Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-05-17
ECLI:NL:GHARL:2024:3441
Strafrecht
Hoger beroep
7,629 tokens
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000473-22
Uitspraak d.d.: 17 mei 2024
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 3 februari 2022 met parketnummer 18-294995-21 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 18-164387-20, in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
wonende te [adres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 13 februari 2024 en 3 mei 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de politierechter. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. N.M. Fakiri, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter heeft verdachte bij voornoemd vonnis, waartegen het hoger beroep gericht is, ter zake van het tenlastegelegde feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, en een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft de politierechter de inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen verbeurdverklaard.
Daarnaast heeft de politierechter de vordering tot tenuitvoerlegging gelast van de voorwaardelijke opgelegde straf, gewezen onder parketnummer 18-164387-20, te weten een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2021 tot en met 29 oktober 2021, te [pleegplaats] , gemeente [gemeente] , meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaine en/of een hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende heroine en/of op 29 oktober 2021 opzettelijk aanwezig heeft gehad 66,16 gram, althans een hoeveelheid, van een materiaal bevattende cocaine en/of 19,90 gram, althans een hoeveelheid, van een materiaal bevattende heroine zijnde cocaine en/of heroine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Voorwaardelijke verzoeken
De politierechter heeft de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] voor het bewijs gebezigd. De verdediging heeft daarom een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het opnieuw horen van [getuige 1] en [getuige 2] , indien het hof de verklaringen voor het bewijs zal bezigen. Nu het hof de verklaringen van beide getuigen niet zal bezigen voor het bewijs, is aan de door de verdediging gestelde voorwaarde voor dit verzoek niet voldaan, zodat het hof niet toekomt aan het beoordelen van dit verzoek.
Bewezenverklaring
Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in de periode van 1 augustus 2021 tot en met 29 oktober 2021, te [pleegplaats] , gemeente [gemeente] , meermalen, telkens opzettelijk heeft verkocht en verstrekt hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en hoeveelheden van een materiaal bevattende heroïne en op 29 oktober 2021 opzettelijk aanwezig heeft gehad 66,16 gram van een materiaal bevattende cocaïne en 19,90 gram van een materiaal bevattende heroïne zijnde cocaïne en/of heroïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.
Oplegging van straf
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de politierechter opgelegd, te weten een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan zes voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft het hof verzocht om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gelijk aan het voorarrest, op te leggen.
Oordeel van het hof
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich in de periode van 1 augustus 2021 tot en met 29 oktober 2021 schuldig gemaakt aan – kortgezegd – de handel in cocaïne en heroïne. Daarnaast heeft verdachte zich op 29 oktober 2021 schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne en heroïne. Met zijn handelen heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van het gebruik van voor de volksgezondheid schadelijke harddrugs en de daarmee gepaard gaande overlast en criminaliteit. Verder geldt in het algemeen voor verdovende middelen dat deze verslavend zijn en nadelige effecten hebben voor de gebruikers daarvan.
Uit een verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 2 april 2024 blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke en andersoortige strafbare feiten. Verdachte is na de in de onderhavige zaak tenlastegelegde periode ook onherroepelijk veroordeeld voor een andersoortig feit. Gelet hierop is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing.
Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals door de raadsman naar voren gebracht ter terechtzitting van het hof. Aangevoerd is dat verdachte een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Verdachte heeft vaste huisvestiging, een uitkering, is op zoek naar een baan en is bezig met het aflossen van zijn schulden.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 196,50 EUR (datum ibn 29-10-2021)
- Twee mobiele telefoons (Nokia).
Beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 22 december 2020, parketnummer 18-164387-20, te weten van:
gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.
Aldus gewezen door
mr. A.F. van Kooij, voorzitter,
mr. L.T. Wemes en mr. J. Hielkema, raadsheren,
in tegenwoordigheid van L.R. Zomer, griffier,
en op 17 mei 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000473-22
Uitspraak d.d.: 17 mei 2024
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 3 februari 2022 met parketnummer 18-294995-21 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 18-164387-20, in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
wonende te [adres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 13 februari 2024 en 3 mei 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de politierechter. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. N.M. Fakiri, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter heeft verdachte bij voornoemd vonnis, waartegen het hoger beroep gericht is, ter zake van het tenlastegelegde feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, en een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft de politierechter de inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen verbeurdverklaard.
Daarnaast heeft de politierechter de vordering tot tenuitvoerlegging gelast van de voorwaardelijke opgelegde straf, gewezen onder parketnummer 18-164387-20, te weten een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2021 tot en met 29 oktober 2021, te [pleegplaats] , gemeente [gemeente] , meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaine en/of een hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende heroine en/of op 29 oktober 2021 opzettelijk aanwezig heeft gehad 66,16 gram, althans een hoeveelheid, van een materiaal bevattende cocaine en/of 19,90 gram, althans een hoeveelheid, van een materiaal bevattende heroine zijnde cocaine en/of heroine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Voorwaardelijke verzoeken
De politierechter heeft de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] voor het bewijs gebezigd. De verdediging heeft daarom een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het opnieuw horen van [getuige 1] en [getuige 2] , indien het hof de verklaringen voor het bewijs zal bezigen. Nu het hof de verklaringen van beide getuigen niet zal bezigen voor het bewijs, is aan de door de verdediging gestelde voorwaarde voor dit verzoek niet voldaan, zodat het hof niet toekomt aan het beoordelen van dit verzoek.
Bewezenverklaring
Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in de periode van 1 augustus 2021 tot en met 29 oktober 2021, te [pleegplaats] , gemeente [gemeente] , meermalen, telkens opzettelijk heeft verkocht en verstrekt hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en hoeveelheden van een materiaal bevattende heroïne en op 29 oktober 2021 opzettelijk aanwezig heeft gehad 66,16 gram van een materiaal bevattende cocaïne en 19,90 gram van een materiaal bevattende heroïne zijnde cocaïne en/of heroïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.
Oplegging van straf
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de politierechter opgelegd, te weten een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan zes voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft het hof verzocht om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gelijk aan het voorarrest, op te leggen.
Oordeel van het hof
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich in de periode van 1 augustus 2021 tot en met 29 oktober 2021 schuldig gemaakt aan – kortgezegd – de handel in cocaïne en heroïne. Daarnaast heeft verdachte zich op 29 oktober 2021 schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne en heroïne. Met zijn handelen heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van het gebruik van voor de volksgezondheid schadelijke harddrugs en de daarmee gepaard gaande overlast en criminaliteit. Verder geldt in het algemeen voor verdovende middelen dat deze verslavend zijn en nadelige effecten hebben voor de gebruikers daarvan.
Uit een verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 2 april 2024 blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke en andersoortige strafbare feiten. Verdachte is na de in de onderhavige zaak tenlastegelegde periode ook onherroepelijk veroordeeld voor een andersoortig feit. Gelet hierop is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing.
Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals door de raadsman naar voren gebracht ter terechtzitting van het hof. Aangevoerd is dat verdachte een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Verdachte heeft vaste huisvestiging, een uitkering, is op zoek naar een baan en is bezig met het aflossen van zijn schulden.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 196,50 EUR (datum ibn 29-10-2021)
- Twee mobiele telefoons (Nokia).
Beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 22 december 2020, parketnummer 18-164387-20, te weten van:
gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.
Aldus gewezen door
mr. A.F. van Kooij, voorzitter,
mr. L.T. Wemes en mr. J. Hielkema, raadsheren,
in tegenwoordigheid van L.R. Zomer, griffier,
en op 17 mei 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000473-22
Uitspraak d.d.: 17 mei 2024
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 3 februari 2022 met parketnummer 18-294995-21 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 18-164387-20, in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
wonende te [adres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 13 februari 2024 en 3 mei 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de politierechter. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. N.M. Fakiri, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter heeft verdachte bij voornoemd vonnis, waartegen het hoger beroep gericht is, ter zake van het tenlastegelegde feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, en een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft de politierechter de inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen verbeurdverklaard.
Daarnaast heeft de politierechter de vordering tot tenuitvoerlegging gelast van de voorwaardelijke opgelegde straf, gewezen onder parketnummer 18-164387-20, te weten een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2021 tot en met 29 oktober 2021, te [pleegplaats] , gemeente [gemeente] , meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaine en/of een hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende heroine en/of op 29 oktober 2021 opzettelijk aanwezig heeft gehad 66,16 gram, althans een hoeveelheid, van een materiaal bevattende cocaine en/of 19,90 gram, althans een hoeveelheid, van een materiaal bevattende heroine zijnde cocaine en/of heroine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Voorwaardelijke verzoeken
De politierechter heeft de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] voor het bewijs gebezigd. De verdediging heeft daarom een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het opnieuw horen van [getuige 1] en [getuige 2] , indien het hof de verklaringen voor het bewijs zal bezigen. Nu het hof de verklaringen van beide getuigen niet zal bezigen voor het bewijs, is aan de door de verdediging gestelde voorwaarde voor dit verzoek niet voldaan, zodat het hof niet toekomt aan het beoordelen van dit verzoek.
Bewezenverklaring
Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in de periode van 1 augustus 2021 tot en met 29 oktober 2021, te [pleegplaats] , gemeente [gemeente] , meermalen, telkens opzettelijk heeft verkocht en verstrekt hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en hoeveelheden van een materiaal bevattende heroïne en op 29 oktober 2021 opzettelijk aanwezig heeft gehad 66,16 gram van een materiaal bevattende cocaïne en 19,90 gram van een materiaal bevattende heroïne zijnde cocaïne en/of heroïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.
Oplegging van straf
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de politierechter opgelegd, te weten een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan zes voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft het hof verzocht om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gelijk aan het voorarrest, op te leggen.
Oordeel van het hof
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich in de periode van 1 augustus 2021 tot en met 29 oktober 2021 schuldig gemaakt aan – kortgezegd – de handel in cocaïne en heroïne. Daarnaast heeft verdachte zich op 29 oktober 2021 schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne en heroïne. Met zijn handelen heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van het gebruik van voor de volksgezondheid schadelijke harddrugs en de daarmee gepaard gaande overlast en criminaliteit. Verder geldt in het algemeen voor verdovende middelen dat deze verslavend zijn en nadelige effecten hebben voor de gebruikers daarvan.
Uit een verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 2 april 2024 blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke en andersoortige strafbare feiten. Verdachte is na de in de onderhavige zaak tenlastegelegde periode ook onherroepelijk veroordeeld voor een andersoortig feit. Gelet hierop is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing.
Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals door de raadsman naar voren gebracht ter terechtzitting van het hof. Aangevoerd is dat verdachte een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Verdachte heeft vaste huisvestiging, een uitkering, is op zoek naar een baan en is bezig met het aflossen van zijn schulden.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 196,50 EUR (datum ibn 29-10-2021)
- Twee mobiele telefoons (Nokia).
Beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 22 december 2020, parketnummer 18-164387-20, te weten van:
gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.
Aldus gewezen door
mr. A.F. van Kooij, voorzitter,
mr. L.T. Wemes en mr. J. Hielkema, raadsheren,
in tegenwoordigheid van L.R. Zomer, griffier,
en op 17 mei 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.