Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-02-27
ECLI:NL:GHARL:2024:1434
Strafrecht, Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Hoger beroep
2,043 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.331.657/01
CJIB-nummer
: 239404169
Uitspraak d.d.
: 27 februari 2024
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 3 augustus 2023, betreffende
[de betrokkene]
(hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 150,- opgelegd ter zake van “Als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl een band beschadigd of versleten is” (feitcode N270e), welke gedraging zou zijn verricht op 11 februari 2021 om 22:10 uur op de Rosener Manzstraat te Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat een foutieve feitcode is gebruikt. Uit de verklaring van de verbalisant volgt dat het gaat om onvoldoende profilering en niet over een beschadigde band (waarbij het karkas zichtbaar is of waarbij uitstulpingen worden vertoond). Feitcode N270r had moeten worden toegepast. De gemachtigde is van mening dat in dit stadium van de procedure niet meer tot wijziging van de feitcode moet worden overgegaan. Voorts wijst de gemachtigde erop dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Gedragingsgegevens:
Ik, verbalisant, zag dat van de band links voor het profiel voor meer dan 50% was weggesleten.
Overtreden artikel: 5.2.27 van de Regeling Voertuigen (RV) (…)
Bijlagen: een fotografische opname. (…)
Verklaring betrokkene: Ik rijd zo al drie dagen met die versleten band.”
4. In het dossier bevindt zich een foto van de gedraging, waarop te zien is dat op een groot deel van de betreffende band geen profiel zichtbaar is. Op de foto is het karkas net zichtbaar.
5. De bij feitcode N270e behorende gedraging betreft het met 1 band overtreden van artikel 5.2.27, tweede lid, van de RV, dat luidt als volgt:
“De banden van personenauto’s mogen geen beschadigingen vertonen waarbij het karkas zichtbaar is.”
6. De bij feitcode N270r behorende gedraging betreft het met 1 band overtreden van artikel 5.2.27, vierde lid van de RV, dat luidt als volgt:
“De profilering van de hoofdgroeven van de banden van personenauto’s moet over de gehele omtrek van het loopvlak ten minste 1,6 mm bedragen, met uitzondering van slijtage-indicatoren.”
7. Gelet op de verklaring van de ambtenaar met betrekking tot hetgeen door hem is geconstateerd, gaat het hof ervan uit dat de ambtenaar bedoeld heeft een sanctie op te leggen voor de gedraging met feitcode N270r: "Als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl de profilering van een band niet voldoet aan de gestelde eisen".
8. Het hof stelt vast dat in de inleidende beschikking abusievelijk een onjuiste feitcode en een onjuiste gedraging is vermeld. Dit hoeft echter niet tot vernietiging van die beschikking te leiden. Volgens vaste jurisprudentie van het hof is het immers geoorloofd om de feitcode en de omschrijving van de gedraging in de inleidende beschikking te wijzigen, mits de betrokkene daardoor niet in zijn verdedigingsbelangen wordt geschaad. Nu de betrokkene is staande gehouden, wist hij welke gedraging hem werd verweten en waartegen hij zich moest verdedigen. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de hoogte van het sanctiebedrag voor de beide feitcodes gelijk is, te weten € 150,-, is het hof van oordeel dat de betrokkene door een wijziging van de feitcode en de omschrijving van de gedraging niet in zijn belangen is geschaad. Tijdsverloop staat daaraan niet in de weg. Daarom hoeft de inleidende beschikking op grond hiervan niet te worden vernietigd, maar kan worden volstaan met de wijziging van de feitcode en de omschrijving van de gedraging.
9. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter en, met gegrondverklaring van het beroep daartegen, de beslissing van de officier van justitie vernietigen, alsmede, met gedeeltelijke gegrondverklaring van het beroep daartegen, de inleidende beschikking wijzigen, in die zin dat als de omschrijving van de gedraging heeft te gelden ‘als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl de profilering van een band niet voldoet aan de gestelde eisen’ met als feitcode N270r.
10. Het hof stelt vast dat de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in eerste aanleg is overschreden. Gelet hierop zal het hof het bedrag van de sanctie matigen met 25 procent (vgl. het arrest van het hof van 28 juli 2023, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2023:6369).
11. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het verschijnen ter zitting van de kantonrechter en het indienen van het hoger beroepschrift dienen in totaal vier punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 624,- en voor het (hoger) beroep € 875,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.780,50 (= (1,5 x € 624,- x 0,5) + (3 x € 875,- x 0,5)).
Dictum
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat de feitcode en de omschrijving van de gedraging worden vastgesteld op: “N270r - Als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl de profilering van een band niet voldoet aan de gestelde eisen” en het bedrag van de sanctie in
€ 112,50;
bepaalt dat als de betrokkene op grond van artikel 11 van de Wahv teveel zekerheid heeft gesteld, het meerdere door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 1.780,50.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.