Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-05-15
ECLI:NL:GHARL:2024:3342
Strafrecht, Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Hoger beroep
2,818 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.324.788/01
CJIB-nummer
: 246623512
Uitspraak d.d.
: 15 mei 2024
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 20 januari 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “auto-/veiligheidsgordel of kinderbeveiligingssysteem gebruiken op een wijze die beschermende werking negatief beïnvloedt/kan beïnvloeden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 december 2021 om 21:52 uur op de Burgemeester van Leeuwenlaan in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. Namens de betrokkene wordt de gedraging ontkend. De betrokkene droeg tijdens het rijden de autogordel op de juiste wijze en heeft deze pas tijdens het stilstaan achter het bovenlichaam gedaan. In het zaakoverzicht staat als pleeglocatie de Burgemeester van Leeuwenlaan ter hoogte van huisnummer 34 genoteerd. Dit duidt reeds aan dat sprake is van een stilstaand voertuig. Ook uit het aanvullend proces-verbaal van 8 februari 2022 volgt dat de gedraging pas is waargenomen nadat het voertuig stilstond en de motor uitstond. Dit betekent dat niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de gedraging is begaan.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat de bestuurder zijn gordel achter zijn rug droeg. Hierdoor werd de werking van de gordel negatief beïnvloed.”
5. In een aanvullend proces-verbaal van 8 februari 2022 verklaart de ambtenaar – voor zover hier relevant – het volgende:“Op dinsdag 28 december 2021 omstreeks 21:40 uur reden wij op de Savornin Lohmanstraat te Amsterdam in de richting van de Burgemeester van Leeuwenlaan. (…)Wij zagen dat de bestuurder vervolgens over het voetpad reed en stopte voor perceel 36. (…) Zodra het voertuig van de betrokkene stilstond stapte ik uit, liep snel naar het voertuig en verzocht de bestuurder om de motor uit te zetten. Ik zag direct dat de gordel van de bestuurder achter zijn bovenlichaam richting het slot hing. Ik had direct zicht op de gordel doordat het raam aan de passagierskant open was en de bestuurder voorover was geleund om met mij te kunnen praten. Wij hebben de bestuurder vanaf het moment dat hij over het voetpad reed tot aan het begin van ons gesprek geen beweging zien maken richting zijn gordel.”
6. Voor het vaststellen van de onderhavige gedraging is niet vereist dat het voertuig rijdt. Vastgesteld dient te worden dat de betrokkene als bestuurder is opgetreden, hetgeen ruimer is dan het rijden met het voertuig (vgl. het arrest van het hof van 20 maart 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:2350).
7. De ambtenaar heeft -door de betrokkene niet betwist- vastgesteld dat de betrokkene, die was aankomen rijden en op de bestuurdersstoel van zijn voertuig zat, zijn autogordel niet op de juiste wijze droeg terwijl het voertuig met draaiende motor stilstond op het trottoir. Reeds op basis van deze vaststelling kan de gedraging worden vastgesteld. De grond faalt.
8. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor een proceskostenvergoeding is er niet.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd het arrest mede te ondertekenen.
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.324.788/01
CJIB-nummer
: 246623512
Uitspraak d.d.
: 15 mei 2024
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 20 januari 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “auto-/veiligheidsgordel of kinderbeveiligingssysteem gebruiken op een wijze die beschermende werking negatief beïnvloedt/kan beïnvloeden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 december 2021 om 21:52 uur op de Burgemeester van Leeuwenlaan in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. Namens de betrokkene wordt de gedraging ontkend. De betrokkene droeg tijdens het rijden de autogordel op de juiste wijze en heeft deze pas tijdens het stilstaan achter het bovenlichaam gedaan. In het zaakoverzicht staat als pleeglocatie de Burgemeester van Leeuwenlaan ter hoogte van huisnummer 34 genoteerd. Dit duidt reeds aan dat sprake is van een stilstaand voertuig. Ook uit het aanvullend proces-verbaal van 8 februari 2022 volgt dat de gedraging pas is waargenomen nadat het voertuig stilstond en de motor uitstond. Dit betekent dat niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de gedraging is begaan.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat de bestuurder zijn gordel achter zijn rug droeg. Hierdoor werd de werking van de gordel negatief beïnvloed.”
5. In een aanvullend proces-verbaal van 8 februari 2022 verklaart de ambtenaar – voor zover hier relevant – het volgende:“Op dinsdag 28 december 2021 omstreeks 21:40 uur reden wij op de Savornin Lohmanstraat te Amsterdam in de richting van de Burgemeester van Leeuwenlaan. (…)Wij zagen dat de bestuurder vervolgens over het voetpad reed en stopte voor perceel 36. (…) Zodra het voertuig van de betrokkene stilstond stapte ik uit, liep snel naar het voertuig en verzocht de bestuurder om de motor uit te zetten. Ik zag direct dat de gordel van de bestuurder achter zijn bovenlichaam richting het slot hing. Ik had direct zicht op de gordel doordat het raam aan de passagierskant open was en de bestuurder voorover was geleund om met mij te kunnen praten. Wij hebben de bestuurder vanaf het moment dat hij over het voetpad reed tot aan het begin van ons gesprek geen beweging zien maken richting zijn gordel.”
6. Voor het vaststellen van de onderhavige gedraging is niet vereist dat het voertuig rijdt. Vastgesteld dient te worden dat de betrokkene als bestuurder is opgetreden, hetgeen ruimer is dan het rijden met het voertuig (vgl. het arrest van het hof van 20 maart 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:2350).
7. De ambtenaar heeft -door de betrokkene niet betwist- vastgesteld dat de betrokkene, die was aankomen rijden en op de bestuurdersstoel van zijn voertuig zat, zijn autogordel niet op de juiste wijze droeg terwijl het voertuig met draaiende motor stilstond op het trottoir. Reeds op basis van deze vaststelling kan de gedraging worden vastgesteld. De grond faalt.
8. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor een proceskostenvergoeding is er niet.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd het arrest mede te ondertekenen.