheid is gesteld de situatie ter plaatse te beoordelen en daar toen geen gebruik van heeft gemaakt, dan is dat, gelet op de genoemde herstel- en herkansingfunctie, niet zonder meer een reden voor afwijzing van het verzoek van [appellant] . Het hof oordeelt, anders dan [geïntimeerde1] , dat [appellant] het verzoek niet te laat heeft ingediend en dat toewijzing van het verzoek niet voor te veel vertraging van de procedure in hoger beroep zorgt. In het hoger beroep heeft [appellant] inmiddels een zogenoemde memorie van antwoord in het hoger beroep van [geïntimeerde1] (ook wel incidenteel hoger beroep genoemd) ingediend, waarover partijen zich nog hebben uitgelaten, en is het aan het hof te beslissen over de verdere voortgang. [appellant] heeft ook daarna nog de mogelijkheid om de uitkomst van het deskundigenbericht in het hoger beroep in te brengen.
3.4.
Rekening houdend met wat het hof hierna opmerkt over de vragen die in het deskundigenbericht moeten worden beantwoord, is het hof van oordeel dat het verzoek ter zake dienend en voldoende concreet is.
De vragen
3.5. Het hof heeft met partijen gesproken over de vragen die in het voorlopig deskundigenbericht moeten worden beantwoord. Gelet op wat partijen daarover en verder nog hebben verteld, ziet het hof aanleiding om de vragen die [appellant] door de deskundige wil laten beantwoorden iets anders te formuleren. Dit doet het hof om de deskundige de ruimte te geven om een zo goed mogelijk en nuttig deskundigenbericht voor partijen te maken, waar partijen ook wat aan hebben als in het hoger beroep beslissingen moeten worden genomen. Daarbij is het hof van oordeel dat de ouderdom van de tank en van de riolering niet zozeer van belang zijn, als wel de staat daarvan, zodat het hof de vragen in die zin zal aanpassen. De vragen 3, 6 en 8, die [appellant] in het verzoek heeft genoemd, zal het hof ook anders formuleren. Het hof doet dat, omdat deze vragen voor een deel gaan over zogenoemde rechtsoordelen (waarover de rechter moet oordelen) en niet over feitelijke kwesties (waarover het deskundigenbericht duidelijkheid kan geven).
3.6.
De vragen die de deskundige moet beantwoorden zijn dan de volgende.
I. Partijen verschillen erover van mening of er onder/naast de woning op het adres [adres] 23 te [plaats1] een ondergrondse opvangtank/put aanwezig is (hierna: de tank) en of de woning is aangesloten op het gemeentelijk riool.
Dictum
Het hof:
stelt [appellant] in de gelegenheid uiterlijk op 3 december 2024 een kopie van het procesdossier bij het hof in te dienen;
stelt [appellant] en [geïntimeerde1] ieder in de gelegenheid uiterlijk op 3 december 2024 bij het hof een reactie op de onder 3.6 genoemde vragen in te dienen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door K. Mans, H.L. Wattel en B.J. Engberts en is in het openbaar uitgesproken op 5 november 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.
Inleiding
Wat is de feitelijke situatie? Beschrijf daarbij in ieder geval:
Over de tank
Is er een ondergrondse tank (of andere voorziening) onder/naast de woning? Zo ja:
Waar bevindt deze tank zich?
Waaruit bestaat de tank en hoe groot is deze tank?
Wat is de staat (van onderhoud) van deze tank?
Welke functie had en/of heeft deze tank?
Moet de tank na een bepaalde tijd geleegd worden en zo ja hoe vaak?
Over de riolering
Waaruit bestaat de riolering van de woning?
Wat is de staat (van onderhoud) van de riolering van de woning?
Is de woning aangesloten op het gemeentelijk riool?
Overlast
Is er stank- of geuroverlast? Hoe meet u dat?
II. Stel dat moet worden aangenomen dat de woning op deze punten niet voldoet aan wat [geïntimeerde1] op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. Dan is van belang: wat zijn de herstelmogelijkheden en kosten daarvan?Beschrijf daarbij in ieder geval:
Wat zijn de herstelmogelijkheden om te komen tot een goed werkende riolering van de woning die is aangesloten op het gemeentelijk riool zonder stank- of geuroverlast en zonder negatieve gevolgen voor de constructie van de woning? In het geval er een tank onder/naast de woning is, moet daarbij worden betrokken in hoeverre het noodzakelijk is die tank te verwijderen.
Geef voor de verschillende mogelijkheden een gespecificeerde kostenopgave.
Wat is volgens u de best passende oplossing?
III. Heeft u nog opmerkingen die voor het hof van belang kunnen zijn?
3.7.
Het hof zal partijen de mogelijkheid geven om te reageren op de vragen die hiervoor onder 3.6 zijn genoemd.
De deskundige
3.8. Partijen hebben het aan het hof overgelaten om een deskundige te benaderen. In de aard van het geschil van partijen en de vragen die moeten worden beantwoord ziet het hof aanleiding om als deskundige te benaderen: een bouwkundige werkzaam bij een bouwkundig adviesbureau met kennis op het gebied van constructie en riolering van woningen. Deze bouwkundige moet onafhankelijk zijn van partijen en van de deskundigen die partijen zelf al in de procedure hebben betrokken, te weten van: - Perfectkeur- Riool Reinigings Service (RRS)- Expertise Bureau Noord (EBN)- Te Vogt Rioolreiniging & Plastics B.V./Te Vogt Riooltechniek B.V.- Van der Poel B.V. en [naam1] .
3.9.
Partijen krijgen te zijner tijd tegelijkertijd de gelegenheid zich uit te laten over de persoon van de deskundige die het hof zal hebben benaderd.
Het voorschot
3.10.
Overeenkomstig de hoofdregel van artikel 195 Rv moet [appellant] , die het voorlopig deskundigenbericht heeft verzocht, het voorschot van de kosten van de deskundige dragen.
3.11.
Het hof zal aan de deskundige vragen om dat voorschot te begroten en zal daartoe aan de deskundige deze beschikking en de processtukken van de procedure sturen. In verband daarmee moet [appellant] nog een kopie van het procesdossier bij het hof indienen. Partijen krijgen te zijner tijd tegelijkertijd de gelegenheid zich uit te laten over de hoogte van het voorschot.
Het verzoek onder II van [appellant]
3.12.
heeft het hof nog verzocht te bepalen de uiterste dag waarop [appellant] bij aangetekende brief of door middel van een betekening een afschrift van het verzoekschrift, en van de beschikking aan [geïntimeerde1] moet doen toekomen. [appellant] baseert dit verzoek kennelijk op de artikelen 204 en 206 Rv. Gezien die bepalingen en het feit dat het verzoekschrift al naar [geïntimeerde1] is toegezonden, zal het hof bepalen dat [appellant] , na de (nog te volgen) eindbeschikking in deze zaak, een afschrift van die eindbeschikking en de daaraan voorafgegane beschikking(en) aan [geïntimeerde1] moet doen toekomen.
Het verdere verloop van de procedure
3.13.
Het hof zal eerst: - partijen de mogelijkheid geven om te reageren op de vragen die hiervoor onder 3.6 zijn genoemd;
- [appellant] de gelegenheid geven een kopie van het procesdossier bij het hof in te dienen.Daarna zal het hof een deskundige benaderen en vervolgens partijen gelegenheid geven zich uit te laten over de deskundige, het door deze genoemde voorschot en de eventuele toepasselijke voorwaarden.
3.14.
Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.