Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-08-13
ECLI:NL:GHARL:2024:5150
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
1,804 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.337.237
(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, 10261733)
beschikking van 13 augustus 2024
inzake
[verzoeker]
die woont in [woonplaats1]
die hoger beroep heeft ingesteldhierna: [verzoeker]
advocaat: mr. E. Gürcan
en belanghebbende:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam1] , bureau voor bewind, mentorschap en curatele
kantoorhoudende in [vestigingsplaats]
hierna: [naam1] .
1Het verloop van de procedure in hoger beroep
[verzoeker] heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, Team bewind en erfrecht, zittingsplaats Zutphen van 2 november 2023. Het procesverloop blijkt uit:
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 31 januari 2024;
- een bericht van [naam1] van 30 juli 2024;
- een bericht van mr. Gürcan van 2 augustus 2024.
Motivering
De kantonrechter heeft het verzoek van [verzoeker] om het bewind dat is ingesteld over zijn goederen op te heffen afgewezen. In dit hoger beroep vraagt [verzoeker] alsnog zijn verzoek om opheffing toe te wijzen. Volgens de hiervoor onder 1. genoemde correspondentie is [naam1] het eens met opheffing per direct. [naam1] voeren geen verweer tegen het verzoek in hoger beroep van [verzoeker] . Het hof is van oordeel dat voortzetting van het bewind niet zinvol is (artikel 1:449 lid 2 BW). Gelet hierop zal het hof de bestreden beschikking vernietigen, voor zover het de periode vanaf heden betreft, en het bewind opheffen. Het hof zal de bestreden beschikking bekrachtigen voor zover het de periode tot heden betreft.
Dictum
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
3.1.
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland van 2 november 2024 voor zover het de periode tot heden betreft;
3.2.
vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland van 2 november 2024, voor zover het de periode vanaf heden betreft en opnieuw beschikkende:
3.3.
heft het bewind over de gelden en goederen die (zullen) toebehoren aan [verzoeker] , geboren in [plaats1] [in] 1954 met ingang van heden op;
3.4.
bepaalt dat de bewindvoerder binnen twee maanden na de datum van deze beschikking de eindrekening en -verantwoording aflegt aan [verzoeker] en een – zo mogelijk door hem voor akkoord ondertekend – exemplaar ervan toezendt aan het Bewindsbureau van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen;
3.5.
verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in artikel 1:391 BW een afschrift van deze beschikking toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, Team bewind en erfrecht, in verband met aantekening in het Centraal curatele- en bewindregister;
3.6.
verklaart deze beschikking wat betreft de opheffing van het bewind uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H. Lieber, R. Feunekes en J.U.M. van der Werff, bijgestaan door mr. G.J. Heuvelink als griffier, en is op 13 augustus 2024 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.337.237
(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, 10261733)
beschikking van 13 augustus 2024
inzake
[verzoeker]
die woont in [woonplaats1]
die hoger beroep heeft ingesteldhierna: [verzoeker]
advocaat: mr. E. Gürcan
en belanghebbende:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam1] , bureau voor bewind, mentorschap en curatele
kantoorhoudende in [vestigingsplaats]
hierna: [naam1] .
1Het verloop van de procedure in hoger beroep
[verzoeker] heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, Team bewind en erfrecht, zittingsplaats Zutphen van 2 november 2023. Het procesverloop blijkt uit:
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 31 januari 2024;
- een bericht van [naam1] van 30 juli 2024;
- een bericht van mr. Gürcan van 2 augustus 2024.
Motivering
De kantonrechter heeft het verzoek van [verzoeker] om het bewind dat is ingesteld over zijn goederen op te heffen afgewezen. In dit hoger beroep vraagt [verzoeker] alsnog zijn verzoek om opheffing toe te wijzen. Volgens de hiervoor onder 1. genoemde correspondentie is [naam1] het eens met opheffing per direct. [naam1] voeren geen verweer tegen het verzoek in hoger beroep van [verzoeker] . Het hof is van oordeel dat voortzetting van het bewind niet zinvol is (artikel 1:449 lid 2 BW). Gelet hierop zal het hof de bestreden beschikking vernietigen, voor zover het de periode vanaf heden betreft, en het bewind opheffen. Het hof zal de bestreden beschikking bekrachtigen voor zover het de periode tot heden betreft.
Dictum
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
3.1.
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland van 2 november 2024 voor zover het de periode tot heden betreft;
3.2.
vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland van 2 november 2024, voor zover het de periode vanaf heden betreft en opnieuw beschikkende:
3.3.
heft het bewind over de gelden en goederen die (zullen) toebehoren aan [verzoeker] , geboren in [plaats1] [in] 1954 met ingang van heden op;
3.4.
bepaalt dat de bewindvoerder binnen twee maanden na de datum van deze beschikking de eindrekening en -verantwoording aflegt aan [verzoeker] en een – zo mogelijk door hem voor akkoord ondertekend – exemplaar ervan toezendt aan het Bewindsbureau van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen;
3.5.
verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in artikel 1:391 BW een afschrift van deze beschikking toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, Team bewind en erfrecht, in verband met aantekening in het Centraal curatele- en bewindregister;
3.6.
verklaart deze beschikking wat betreft de opheffing van het bewind uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H. Lieber, R. Feunekes en J.U.M. van der Werff, bijgestaan door mr. G.J. Heuvelink als griffier, en is op 13 augustus 2024 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.