Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-04-16
ECLI:NL:GHARL:2024:2744
Civiel recht
Hoger beroep
1,402 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.324.996/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 179412)
Dictum
in de zaak van
[appellant] ,
die woont in [woonplaats1] ,
appellant,
hierna: [appellant],
advocaat: mr. B.J. van Popta, die kantoor houdt te Heerenveen,
tegen
[geïntimeerde]
,
die woont in [woonplaats2] ,
geïntimeerde,
hierna: [geïntimeerde],
advocaat: mr. R.I.A. Dijkstra-Paul, die kantoor houdt te Heerenveen.
1Het procesverloop
1.1
Op 13 februari 2024 heeft het hof arrest gewezen.
1.2
In een brief van 1 maart 2024 van mr. Dijkstra-Paul is namens [geïntimeerde] verzocht om een kennelijke rekenfout te verbeteren. Het gaat daarbij om toepassing van een onjuist liquidatietarief in beide instanties (tarief VI in plaats van tarief V) en het toegekende aantal punten met betrekking tot de procedure bij de rechtbank (5,5 punten in plaats van 4 punten).
1.3
In een brief van 6 maart 2024 heeft mr. van Popta namens [appellant] verklaard bezwaar te hebben tegen inwilliging van het verzoek.
Beoordeling
2.1
Het hof vat het verzoek van [geïntimeerde] op als een verzoek tot verbetering van een kennelijke fout in de zin van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv).
2.2
Het hof is van oordeel dat er geen sprake is van een kennelijke schrijffout, rekenfout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Volgens de Memorie van toelichting bij artikel 31 Rv is van een kennelijke rekenfout, schrijffout of ander kennelijke fout sprake ingeval van zeer duidelijke verschrijvingen of (reken)fouten waarbij voor partijen en derden direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing, en die zich voor eenvoudig herstel lenen. [geïntimeerde] heeft bezwaar gemaakt tegen het inhoudelijke oordeel van het hof betreffende het toekennen van procespunten bij de begroting van de kosten en het toegepaste liquidatietarief. Zij verzoekt het hof daarmee in wezen de in het arrest van 13 februari 2024 uitgesproken kostenveroordeling te heroverwegen, althans een herberekening te maken. Hiervoor leent zich de procedure ex artikel 31 Rv niet.
Het hof wijst het verzoek daarom af.
Deze beslissing is gegeven door mr. I. Tubben, H. de Hek en G. van Rijssen door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
16 april 2024.
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.324.996/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 179412)
Dictum
in de zaak van
[appellant] ,
die woont in [woonplaats1] ,
appellant,
hierna: [appellant],
advocaat: mr. B.J. van Popta, die kantoor houdt te Heerenveen,
tegen
[geïntimeerde]
,
die woont in [woonplaats2] ,
geïntimeerde,
hierna: [geïntimeerde],
advocaat: mr. R.I.A. Dijkstra-Paul, die kantoor houdt te Heerenveen.
1Het procesverloop
1.1
Op 13 februari 2024 heeft het hof arrest gewezen.
1.2
In een brief van 1 maart 2024 van mr. Dijkstra-Paul is namens [geïntimeerde] verzocht om een kennelijke rekenfout te verbeteren. Het gaat daarbij om toepassing van een onjuist liquidatietarief in beide instanties (tarief VI in plaats van tarief V) en het toegekende aantal punten met betrekking tot de procedure bij de rechtbank (5,5 punten in plaats van 4 punten).
1.3
In een brief van 6 maart 2024 heeft mr. van Popta namens [appellant] verklaard bezwaar te hebben tegen inwilliging van het verzoek.
Beoordeling
2.1
Het hof vat het verzoek van [geïntimeerde] op als een verzoek tot verbetering van een kennelijke fout in de zin van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv).
2.2
Het hof is van oordeel dat er geen sprake is van een kennelijke schrijffout, rekenfout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Volgens de Memorie van toelichting bij artikel 31 Rv is van een kennelijke rekenfout, schrijffout of ander kennelijke fout sprake ingeval van zeer duidelijke verschrijvingen of (reken)fouten waarbij voor partijen en derden direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing, en die zich voor eenvoudig herstel lenen. [geïntimeerde] heeft bezwaar gemaakt tegen het inhoudelijke oordeel van het hof betreffende het toekennen van procespunten bij de begroting van de kosten en het toegepaste liquidatietarief. Zij verzoekt het hof daarmee in wezen de in het arrest van 13 februari 2024 uitgesproken kostenveroordeling te heroverwegen, althans een herberekening te maken. Hiervoor leent zich de procedure ex artikel 31 Rv niet.
Het hof wijst het verzoek daarom af.
Deze beslissing is gegeven door mr. I. Tubben, H. de Hek en G. van Rijssen door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
16 april 2024.