Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-05-13
ECLI:NL:GHARL:2024:3270
Strafrecht, Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Hoger beroep
2,256 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.336.798/01
CJIB-nummer
: 249838359
Uitspraak d.d.
: 13 mei 2024
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Nederland van 26 oktober 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 350,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 31 mei 2022 om 11:52 uur op de A28 (links) in Meppel met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde herhaalt in hoger beroep dat de betrokkene geen telefoon heeft vastgehouden, maar een mapje waar zijn pasjes in zitten. Hij keek hiernaar om te controleren of zijn ID-kaart er wel in zat. Dit mapje heeft dezelfde vorm als een mobiele telefoon en op basis van de foto’s van de gedraging kan niet worden vastgesteld dat het om een telefoon ging, nu op de foto geen camera is te zien. Ter onderbouwing zijn opnieuw foto’s van het betreffende mapje overgelegd.
3. De verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht houdt onder meer het volgende in:“Ik (…) zag met een camerasysteem op basis van twee beelden met een tussentijd van 0,125 seconden dat de bestuurder van een voertuig tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat (…) vasthield. Ik heb daarbij duidelijk en onbelemmerd in het voertuig kunnen kijken.”
4. Het dossier bevat verder foto’s, waarop voornoemd voertuig en de bestuurder zichtbaar zijn.
5. De kantonrechter heeft overwogen dat er geen reden bestaat tot twijfel aan de verklaring van de ambtenaar dat hij op basis van de aanwezige foto’s van de gedraging heeft kunnen vaststellen dat de betrokkene tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthield.
6. Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat het, gelet op de omvang van het voorwerp op de foto van de gedraging en de manier waarop de betrokkene daarnaar kijkt, niet aannemelijk is dat het hier om het mapje met pasjes gaat waarvan namens de betrokkene meerdere foto’s zijn overgelegd. Het voorwerp heeft de uiterlijke kenmerken en grootte van een mobiele telefoon en wordt ook vastgehouden op een manier die past bij het vasthouden van een telefoon. Zoals de advocaat-generaal in het verweerschrift naar voren brengt, zijn bovendien twee stippen aan de achterkant van het voorwerp zichtbaar, waaruit kan worden afgeleid dat het voorwerp over een camera beschikt. De ambtenaar heeft dan ook terecht geconstateerd dat de bestuurder rijdend een mobiel elektronisch apparaat heeft vastgehouden, zodat kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
7. Het voorgaande brengt mee dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard en dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal bevestigen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.336.798/01
CJIB-nummer
: 249838359
Uitspraak d.d.
: 13 mei 2024
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Nederland van 26 oktober 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 350,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 31 mei 2022 om 11:52 uur op de A28 (links) in Meppel met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde herhaalt in hoger beroep dat de betrokkene geen telefoon heeft vastgehouden, maar een mapje waar zijn pasjes in zitten. Hij keek hiernaar om te controleren of zijn ID-kaart er wel in zat. Dit mapje heeft dezelfde vorm als een mobiele telefoon en op basis van de foto’s van de gedraging kan niet worden vastgesteld dat het om een telefoon ging, nu op de foto geen camera is te zien. Ter onderbouwing zijn opnieuw foto’s van het betreffende mapje overgelegd.
3. De verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht houdt onder meer het volgende in:“Ik (…) zag met een camerasysteem op basis van twee beelden met een tussentijd van 0,125 seconden dat de bestuurder van een voertuig tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat (…) vasthield. Ik heb daarbij duidelijk en onbelemmerd in het voertuig kunnen kijken.”
4. Het dossier bevat verder foto’s, waarop voornoemd voertuig en de bestuurder zichtbaar zijn.
5. De kantonrechter heeft overwogen dat er geen reden bestaat tot twijfel aan de verklaring van de ambtenaar dat hij op basis van de aanwezige foto’s van de gedraging heeft kunnen vaststellen dat de betrokkene tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthield.
6. Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat het, gelet op de omvang van het voorwerp op de foto van de gedraging en de manier waarop de betrokkene daarnaar kijkt, niet aannemelijk is dat het hier om het mapje met pasjes gaat waarvan namens de betrokkene meerdere foto’s zijn overgelegd. Het voorwerp heeft de uiterlijke kenmerken en grootte van een mobiele telefoon en wordt ook vastgehouden op een manier die past bij het vasthouden van een telefoon. Zoals de advocaat-generaal in het verweerschrift naar voren brengt, zijn bovendien twee stippen aan de achterkant van het voorwerp zichtbaar, waaruit kan worden afgeleid dat het voorwerp over een camera beschikt. De ambtenaar heeft dan ook terecht geconstateerd dat de bestuurder rijdend een mobiel elektronisch apparaat heeft vastgehouden, zodat kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
7. Het voorgaande brengt mee dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard en dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal bevestigen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.