Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-08-29
ECLI:NL:GHARL:2024:5642
Strafrecht; Penitentiair strafrecht
Hoger beroep
2,986 tokens
Dictum
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[veroordeelde]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,
verblijvende in de Penitentiaire Inrichting Justitieel Complex [locatie] (hierna: de PI),
verder te noemen: de veroordeelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 20 maart 2024. Deze beslissing houdt in dat de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: de ISD-maatregel) wordt voortgezet.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 25 maart 2024, waarbij de veroordeelde beroep heeft ingesteld;
- een brief van de veroordeelde van 4 april 2024, met bijlagen;
- een e-mail van [naam] , casemanager ISD, van 22 juli 2024, met bijlagen;
- een e-mail van 15 augustus 2024 van de raadsvrouw van de veroordeelde, met bijlagen.
Het hof heeft ter zitting van 15 augustus 2024 gehoord de advocaat-generaal,
mr. I.M. Muller, en de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M. Sahin, advocaat te Apeldoorn.
Overwegingen
Het standpunt van de veroordeelde
De raadsvrouw van de veroordeelde heeft verzocht de ISD-maatregel op te heffen. Het gaat goed met de veroordeelde. Hij heeft diverse opleidingen binnen de PI gevolgd. Bij opheffing van de maatregel kan hij tijdelijk onderdak bij zijn moeder krijgen, mocht hij geen woning via de GGD kunnen krijgen. De veroordeelde wil meewerken aan diagnostisch onderzoek. Hij zal echter eventueel voor te schrijven medicatie bij een ADHD-diagnose niet innemen, omdat hij stelt aan bloedarmoede te lijden. Er is geen gevaar voor recidive dan wel voor verloedering van het publieke domein bij beëindiging van de ISD-maatregel, aldus de raadsvrouw.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de beslissing van de rechtbank kan worden bevestigd. Er is diagnostisch onderzoek nodig, maar de veroordeelde wil daar volgens het dossier niet aan meewerken. Zonder gedegen diagnostisch onderzoek kunnen geen stappen in de resocialisatie worden gezet. De rechtbank heeft op juiste gronden tot voortzetting besloten.
Beoordeling
Vernietiging
Volgens vaste rechtspraak van het hof dient bij toetsing van de noodzaak tot voortzetting van de ISD-maatregel vastgesteld te worden of opheffing van de maatregel zal leiden tot te verwachten onveiligheid, ernstige (drugs)overlast en verloedering van het publiek domein. Daarna moet worden bezien of verdere voortzetting van de maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van betrokkene ligt.
Uit de beslissing waarvan beroep blijkt niet dat de rechtbank dit toetsingskader heeft gehanteerd bij de beoordeling van de noodzaak tot voortzetting van de ISD-maatregel. Daarom zal het hof die beslissing vernietigen en opnieuw recht doen.
Toetsing
Blijkens het rapport Tussentijdse toetsing van de PI d.d. 20 maart 2024 is er sprake van een hoog risico op recidive bij beëindiging van de ISD-maatregel. Er is sprake van een langdurige justitiële voorgeschiedenis en er zijn al jaren zorgen omtrent het gedrag van de veroordeelde, waaronder zorgen over de maatschappelijke teloorgang van betrokkene. Er zijn problemen op diverse levensgebieden. Volgens het ISD-consult van 12 juli 2021 is het aannemelijk dat er sprake is van psychische en/of verslavingsproblematiek. Binnen de PI worden aanwijzingen gezien voor de aanwezigheid van AHDH dan wel autisme. Voor een verdere resocialisatie is diagnostisch onderzoek vereist. De veroordeelde heeft hieraan, om hem moverende redenen, niet willen meewerken. Indien de maatregel opgeheven wordt, zal de veroordeelde op straat komen te staan zonder vaste woon- of verblijfplaats, en zonder daginvulling. Het risico op letselschade voor anderen, maar ook voor de veroordeelde zelf, wordt ingeschat als hoog. Volgens de update van de PI van 22 juli 2024 biedt de ISD-maatregel een beschermend kader dat weg zal vallen bij opheffing van de maatregel. De kans op recidive blijft nog steeds hoog en onveranderd.
Gelet op het voorgaande stelt het hof vast dat opheffing van de maatregel zal leiden tot te verwachten onveiligheid, ernstige overlast of verloedering van het publiek domein. Doordat de veroordeelde diagnostisch onderzoek weigert, stagneert de verdere resocialisatie. Er is dan ook geen sprake van de situatie dat voortzetting van de maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van de veroordeelde ligt. Het hof zal dan ook beslissen dat voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel is vereist.
Het hof tekent hierbij aan dat het hof het zinvol acht dat diagnostisch onderzoek wordt verricht naar mogelijke psychische problematiek, die verder gaat dan de (ook) door de veroordeelde gestelde ADHD. Daarnaast geeft het hof de PI in overweging om ruim voor de afloop van de ISD-maatregel in het voorjaar van 2025 het initiatief te nemen voor het verkrijgen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.
Dictum
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 20 maart 2024 met betrekking tot de veroordeelde, [veroordeelde].
Dictum
Aldus gedaan door
mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,
mr. G. Mintjes en mr. E.A.K.G. Ruys, raadsheren,
en drs. I.E. Troost en drs. R.J.A. van Helvoirt, raden,
in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier,
en op 29 augustus 2024 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Dictum
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[veroordeelde]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,
verblijvende in de Penitentiaire Inrichting Justitieel Complex [locatie] (hierna: de PI),
verder te noemen: de veroordeelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 20 maart 2024. Deze beslissing houdt in dat de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: de ISD-maatregel) wordt voortgezet.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 25 maart 2024, waarbij de veroordeelde beroep heeft ingesteld;
- een brief van de veroordeelde van 4 april 2024, met bijlagen;
- een e-mail van [naam] , casemanager ISD, van 22 juli 2024, met bijlagen;
- een e-mail van 15 augustus 2024 van de raadsvrouw van de veroordeelde, met bijlagen.
Het hof heeft ter zitting van 15 augustus 2024 gehoord de advocaat-generaal,
mr. I.M. Muller, en de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M. Sahin, advocaat te Apeldoorn.
Overwegingen
Het standpunt van de veroordeelde
De raadsvrouw van de veroordeelde heeft verzocht de ISD-maatregel op te heffen. Het gaat goed met de veroordeelde. Hij heeft diverse opleidingen binnen de PI gevolgd. Bij opheffing van de maatregel kan hij tijdelijk onderdak bij zijn moeder krijgen, mocht hij geen woning via de GGD kunnen krijgen. De veroordeelde wil meewerken aan diagnostisch onderzoek. Hij zal echter eventueel voor te schrijven medicatie bij een ADHD-diagnose niet innemen, omdat hij stelt aan bloedarmoede te lijden. Er is geen gevaar voor recidive dan wel voor verloedering van het publieke domein bij beëindiging van de ISD-maatregel, aldus de raadsvrouw.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de beslissing van de rechtbank kan worden bevestigd. Er is diagnostisch onderzoek nodig, maar de veroordeelde wil daar volgens het dossier niet aan meewerken. Zonder gedegen diagnostisch onderzoek kunnen geen stappen in de resocialisatie worden gezet. De rechtbank heeft op juiste gronden tot voortzetting besloten.
Beoordeling
Vernietiging
Volgens vaste rechtspraak van het hof dient bij toetsing van de noodzaak tot voortzetting van de ISD-maatregel vastgesteld te worden of opheffing van de maatregel zal leiden tot te verwachten onveiligheid, ernstige (drugs)overlast en verloedering van het publiek domein. Daarna moet worden bezien of verdere voortzetting van de maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van betrokkene ligt.
Uit de beslissing waarvan beroep blijkt niet dat de rechtbank dit toetsingskader heeft gehanteerd bij de beoordeling van de noodzaak tot voortzetting van de ISD-maatregel. Daarom zal het hof die beslissing vernietigen en opnieuw recht doen.
Toetsing
Blijkens het rapport Tussentijdse toetsing van de PI d.d. 20 maart 2024 is er sprake van een hoog risico op recidive bij beëindiging van de ISD-maatregel. Er is sprake van een langdurige justitiële voorgeschiedenis en er zijn al jaren zorgen omtrent het gedrag van de veroordeelde, waaronder zorgen over de maatschappelijke teloorgang van betrokkene. Er zijn problemen op diverse levensgebieden. Volgens het ISD-consult van 12 juli 2021 is het aannemelijk dat er sprake is van psychische en/of verslavingsproblematiek. Binnen de PI worden aanwijzingen gezien voor de aanwezigheid van AHDH dan wel autisme. Voor een verdere resocialisatie is diagnostisch onderzoek vereist. De veroordeelde heeft hieraan, om hem moverende redenen, niet willen meewerken. Indien de maatregel opgeheven wordt, zal de veroordeelde op straat komen te staan zonder vaste woon- of verblijfplaats, en zonder daginvulling. Het risico op letselschade voor anderen, maar ook voor de veroordeelde zelf, wordt ingeschat als hoog. Volgens de update van de PI van 22 juli 2024 biedt de ISD-maatregel een beschermend kader dat weg zal vallen bij opheffing van de maatregel. De kans op recidive blijft nog steeds hoog en onveranderd.
Gelet op het voorgaande stelt het hof vast dat opheffing van de maatregel zal leiden tot te verwachten onveiligheid, ernstige overlast of verloedering van het publiek domein. Doordat de veroordeelde diagnostisch onderzoek weigert, stagneert de verdere resocialisatie. Er is dan ook geen sprake van de situatie dat voortzetting van de maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van de veroordeelde ligt. Het hof zal dan ook beslissen dat voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel is vereist.
Het hof tekent hierbij aan dat het hof het zinvol acht dat diagnostisch onderzoek wordt verricht naar mogelijke psychische problematiek, die verder gaat dan de (ook) door de veroordeelde gestelde ADHD. Daarnaast geeft het hof de PI in overweging om ruim voor de afloop van de ISD-maatregel in het voorjaar van 2025 het initiatief te nemen voor het verkrijgen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.
Dictum
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 20 maart 2024 met betrekking tot de veroordeelde, [veroordeelde].
Dictum
Aldus gedaan door
mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,
mr. G. Mintjes en mr. E.A.K.G. Ruys, raadsheren,
en drs. I.E. Troost en drs. R.J.A. van Helvoirt, raden,
in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier,
en op 29 augustus 2024 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.