Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-12-20
ECLI:NL:GHARL:2024:7852
Civiel recht; Insolventierecht
Hoger beroep
3,360 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.348.095
zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen C/05/24/483 F
arrest van 20 december 2024
in de zaak van
[appellant] (h.o.d.n. [naam1] )
die woont in [woonplaats1]
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de rechtbank optrad als verweerder
hierna: [appellant]
advocaat: mr. C.A. Boeve (onttrokken)
tegen
FKM Lichtstraatsystemen B.V.
die is gevestigd in Dedemsvaart (gemeente Hardenberg)
en bij de rechtbank optrad als verzoekster
hierna: FKM
advocaat: mr. I.A. van Rooij
Procesverloop
Bij vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen (hierna: de rechtbank), van 12 november 2024 is [appellant] op verzoek van FKM in staat van faillissement verklaard. Hierbij is tot curator aangesteld mr. K. Horstman (hierna: de curator). Het hof verwijst naar dat vonnis.
Procesverloop
2.1.
Mr. Boeve heeft namens [appellant] met het op 15 november 2024 bij het hof binnengekomen beroepschrift hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 12 november 2024. [appellant] verzoekt dat vonnis te vernietigen en het verzoek tot faillietverklaring van FKM alsnog af te wijzen.
2.2.
Het hof heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling kennisgenomen van:
- het beroepschrift,
- het V-formulier van 13 december 2024 waarin mr. Boeve zich onttrekt als advocaat van [appellant] ,
- het bericht van de curator van 13 december 2024 met bijlagen,
- het bericht van de curator van 16 december 2024 met bijlagen.
2.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 december 2024, waarbij [appellant] is verschenen. Verder is namens FKM mr. C. Cenik (als waarnemer van mr. Van Rooij) verschenen. Tot slot is namens de curator mr. Buitenkamp verschenen.
2.4.
Bij bericht van 18 december 2024 heeft mr. Van Rooij het hof laten weten dat FKM kan instemmen met vernietiging van het faillissement en bij bericht van diezelfde datum heeft de curator bevestigd dat hij geen bezwaar heeft tegen vernietiging van het faillissement, doch dat hij zich refereert aan het oordeel van het hof. Het hof ontving op 18 december 2024 tot slot een bericht van [appellant] , waarin hij zich aansluit bij het bericht van de curator.
Motivering
3.1.
De rechtbank heeft [appellant] in staat van faillissement verklaard, omdat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van FKM en omdat [appellant] in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen.
3.2.
In het beroepschrift komt [appellant] op tegen het oordeel van de rechtbank dat hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, omdat hij slechts met één schuldeiser, FKM, in een juridische impasse is geraakt. De andere schuldeisers zijn, aldus het beroepschrift, volledig betaald of met hen is een betalingsregeling overeengekomen.
3.3.
Het hof oordeelt als volgt. Een faillietverklaring kan worden uitgesproken als summierlijk is gebleken van een ten tijde van de faillietverklaring bestaand vorderingsrecht van de aanvrager en ook van het (op dit moment) bestaan van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de schuldenaar verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen.
Dat de schuldenaar meer schuldeisers heeft, is een noodzakelijke, maar niet een voldoende voorwaarde voor het aannemen van de hiervoor bedoelde toestand (het pluraliteitsvereiste). Ook als aan het pluraliteitsvereiste is voldaan, moet worden onderzocht of de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen.
3.4.
Hoewel het bedrag van de vordering van FKM en de faillissementskosten op de derdengeldenrekening van de curator zijn ontvangen (zo blijkt uit de door de curator overgelegde betalingsbewijzen en de berichten van mr. Van Rooij en de curator van 18 december 2024), stelt het hof vast dat [appellant] meerdere (andere) schulden heeft. Uit de door de curator overgelegde schuldenlijst blijkt van een totale schuldenlast van ongeveer € 400.000. De Belastingdienst heeft een vordering van ruim € 350.000 op [appellant] en [appellant] heeft daarnaast schulden bij onder meer Rexel, CJIB, Infomedics B.V. en Coöperatieve Rabobank U.A. [appellant] betwist de hoogte van de vordering van de Belastingdienst, omdat die vordering volgens [appellant] grotendeels berust op te hoge (ambtshalve opgelegde) aanslagen, maar daarmee betwist [appellant] niet dat hij een schuld aan de Belastingdienst heeft. [appellant] heeft op de zitting verklaard dat zijn verwachting is dat de daadwerkelijke vordering van de Belastingdienst ongeveer 10% is van de door de Belastingdienst opgegeven vordering van € 350.000. Het bestaan en de opeisbaarheid van de vorderingen van Rexel, CJIB, Infomedics B.V. en Coöperatieve Rabobank U.A. wordt door [appellant] ook niet betwist.
3.5.
De vraag of [appellant] in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen beantwoordt het hof dan ook bevestigend. [appellant] is niet in staat zijn schuldenlast te voldoen, zo heeft hij op de zitting niet weersproken. Hij beschikt op dit moment (of op zeer korte termijn) niet over voldoende middelen om zijn schulden te betalen. [appellant] werkt sinds twee maanden in vaste loondienst, waarmee hij een inkomen van € 4.138,00 bruto per maand genereert, maar daarmee kan hij zijn omvangrijke schuldenlast niet op korte termijn voldoen. Het bericht van mr. Van Rooij van 18 december 2024, waarin mr. Van Rooij laat weten dat de vordering van FKM kan worden voldaan, zodat FKM instemt met vernietiging van het faillissement, is niet relevant voor de beslissing van het hof. Dat de vordering van FKM kan worden voldaan doet er immers niet aan af dat [appellant] verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen.
3.6.
Het hof concludeert dat is voldaan aan alle vereisten voor faillietverklaring. Het hof zal het vonnis van de rechtbank bekrachtigen.
Dictum
Het hof:
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 12 november 2024.
Dit arrest is gewezen door mrs. B.J. Engberts, L. Janse en H.M.L. Dings, bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. H.L. Wattel, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 december 2024.
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.348.095
zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen C/05/24/483 F
arrest van 20 december 2024
in de zaak van
[appellant] (h.o.d.n. [naam1] )
die woont in [woonplaats1]
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de rechtbank optrad als verweerder
hierna: [appellant]
advocaat: mr. C.A. Boeve (onttrokken)
tegen
FKM Lichtstraatsystemen B.V.
die is gevestigd in Dedemsvaart (gemeente Hardenberg)
en bij de rechtbank optrad als verzoekster
hierna: FKM
advocaat: mr. I.A. van Rooij
Procesverloop
Bij vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen (hierna: de rechtbank), van 12 november 2024 is [appellant] op verzoek van FKM in staat van faillissement verklaard. Hierbij is tot curator aangesteld mr. K. Horstman (hierna: de curator). Het hof verwijst naar dat vonnis.
Procesverloop
2.1.
Mr. Boeve heeft namens [appellant] met het op 15 november 2024 bij het hof binnengekomen beroepschrift hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 12 november 2024. [appellant] verzoekt dat vonnis te vernietigen en het verzoek tot faillietverklaring van FKM alsnog af te wijzen.
2.2.
Het hof heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling kennisgenomen van:
- het beroepschrift,
- het V-formulier van 13 december 2024 waarin mr. Boeve zich onttrekt als advocaat van [appellant] ,
- het bericht van de curator van 13 december 2024 met bijlagen,
- het bericht van de curator van 16 december 2024 met bijlagen.
2.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 december 2024, waarbij [appellant] is verschenen. Verder is namens FKM mr. C. Cenik (als waarnemer van mr. Van Rooij) verschenen. Tot slot is namens de curator mr. Buitenkamp verschenen.
2.4.
Bij bericht van 18 december 2024 heeft mr. Van Rooij het hof laten weten dat FKM kan instemmen met vernietiging van het faillissement en bij bericht van diezelfde datum heeft de curator bevestigd dat hij geen bezwaar heeft tegen vernietiging van het faillissement, doch dat hij zich refereert aan het oordeel van het hof. Het hof ontving op 18 december 2024 tot slot een bericht van [appellant] , waarin hij zich aansluit bij het bericht van de curator.
Motivering
3.1.
De rechtbank heeft [appellant] in staat van faillissement verklaard, omdat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van FKM en omdat [appellant] in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen.
3.2.
In het beroepschrift komt [appellant] op tegen het oordeel van de rechtbank dat hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, omdat hij slechts met één schuldeiser, FKM, in een juridische impasse is geraakt. De andere schuldeisers zijn, aldus het beroepschrift, volledig betaald of met hen is een betalingsregeling overeengekomen.
3.3.
Het hof oordeelt als volgt. Een faillietverklaring kan worden uitgesproken als summierlijk is gebleken van een ten tijde van de faillietverklaring bestaand vorderingsrecht van de aanvrager en ook van het (op dit moment) bestaan van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de schuldenaar verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen.
Dat de schuldenaar meer schuldeisers heeft, is een noodzakelijke, maar niet een voldoende voorwaarde voor het aannemen van de hiervoor bedoelde toestand (het pluraliteitsvereiste). Ook als aan het pluraliteitsvereiste is voldaan, moet worden onderzocht of de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen.
3.4.
Hoewel het bedrag van de vordering van FKM en de faillissementskosten op de derdengeldenrekening van de curator zijn ontvangen (zo blijkt uit de door de curator overgelegde betalingsbewijzen en de berichten van mr. Van Rooij en de curator van 18 december 2024), stelt het hof vast dat [appellant] meerdere (andere) schulden heeft. Uit de door de curator overgelegde schuldenlijst blijkt van een totale schuldenlast van ongeveer € 400.000. De Belastingdienst heeft een vordering van ruim € 350.000 op [appellant] en [appellant] heeft daarnaast schulden bij onder meer Rexel, CJIB, Infomedics B.V. en Coöperatieve Rabobank U.A. [appellant] betwist de hoogte van de vordering van de Belastingdienst, omdat die vordering volgens [appellant] grotendeels berust op te hoge (ambtshalve opgelegde) aanslagen, maar daarmee betwist [appellant] niet dat hij een schuld aan de Belastingdienst heeft. [appellant] heeft op de zitting verklaard dat zijn verwachting is dat de daadwerkelijke vordering van de Belastingdienst ongeveer 10% is van de door de Belastingdienst opgegeven vordering van € 350.000. Het bestaan en de opeisbaarheid van de vorderingen van Rexel, CJIB, Infomedics B.V. en Coöperatieve Rabobank U.A. wordt door [appellant] ook niet betwist.
3.5.
De vraag of [appellant] in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen beantwoordt het hof dan ook bevestigend. [appellant] is niet in staat zijn schuldenlast te voldoen, zo heeft hij op de zitting niet weersproken. Hij beschikt op dit moment (of op zeer korte termijn) niet over voldoende middelen om zijn schulden te betalen. [appellant] werkt sinds twee maanden in vaste loondienst, waarmee hij een inkomen van € 4.138,00 bruto per maand genereert, maar daarmee kan hij zijn omvangrijke schuldenlast niet op korte termijn voldoen. Het bericht van mr. Van Rooij van 18 december 2024, waarin mr. Van Rooij laat weten dat de vordering van FKM kan worden voldaan, zodat FKM instemt met vernietiging van het faillissement, is niet relevant voor de beslissing van het hof. Dat de vordering van FKM kan worden voldaan doet er immers niet aan af dat [appellant] verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen.
3.6.
Het hof concludeert dat is voldaan aan alle vereisten voor faillietverklaring. Het hof zal het vonnis van de rechtbank bekrachtigen.
Dictum
Het hof:
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 12 november 2024.
Dit arrest is gewezen door mrs. B.J. Engberts, L. Janse en H.M.L. Dings, bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. H.L. Wattel, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 december 2024.