Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-03-20
ECLI:NL:GHARL:2024:2039
Strafrecht
Hoger beroep
2,192 tokens
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002351-20
Uitspraak d.d.: 20 maart 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 2 juli 2020 met parketnummer 18-830022-20 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
wonende te [woonadres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 6 maart 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde en veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van twee maanden, met aftrek van voorarrest. Ten aanzien van de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij heeft de advocaat-generaal zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. A. Boumanjal, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank heeft bij vonnis van 2 juli 2020 verdachte ter zake van het medeplegen van poging tot zware mishandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden, met aftrek van voorarrest. Ten aanzien van de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij heeft de rechtbank deze vordering toegewezen tot een bedrag van € 750,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank heeft daarnaast de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding in natura in de vorm van een contactverbod en een locatieverbod toegewezen.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
primair
hij op of omstreeks 23 januari 2020 te [pleegplaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde] van het leven te beroven, met dat opzet,
- die [benadeelde] meermalen, althans eenmaal, met kracht met gebalde vuisten tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of waarbij die [benadeelde] op de grond viel en/of
- die [benadeelde] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of schouders en/of bovenbeen en/of elders tegen het lichaam heeft/hebben getrapt en/of
- een barstoel tegen het hoofd van die [benadeelde] heeft/hebben gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair
hij op of omstreeks 23 januari 2020 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [benadeelde] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet
- die [benadeelde] meermalen, althans eenmaal, met kracht met gebalde vuisten tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of waarbij die [benadeelde] op de grond viel en/of
- die [benadeelde] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of schouders en/of bovenbeen en/of elders tegen het lichaam heeft/hebben getrapt en/of
- een barstoel tegen het hoofd van die [benadeelde] heeft/hebben gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meer subsidiair
hij op of omstreeks 23 januari 2020 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [benadeelde] heeft mishandeld door die [benadeelde] ,
- meermalen, althans eenmaal, met kracht met gebalde vuisten tegen het hoofd te slaan en/of waarbij die [benadeelde] op de grond viel en/of
- meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of schouders en/of bovenbeen en/of elders tegen het lichaam te trappen en/of
- een barstoel tegen het hoofd te gooien, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Vrijspraak
Verdachte wordt verweten het medeplegen van een geweldsincident op 23 januari 2020 tegen aangever [benadeelde] . Het feit is ten laste gelegd in drie varianten, namelijk primair poging tot doodslag, subsidiair poging tot zware mishandeling en meer subsidiair poging tot mishandeling, telkens tezamen met een ander of met anderen.
Verdachte ontkent dit feit te hebben gepleegd. Hij was wel in de bar aanwezig, maar heeft geen geweld gebruikt tegen aangever. De raadsman van verdachte betoogt dat verdachte moet worden vrijgesproken van de gehele tenlastelegging, nu er onvoldoende bewijs is voor de betrokkenheid van verdachte.
Op 23 januari 2020 ontstaat in de [naam bar] in [pleegplaats] een gevecht waarbij aangever wordt aangevallen door een groep mannen. Aangever wordt hierbij onder andere geschopt en geslagen. Verdachte erkent tijdens het incident in de bar aanwezig te zijn geweest samen met een groep. De vraag die het hof moet beantwoorden is of kan worden bewezen dat verdachte (al dan niet samen met andere personen) geweld heeft gepleegd tegen aangever. Het hof overweegt daartoe als volgt.
Aangever verklaart bij de politie dat hij in de [naam bar] in [pleegplaats] achter een gokautomaat plaatsneemt. Al snel daarna komt een groep van acht mannen, onder wie verdachte, de [naam bar] binnen. De groep valt aangever direct aan. Aangever wordt door drie personen, onder wie verdachte, hard tegen zijn hoofd geslagen. Hierbij komt aangever ten val. Terwijl aangever op de grond ligt, schoppen meerdere personen uit de groep aangever tegen zijn hoofd en lichaam. Aangever verklaart ook nog dat verdachte een barkruk en een kaars naar hem heeft gegooid. Na de aanval op aangever verlaat de groep mannen de [naam bar] weer. Aangever meldt zich bij de huisarts met hoofdpijn en een stijf gevoel in zijn lichaam. De huisarts ziet rode plekken op het lichaam van aangever.
De eigenaar van de [naam bar] , [naam 1] , verklaart tegenover twee verbalisanten en twee medewerkers van de gemeente [pleegplaats] dat aangever in zijn bar door een groep van acht personen is aangevallen en dat hij daarbij werd geslagen en geschopt. Aangever komt ten val en werd ook op het hoofd geschopt. Bij de politie verklaart [naam 1] als getuige dat de mannen direct op aangever afvlogen. Hij zag dat twee of drie man aangever sloegen met hun vuisten, waardoor aangever op de grond viel.
Een bezoeker van de [naam bar] , [naam 2] , verklaart tegenover twee verbalisanten dat een groepje mannen de bar binnenkwamen, dat zij direct naar aangever liepen en hem klappen gaven. Aangever viel op de grond en vervolgens sloeg de hele groep op aangever in. De verbalisanten hebben ter plekke geen getuigenverklaring van [naam 2] opgenomen omdat zijn adem naar alcohol rook. Ook op een later moment is door [naam 2] geen getuigenverklaring afgelegd.
Het hof is van oordeel dat de betrokkenheid van verdachte bij het geweldsincident niet kan worden bewezen. Aangever schrijft bepaalde geweldshandelingen specifiek toe aan bepaalde personen uit de groep, onder wie aan verdachte.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Aldus gewezen door
mr. H.J. Deuring, voorzitter,
mr. E.C.M. Wolfert en mr. C. Brouwer, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. K.M. Diender, griffier,
en op 20 maart 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.