Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-12-17
ECLI:NL:GHARL:2024:7770
Civiel recht
Hoger beroep
1,508 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.347.314
zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede 10836333 CV EXPL 23-4617
beschikking van 17 december 2024
in de zaak van
1 [appellant1]
2. [appellant2]
die wonen in [woonplaats1]
en die hoger beroep hebben ingesteld
hierna: [appellanten]
tegen
VGZ Zorgverzekeraar N.V.
die is gevestigd in Arnhem
1Het verloop van de procedure in hoger beroep
1.1.
[appellanten] hebben bij beroepschrift van 27 juli 2024 hoger beroep ingesteld tegen een vonnis dat de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede op 30 april 2024 tussen partijen heeft uitgesproken. Het beroepschrift is ingediend bij het gerechtshof Amsterdam. Dat hof heeft de zaak ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar dit hof.
1.2.
Het beroepschrift is zonder tussenkomst van een advocaat ingediend. Bij brief van 29 oktober 2024 heeft het hof [appellanten] in de gelegenheid gesteld het verzuim te herstellen en hen de gelegenheid geboden om het beroepschrift alsnog in te dienen met een advocaat. Hiervoor is hen een termijn geboden tot uiterlijk 12 november 2024. Zij zijn er in de brief op gewezen dat zij niet-ontvankelijk zullen worden verklaard als het verzuim niet tijdig wordt hersteld.
1.3.
Op deze brief heeft het hof geen reactie ontvangen.
Beoordeling
2.1.
Een beroepschrift moet op grond van artikel 278 lid 3 in verbinding met artikel 362 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) worden ondertekend door een advocaat. Dat is hier niet gebeurd.
2.2.
Artikel 281 Rv bepaalt dat als een verzoekschrift ten onrechte niet door een advocaat is ingediend, de rechter de verzoeker de gelegenheid geeft binnen een door hem te stellen termijn dit verzuim te herstellen en dat als de verzoeker van deze gelegenheid geen gebruik maakt, hij in het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze bepaling is op grond van artikel 362 Rv ook van toepassing in hoger beroep.
2.3.
[appellanten] hebben het verzuim niet (tijdig) hersteld. Daarom zullen zij niet-ontvankelijk worden verklaard in hun hoger beroep.
Dictum
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
verklaart [appellanten] niet-ontvankelijk in hun hoger beroep tegen het door hen genoemde vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede van 30 april 2024.
Deze beschikking is gegeven door R.A. Dozy, H.L. Wattel en D.M.I. De Waele, bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. H.L. Wattel, en is in het openbaar uitgesproken op 17 december 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.347.314
zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede 10836333 CV EXPL 23-4617
beschikking van 17 december 2024
in de zaak van
1 [appellant1]
2. [appellant2]
die wonen in [woonplaats1]
en die hoger beroep hebben ingesteld
hierna: [appellanten]
tegen
VGZ Zorgverzekeraar N.V.
die is gevestigd in Arnhem
1Het verloop van de procedure in hoger beroep
1.1.
[appellanten] hebben bij beroepschrift van 27 juli 2024 hoger beroep ingesteld tegen een vonnis dat de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede op 30 april 2024 tussen partijen heeft uitgesproken. Het beroepschrift is ingediend bij het gerechtshof Amsterdam. Dat hof heeft de zaak ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar dit hof.
1.2.
Het beroepschrift is zonder tussenkomst van een advocaat ingediend. Bij brief van 29 oktober 2024 heeft het hof [appellanten] in de gelegenheid gesteld het verzuim te herstellen en hen de gelegenheid geboden om het beroepschrift alsnog in te dienen met een advocaat. Hiervoor is hen een termijn geboden tot uiterlijk 12 november 2024. Zij zijn er in de brief op gewezen dat zij niet-ontvankelijk zullen worden verklaard als het verzuim niet tijdig wordt hersteld.
1.3.
Op deze brief heeft het hof geen reactie ontvangen.
Beoordeling
2.1.
Een beroepschrift moet op grond van artikel 278 lid 3 in verbinding met artikel 362 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) worden ondertekend door een advocaat. Dat is hier niet gebeurd.
2.2.
Artikel 281 Rv bepaalt dat als een verzoekschrift ten onrechte niet door een advocaat is ingediend, de rechter de verzoeker de gelegenheid geeft binnen een door hem te stellen termijn dit verzuim te herstellen en dat als de verzoeker van deze gelegenheid geen gebruik maakt, hij in het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze bepaling is op grond van artikel 362 Rv ook van toepassing in hoger beroep.
2.3.
[appellanten] hebben het verzuim niet (tijdig) hersteld. Daarom zullen zij niet-ontvankelijk worden verklaard in hun hoger beroep.
Dictum
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
verklaart [appellanten] niet-ontvankelijk in hun hoger beroep tegen het door hen genoemde vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede van 30 april 2024.
Deze beschikking is gegeven door R.A. Dozy, H.L. Wattel en D.M.I. De Waele, bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. H.L. Wattel, en is in het openbaar uitgesproken op 17 december 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.