Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-08-15
ECLI:NL:GHARL:2024:5224
Strafrecht, Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Hoger beroep
3,084 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.339.184/01
CJIB-nummer
: 249180993
Uitspraak d.d.
: 15 augustus 2024
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 24 januari 2024, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Op 19 juli 2024 is nog een e-mailbericht van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 350,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 29 april 2022 om 12.04 uur op de A28 in Ermelo met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene de gedraging ontkent. Het is niet haar hand die te zien is op de foto. De bijrijder, het zoontje van de betrokkene, hield de telefoon vast. De betrokkene wenst graag de niet geanonimiseerde foto te ontvangen om dat te kunnen aantonen, maar de advocaat-generaal geeft aan dat die niet meer beschikbaar is. Dit is een kwalijke zaak, omdat in de fase van administratief beroep daar al om was verzocht. Nu de foto niet meer beschikbaar is, is sprake van analogie met het arrest met kenmerk ECLI:NL:GHARL:2018:1050, waarbij de foto van de gedraging niet beschikbaar was en de inleidende beschikking is vernietigd. Dat het voor een bijrijder een onlogische houding is mag zo zijn, maar op basis van de foto is niet onomstotelijk vast te stellen dat de bestuurder zelf de telefoon vastheeft.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag met een camerasysteem op basis van twee beelden met een tussentijd van 0,125 seconden dat de bestuurder van een voertuig tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vasthield. Ik heb daarbij duidelijk en onbelemmerd in het voertuig kunnen kijken. Doordat de overtreding met een camerasysteem is geconstateerd bestond er geen mogelijkheid tot staandehouding. ”
5. Het dossier bevat foto’s van de gedraging. Op deze foto’s is de bestuurder van het voertuig te zien, die met haar linkerhand het stuur vasthoudt. Verder is een telefoon te zien die met een rechterhand tegen of in ieder geval ter hoogte van het stuur wordt vastgehouden. De blik van de bestuurder is gericht op de telefoon. Op de foto’s is op de plek van de bijrijder een zwart vlak te zien.
6. Op basis van de foto stelt het hof vast dat de bestuurder zelf de telefoon vasthield, gelet op onder meer de positie van de telefoon, de manier waarop deze in de hand ligt, de grootte van de hand die het stuur vasthoudt die vergelijkbaar is met de hand die de telefoon vasthoudt en de houding van de bestuurder. Op de foto’s van de gedraging is niet een arm van een bijrijder te zien. Aldus is niet aannemelijk geworden dat de telefoon door de bijrijder werd vastgehouden. Uit de beschikbare gegevens blijkt dan ook dat de gedraging is verricht.
7. Dat geen foto van de gedraging meer beschikbaar is waarop de bijrijder te zien is leidt niet tot vernietiging van de inleidende beschikking. In deze zaak is de foto van de gedraging wel beschikbaar, in tegenstelling tot in de zaak in het arrest waar de gemachtigde naar heeft verwezen. Dat op deze foto minder te zien is dan de gemachtigde graag had gezien, maakt niet dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven.
8. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Gelet hierop behoeft de aangevoerde grond met betrekking tot het per 1 januari 2024 gewijzigde artikel 13a, tweede lid, van de Wahv geen bespreking meer.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.339.184/01
CJIB-nummer
: 249180993
Uitspraak d.d.
: 15 augustus 2024
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 24 januari 2024, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Op 19 juli 2024 is nog een e-mailbericht van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 350,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 29 april 2022 om 12.04 uur op de A28 in Ermelo met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene de gedraging ontkent. Het is niet haar hand die te zien is op de foto. De bijrijder, het zoontje van de betrokkene, hield de telefoon vast. De betrokkene wenst graag de niet geanonimiseerde foto te ontvangen om dat te kunnen aantonen, maar de advocaat-generaal geeft aan dat die niet meer beschikbaar is. Dit is een kwalijke zaak, omdat in de fase van administratief beroep daar al om was verzocht. Nu de foto niet meer beschikbaar is, is sprake van analogie met het arrest met kenmerk ECLI:NL:GHARL:2018:1050, waarbij de foto van de gedraging niet beschikbaar was en de inleidende beschikking is vernietigd. Dat het voor een bijrijder een onlogische houding is mag zo zijn, maar op basis van de foto is niet onomstotelijk vast te stellen dat de bestuurder zelf de telefoon vastheeft.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag met een camerasysteem op basis van twee beelden met een tussentijd van 0,125 seconden dat de bestuurder van een voertuig tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vasthield. Ik heb daarbij duidelijk en onbelemmerd in het voertuig kunnen kijken. Doordat de overtreding met een camerasysteem is geconstateerd bestond er geen mogelijkheid tot staandehouding. ”
5. Het dossier bevat foto’s van de gedraging. Op deze foto’s is de bestuurder van het voertuig te zien, die met haar linkerhand het stuur vasthoudt. Verder is een telefoon te zien die met een rechterhand tegen of in ieder geval ter hoogte van het stuur wordt vastgehouden. De blik van de bestuurder is gericht op de telefoon. Op de foto’s is op de plek van de bijrijder een zwart vlak te zien.
6. Op basis van de foto stelt het hof vast dat de bestuurder zelf de telefoon vasthield, gelet op onder meer de positie van de telefoon, de manier waarop deze in de hand ligt, de grootte van de hand die het stuur vasthoudt die vergelijkbaar is met de hand die de telefoon vasthoudt en de houding van de bestuurder. Op de foto’s van de gedraging is niet een arm van een bijrijder te zien. Aldus is niet aannemelijk geworden dat de telefoon door de bijrijder werd vastgehouden. Uit de beschikbare gegevens blijkt dan ook dat de gedraging is verricht.
7. Dat geen foto van de gedraging meer beschikbaar is waarop de bijrijder te zien is leidt niet tot vernietiging van de inleidende beschikking. In deze zaak is de foto van de gedraging wel beschikbaar, in tegenstelling tot in de zaak in het arrest waar de gemachtigde naar heeft verwezen. Dat op deze foto minder te zien is dan de gemachtigde graag had gezien, maakt niet dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven.
8. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Gelet hierop behoeft de aangevoerde grond met betrekking tot het per 1 januari 2024 gewijzigde artikel 13a, tweede lid, van de Wahv geen bespreking meer.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.