Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-07-30
ECLI:NL:GHARL:2024:4952
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht, Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
3,418 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.334.693/01
CJIB-nummer
: 251577983
Uitspraak d.d.
: 30 juli 2024
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 4 oktober 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De betrokkene heeft een e-mailbericht aan de rechtbank verzonden. De griffier van de rechtbank heeft het e-mailbericht als hoger beroepschrift aangemerkt.
De griffier van het hof heeft de betrokkene in de gelegenheid gesteld het verzuim bij het instellen van hoger beroep te herstellen door indiening van een ondertekend hoger beroepschrift.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.De betrokkene heeft hierop gereageerd en (alsnog) een ondertekend hoger beroepschrift ingediend. Daarbij is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft van de geboden gelegenheid daarop te reageren geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 16 juli 2024. De betrokkene is, met bericht van verhindering, niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 6 augustus 2022 om 20.15 uur op de N9 Steve Bikoweg, kruising Huiswaarderweg in Alkmaar met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene voert aan dat toen hij het verkeerslicht naderde, het verkeerslicht geel licht uitstraalde. Hij heeft niet kunnen zien dat het verkeerslicht rood licht is gaan uitstralen op het moment dat hij het passeerde en ging ervan uit dat het verkeerslicht nog op geel stond. Het was niet zijn bedoeling om door rood te rijden. Verder voert de betrokkene aan dat het geen optie was om abrupt te remmen voor het verkeerslicht, aangezien zijn vrouw en kinderen ook in de auto zaten, hij met een snelheid van 68 kilometer per uur reed en het gele licht op rood sprong toen hij over de stopstreep reed. Tot slot vraagt de betrokkene zich af hoe het kan dat de foto’s exact dezelfde tijdsaanduiding hebben, terwijl dit gelet op de intervaltijd niet mogelijk is.
3. De onder 1. genoemde gedraging is een overtreding van artikel 62 in verbinding met artikel 68, eerste lid, aanhef en onder c, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990). Artikel 68, eerste lid, van het RVV 1990 houdt in:
“Bij driekleurige verkeerslichten betekent:
a. groen licht: doorgaan;
b. geel licht: stop: voor bestuurders die het teken zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan;
c. rood licht: stop.”
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De overtreding is met roodlichtapparatuur geautomatiseerd op twee digitale foto's vastgelegd.
Foto 1: Het betreffende voertuig activeert de radardetectie of de lus achter de stopstreep van het rode verkeerslicht. Op het moment van constatering brandde het rode licht reeds 0,8 seconde.
Foto 2: Circa een seconde later. Op foto 2 is duidelijk te zien dat het voertuig verder is gereden.”
5. Het dossier bevat twee foto’s van de gedraging. Op beide foto’s is te zien dat het verkeerslicht rood licht uitstraalt. Op de eerste foto is te zien dat het voertuig van de betrokkene zich met de voorwielen op de stopstreep bevindt. Op de tweede foto is te zien dat dit voertuig verder is gereden en zich voorbij het verkeerslicht bevindt. Uit de gegevens in de databalk onder de foto’s blijkt dat het verkeerslicht 0,8 seconde rood licht uitstraalde toen de eerste foto en 1,4 seconden toen de tweede foto werd genomen, terwijl het verkeerslicht daarvoor 3,4 seconden geel licht had gestraald. Als tijdstip staat op beide foto’s vermeld 20:15:07.
6. Dat op beide foto’s dezelfde tijd is vermeld, heeft een technische oorzaak (vlg. het arrest van het hof van 27 februari 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder nummer ECLI:NL:GHARL:2018:1901) en geeft geen aanleiding tot twijfel aan de juistheid van de (gegevens onder de) foto’s. Het hof is van oordeel dat op basis van de foto’s en de gegevens in het zaakoverzicht kan worden vastgesteld dat het voertuig het verkeerslicht is gepasseerd, terwijl het rood licht uitstraalde. Dat de betrokkene niet heeft gezien dat het verkeerlicht rood licht uitstraalde op het moment van passeren, doet aan het voorgaande niet af. De gedraging kan dan ook worden vastgesteld.
7. Het hof ziet in de door de betrokkene geschetste omstandigheden voorts geen aanleiding de sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen. Daarbij stelt het hof voorop dat ook voor een geel verkeerslicht, voor zover redelijkerwijs mogelijk, moet worden gestopt. Van weggebruikers mag worden verwacht dat zij hun rijgedrag afstemmen op verkeerssituaties en dat zij zodanig anticiperen op een naderend verkeerslicht dat tijdig kan worden gestopt. Gelet op hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd en in aanmerking genomen dat de betrokkene het verkeerslicht met een snelheid van 68 kilometer per uur is gepasseerd, is daarvan niet gebleken. De betrokkene heeft bij het doorrijden bij geel licht aldus het risico aanvaard dat het verkeerslicht bij het passeren daarvan rood licht zou gaan uitstralen. De gevolgen van die keuze komen voor zijn rekening.
8. Er is terecht een sanctie opgelegd. De kantonrechter heeft juist beslist. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.334.693/01
CJIB-nummer
: 251577983
Uitspraak d.d.
: 30 juli 2024
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 4 oktober 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De betrokkene heeft een e-mailbericht aan de rechtbank verzonden. De griffier van de rechtbank heeft het e-mailbericht als hoger beroepschrift aangemerkt.
De griffier van het hof heeft de betrokkene in de gelegenheid gesteld het verzuim bij het instellen van hoger beroep te herstellen door indiening van een ondertekend hoger beroepschrift.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.De betrokkene heeft hierop gereageerd en (alsnog) een ondertekend hoger beroepschrift ingediend. Daarbij is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft van de geboden gelegenheid daarop te reageren geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 16 juli 2024. De betrokkene is, met bericht van verhindering, niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 6 augustus 2022 om 20.15 uur op de N9 Steve Bikoweg, kruising Huiswaarderweg in Alkmaar met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene voert aan dat toen hij het verkeerslicht naderde, het verkeerslicht geel licht uitstraalde. Hij heeft niet kunnen zien dat het verkeerslicht rood licht is gaan uitstralen op het moment dat hij het passeerde en ging ervan uit dat het verkeerslicht nog op geel stond. Het was niet zijn bedoeling om door rood te rijden. Verder voert de betrokkene aan dat het geen optie was om abrupt te remmen voor het verkeerslicht, aangezien zijn vrouw en kinderen ook in de auto zaten, hij met een snelheid van 68 kilometer per uur reed en het gele licht op rood sprong toen hij over de stopstreep reed. Tot slot vraagt de betrokkene zich af hoe het kan dat de foto’s exact dezelfde tijdsaanduiding hebben, terwijl dit gelet op de intervaltijd niet mogelijk is.
3. De onder 1. genoemde gedraging is een overtreding van artikel 62 in verbinding met artikel 68, eerste lid, aanhef en onder c, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990). Artikel 68, eerste lid, van het RVV 1990 houdt in:
“Bij driekleurige verkeerslichten betekent:
a. groen licht: doorgaan;
b. geel licht: stop: voor bestuurders die het teken zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan;
c. rood licht: stop.”
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De overtreding is met roodlichtapparatuur geautomatiseerd op twee digitale foto's vastgelegd.
Foto 1: Het betreffende voertuig activeert de radardetectie of de lus achter de stopstreep van het rode verkeerslicht. Op het moment van constatering brandde het rode licht reeds 0,8 seconde.
Foto 2: Circa een seconde later. Op foto 2 is duidelijk te zien dat het voertuig verder is gereden.”
5. Het dossier bevat twee foto’s van de gedraging. Op beide foto’s is te zien dat het verkeerslicht rood licht uitstraalt. Op de eerste foto is te zien dat het voertuig van de betrokkene zich met de voorwielen op de stopstreep bevindt. Op de tweede foto is te zien dat dit voertuig verder is gereden en zich voorbij het verkeerslicht bevindt. Uit de gegevens in de databalk onder de foto’s blijkt dat het verkeerslicht 0,8 seconde rood licht uitstraalde toen de eerste foto en 1,4 seconden toen de tweede foto werd genomen, terwijl het verkeerslicht daarvoor 3,4 seconden geel licht had gestraald. Als tijdstip staat op beide foto’s vermeld 20:15:07.
6. Dat op beide foto’s dezelfde tijd is vermeld, heeft een technische oorzaak (vlg. het arrest van het hof van 27 februari 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder nummer ECLI:NL:GHARL:2018:1901) en geeft geen aanleiding tot twijfel aan de juistheid van de (gegevens onder de) foto’s. Het hof is van oordeel dat op basis van de foto’s en de gegevens in het zaakoverzicht kan worden vastgesteld dat het voertuig het verkeerslicht is gepasseerd, terwijl het rood licht uitstraalde. Dat de betrokkene niet heeft gezien dat het verkeerlicht rood licht uitstraalde op het moment van passeren, doet aan het voorgaande niet af. De gedraging kan dan ook worden vastgesteld.
7. Het hof ziet in de door de betrokkene geschetste omstandigheden voorts geen aanleiding de sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen. Daarbij stelt het hof voorop dat ook voor een geel verkeerslicht, voor zover redelijkerwijs mogelijk, moet worden gestopt. Van weggebruikers mag worden verwacht dat zij hun rijgedrag afstemmen op verkeerssituaties en dat zij zodanig anticiperen op een naderend verkeerslicht dat tijdig kan worden gestopt. Gelet op hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd en in aanmerking genomen dat de betrokkene het verkeerslicht met een snelheid van 68 kilometer per uur is gepasseerd, is daarvan niet gebleken. De betrokkene heeft bij het doorrijden bij geel licht aldus het risico aanvaard dat het verkeerslicht bij het passeren daarvan rood licht zou gaan uitstralen. De gevolgen van die keuze komen voor zijn rekening.
8. Er is terecht een sanctie opgelegd. De kantonrechter heeft juist beslist. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.